Oxi

Date 6 juli 2015

De Grieken laten zich niet kapotbezuinigen en hebben dat gisteren duidelijk laten weten. Het aangeboden steunprogramma waar ze tegen stemden zou het land alleen maar verder in de afgrond hebben geholpen. De uitslag van het referendum is ook een protest tegen het neoliberalisme, waar geld altijd belangrijker blijft dan mensenlevens, natuur en cultuur. Zelfs al heb je géén geld: terugbetalen zal je! Vindt Merkel, die we dus eigenlijk nog een rekening moeten sturen voor alle hulp die we haar land na de laatste oorlog hebben gegeven. Duitsland is een prachtland en met Frankrijk heb ik niet zoveel, maar als het hierom gaat is het net omgekeerd: met Hollande is nog wel te praten over een vermindering van de Griekse staatsschuld.

Uiteraard staat rechts Nederland achter Merkel. Daar zijn de Grieken vaak geframed als luie mensen, terwijl ze harder werken dan wij. Ja, natuurlijk zijn in dat land zaken die aangepakt moeten worden, maar daar zou je dan mee moeten helpen in plaats van dat onmogelijk te maken. Maar iemand helpen is al een neoliberaal taboe – lees grondlegster Ayn Rand er maar op na – dus een heel land helpen is echt teveel van het goede. Zoals indertijd de banken de kredietcrisis hebben veroorzaakt, zo heeft Europa zelf de Griekse crisis uitgelokt. Europa, dat kennelijk niet als een groep volwassen mensen met een oplossing wil komen en alleen maar aan het eigenbelang denkt. Ja, hulp kost veel geld, maar zouden we dat niet met zijn allen kunnen opbrengen? Helaas zijn principes kennelijk belangrijker.

De mooiste bankbiljetten die ik ooit gezien heb waren de drachmen, dus wat dat betreft ben ik er niet rouwig om als die weer wordt ingevoerd. Maar het is wellicht slimmer als de Grieken voorlopig lokaal geld gaan drukken en laten circuleren, met weinig tot geen rente zodat het blijft rollen. Dat idee heb ik van de Social Trade Organisation, waarover ik las in het boek Een ander soort geld. Geld is dan weer wat het oorspronkelijk moest zijn: papieren schuldbekentenisjes waarmee men onderlinge betalingen regelt. Maar misschien hoeft het zover niet te komen, kan ook een land ‘too big to fail’ zijn. Want wie houdt nou wie in de houdgreep?

Niemand zit te wachten op een afbrokkelend Europa met een watertandende Poetin aan de zijlijn, dus eigenlijk is er geen andere keus dan Griekenland te steunen door op zijn minst een deel van de schuld kwijt te schelden. Dat is niet alleen menselijk, maar ook gewoon realistisch.

De hemel op aarde

Date 30 juni 2015

De mens is een dromer. Misschien is dat wel het meest wezenlijke waarmee hij zich van de overige natuur onderscheidt: de mens leeft alleen bij hoge uitzondering in het hier en nu. Want ons denken mag dan het ideale middel zijn om mooie uitvindingen te doen en te overleven, het is tegelijk juist datgene dat zijn ware aard voor hem verbergt. Want zijn we niet voortduend gevangen in het net van onze oordelen, herinneringen en verlangens? We denken steeds over de werkelijkheid – wat zij is, wat zij was en wat zij zou kunnen zijn. Terwijl zij er eigenlijk alleen maar is, stralend in haar zo-zijn. Zonder oorzaak of doel, zonder heimwee naar het verleden of verlangen naar een toekomst. Zonder betekenis of oordeel of zij goed of slecht, mooi of lelijk, echt of onecht is. Ja, velen vinden dat het leven zin moet hebben, een bedoeling, maar het meest bevrijdende is dat zelfs die er niet is omdat daarmee wordt voorbijgegaan aan de intrinsieke waarde van het zo-zijn in het hier en nu.

De mooiste momenten zijn die waarin het denken stilstaat en we vrij zijn van alle gedachten die immers altijd over iets gaan en daarmee geen oog hebben voor de realiteit van het hier en nu, waarin alles gewoon is wat het is. Misschien is verliefdheid wel het beste om het mee te vergelijken, wars als zij is van oordelen of zij al dan niet redelijk is, of zij wel goed bezig is en waartoe het allemaal zal leiden. Liefde is blind voor het verstand. Zij is pure blijheid, alleen al om het bestaan van de ander, waarvoor het noch een aanleiding, noch een doel heeft dat verder reikt dan het samenzijn in het hier en nu. En je kunt niet zeggen: ‘Vandaag ga ik eens lekker verliefd worden’, want je hebt het niet in de hand. Het gebeurt gewoon, het overkomt je.

