16 maart 2013
Jammer dat de New York soda ban van burgemeester Michael Bloomberg alweer van tafel is geveegd. Deze zou teveel inbreuk maken op de persoonlijke vrijheid. De vrijheid om je te laten misleiden zullen ze bedoelen. En de vrijheid om te misleiden, want als er ergens misbruik van de psychologie wordt gemaakt is het wel in de wereld van commercie en reclame. Daarbij vergeleken is Diederik Stapel een onschuldige charlatan. Als je uit drie bekers van verschillende grootte kunt kiezen, kiezen de meeste mensen voor de middelste maat, dus schalen ze alle groottes op. Ik vind het zelf ook al een crime als ik op het station veel meer cola uit de automaat moet halen dan ik eigenlijk wil. Niks geen vrijheid. Reclame maakt misbruik van onbewust beïnvloeding van mensen door herhaling en herhaling, en met associaties door bloedmooie vrouwen op de motorkap van auto’s te laten zitten. Misschien dat ik daarom als homo ook geen auto heb. En wel een abonnement op nrc.next dat me in een winkelstraat is verkocht door een leuke knaap.
Het Amerikaanse volk gaat aan dikte ten onder. Vliegtuigstoelen moeten worden aangepast en eerlijk gezegd vind ik het terecht dat dan voor een vliegticket extra betaald moet worden. Zoals ik ook vind dat in het openbaar vervoer niet alleen het aantal kilometers dat je aflegt berekend zou moeten worden, maar ook je gewicht. Een weegschaal onder de treeplank en wat slimmigheidjes met die vermaledijde OV-chipkaart voldoen. Ik heb ook ergens gelezen dat obesitas, diabetes en Alzheimer heel goed samengaan, dus wellicht is de domheid en simpelheid van het Amerikaanse volk nu al een gevolg van decennia Coca Cola en McDonald’s. Ja, ik heb geen hoge pet op van Amerikanen, al was het alleen maar om hun naïeve geloof in de American dream, die zich geleidelijk ontpopt als de American nightmare. Natuurlijk ben ik voor vrijheid, maar ik ben niet voor de vrijheid om andere mensen te misleiden en hele bevolkingen zo naar de bliksem te helpen. Dan moet je toch af en toe ingrijpen.
Soms gebeurt dat ook. Een beetje dan, heel voorzichtig. Zo krijgen we straks verschrikkelijke plaatjes op pakjes sigaretten. Nu staat er alleen nog maar op dat roken dodelijk is, en dat het de potentie vermindert en zo. Dit mooie voorbeeld moet ook in de voedings- en drankenindustrie gevolgd worden. Dus plaatjes van hele dikke kwabbige domme mensen, liefst met veel rimpels, op de verpakking van eh… tja, van bijna alles wat eetbaar en drinkbaar is. Mensen die in paniek naar hun hartstreek grijpen of half verlamd en kwijlend in rolstoelen rijden. En naast die plaatjes, op straffe van het bijleveren van een vergrootglas, in het grootst gebruikte lettertype vermelden hoeveel suiker en zout er in zit. Want nu vertellen de opvallendste letters op een pak Appelsientje Sinaasappel dat het 82 kcal bevat, met wat minder opvallende letters eromheen dat dit per glas is. En wordt de voedingswaarde per 100 ml vermeld, samen met de opmerking dat een glas 200 ml bevat. Veel te ingewikkeld. Zet er gewoon op dat in zo’n pak zowat een ons suiker zit!
Vrijheid, wie kan daar nou tegen zijn? Maar het huidige neoliberale afbraakkabinet staat een ongebreidelde vrijheid ten koste van anderen toe. Ja iedereen moet vrij zijn om te eten, te drinken en te roken wat hij zelf wil, maar heeft er wel recht op te weten wat hij allemaal eet, drinkt en rookt, inclusief kleurstoffen, bestrijdingsmiddelen en smaakversterkers. Pas dan mag de ‘eigen verantwoordelijkheid’ om de hoek komen kijken. Als je eerlijk bent voorgelicht en je je toch een hartinfarct wil vreten, een longkanker bij elkaar wilt roken of seniliteit wilt indrinken, ga dan je gang! Vrijheid, blijheid. Maar verwacht dan niet dat ik wil meebetalen aan je medische hulp. En bovendien: goede waar behoeft geen krans, die verkoopt zichzelf wel vanwege de kwaliteit ervan. Ooit een reclame voor een iPad gezien? Op enkele uitzonderingen na is de meeste reclame gestoeld op misleiding. En zolang misleiding wordt getolereerd is er veel mis met de leiding.
