23 februari 2007
Vanmorgen lag ik op bed te luisteren naar de pas verschenen bijzondere montage-cd Love van de Beatles. De dopjes in mijn oren weergalmden gaaf Yesterday in mijn lege hoofd. Opeens was ik er weer. Zomer 1965. Ik zat in de bijkamer van het Van der Leckhuis hier in Oldegeppel. Een huis dat mooi is in zijn abstractie en eenvoud: schilderijen van kleurige blokjes aan de muren, een Rietveld-stoel en alles wit. Het was van vrienden van mijn ouders die met vakantie waren, zodat ik daar met mijn vader en moeder enkele weken kon logeren. Ik was naar Amsterdam op en neer gefietst, want in Nieuwegeppel was de lp Help! nog niet te krijgen, maar wel in Amsterdam bij mijn lievelingszaak aan de Johan Huizingalaan. Terug in Oldegeppel hoorde ik daar, in die kamer, uit het deksel van mijn Teppaz-grammofoontje voor het eerst Yesterday van de Beatles. Wilde mijn moeder enthousiast het nummer later horen, maar zij had hoofdpijn…
Vanmorgen was ik er weer, voelde de geur van zomer, zand en heide. Sommige herinneringen zijn zo sterk dat het nauwelijks herinneringen zijn te noemen. Ik was weer jong, de wereld straalde verstild onder de zon en ik voelde de blijheid van toen. En doordat ik die voelde was diezelfde blijheid hier en nu, vandaag, dit moment. Misschien kwam het omdat ik gisteren mezelf weer op een heerlijke massage heb getracteerd. Misschien kwam het omdat ik mooie, eenvoudige teksten had gelezen van Adyashanti, een Amerikaanse ontwaakte van wie ik onlangs een boek heb gekocht. Misschien kwam het omdat ik de afgelopen dagen nogal wat spanning en depressie te verwerken heb gehad en ik een beetje daarnaar heb geluisterd. Spanning in mijn lijf stroomt, en doet dat des te meer naarmate ik er meer aandacht aan geef. In die warmte smelten verharde brokken van agressie en depressie, net als de zich in het water stortende afbrokkelende ijskolommen van gletsjers.
Ik kon wel huilen van blijheid. Huilen als verdriet over de eindeloos lange weg die we steeds gaan om bij de meest dichtbijzijnde bestemming te komen: onszelf. Huilen als dankbaarheid die ik voel voor het feit dat ‘het’ altijd bij me is gebleven, me door de jaren trouw is gebleven, me nooit heeft verlaten, ondanks de vele dwaalwegen die ik ging. The long and winding road… Dit verdriet en deze dankbaarheid betekenen ook compassie: als ik zelf zo gedwaald heb, hoe kan ik anderen dan kwalijk nemen dat ze dromen? Opnieuw drong weer eens tot me door dat verlichting, bevrijding, realisatie, vrede, geluk, ontwaken, verlossing of hoe je het ook noemen wilt… hoe dat zo ontzettend dichtbij is, hoe dat zo voor de hand ligt en straalt in zijn eenvoud, hoe ik dat eigenlijk altijd al ben zonder me daarvan bewust te zijn, hoe dat niets anders is dan stille vrede waarvan alles doordrongen is. Alles ligt zo ontzettend en opvallend voor de hand, ligt zo vlak voor onze voeten dat we er overheen kijken. Daarom dringt zich steeds meer de overtuiging op dat verlichting eigenlijk alleen maar een kwestie is van goed opletten.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
20 februari 2007
In Blikkum zagen we hem bij de Free Record Shop: An inconvenient truth, de milieu-film van Al Gore. Voor maar € 12,99. Zaterdagavond hebben Vriend en ik hem ademloos op bed liggen bekijken. Een ontzettend mooie film, die met harde hand onze ogen voor de werkelijke waarheid opent. Want beelden vertellen meer dan woorden en kunnen ons daarom indringender met de feiten confronteren dan menig analytisch rapport vol met getallen en tabellen. Het beeld van de ijsbeer die honderden kilometers door een eindeloze poolzee zwemt, op zoek naar een houvast dat hij nergens meer zal vinden. Beelden van een stille, heimwee oproepende ongerepte natuur die onze kleinkinderen misschien niet meer zullen kennen. Beelden van onze planeet bij nacht, waar je ziet hoe grote delen ervan letterlijk in brand staan. Beelden die vertellen over de schoonheid van onze planeet en hoe we die uit commerciële en politieke belangen vernietigen.
De groeiende hoeveelheid kooldioxide in onze dunne atmosfeer hebben we aan menselijk ingrijpen te danken. Daar twijfelt geen wetenschapper meer aan. Statistieken tonen aan hoe de afgelopen 650.000 jaar de temperatuur op aarde samenhangt met de hoeveelheid kooldioxide in de lucht. En de tien warmste jaren ooit vonden alle in de afgelopen veertien jaar plaats. Dat is een waarheid die niet iedereen even goed uitkomt. Denk aan de olie- en gaslobby. Of aan de auto-industrie waar Toyota en Honda wel zuinige auto’s willen maken, maar waar Ford en General Motors het duidelijk laten afweten. Denk aan politieke belangen die daarmee samenhangen. En die kunnen goed ingeschat worden door Al Gore, die in 2000 op een haar na de presidentsverkiezingen verloor van George W. Bush. Sindsdien reist hij bevlogen de hele wereld rond met het verhaal dat hij al meer dan duizend keer heeft verteld en waarmee hij iedereen de ogen wil openen voor het feit dat het zó echt niet langer kan met onze uitstoot van kooldioxide. ‘De tijd van talmen, halve maatregelen, sussen, eigenbelang en uitstel is voorbij,’ citeert hij Winston Churchill. Vorig jaar is zijn confronterende ecologische les verfilmd als An inconvenient truth, die de op twee na best bezochte documentaire werd, na Fahrenheit 9/11 en March of the Penguins. De prachtige muziek van Michael Brook geeft extra diepte aan de beleving van deze film.