Leven in het hier en nu is ook zoiets dat je alleen maar kan overkomen, want zodra je het wil bereiken – bijvoorbeeld door te mediteren – is je eigen wil al genoeg om het in de weg te staan. Alleen in totale ontspanning, waarin de kramp van het ik met al zijn bedenksels wordt losgelaten, kan het hier en nu worden ervaren. Het overkomt je op een onbewaakt moment, even onvoorspelbaar – ja, het kan niet voorspelbaar zijn – als verliefdheid. Maar dan krijg je wel de smaak te pakken. Want in dat hier en nu ontdek je dat het hier en nu méér is dan het persoonlijke plekje waar je je nu bevindt en het individuele moment waarop je hier leeft. Dan blijkt het zijn in het hier en nu de kiem te zijn voor leven in het altijd en overal. Zo hier, zo overal. Zo nu, zo altijd. Zo binnen, zo buiten. Zo beneden, zo boven. Dat geeft ruimte, vrijheid en vreugde: de hemel op aarde.

De Kaarsvlam, juli/augustus 2015

Hoezo virtual reality?

Date 25 juni 2015

Al in mijn jeugd maakte ik kennis met virtual reality. Nou ja, toen heette het nog niet zo en was het nog in een primitief stadium, maar het was er wel! Bijvoorbeeld in de vorm van de View-Master, een plastic apparaatje waarin je schijfjes met plaatjes stopte zodat je, door die als een soort toneelkijker voor je ogen te houden, maar liefst zeven afbeeldingen in stereo kon bekijken! Wow! Foto’s waarin je echt diepte zag! Een voorloper daarvan had ik trouwens al in de jaren vijftig bij mijn tante in de Van Eeghenstraat gezien: een vooroorlogs houten apparaat waarin je kartonnen kaarten met twee zwart-witte foto’s kon schuiven, en dat je als een zware bril voor je neus moest houden om van een ruimtelijke wereld te genieten.

In feite is het cardboard dat de vpro een paar dagen geleden in mijn brievenbus deed ploffen niets anders dan een vervolmaking hiervan. Dit VPRO Cardboard, geschikt voor zowel iPhone als Android, is een stevig bouwplaatje dat slechts € 14,45 all-in kost en in een oogwenk in elkaar is gezet. Een Oculus Rift voor de smalle beurs, zal ik maar zeggen. In plaats van de schijfjes die je bij de View-Master gebruikte, schuif je nu je telefoon met van het internet geplukte filmpjes achter in het apparaatje. En dat is echt je verwonderen en genieten. Bij voorkeur zittend op een stoel als je het niet gewend bent, want je verliest snel je evenwicht. Nu heet de opgepluste View-Master opeens virtual reality, alleen omdat de stilstaande beelden een film met geluid zijn geworden en alles zich nu panoramisch om je heen afspeelt waarbij je in alle richtingen om je heen kunt kijken.

Maar er zijn wel twee echt wezenlijke verschillen met het speelgoed uit mijn jeugd. Ten eerste is het interactief. Zo kan je bijvoorbeeld met de app InMind VR tussen de neuronen van hersenen zwalken en die een andere kleur geven door erop te focussen. Bij dit soort films kun je echt op reis gaan naar de plekken die je wilt zien, zodat je minder gebonden bent aan een script dat je aanvankelijk wordt voorgeschoteld. Open een deur door erop te klikken, of beter: door erop te focussen en met je hoofd te knikken. De muisbewegingen en het klikken doe je gewoon met bewegingen van je hoofd – wat vooral headbangers psychedelische ervaringen zal geven – en in de toekomst wellicht door iets te zeggen of alleen maar te denken.

Het tweede verschil met iets als de View-Master is de toevoeging van – het woord zegt het al – augmented reality waarbij allemaal informatie over de beelden heen wordt geprojecteerd. Niet een echt nieuwe uitvinding trouwens, want wat is het verschil met de ondertiteling van een film? Tegenwoordig is dit ook bekend van zogenaamde head-up displays, zoals in de Google Glass. Kijk naar een boom en zie meteen wat voor boom het is, waar hij groeit, en hoe oud en hoog hij wordt. Om een dystopisch voorbeeld te geven: kijk naar een persoon en zie meteen zijn of haar medisch dossier, religie, seksuele voorkeur en financiën.

Maar wat hebben deze interactie en augmented reality met virtual reality te maken? Je kan het alleen maar zo noemen als je ook de klassieke View-Master, of de voorganger ervan die mijn tante in huis had, of de ondertiteling van films ook zo noemt. Het enige echt nieuwe is de interactie waardoor je invloed hebt op wat je wilt zien. Wat me aan iets anders aan mijn jeugd doet denken: de plaatjesboeken die eigenlijk uit drie in de rug boven elkaar gehechte boekjes bevonden en waarin je het hoofd, de romp en de benen naar eigen smaak kon combineren. En er zijn natuurlijk spelletjes zat waarvan de afloop niet vaststaat. Dus dat interactieve is eigenlijk ook niets nieuws. Wat blijft er dan nog over dat virtual reality onderscheidt van dingen die we allang kennen?

Het probleem met virtual reality is dat we eigenlijk niet weten wat het is. Zodat ik blijf concluderen dat het óf niet bestaat, óf dat ons leven er ongemerkt aan alle kanten al in ondergedompeld is.