Gepost in Gezondheid en welzijn, Maatschappij en politiek
6 reacties »
8 maart 2013
‘Vind u dat uw gemeente goed functioneert en dat er nog veel verbeterd kan worden? Kies uit de antwoorden van 1 tot 10.’
Met dit soort vragen werd een kleine honderd Gooise bestuurders vanmorgen geconfronteerd in het Singer in Laren, waar Pieter Winsemius een peiling hield over mogelijke samenwerking en fusies van de gemeenten in dit unieke en uitzonderlijke aanhangsel van Noord-Holland dat eigenlijk bij Utrecht zou moeten horen. Hij hield vlotte vrolijke verhalen, die de aanzet vormden tot stellingen waarvoor het onmogelijk was een cijfer te geven. Ook omdat hij die zo uitgebreid toelichtte dat je tegen de tijd dat je op het knopje moest drukken al niet meer wist wat het resultaat daarvan eigenlijk betekende.
‘Kunt u de vraag in tien woorden samenvatten?’ vroeg ik nog, waarop die samenvatting soms weer de oorspronkelijke stelling tegensprak. En ik was niet de enige die het daar moeilijk mee had.
Op gegeven moment ben ik de zaal uitgelopen om lekker buiten een sigaartje te gaan roken, in de stille lentezon starend naar een enkele vroege museumganger. Ik twitterde over de chaos en vroeg me opnieuw af hoe dit soort flutpeilingen toch mogelijk was, wetende dat het geen enkele toets van serieus onderzoek zou kunnen weerstaan. Dit was nog erger dan wat ik ooit bij Twynstra & Gudde heb meegemaakt. Je had dit onderzoek even goed kunnen laten doen door Diederik Stapel. Dat overheden dit soort peilingen enige waarde toekennen getuigt niet echt van intelligentie en doet het ergste vermoeden.
Dit ruikt naar manipulatie, wat nog versterkt werd door het feit dat Winsemius meerdere malen zei dat er niet gemanipuleerd werd. Maar waarom dan niet de stelling waarover gestemd moest worden niet gewoon op het grote scherm waarop de eindscores werden weergegeven? Waarom dan steeds met een cijfer moeten antwoorden wat niet in een getal uit te drukken was? ‘Wie chaos zaait zal chaos oogsten,’ dacht ik. Maar dat was waarschijnlijk ook de bedoeling, want dat geeft hogere overheden nog meer het recht om in te grijpen en gemeentes tot fusies te dwingen, op te schalen tot gedrochten van 100.000 inwoners of meer waar niemand zich meer bij betrokken voelt. Verdeel en heers. Dat gebeurt misschien niet eens bewust of met kwade opzet, maar omdat het eeuwenlang in politici ingeslepen patronen zijn om macht uit te oefenen.