Door warmte smelt niet alleen het ijs op de polen, maar ook op de bergen. Als we ons realiseren dat 40% van de mensen leeft van smeltwater zijn de gevolgen niet te overzien. Warmer zeewater leidt ook weer tot heviger stormen en cyclonen zoals in 2005 Katrina, die onder andere New Orleans teisterde. Opwarming veroorzaakt niet alleen overstromingen – en we zien in de film wat er dan van San Francisco, Florida, Beijing, Nederland, Shanghai, Calcutta en Manhattan overblijft – maar ook grote droogtes zodat er weinig tot niets meer over is van het grote Tsjaadmeer in Afrika en van het Aralmeer in Azië. Ontdooiende permafrost ontwricht gebouwen en wegen, veranderende seizoenen doen vogels verhongeren, het warmere klimaat doet insecten in grotere gebieden ziektes overbrengen. Alles hangt het alles samen.
Maar er is nog hoop. Als de ozonlaag zich weer herstelt, waarom zou dat ook niet kunnen gebeuren met het broeikaseffect? Al Gore toont ons een aantal maatregelen waarmee de uitstoot van kooldioxide tot het niveau van 1970 gereduceerd kan worden. We kunnen die zelfs tot nul terugbrengen, als we maar willen. We zouden een voorbeeld kunnen nemen aan landen als China, die hun groeiende economie combineren met strenge milieumaatregelen waar het westen een voorbeeld aan kan nemen. De Verenigde Staten – met de Europese Unie op een goede tweede plaats – blijft de grootse vervuiler en het gerucht gaat dat Al Gore zich volgend jaar opnieuw kandidaat gaat stellen voor de presidentsverkiezingen. Dat geeft hoop.
Op www.climatecrisis.net is veel gedocumenteerd materiaal te vinden over alles wat de film behelst. Bij de dvd worden eenvoudige suggesties bijgesloten over hoe we zelf iets kunnen doen om de opwarming van de aarde een halt toe te roepen. Vervang een lamp. Laat de auto vaker staan. Recycle meer afval. Controleer uw banden. Gebruik minder heet water. Vermijd producten waarbij veel verpakkingsmateriaal wordt gebruikt. Stel uw thermostaat anders in. Plant een boom. Schakel elektronische apparaten uit. Want het is natuurlijk wel makkelijk om naar de Verenigde Staten als grootste vervuiler te wijzen, of naar de EU waar ook nog te weinig aan milieumaatregelen van de grond komt, maar uiteindelijk geldt ook hier: verbeter de wereld, begin bij jezelf. Hoe meer mensen die mentaliteit hebben, hoe meer het milieubewustzijn wordt gevoed, zodat politici worden wakkergeschud. Daar is de Club van Rome al vele decennia mee bezig. Toen in 1972 haar rapport Grenzen aan de groei verscheen, belandde het milieu wereldwijd op de politieke agenda’s. Maar helaas niet met de hoogste prioriteit die het verdient. “Toekomstige generaties zullen zich terecht wel eens afvragen: wat bezielde onze voorouders?” besluit Al Gore de film. “Waarom werden ze niet bijtijds wakker? Die vraag zouden ze ons nu al moeten stellen.”
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
18 februari 2007
Vrijdagavond zaten we weer bij Tony Parsons, die zo’n drie keer per jaar naar Amsterdam komt. Een erudiete Engelsman, huisvader, in de zeventig. Een vrolijke man om van te houden. In het Nederlands verschenen van hem de boeken Het open geheim, Niemand hier… en …Niemand daar, en teksten en video’s van hem zijn te bewonderen op zijn website www.theopensecret.com. Hij is verlicht, bevrijd, gerealiseerd of hoe je zo iemand kan noemen die eh… eigenlijk niet bestaat. Misschien is het wel juist deze onbeschrijflijkheid die zo aantrekkelijk is en die er ook nu weer voor zorgde dat er zo’n 150 mensen aanwezig waren. Waaronder vele oude bekenden uit de Osho-wereld, zoals Maarten die achter de knoppen zat en spookachtig mijn naam de zaal rondfluisterde, en Amrito die smachtend serieus half uit zijn stoel hangend zat te luisteren.
‘This is all there is,’ begint Tony zijn verhaal. ‘All is aliveness,’ waarbij hij die tussen duim en vingers met zijn handen lijkt te proeven, zo niet fijn lijkt te malen. En als een echte zenmeester betoogt hij een kwartier in steeds andere woorden dat we in een wereld van illusie leven. Objecten om ons heen bestaan helemaal niet, zijn niet meer dan een activiteit van de aliveness: gordijnen bestaan niet, er is alleen maar leven dat gordijnt. Maar we leven niet alleen in een wereld van illusies, we zijn ook zelf een illusie. Want eigenlijk is alles ongescheiden en leven we in de droom van gescheidenheid. En zo haalt hij steeds iedere vraag inclusief de vraagsteller onderuit, want zodra je een vraag stelt waarin het woord ‘ik’ voorkomt, begint hij al meewarig met zijn hoofd te schudden om aan te geven dat je nog steeds op het verkeerde spoor zit.