S5

Date 16 juni 2015

‘Voorgoed ongeschikt’ staat rood gestempeld op het briefje van 1 april 1966 met de uitslag van de keuring voor militaire dienst, ondertekend door luitenant-kolonel H.E. toe Laer, hoofd van de Indelingsraad. Met onderaan in kleine letters: ‘Indien u “voorgoed ongeschikt” of “tijdelijk ongeschikt” bent verklaard, kunt u hierover desgewenst inlichtingen inwinnen bij Uw huisarts.’ Het donkerbruine vermoeden dat ik afgekeurd was wegens gebrek aan geestelijke stabiliteit werd door mijn dokter bevestigd: volgens de gezondheidsclassificatie had ik een ‘S5’. Volgens sommigen was dat heel erg, want zo’n ‘gekkenbriefje’ zou een ernstige belemmering voor mijn toekomstige beroepsleven zijn, maar ik zat er niet echt mee en heb daar eigenlijk nooit wat van gemerkt. Bovendien waren er wegens de babyboom waarin ik geboren ben toch al veel te veel jongens voor de dienstplicht, dus zoveel stelde het niet voor.

Sommigen hebben er echt hun best voor gedaan om met een S5 afgekeurd te worden, maar dat was bij mij niet het geval. Ik liet het een en ander maar gelaten over me komen tijdens de keuring in de Oranje-Nassaukazerne in Amsterdam. Het was natuurlijk wel een beetje vernederend om je in je onderbroek door superieure heren te laten bekijken. De keuring was trouwens niet alleen lichamelijk, want ik herinner me ook een gesprek. Daarin trachtte iemand mij het nut van een leger duidelijk te maken door allemaal spulletjes, die zogenaamd van mij waren, van een tafel tussen ons weg te nemen, waarop ik echter niet veel meer wist te antwoorden dan ‘Tja…’ Ik moest maar weer terug naar mijn groep, maar er werd niet bij verteld waar die was, zodat ik even later ergens op een zaal morsesignalen zat te ontcijferen. Sommige jongens hoefden helemaal niet hun best te doen om een S5 te krijgen, en ik was daar een van.

Hoewel ik niet echt pacifistisch was en een oorlog zelfs iets romantisch vond hebben, zat ik er toch niet op te wachten om twee lange jaren van mijn jeugd aan de dienstplicht te offeren. Want de noodzaak van een leger – zoals vandaag de dag om de Islamitische Staat een halt toe te roepen – rechtvaardigde voor mij niet de daar heersende sfeer en manier van met elkaar omgaan. Schreeuw niet zo, en sta wat minder op jullie rangen en standen, behandel elkaar met respect. Ze wilden een ‘echte man’ van me maken, en dat vond ik toch echt een beetje te ver gaan. Terwijl ik nog niet eens wist dat ik een mietje was. Om soortgelijke redenen heb ik ook nooit lid van een studentencorps willen worden. Maar kennelijk zijn er toch veel mensen die er geen probleem mee hebben om – althans voordat ze gesneuveld zijn – respectloos behandeld te worden.

Ik heb zitten kijken naar een plaat van de Slag bij Waterloo, deze week 200 jaar geleden en een jaar nadat de Fransen de Oranje-Nassaukazerne hadden gebouwd. Daar vochten 140.000 militairen, waarvan aan de Franse kant 40.000 en aan de geallieerde kant (Verenigd Koninkrijk, Pruisen, Nederlanden, Hannover, Brunswijk en Nassau) 20.000 doden vielen. Als ik toen geleefd had zou ik waarschijnlijk gewoon mee hebben moeten vechten, en ik trachtte me voor te stellen hoe het was om me in die strijd te storten. Misschien was ik toen niet zo bang om dood te gaan, opgejut door kameraadschap, marsmuziek en een geloof in een mooi hiernamaals. Terwijl achteraf beschouwd de kans om te overleven net iets groter was, zij het wellicht met ellendige pijnen, amputaties en ziektes. Eigenlijk kan ik het me niet voorstellen in welke hel het lot van Europa toen is gekeerd door Napoleon te verslaan.

Oorlog is soms noodzakelijk, hoewel de val van de Muur heeft laten zien dat het soms ook best zonder kan. Denkend aan mensen die in oorlogen zijn omgekomen word ik stil en voel ik me wat schuldig met mijn S5. Onterecht, want kennelijk zijn voor overgevoelige typetjes als ik andere bestemmingen weggelegd.

De voorstelling

Date 3 juni 2015

Laatst zocht ik naar een plaatje van een koe in een wei. Maar ik kon het niet vinden. Althans niet dat plaatje dat ik in gedachten had, waar het dier achter een hekje stond en een tikje links het beeld uitkeek, in een wei waar hooguit in de verte nog een paar andere soortgenootjes van haar te vinden waren. Een plaatje dat ik nergens op het internet aantrof. Dat alleen maar in mijn hoofd leek te zitten. Ik stelde het me voor. Zag het, en zag het tegelijk ook niet. Want als ik mijn ogen sloot was het niet zichtbaar. Vreemd eigenlijk.