De microfoon blijft rondgaan en ook ik kan niet nalaten om een vraag te stellen. Omdat hij alles steeds tot een activiteit reduceert, suggereert dat alsof er toch nog iets als tijd zou bestaan, maar gelukkig ontkent hij dat. Want ik hou niet zo van de tijd, heb vaak het gevoel dat ik op een bepaald plekje in een filmrol leef. Iets verderop in de rol is de toekomst, een stukje terug het verleden, maar de rol bestaat in zijn geheel in het hier en nu. En zo zitten waarschijnlijk veel aanwezigen te mijmeren over hun eigen vragen en belevingen terwijl Tony vertelt dat alles perfect is.
Voor mij is dat zijn kracht: zijn totale, radicale confrontatie met het hier en nu. Denk je gedachten weg en er blijft niets (of alles) over. Dan is er geen plaats meer voor problemen, voor afgescheidenheid, voor fantasieën, dromen en illusies, voor heimwee en verlangens. Wat alleen overblijft is de werkelijkheid, die de enige waarheid, schoonheid en goedheid is. Maar zelfs de awareness hiervan is Tony nog niet genoeg. Want dan is er nog altijd tweeheid, namelijk iemand die zich bewust is en datgene waarvan hij of zij zich bewust is, subject en object. Ik denk dat velen dit bewustzijn ‘verlichting’ noemen, maar kennelijk is er nog iets ‘beyond enlightenment’ om de titel van een boek van Osho te citeren. Atman en Brahman zijn nog niet één geworden en met minder dan dat is een echte meester zoals Tony Parsons niet tevreden. Bij die eenwording van atman en Brahman kan ik me trouwens niets voorstellen. Maar daar is niks mis mee, want dat kan ook niet anders.
Gepost in Spiritualiteit
7 reacties »
28 januari 2007
Vandaag ben ik 60 jaar geworden. Nu heb ik eerlijk gezegd weinig met het getal 60. Ik kan er niet zo veel mee. Bestaan er planeten die in 60 jaar rond de zon draaien? Een hoek van 60 graden, een sextielaspect is natuurlijk mooi in de horoscoop, maar niet om echt over naar huis te schrijven. Drie maal vier maal vijf, dat is het mooiste dat ik ervan maken kan. Hoewel? Een uur heeft zestig minuten! Maar wat kan ik daarmee? Me realiseren dat mijn eerste levensuur erop zit? Van binnen voel ik me nog steeds die puber van toen. Volwassen worden is nooit mijn beste kant geweest.
Natuurlijk kijk ik op zo’n moment wat terug naar de afgelopen jaren. Die zo totaal anders liepen dan ik ooit voorspeld zou hebben. Het verhuizen naar mijn geboortedorp Oldegeppel in 2001. Sybert die zo’n mooi boek over ons dorp maakte, en die ik voor het eerst ontmoette toen hij als wethouder een wijkschouw organiseerde. Waardoor ik interesse kreeg in dorpse perikelen en hier en daar mijn stem verhief en op de publieke tribune belandde tijdens raads- en commissievergaderingen. En van het een kwam het ander. Sybert interviewde me voor het dorpsblad Wei & Hei omdat hij een astroloog in Oldegeppel toch wel iets unieks vond. En later belandde ik weer in de redactie, en zo ontspon zich een zogenaamd netwerk. Voor het eerst ben ik gaan beseffen hoe zoiets werkt. Je gelooft in elkaar, steunt elkaar, en stimuleert elkaar om de beste kanten van elkaar tot hun recht te laten komen. Daarvoor moet je hart voor elkaar hebben, omdat het verbindend is, niet scheidend of concurrerend. Dat heeft niks met kruiwagens en zo te maken, maar met een positiviteit waarmee je elkaar benadert en behandelt. Waarin je benadrukt hoe belangrijk het is dat elkaars gaven tot uitdrukking komen. Je waardeert elkaar en zo wordt een netwerk een waarde-ring, om een woord van Marten Toonder (die ooit in Oldegeppel heeft gewoond) te gebruiken.
Ik ben mijn oude en nieuwe vrienden daar dankbaar voor, dat ik met deze stimulans een nieuw decennium in mag gaan. Niet in de laatste plaats Vriend, die me in veel ondernemingen onvoorwaardelijke steunde, zelfs als hij helemaal niet zag zitten waarmee ik bezig was. Hij is het, die me onder andere het enthousiasme voor de politiek heeft bijgebracht, en uiteindelijk is het via hem dat ik nu veel nieuwe mensen ontmoet, met wie ik graag na een raads- of commissievergadering in het bruine Oldegeppelse café Pake Piekstra de avond rokerig besluit. Dan voel ik me weer heerlijk thuis. En het valt me op dat ik de laatste tijd veel minder last heb van mijn rug, dat zou er best mee te maken kunnen hebben. Dank je, Vriend! Dank jullie, vrienden!
Gepost in Mijn dorp, Uit mijn leven
Geen reacties »
23 januari 2007
Enkele maanden voordat ik definitief het ouderlijk huis verliet typte ik op mijn kamertje in Amsterdam Slotervaart enthousiast een aantal verhalen bij elkaar. Het was de nazomer van 1968 en ik had net met mijn Gereformeerde Vriend (Niet Vrijgemaakt) een fietsvakantie in Engeland achter de rug. In Brighton had ik een zodanige zonnesteek opgelopen dat ik de rest van mijn leven nooit meer last heb gehad van een te bruin gebakken lijf. In London zag ik voor het eerst de film 2001: A Space Odyssey, die altijd mijn lievelingsfilm is gebleven. En de tekenfilm Yellow Submarine met maar liefst vier nieuwe liedjes van de Beatles. En hoorde ik voor het eerst in een platenzaak een deel van A Saucerful of Secrets, de tweede elpee van Pink Floyd. Het was één van de topjaren van ‘de jaren zestig’ (die volgens mij pas in 1973 eindigden), waarin een explosie van creativiteit plaatsvond. Iedereen had daar last van. En ik dus ook. Zo ontstond de bundel Ja! met acht kleurrijke verhalen die in elkaar overvloeien. Speels. Narcistisch. Hoogdravend. Idealistisch. Vroegwijs. Humoristisch. Visionair. Betweterig. Spontaan. Onvoorspelbaar. Elitair. Romantisch. Provocerend. Kwetsbaar. Psychedelisch. Optimistisch. Puberaal. Zelfingenomen. Maf. Arrogant. Lief. Onzeker. Mystiek. Kortom: de jaren zestig.