Wat we zien is iets dat zich vóór, in of achter het oog afspeelt. Ik kan een stukje gaan fietsen en naar koeien kijken. Die bestaan dan echt omdat anderen dezelfde koeien ook zien. En omdat ik ze kan aanraken, ruiken, aaien, melken of wat dan ook. Maar niet alles dat zichtbaar is bevindt zich in de buitenwereld. Zo kunnen er soms wolkjes door mijn beeld schieten, zogenaamde mouches volantes die zich in mijn oogbol bevinden. En stond ik in Arnhem voor groen licht te wachten dat alleen maar blauw wilde worden, kennelijk omdat ik in dat spectrum een beetje kleurenblind ben. Tenslotte kunnen ook achter het oog, in mijn hersenen, dingen gezien worden, zoals aura’s en kleurige vormen bij migraine. En al dit soort beelden zijn niet alleen voor mijzelf zichtbaar, want we slagen er steeds beter in om in de hersenen van anderen te kijken.

Op de universiteit van Berkeley slaagde men er in 2011 in image tapping te realiseren en wetenschappers hopen daarmee ook beelden uit onze dromen en herinneringen op het beeldscherm te krijgen. Als dat ook voor mijn voorstelling van die koe gaat gelden, zal dat het zoeken naar een soortgelijk plaatje veel makkelijker maken. Overbodig zelfs, want ik zie het dan meteen op mijn eigen scherm zodat ik Google niet eens meer nodig heb. Maar het lijkt me sterk dat wetenschappers erin zullen slagen om beelden uit mijn hersenen af te tappen die ik zelf niet eens zie. Die koe waarnaar ik zo naarstig zoek zie ik immers alleen maar ‘in gedachten’ zodat het twijfelachtig is of die ergens een formatie van hersencellen doet oplichten. Het dier bevindt zich niet voor, in of achter mijn oog in mijn visuele schors, maar heeft zich veel dieper verstopt.

Op zoek naar het innerlijk zijn veel wetenschappers geobsedeerd door gedachtenlezen, iets wat in het dagelijks leven vaak veel simpeler gebeurt dan iemand in een fMRI-scanner te proppen: Robbie en ik doen er regelmatig aan. De technische mogelijkheid daarvan is niet alleen interessant voor spionage, maar ook voor mensen met een locked-in syndroom die op geen enkele fysieke wijze nog met de buitenwereld kunnen communiceren. Zo werd bij onderzoek in het Max Planck Instituut in 2007 enige correlatie gevonden tussen bepaalde intenties, die immers ook gedachten zijn, en de activiteit van diverse hersengebieden. Verschillende gedachten activeren verschillende hersengebieden: als ik naar een paard kijk levert dat een ander patroon van hersenactiviteit op als wanneer ik naar een huis kijk, aldus een artikel in Elsevier uit 2009 dat ook vermeldt dat Japanse onderzoekers bezig zijn droombeelden te lezen.

‘Grotendeels waar,’ concludeerde nrc.next in 2013 naar aanleiding van de stelling dat je met gedachten een computer kunt besturen. ‘Bij elke ingebeelde handeling wordt een ander hersengebied actief’ en zo kan je het hele alfabet coderen. Dat is een ietwat omslachtige manier om te communiceren – zeker omdat de fMRI-scanner weer van stal moet worden gehaald – maar een zegen voor hen die dat niet op een andere manier kunnen. ‘De meest precieze methode om hersenactiviteit te onderscheppen is met een in het brein geïmplanteerde elektrode die het signaal direct opvangt waar ze ontstaat, namelijk bij de hersencel zelf,’ vertelt nrc.next, en dat is wat volgens de New Scientist in 2013 is gedaan met ratten, die elektronisch met elkaar werden verbonden en zo elkaar hielpen met onder andere het juiste hendeltje in te drukken. Heel mooi natuurlijk, maar kan met dit alles ook de voorstelling, het beeld dat noch buiten, noch op het netvlies, noch op de visuele cortex te lezen is, gemonitord worden? Het innerlijke onzichtbare beeld, dat grenst aan een idee, en waaraan ik me meer verwant voel dan aan wat zich aan de oppervlakte van mijn hersens afspeelt?

Het blijft voor mij de vraag of die voorstelling zich überhaupt in de hersenen afspeelt. Ik kan ook niet bewijzen dat het niet zo is, maar als ik Titus Rivas mag geloven kunnen we heel veel van onze grijze massa missen om toch nog een redelijk leven te leiden. ‘De geest is niet volledig afhankelijk van het brein,’ luidt zijn conclusie die ook gesteund wordt door ervaringen met bijna-doodervaringen waar geen hersenactiviteit nodig is om bewustzijn te ervaren. Volgens Dick Swaab, volgens wie wij ons brein zijn, is dit natuurlijk allemaal onzin, illusie. Alsof zijn eigen denkwereld dat niet zou kunnen zijn. Het is makkelijk praten als je zegt niemand te vinden bij het openen van een schedel, maar wel een beetje materialistisch, beperkt tot de bandbreedte van je eigen zintuigen en instrumenten.

Mijn voorstelling, al is het niet de koe die ik gevonden heb, blijft onvindbaar. Dat kunnen wetenschappers zich misschien niet voorstellen, maar ik wel.

Mijn privacy

Date 28 mei 2015

Als ergens het middel erger is dan de kwaal, dan geldt dat wel voor de inbreuk op onze privacy om terrorisme te bestrijden. Juist hierdoor hebben de laatsten de strijd al gewonnen, met dank aan 11 september 2001. Angst en haat is in merg en been van de westerse wereld gezaaid en rechtvaardigde een buitenproportionele heksenjacht waarvoor we het offer van onze privacy hebben gebracht. Tot vandaag de dag doen de meeste mensen dat graag. Liever veilig gevangen in een panopticum waar ik van alle kanten bespied word, dan het bijna te verwaarlozen risico nemen slachtoffer te worden van een terroristische aanslag. Wat niet wegneemt dat elektriciteitscentrales en internetknooppunten goed beveiligd moeten zijn, maar doe dat dan met betonnen muren en afweergeschut in plaats van in iedereen een potentiële terrorist te zien en alles van iedereen te willen verzamelen – informatie waarvan IS dankbaar gebruik zal maken als zij hier voeten aan de grond krijgt.

Maar wat is privacy eigenlijk? In Wikipedia kom ik begrippen tegen als ‘afweerrecht dat de persoonlijke levenssfeer beschermt’, terwijl er ook verwezen wordt naar de Van Dale waar gesproken wordt over ‘de persoonlijke vrijheid, het ongehinderd, alleen, in eigen kring of met een partner ergens kunnen vertoeven; gelegenheid om zich af te zonderen, om storende invloeden van de buitenwereld te ontgaan, een toestand waarin een mens er zeker van is dat zonder zijn toestemming zo weinig mogelijk andere mensen zich op zijn terrein zullen begeven’ wat later uitgebreid wordt met ‘zelf bepalen wie welke informatie over ons krijgt’ en ‘de wens onbespied en onbewaakt te leven’. Wellicht is het ongestoord alleen-zijn wel de kern van dit alles, waarbij ‘ongestoord’ ook betekent dat je niet bespied of gevolgd wordt, in welke betekenis dan ook, en daarmee eigenlijk een kernkwaliteit is van het alleen-zijn. Waarbij privacy uiteindelijk het recht op alleen-zijn betekent.

Hoewel het de meeste mensen wel schijnt te lukken, zou ik zonder alleen-zijn moeilijk kunnen leven. Voor de voordeur een sigaartje roken zonder dat de buren steeds naar binnen en buiten lopen. Achter de computer zitten zonder gekrijs van heggensnoeiers verderop. In de bus zitten zonder luidruchtig getelefoneer achter me. Dat alles hoort óók bij het door mij gevoelde recht op privacy. De telefoon gewoon niet opnemen. Offline zijn als ik daar behoefte aan heb. Niet alleen alleen zijn, maar ook alleen gelaten worden. Het is niet populair in onze tijd waarin alles met alles verbonden wordt. Een overgrote meerderheid is bang voor het alleen-zijn waarvan de website Inspirerend Leven echter tien prachtige voordelen noemt, en hecht daarom niet zo aan privacy. Mijn privacy is het om Seltsam im Nebel zu wandern, zoals Hermann Hesse dichtte, en ik meen daarop het volste recht te hebben. Want vaak heb ik behoefte aan dat ongestoorde alleen-zijn, alsof alleen daar mijn ware voedingsbron te vinden is.

De reis om de wereld in 80 dagen

Date 20 mei 2015

In 1956 kreeg de bioscoop Nöggerath in de Reguliersbreestraat in Amsterdam een extra breed scherm om De reis om de wereld in 80 dagen te kunnen vertonen. Mijn ouders namen mij mee en als negenjarig jongetje was ik meteen verliefd op die film, vrij naar het boek van Jules Verne. De clou van het verhaal is dat Philias Fogg een weddenschap wint waarin hij beweert in 80 dagen de wereld rond te kunnen reizen en een datum afgesproken wordt waarop hij terug zal zijn in zijn club in Londen. Hij meent net een dag te laat te arriveren, maar terug in de Engelse hoofdstad blijkt hij toch nog op tijd te zijn omdat hij in oostelijke richting de datumgrens was gepasseerd. Maar ik was als kind meer onder de indruk van al die landschappen en taferelen in vreemde werelden, vooral waar de reis door India en Amerika gaat. Later kreeg ik op een verjaardag een 25cm-langspeelplaat met de mooie muziek uit die film. En ik maar dromen en genieten.

Al eerder had mijn vader me wel eens meegenomen naar de Cineac aan de overkant. Aan de voorkant ging je naar binnen en aan de zijkant verliet je de zaal weer, en kwam je uit in een steegje tegenover een patatkraam. Voor het eerst zag ik daar Polygoon-journaals en hoorde ik de beroemde stem van Philip Bloemendal, die nog vele jaren later in de Amsterdamse metro te horen zou zijn. Wat me echter het meest verbaasde was dat mijn vader heel nonchalant het filmdoek durfde aan te raken, want daar snapte ik eigenlijk niks van. In die Cineac zag ik ook eens een film van een arm van een robot, die een dag later in mijn fantasie boven mijn bed verscheen, waarop ik in paniek in mijn moeders armen vluchtte. Ik was kennelijk nog te jong om een verschil tussen fantasie en werkelijkheid te kunnen maken. Of zoals ik het nu zou zeggen: virtual reality van de echte wereld te onderscheiden.