Over de verhalen zelf. Brief over het Ware Geloof Mijmeringen over waarneming, bewustzijn, objectivering, subjecten, paradoxen, ontspanning en meditatie, en wel in de volle overtuiging dat alle religies dezelfde basis hebben. Evolutie In een verre toekomstige wereld overleeft de ik-persoon het einde ervan, waarna hij in zijn eentje over de vrijwel levenloze aarde gaat zwerven. In bewust irritant dominerende voetnoten is te lezen hoe de stand van de wetenschap was. Mensenvlees Waarom discussiëren over begraven of cremeren, terwijl je na het sterven elkaar kan consumeren? Dat is de ware liefde, pas dán hou je van elkaar! Met veel voorbeelden uitgewerkt. Huize Nagtlust Er kunnen enigszins maffe dingen gebeuren als je alternatieve artiesten en wetenschapslui in één huis bij elkaar stopt. Om te filmen! Lucy in the Sky with Diamonds Over hoe heerlijk het is om in de lucht te zweven, springen en dansen en Amsterdam zo op zijn kop te zetten. De Zevende Hemel Hoe de ik-figuur met een knipoog sterft, in de hemel belandt, zich er uiteindelijk rot verveelt en God ter verantwoording roept. Gebed Een monologisch dialoog van de schrijver, die een stukje God is, met zichzelf. Brief over het Ware Geloof De auteur kan het niet laten om nog zo’n brief te schrijven waarin hij vroegwijs heel mooi vertelt hoe alles in elkaar zit. En hoewel hij rare ideeën over pacifisme uitdraagt, heeft hij meestal nog gelijk ook.
Bijna 40 jaar later ligt dat boek nu eindelijk voor me zoals het ooit was bedoeld. Want tegenwoordig hoef je geen uitgever meer te smeken of hij je werk wil uitgeven, maar publiceer je het zelf bij een internet-uitgever die alleen exemplaren drukt zodra ze besteld worden. Lulu is zo’n uitgever, en als je daarheen gaat en in het vakje ‘Zoeken naar:’ intikt ‘Satyamo’ kom je meteen bij Ja! terecht. Naast mijn bed ligt een hele stapel van die boeken, want zeker voor de eerste keer is het nogal experimenteren geblazen met deze manier van uitgeven. Maar het is keurig gelukt en het heeft zelfs het originele kaft uit 1968. Het stofomslag van de gebonden editie (€ 16,66) heeft ook tekeningen op de binnenflappen, maar die ontbreken in de paperback editie (€ 8,23). Het duurt even voordat je het in huis hebt, maar dan heb je wel iets unieks. Waarbij ik eerlijk moet toegeven dat Ja! geen literair hoogstandje is, maar wel ontzettend leuk en heel tekenend voor de sfeer van de jaren zestig. Een beetje angstwekkend is dat ik in 1968 nog nooit hasj of weed had gerookt, terwijl sommige passages toch iets anders doen vermoeden. Is het dan toch waar? Ben ik net als Obelix als baby in een ketel met toverdrank gevallen? Want soms is het helemaal te gek, weet je wel.
Gepost in Uit mijn leven
Geen reacties »
18 januari 2007
2013. Na de nogal klungelig verlopen terechtstelling van Bush beginnen lange processen tegen zijn handlangers, zodat straks ook schoothondje Balkenende in de beklaagdenbank zit. De hoofdklacht is dat ze willens en wetens het milieu naar de knoppen hebben geholpen, zodat we nu zitten met de gevolgen van de klimaatverandering. Hoewel met de uitgaven aan oorlogen alle problemen meerdere keren uit de wereld hadden kunnen zijn geholpen, kozen zij liever voor macht, wapens, armoede en ziekte. De hoofdstad van Nederland heet Amster en de grote haven Rotter omdat dammen in geen wegen of velden te bekennen waren toen we die nodig hadden. De bevolking is gehalveerd door verdrinking, terwijl later velen omkwamen door honger, dorst, uitputting of ziekten als malaria. Ik zit op de bemoste dakpannen van mijn huis over het water uit te kijken naar de televisietoren en de spitsen van kerken en moskeeën die boven het water uitsteken. Veel mensen konden niet meer gered worden en zijn verhongerd op de daken van hun huizen, en zonder elektriciteit lag alle communicatie vanaf mobieltjes tot en met internet stil. Het werd ook heel stil onder de langdreinende moessons, waartegen nauwelijks bescherming meer was. omdat men in de afgelopen jaren zoveel mogelijk bomen heeft gekapt om het genot van Google Earth en andere spionage te verhogen…
Heel stil was het ook vannacht. Een onhoorbaar geluid dat je mist. Ben ik wakker of slaap ik? In die wat naargeestige stilte voor de storm zwalkten sombere gedachten door mijn hoofd. Sinds de jaren zestig is de wereld er alleen maar op achteruit gegaan. De mensen worden steeds egoïstischer, trekken zich steeds minder van elkaar aan en cultiveren zelfs die mentaliteit alsof dat iets bewonderenswaardig is. Iets heerlijk manlijks, flinks om je te verliezen in de survival of the fittest. De concurrentiemaatschappij, marktwerking, en dat allemaal om nog kiener, nog slimmer te worden, lees: nog doortrapter en commerciëler. Alsof het maatschappelijk leven één grote ontgroening is geworden opdat we straks als ‘echte kerels’ ons mannetje zullen staan. Kaalgeschoren zijn we nog niet, maar na ontbossen van borst en benen en alles dat daartussen zit zal dat nog wel volgen. Trots moeten we kunnen zijn op onze slagkracht, op hoe we anderen kunnen belazeren in woorden, massamedia en reclame. Terwijl de voedselbanken uit de grond rijzen zijn we trots op onze welvarende economie en hopen we dat de AEX boven de 500 blijft dank zij de VOC-mentaliteit van uitbuiting, moord en plundering. En het ergste is dat we met dit alles het milieu en het klimaat, en daarmee onze hele wereld naar de knoppen helpen. De smoes dat het natuurlijke fluctuaties zijn gaat niet meer op – steeds meer wetenschappers zijn ervan overtuigd dat vooral menselijk ingrijpen verantwoordelijk is voor de klimaatverandering. Dus ook voor deze te warme januarimaand. Dus ook voor deze storm.
De wereld wordt steeds minder leuk om in te leven en steeds meer mensen denken erover om te emigreren. Voor de ultieme emigratie vind ik het nog wat te vroeg, hoewel ik er soms wel naar verlang, zoals het een goed romanticus betaamt. Het lijkt me steeds makkelijker om te sterven, wat natuurlijk ook met het ouder worden te maken heeft. Want op een zekere leeftijd zie je hoe alles zich steeds herhaalt, hoe steeds elke generatie opnieuw het wiel uitvindt en dezelfde fouten maakt als de generatie die haar heeft voortgebracht en tegen wie ze zich zo verzette. Je gaat alles wat meer relativeren en krijgt tegelijk een hopeloze compassie. Voor je eigen kinderen die je opnieuw verliefd ziet worden terwijl je in gedachten al het servies door de kamer ziet vliegen. Voor de onbeschofte buschauffeur die ook niet beter weet dan dat hij stipt op tijd moet rijden, elektronisch gecontroleerd wordt en niet meer over de mobilofoon met zijn collega’s kan babbelen. Voor de druk druk drukke manager die zichzelf overschreeuwt om weg te vluchten van zijn grote leegheid en machteloosheid. Geleidelijk aan zie je hoe de wereld een rotzooitje is. En altijd een rotzooitje zal blijven. En dat dat goed is. Want stel nu eens dat onze maatschappij ideaal was, wat dan? Dan zou hij niet meer de ultieme uitdaging zijn om je te testen op je identificaties. Want dat is de wereld: een leerschool om erachter te komen in welke mate je je vereenzelvigt met alles en iedereen om je heen. Wees in de wereld, maar niet van de wereld, zei Osho vaak. Blijf in het centrum van de cycloon.
Liggend in bed voelde ik mijn lijf en mijn gevoelens. Kon even stil liggen kijken naar de wild zoemende chaotische wolken van gedachten in mijn hoofd. Het maakte niets uit wat al die insecten me wilden zeggen, er was iets dat dit allemaal waarnam. Wie? Wat? Waar? Met het goede voornemen bewust te blijven viel ik in slaap. Om vandaag overdag weer eens verder te oefenen. Treinen rijden niet meer. Bomen vallen op gebouwen en auto’s, waarbij doden vallen. Een motorrijder, een bromfietser en een fietser komen om in het verkeer. Een bouwkraan valt op een universiteitsgebouw. En de gemeenteraadsvergadering, die ik zo mooi had voorbereid, is uitgesteld. Ik hoor de takken van een boom tegen de muur en het dak slaan en vind het eigenlijk nogal eng allemaal. Snel deze weblog maar publiceren, voordat het dak boven mijn hoofd eraf waait. Wees in de wereld, maar niet van de wereld. In het centrum van de cycloon. Wees in de wereld, maar niet van de wereld. In het centrum van de cycloon. Wees in de wereld, maar niet van de wereld. In het centrum van de cycloon…
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit
Geen reacties »
12 januari 2007
Meer luisteren naar de wetenschap. Politici laten hun oren veel te veel naar de ongeduldige burger hangen en zouden er beter aan doen gebruik te maken van experts. Dit is één van de adviezen van Richard Engelfriet en Herman de Regt in hun niet onaardige boekje Verkeerd Verbonden! Hoe Nederland verzuimt problemen op te lossen. Vriend kwam er vorige week mee aanzetten, en de nogal elitaire visie die ervan uitstraalt spreekt me wel aan. Zo spreken de auteurs de mythe tegen dat Pim Fortuyn een populist zou zijn, want welke populist gaat keurig in driedelig pak de wijk in, vertelt in geuren en kleuren over zijn homoseks en had zoveel lak aan wat de mensen van hem vonden? Het is ook mijn ervaring dat veel populisme schuilt in mensen die anderen dat verwijten: het is heel populair om iemand voor populist uit te maken.
Meer luisteren naar de wetenschap. De burger roept meestal maar wat over zaken waar hij helemaal geen verstand van heeft, betogen Engelfriet en De Regt, zonder zich af te vragen hoe dat dan komt. Veel verstandiger is het om te luisteren naar de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het Centraal Planbureau of de Sociaal Economische Raad. En daar zit wel wat in, want beleid zou stevig onderbouwd moeten zijn en niet gebaseerd moeten zijn op zomaar ‘een mening’. Terecht wordt (gelukkig ex-) minister Hoogervorst gehekeld wegens zijn verklaring dat ME géén ziekte is, dwars tegen alle wetenschappelijke standpunten in. Of het kabinet, wegens haar reactie op een WRR-rapport: ‘Gelet op het karakter van het rapport acht de regering het thans echter niet op zijn weg liggen om een inhoudelijke reactie te geven op de aanbevelingen in het rapport.’ Politiek bedrijven is één van de beroepen waarvoor nog steeds geen opleiding of diploma nodig is, en dat is te merken ook.