Films zijn een goed voorbeeld van virtual reality, want voor je het weet word je er helemaal in ondergedompeld. Ze zijn nogal immersief, zoals dat met een mooi woord heet. Virtual reality is helemaal geen nieuw verschijnsel, want het gaat om alle technieken waarbij je het hier en nu vergeet, je in een andere wereld belandt die er concreet niet is. Je kan jezelf erin verliezen, en dat is dan ook de grote angst van niet alleen realisten maar ook van spiritueel georiënteerde mensen: je verliest het contact met het hier en nu. Echter omdat ze met dat hier en nu meestal de concrete werkelijkheid bedoelen, verraden ze daarmee hun eigen materialistische inslag. Want in hun hier en nu is geen plaats voor dromen en fantasieën, voor beeldende kunst en literatuur, want ook die voldoen immers aan de definitie van virtual reality.

Terug naar de film met David Niven, Cantinflas, Fernandel, Shirley McLaine, Robert Newton, Bustere Keaton, Peter Lorre en vele anderen waaronder ook momenten met Marlene Dietrich en Frank Sinatra. Ik was helemaal verloren in de spannende momenten waarop een prinses bijna gedoemd was met haar echtgenoot te sterven, een trein bijna in een ravijn stortte, Foggs reisgezel Passepartout bij de indianen op de brandstapel belandde, een houten schip opgestookt werd om Liverpool te kunnen bereiken en nog veel meer. Ja, Around the World in Eighty Days is nog vele jaren mijn topfilm gebleven en tot vandaag de dag speelt de muziek ervan in mijn hoofd. Reizen, andere werelden. Daarover dromen en fantaseren… Kennelijk was ik op mijn negende, mede door mijn liefde voor de sterrenhemel, al een beetje los van de aarde.

Meneer de voorzitter

Date 13 mei 2015

Gisteravond heb ik in het gemeentehuis in de voormalige Bernardusschool weer een vergadering voorgezeten. Of beter: een rondetafelgesprek. Daarin worden onder andere raadsvoorstellen besproken, kan het college om advies vragen, kunnen raadsleden bijgepraat worden, en kunnen burgers inspreken. Net zoiets als commissievergaderingen, maar Blaricum heeft er een andere structuur voor gekozen, iets waarvoor ik al van begin af aan enthousiast was. Wat er wellicht mee te maken heeft dat ik het gewoon leuk vind om zo’n vergadering voor te zitten. Dat vraagt wel wat voorbereiding want over alle onderwerpen moet je natuurlijk op zijn minst globaal wel het een en ander weten. Een inschatting kunnen maken van wat waarschijnlijk al dan niet heikele discussiepunten gaan worden.

Naast raadsleden of mensen uit steunfracties zitten er ook vaak andere mensen rond de tafel, zoals de burgemeester en de wethouders en ambtenaren. En mensen ‘van buiten’, zoals gisteren van de rekenkamer, die vragen over een door haar uitgevoerde ‘korte toets’ kwamen beantwoorden, en de accountant van Ernst & Young die een toelichting gaf op zijn goedkeuring van de jaarrekening en die daarover werd bevraagd. Naast me zit altijd de griffier met wie ik van tevoren een en ander al heb doorgenomen en op wie ik altijd een al dan niet gefluisterd beroep kan doen als er onverwachte dingen gebeuren. De vergadering duurde drie uur – inclusief een korte pauze die ik halverwege inlaste – en iedereen had na afloop een voldaan gevoel.

Waarom ik dit zo leuk vind? Misschien wel omdat ik het belangrijk vind om een goede sfeer te scheppen. Dat doe je niet door je keihard en strak aan de regels te houden. Zo vroeg ik aan het college of zij op iets wilde reageren. ‘Dit is nogal ongebruikelijk,’ vond de burgemeester. ‘Maar soms is iets ongebruikelijks ook leuk,’ antwoordde ik. Uiteindelijk hield ze zich toch liever op de achtergrond en het was goed zo, want dit was iets voor raadsleden om elkaar onderling over te bevragen. Ze mogen in eerste instantie twee vragen stellen en soms smokkelt iemand er onopvallend een derde vraag bij, maar juist door dat lichtvoetig te benaderen – ‘Ik dacht dat u al twee vragen had gesteld, maar het waren kennelijk vraag 1a en 1b?’ – doen weinigen er moeilijk over. Ja, ook humor draagt bij aan een goede sfeer. Maar dat is moeilijk te plannen, dat gebeurt gewoon.

Soms heb ik het wel moeilijk met de uitgebreidheid van vragen en antwoorden. Als iemand iets al gezegd heeft, waarom moet hij het dan nog eens in andere woorden herhalen? Als ik een vraagteken, komma of punt hoor ligt mijn wijsvinger alweer op de knop van de microfoon, maar omdat ik zelf wellicht een beetje te vlug van begrip ben, trek ik hem vaak weer terug. Wat niet wegneemt dat ik soms écht iets moet afkappen, met de beschikbare tijd als argument om dat te doen. Vooral insprekers ‘van buiten’ hebben er moeite mee zich aan de afgesproken vijf minuten te houden wat soms pijnlijke situaties oplevert die ze echter zelf hebben opgeroepen omdat ze van tevoren van de tijdlimiet op de hoogte zijn gesteld. ‘Ik geef u nog één minuut om af te ronden,’ zeg ik dan na vijf of zes minuten.