Meer luisteren naar de wetenschap. Ik ben er heel dubbel over. Omdat ik de wetenschap ook niet echt vertrouw. Of is dat ook maar ‘een mening’ en daarom onterecht? Nandan stuurde me een paar kranteknipsels waarin astronoom Kees de Jager het heel moeilijk heeft met het verhuren van sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht aan… astrologen. Jaren geleden maakten we deze professor mee op een bijeenkomst van astrologen in Tilburg. Daar werd hij geconfronteerd met de resultaten van de groots opgezette onderzoeken van Michel Gauquelin, die aantoonden dat er wel degelijk verband was tussen beroep en planeetstanden tijdens de geboorte. Hoewel het niet de ideale een-op-eenrelaties waren die astrologen graag wensten, zat het statistisch zo perfect in elkaar dat De Jager er even geen antwoord op had. Hij mompelde iets over dat hij het nog nader zou bekijken. Maar een paar weken later zag ik hem alweer op televisie fulmineren tegen de astrologie, waarmee voor mij was aangetoond dat deze man helemaal geen wetenschapper is maar onder die vlag gewoon ‘een mening’ verkoopt. Inmiddels is de goede man 85 en nog steeds niet wijs.
Meer luisteren naar de wetenschap betekent voor Engelfriet en De Regt helaas ook dat wetenschappers uitsluitend voor de maatschappij dienen te werken. Geen hobbyistische zuivere wetenschap meer, maar je alleen richten op praktisch toepasbare zaken. ‘Wetenschap dient niet omwille van zichzelf te worden beoefend, maar dient een doel te dienen dat buiten de wetenschap ligt,’ schrijven ze op pagina 77. Dat betekent echter dat een vak als astronomie grotendeels zou verdwijnen, en dat wens ik zelfs professor De Jager niet toe. De auteurs gaan er dan volledig aan voorbij dat wetenschap ook creatief moet zijn, en dat het hebben van een doel daarmee onverenigbaar is. Immers alleen in ledigheid en doelloosheid kan creativiteit bloeien. De grootste ingevingen ontstaan niet op afroep, maar onder de douche of tijdens de afwas. Beethoven had echt niet in zijn agenda staan: ‘Vandaag Allegretto Zevende Symfonie componeren.’ Ik ben ervan overtuigd dat juist de zuivere wetenschap, zij het op langere termijn, mens en maatschappij kan en zal dienen. Zonder openheid, verwondering en geduld kan nooit iets ontstaan dat je wetenschap of kunst zou kunnen noemen.
Gepost in Maatschappij en politiek, Wetenschap
Geen reacties »
25 december 2006
‘Denk erom dat je ruimte geeft aan mensen die ter communie willen,’ waarschuwt Vriend me terwijl we tegen middernacht door het donkere Oldegeppel naar de grote basiliek in Nieuwegeppel fietsen. Misschien wel terecht, want vaak ben ik niet echt in deze wereld, en dat geeft wel eens wrijvingen over hoe het hoort en zo. ‘En denk eraan: dit is geen concert, maar een mis!’ Ja ja, ik zal niet klappen! ‘En als mensen bij het binnengaan hun hand in het water dompelen of een kruis slaan, doe dat dan ook.’ Ja ja, ik zal proberen me zo onopvallend mogelijk te gedragen… En zo belandden we ergens achterin een bomvolle kerk, ons half verschuilend achter pilaren kijkend naar het kleurige en geurige ritueel dat ons overspoelt met een traditie van millennia mystiek. Het is een Latijnse mis, zoals het hoort, maar er worden ook Nederlandse kerstliederen gezongen. Het Stille nacht zing ik graag mee, maar met De herdertjes lagen bij nachte lukt me dit maar één couplet omdat ik de tekst verder niet uit mijn strot kan persen. Er zijn grenzen. En zangers genoeg in Oldegeppel aan wie ik dit lied graag overlaat.
Een koor zingt gedeelten uit de Krönungsmesse van Mozart, die ik niet herken omdat ik hem – vreemd genoeg – nooit bewust heb gehoord. Het orgel begeleidt dit met een iets te moderne harmonisatie. En er wordt natuurlijk een verhaal verteld. Na een kort historisch overzicht van de schepping tot heden en de constatering dat religie de laatste jaren weer helemaal terug is, concludeert de pastoor toch stilletjes dat het katholicsime eigenlijk de enige echte religie is. Waarmee volgens mij alle ellende begint. Maar hij liet ook een positief geluid horen. Want het ging niet alleen om de vreugde van de geboorte van Gods Zoon in de wereld, maar ook om zijn geboorte in onszelf, zoals hij er nog even aan toevoegde.
De geboorte van God in ons, dat gnostieke idee ging tien jaar geleden in mij leven tijdens een concert van de Bachvereniging in de Westerkerk in Amsterdam. Tijdens het meezingen van oude kerstliederen realiseerde ik me opeens dat het hele evangelie niet over iets anders ging, niet over andere mensen in een andere tijd, maar gewoon over mij zelf. In de loop der jaren is me dat steeds blijven bezighouden. Om uiteindelijk door te krijgen dat het qui tollis peccata mundi helemaal niet over een ander gaat, die de zonden van mijn schouders neemt, maar over mijn eigen moed om in hart en nieren het bewustzijn van pijn en leed te verdragen. De moed om mezelf te verliezen, de moed om voorbij de grenzen van mezelf méé te voelen. Dat is ook de betekenis van empathie, waarover Douwe Tiemersma in de laatste elektronische Advaita Post vertelt: ‘je kunt de plaats innemen van de ander, je voelt als die ander in de eerste persoon, hoe die ander zich als eerste persoon ervaart. Dat betekent dat er geen gescheiden zelfzijn is. Bij empathie is er dus de doorbreking van de grenzen tussen personen tot een zekere mate van non-dualiteit. Maar, empathie is er altijd al. In de tijd komt de eenheid, de symbiose en empathie vóór gescheidenheid. Eerst en fundamenteel is er ongescheidenheid en alleen daarom is empathie mogelijk.’
Kerstmis. Het Woord is vlees geworden. Et incarnatus est. De goddelijke eenheid is afgedaald in onze wereld van tweeheid, zoals Bach in het gelijknamige deel van zijn Hohe Messe met het splitsen van vioolmelodieën laat horen. Dit hele gebeuren wordt voor onze ogen vormgegeven. Het brood en de wijn: belletjes klinken op het sacrale moment waarop deze in het lichaam en het bloed van Christus veranderen. Laat de Gezondheidsraad en de Bond tegen de Kwakzalverij maar niet merken wat hier gebeurt! Maar ook voor mij is deze transsubstantiatie een wonderbaarlijke gebeurtenis die ik maar moeilijk vatten kan. Ik kan me voorstellen dat Christus tijdens het laatste avondmaal in de vorm van brood en wijn afstand nam van lichaam en ziel, van vlees en bloed. Dat dit een ritueel zou moeten worden opdat zijn discipelen zich ervan bewust zouden blijven veel méér te zijn dan lichaam en ziel, zodat de geest in hen kon ontwaken. Daarvoor hoef ik Christus niet op te eten. Omdat ik moet sterven in het goddelijke, zou ik het bovendien logischer vinden als hij mij opat in plaats van omgekeerd. Maar dat zou het ritueel erg ingewikkeld maken.
Zelden is het ’s nachts zo druk in hartje Nieuwegeppel. Onze fietsen staan er nog en over de Koeiendrift peddelen we huiswaarts in de koude stille en nattige wind. Heb ik me goed gedragen? Ik wist geen raad met een blokje met gleufjes voor munten dat ik toegestopt kreeg. Opeens begon een buurvrouw ons een hand te geven. Ik vergat mijn boekje na afloop in te leveren. En ik heb toch geklapt. Maar dat deed iedereen. Nu nog een biertje en morgen lekker zuurkool eten.
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »
24 december 2006
In het begin was er niets. Helemaal niets. Alleen de stilte weerklonk tussen de grenzen van het lege en donkere oneindige heelal. Zelfs God was er niet, en dat beviel hem helemaal niet. Het is immers geen lolletje om niet te bestaan. Zo zweefde hij door de stille duisternis, tobbend over zijn eigen afwezigheid en broedend op een plan om zichzelf te scheppen. Hij kwam er niet uit. Hij krabde zich achter zijn niet bestaande oren en toen hij die voelde, besefte hij opeens dat hij een geluid moest maken om leven in deze lege brouwerij te blazen. Bij dit idee alleen al gaf hij een zucht van verlichting. Gedragen door de lucht van zijn adem weergalmde zijn zucht door de kosmos, echode zoemend langs ruimtelijnen totdat er draden van trillend licht ontstonden. Gonzend reisden de kleuren kriskras door de ruimte en lieten lange sporen na, spetterden uiteen tegen de buitenkant van het heelal om zich juichend in regenbogen en fonkelende hete lavastromen weer in het centrum van de oneindigheid te storten. Het licht werd vloeibaar en droop overal heen waar het gaan kon. Het weefde water en wolken, waaronder hun natheid stolde tot een stevige grond waarop hun brandende golven zich stortten in een onophoudelijk applaus. Zo werden uit Gods eerste zucht de sterren en de aarde geboren, en al wat leeft. En God was tevreden, want eindelijk bestond hij.
En ook de mensen waren tevreden omdat ze bestonden. In elke baarmoeder werd de schepping in versneld tempo herhaald, zodat iedereen zich bewust was van het eerste geluid als eerste herinnering. De mensen wisten waar ze vandaan kwamen en als ze stierven was hun gehoor het laatste dat overbleef opdat het hen herinnerde aan hun oorspronkelijke bestemming, waar begin en einde samenvielen in een tijdloos eeuwig moment. Sommigen waren echter zo blij dat ze bestonden, dat ze helemaal vergaten dat ze eigenlijk niet bestonden. Overenthousiast begonnen ze zichzelf op de borst te kloppen. Net als god zelf trouwens, die uiterst zelfvoldaan was over het wonder dat hij had verricht door zomaar iets uit niets te scheppen, zichzelf tot leven te wekken. Zo boven, zo beneden. Geen wonder trouwens, want wat was God anders dan het geheel der schepping zelf? En wat waren de mensen anders dan stukjes gestolde God? Zelf was hij voldaan, maar de mensen waren zelfvoldaan en begonnen zichzelf steeds beter te vinden. En van het een kwam het ander en voor God het in de gaten had waren de mensen elkaar al in de haren gevlogen. Want tja, als je bestaat dan wil je ruimte hebben, en respect, en eer, en geld, en voor je het weet ook grasmaaiers, vliegtuigen en granaten. Dat hoort nu eenmaal bij een al of niet bestaand ik, en zoiets kan natuurlijk nooit goed aflopen.