Misschien vind ik dit alles zo leuk omdat het verbindend werkt. Ik vind het namelijk – tegen het goede politieke gebruik in – best moeilijk om een hekel aan mensen te hebben, ook als ze standpunten innemen die ik helemaal niet zie zitten, of als ze je uitdagend het bloed onder je nagels vandaan trachten te halen. Kennelijk straal ik zoiets uit. Aan de ene kant is dat wellicht een beetje naïef maar aan de andere kant hou ik wel de boel bij elkaar. Waarbij best plaats is voor wat medelijden met de oppositie als de coalitie iets wil dat zij niet wil. ‘Tja, het is niet anders,’ zeg ik dan met opgetrokken schouders en open handen.

Het is een evenwicht tussen lichtvoetigheid en strengheid, waarbij ik dat laatste indien nodig wel met argumenten onderbouw. Waarbij ik niet bang ben dat er over me heen gelopen wordt, juist door dat een klein beetje toe te staan. En mezelf continu centraal hou, want ik ben de voorzitter en ik heb de regie! Niet alleen door steeds te benoemen wie het woord krijgt, maar ook door onverwachte opmerkingen. Bijvoorbeeld door er, zoals gisteren, aan het begin op te wijzen dat het veel rust geeft óók na afloop niet online te zijn. En door aan het eind van de vergadering te vertellen dat Mercurius de planeet van communicatie en dus ook van vergaderen is – op zo’n moment heb ik honderd procent aandacht – en dat die planeet nu onderging zodat dat het een mooi moment is om de vergadering te beëindigen.

Voor een groot deel dank ik dit alles aan Wim Kozijn, die een poosje burgemeester in Blaricum is geweest en voor mij nog steeds de meest ideale burgemeester is die ik mij kan voorstellen. Ik zat een jaar of acht geleden tijdens een commissievergadering in de publieke tribune. Net als hij. De voorzitter kwam niet opdagen en iedereen keek naar mij om hem te vervangen, en Kozijn joeg me achter de tafel na mijn protesten over dat ik dit nog nooit eerder had gedaan en zo. Af en toe begeleidde hij me vanuit de tribune met een paar woorden en ik begon het eigenlijk heel leuk te vinden allemaal.

Verbinding zoeken. Deelnemers het gevoel geven dat zij al hun eieren kwijt kunnen. Niet al te serieus en af en toe een moment voor lichtvoetige humor. En tegelijk de regie houden, onder andere door duidelijk te zijn over het hoe en waarom van het verloop van de vergadering. Ja, ik kreeg complimenten na afloop alsof dit het soort vergaderingen was zoals het altijd zou moeten zijn. Ik hou van complimentjes – zo ben ik wel – en heb vannacht dan ook heerlijk geslapen.

Vergeten vrijheid

Date 5 mei 2015

‘Het recht niet gezien, gehoord en gevolgd te worden.’ Dat is vrijheid volgens Tommy Wieringa in de Gooi- en Eemlander van 2 mei. ‘Om geheimen te hebben en het leven in te richten zoals het je goeddunkt, zonder een staat die controleert of dat wel de juiste levenswijze is en zijn morele opvattingen opdringt.’ Waarmee hij de hypocrisie aantoont van een overheid die enerzijds vrijheid hoog in het vaandel heeft, maar aan de andere kant veiligheid kennelijk belangrijker vindt dan vrijheid, want zij doet aan alle kanten inbreuk op onze privacy. Een overheid die te stom is om zich af te vragen wat vrijheid nog betekent als er geen privacy meer is. De enige vrijheid die er overblijft is die van de gebaande paden. En een ieder die daar een stap naast doet wordt gevangen in het net van datamining. En dat kan ons allemaal overkomen. Een overheid die zijn eigen burgers wantrouwt is zelf geen vertrouwen waard.

Mensen die zeggen niets te verbergen te hebben zijn brave voorbeeldige burgers die zich keurig gedragen zoals het hoort. Die vieren vandaag vrolijk een vrijheid waarbij hun ouders en grootouders toch wel wat twijfels zouden hebben gehad. Ik zag veteranen en voelde plaatsvervangende schaamte omdat we de door hen zo bloedig bevochten vrijheid hard aan het verkwanselen zijn. Want we laten ons onzichtbaar begluren en besturen, opdat elke discussie over het minste afwijkende idee al in de kiem wordt gesmoord. We vinden het goed dat we geen geheimen meer mogen hebben. Geen recht meer hebben op een ongestoord alleen zijn met onze eigen fantasieën en ideeën. Niet meer anders dan anderen mogen zijn. Niet meer écht outside the box mogen denken en doen. Ja, ik heb wél wat te verbergen – en niet alleen mijn pincode – en wat dat is gaat anderen helemaal niets aan.