De mensen vergaten wie ze waren en verloren zo hun ziel. Iets waar ze liever niet aan herinnerd wilden worden, want dan zouden ze weten dat ze eigenlijk niet bestonden, niet meer waren dan een zucht van God. En dan zouden ze nergens meer zijn, niemand meer zijn, en dat vonden ze toch een beetje eng. Ze deden dan ook van alles om die gedachte uit hun hoofd te zetten. Ze gingen roken en eten, werken en zweten, alleen om te vergeten. God kon dan ook niet anders dan ze af en toe wakker te schudden uit hun gedroom over eigen ikjes. Sommigen waren echter zo verslaafd aan zichzelf dat ze rampen en oorlogen nodig hadden om wakker te worden. Maar bij anderen waren ziektes en ongelukjes al voldoende om hun domme identificaties met zichzelf weer los te laten. En gelukkig waren er ook mensen die zelfs al van het geluid van de stilte wakker werden. Omdat God wilde dat iedereen op zo’n vredige en zoete manier zou ontwaken, wikkelde hij de stilte in geluiden en beelden. En sinds die tijd vertelt de mooiste muziek over stilte, en herinnert het zwijgende kaarslicht aan het tijdloze waarin alle wezens eindelijk weer één, onsterfelijk en vrij zijn.
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »
23 december 2006
Vanmorgen werd ik pas om half een wakker. Vanmiddag dus. Waarschijnlijk door dat gevoel van eindelijk rust te hebben. Want december is een drukke en drukkende maand, die wat bij betreft uit de kalender geknipt had mogen worden. Het is dan net alsof de hele wereld van alles van me moet en wil. En zelf draag ik daar ook het een en ander toe bij met een kortingsactie voor horoscopen voor mijn astrologiebedrijf Aries Astro-Services. En met het uitbrengen van een nieuwe Vuurfakkel, waarvan ik de eenenzestigste jaargang heb laten beginnen met mooie artikelen van mijn Wijze Tante over Katharen en over homeopathie. Gisteren is voor mij de decemberdrukte afgesloten met een borrel bij onze burgermoeder, die dan het liefst de hele gemeenteraad met aanhang over de vloer heeft. Dankzij het feit dat ik Jurrie niet heb gesproken, die eergisteravond onze fractievoorzitster met Rita Verdonk vergeleek, is het toch nog gezellig gebleven. Terwijl ik ook meer en meer begon te begrijpen waarom politici meestal te zwaar zijn.
Gelukkig staat boven al deze drukkende drukte een ster te stralen. Ik bedoel het levensgrote oplichtende pentagram dat elk jaar rond deze tijd boven Oldegeppel staat te draaien. Een particulier initiatief dat het dorp siert. Hoewel dezelfde familie een gezondheidsloods heeft geopend waarvan lengte, breedte, hoogte en diepte niet echt in overeenstemming zijn met de Oldegeppelse maatvoering. Vorige week was er open dag en het ziet er van apotheek tot tandarts allemaal zo groots en mooi uit, dat je je middenin een stad waant, en buiten weer even moet wennen aan de dorpse laantjes met kleine huisjes en boerderijen achter de heggen. Niet dat ik het een lelijk gebouw vind, maar het hoort gewoon niet hier, op deze plek in het dorp. Net als de volumineuze school en andere grote gebouwen die het kleinschalige karakter van het dorp, en daarmee de schoonheid ervan, ernstig bedreigen. Juist door dit soort megalomanie ontstaan vervreemding, onbetrokkenheid en ontmenselijking. Gelukkig maar dat zich ook psychologen in de nieuwe gezondheidsloods vestigen…
December: de maand om naar een afgelopen jaar terug te blikken. Waarin ook veel dingen gebeurd zijn, die niet in deze weblog zijn vermeld. Een Osho-filmfestival op mijn verjaardag in januari. Bijeenkomsten met Tony Parsons in Amsterdam. Het beklimmen van de Wilhelmshöhe in Kassel met zijn kunstmatige watervallen. De opname van mijn Wijze Tante in een verpleegtehuis. Diverse lokale politieke perikelen. Een bijeenkomst van alle colleges en raden van de zes gemeenten in ’t Ooi, waar de Provincie zijn best blijft doen om een gemeentelijke herindeling door diverse strotten te duwen. Daar zaten we dan in een studio in Heuvelstad, wellicht dezelfde waar ik een jaar eerder de Bijbelquiz zat te doen. Het was duidelijk dat een meerderheid niet overtuigd was van de noodzaak van herindeling. Deze door de provincie autoritair opgelegde grootschaligheid heeft noch van onderop noch van het Rijk veel draagvlak. ‘Niet alle aanwezigen waren ervan overtuigd dat herindeling nodig is,’ las ik in een verslag van deze avond. Dat is politieke taal, want 60 à 70 procent is inderdaad ‘niet alle aanwezigen’. Het is deze herindeling die hét thema van het komende jaar zal worden.
Maar eerst met Vriend genieten van een paar rustige dagen. Ik heb de drie films van In de Ban van de Ring gekocht, en die gaan we samen op bed liggen bekijken. En toen hij me vroeg wat ik wilde eten met kerst, kon ik het niet laten: zuurkool! Lekker uitslapen. Ook onze burgermoeder kan dat goed, want eergisteren bleef haar stoel leeg toen de raadsvergadering beginnen moest. We zaten elkaar vragend aan te kijken, want zoiets hadden we eerder meegemaakt. Zij zal toch niet wéér…? Maar gelukkig kwam ze een kwartier later met nog wat slaperige oogjes binnen. ‘Ik kan me héél goed ontspannen,’ was haar excuus. En dat is een goed teken, want als mensen niet meer kunnen ontspannen is er écht iets mis. De mensen slapen te weinig. Zeker in de winter. En voor het bedrijven van politiek moet je echt uitgeslapen zijn.
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp
Geen reacties »