Veel verzetsstrijders wisten hoe bloedlink het verzamelen van gegevens is, en als straks Poetin of de sharia hier regeert zullen we daar de wrange vruchten van plukken. Dan zal blijken hoezeer de datamining van de overheid voor onze veiligheid garant staat. Tegen die tijd kan ik beter zorgen dat ik wegkom uit het leven – een keuze waarvan Sartre me terecht bewust heeft gemaakt – want dan is er geen lol meer aan. Nee, ik voel vandaag even helemaal niks van vrijheid, want de oorlog lijkt écht vergeten te zijn. Zoals we ook vergeten zijn wat vrijheid is. Tijdens de stille tocht gisteren in Blaricum werd er al aardig wat afgekwaakt. Vandaag scharen een felle wind, regen- en onweersbuien zich boven de feestvierders, en misschien wel terecht. En wij maar kwaad zijn op de boze en huilende natuur die ons feest bederft.

Dag van de Arbeid

Date 1 mei 2015

Vandaag is het de Dag van de Arbeid. Een dag waarvan ik nooit veel heb begrepen. Want hoe kan je arbeid vieren door juist op die dag vrij te nemen? Kennelijk zijn we helemaal niet zo blij met al dat werken, want anders gingen we er vandaag met zijn allen flink tegenaan. Maar ambtenaren hebben vrij. Net als bankiers, maar dat kan geen kwaad lijkt me, integendeel. Een hypocriet dagje dus, die eerste dag in mei. Want we zijn helemaal niet blij met de arbeid! Ja, we doen alsof, en er zullen best wat mensen zijn die blij zijn met hun werk. Maar de meesten zijn nog blijer als ze na een werkdag weer thuis zijn en wanneer de vakantie is aangebroken.

Het is oorspronkelijk een socialistische feestdag, ter ere van het afdwingen van de achturige werkdag, wat natuurlijk geen overbodige luxe was. Maar om er een verheerlijking van de arbeid van te maken ging mij altijd een beetje te ver. Omdat arbeid in mijn ogen heel vaak slavernij is. Ja, daar waren we vroeger ook al goed in. Maar dat ze slaven zijn zullen weinig werknemers toegeven, geïndoctrineerd als ze vaak zijn door de verheerlijking van werk die vandaag de dag door zowel links als rechts hoog van de toren wordt geblazen. Behalve dan op The first of May. Gij zult hardwerkende Nederlanders zijn, en zo gij dat niet zijt bent u profiteurs, luilakken en gelukzoekers, niet tot enig goed in staat!

Natuurlijk moet er wat gewerkt worden om de samenleving draaiende te houden, en is het niet onredelijk als iedereen daar een eigen steentje toe bijdraagt. Maar dan wel een eigen steentje, want alles dat niet uit de mensen zelf komt, dat opgedrongen en geforceerd is kan nooit iets goeds opleveren. Je moet je hart en ziel in je werk kunnen leggen, enthousiasme, bevlogenheid. Jezelf kunnen zijn. In de jaren zeventig en tachtig wandelde ik vaak langs de Bergwijkdreef tussen Eeftink (waar ik woonde en dat recent is afgebroken) en metrostation Diemen-Zuid. Het was zonnig weer en ik kwam langs een bouwplaats waar ze de toekomstige Hogeschool Inholland aan het metselen waren. Heerlijk leek me dat. Lekker concreet werk uit je handen, gezond buiten werken. Maar toen ik dichterbij kwam hoorde ik de radio schetteren en realiseerde ik me dat ik ook zou moeten leren naar meiden te fluiten.

‘Topman Kok nam pot,’ palindroomde mijn visionaire vader lang voordat de vakbondsleider minister van Financiën werd. Mijn ouders hielden niet zoveel van socialisten en pas in mijn studententijd hoorde ik het eerst De Internationale. Wat ze zich niet afvroegen was hoe werkgevers hun arbeiders zover kregen dat ze muziek onder het werk nodig hadden, dat ze floten naar passerende meisjes, De Telegraaf gingen lezen en zodanig op hun hurken gingen zitten dat ik me steeds moest inhouden om geen muntje in hun bilspleten te werpen. Ja, vandaag de dag worden niet alleen arbeiders maar bijna alle werkende bevolkingsgroepen geïndoctrineerd om steeds harder te werken en het verplicht leuk te vinden. De vrije markt is verworden tot een vrije slavenmarkt.

Iedereen zal werken! En als er geen werk is dan scheppen we banen en plempen we de wereld vol met overbodige, snel slijtende, onzinnige producten die allesbehalve duurzaam en milieuvriendelijk zijn, bij voorkeur in plastic verpakt. Waarmee we weer banen scheppen voor de managers en reclamejongens die ons laten geloven dat die ons leven zullen verrijken. Terwijl eigenlijk een drie- of vierurige werkdag voldoende zou zijn om veel relaxter, gelukkiger en gezonder te leven. Maar dat gaat mooi niet door omdat werk heilig is. Wie niet werkt zal niet eten. Arbeit macht frei. Ja, als het bezield werk is klopt dat. Maar in plaats daarvan is het een verplichte verslaving geworden die ons bij voorkeur 24/7 bindt. En we laten het allemaal gebeuren! Ontwaakt, verworpenen der aarde!