Gelukkig zaten er ook wat heldere geesten in de zaal die zinnige dingen zeiden, maar slechts weinigen gingen naar huis met het gevoel dat samenwerking ook maar één stap meer dichtbij was gekomen, wat oorspronkelijk wel het thema was van deze bijeenkomst. Niet dat gemeenten elkaar in de haren zijn gevlogen, maar wel dat er nu getallen in tabellen staan, zonder dat er bij staat wat er nou eigenlijk is gemeten, en die dus voor van alles gebruikt kunnen worden. Voor de macht, voor grootschaligheid, voor het ontnemen van identiteit. En daar heb ik nog aan meegewerkt ook. Het wordt tijd dat, net zoals Joris Luyendijk dat in de bankwereld doet, er ook in de politiek mensen opstaan die de wereld van beleid en bestuur aan een soort meta-analyse onderwerpen.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
7 maart 2013
Spirituele leringen en literatuur liggen vaak zwaar op de maag. En wel in die betekenis dat er altijd omzettend veel noeste arbeid te verrichten is alvorens iets van bevrijding, van je ware bestemming geproefd kan worden. Als je niet met Marcel Messing tegen duistere krachten moet vechten, laat Jed McKenna je wel weten dat Maya zich niet makkelijk laat overwinnen. De totale vernietiging van het ego, sterven voordat je sterft, kleurt het overgrote deel van het spirituele gedachtengoed, en het maakt weinig wezenlijk verschil of je het dan over Paulus, het calvinisme, Rozenkruisers, Gurdjieff of het gros van het alternatieve new-agegedachtengoed hebt. Er is zwaar en serieus werk aan de winkel en dat zullen we weten ook, daar mogen we niet al te makkelijk over denken. We zullen ons eerst door de krochten, de hel van ons al dan niet collectieve onderbewustzijn heen moeten ploeteren, met weinig kans van slagen omdat we constant door ons ego, de duivel of Maya in de luren worden gelegd. De weg naar Zelfkennis gaat niet over rozen en er moet hoe dan ook geleden worden om onsterfelijkheid, in welke betekenis dan ook, te beërven. Maar misschien is juist dat wel de illusie der illusies, het wezen van Maya in topvorm.
Wat ik vaak aantref is dat het vooral gaat over de slechte wereld met al zijn verleidingen en corruptie, over onze eigen behoefte aan verslaving en oppervlakkig genot, ons gebrek aan bewustzijn van onze eigen verdorvenheid. Dat je geen moment meer van het leven mag genieten zoals het is, tenzij het in het licht staat van verheven idealen van liefde en verbondenheid. Zoals Rob Wijnberg in zijn recente boek De nieuwsfabriek aantoont hoe ons wereldbeeld gecorrumpeerd wordt door de media, zo wordt ook onze visie op religie en spiritualiteit vervalst door leraren en auteurs die ons er bij voorkeur op wijzen hoe slecht en misleidend de wereld en de mensheid zijn. En wel op dezelfde manier, door de aandacht voornamelijk op het negatieve te focussen. Zoals De Telegraaf bij wateroverlast meteen in chocoladeletters kopt dat het halve land onder water staat, zo laten spirituele media maar al te vaak weten dat de mens eigenlijk een diep verdorven ras is en dat bevrijding bepaald niet om de hoek ligt. Terwijl het allemaal halve waarheden zijn, die daarmee erger zijn dan hele leugens.
Een beetje objectieve blik op de echte werkelijkheid laat zien dat deze even goed is als slecht, even mooi als lelijk, en dat deze kwalificaties eigenlijk alleen maar oordelen zijn van ons oppervlakkig verstand dat alles in hokjes en vakjes wil indelen. In veel lelijkheid is op een diepere laag schoonheid te ontdekken. al was het maar die van oude vervallen gebouwen en fabrieken. Achter veel goedheid zitten dubieuze motieven, en de bron van veel haat en kwaadheid is eenzaamheid en verdriet waar op zich niks mis mee is. Uiteindelijk kan je van het hele bestaan niet veel meer zeggen dan dat het is, en daarmee overstijg je alle per definitie fictieve dualiteit, verhef je alles tot een hoger plan van wat ik de echte schoonheid, goedheid en werkelijkheid zou willen noemen. Voorbij dualiteit gaat alles stralen in neutraliteit, met een helderheid waar de spetters van afvliegen. Eigenlijk zou ik dat de echte nulpunt-energie willen noemen, het echte objectivisme.
Bhagwan, die zich later Osho noemde, is een van de weinigen bij wie ik deze manier van overstijgen van de dualiteit herkende. Bij hem mochten alle werelden naast elkaar bestaan. Zorba was Boeddha, en Boeddha was Zorba, en zo kon je dansen in de ashram zonder je daarin belemmerd te hoeven voelen over de armoede en ellende buiten de poort. Bij hem was rijkdom niet per definitie slecht, en armoede niet per definitie goed. Bij hem zaten niet allemaal hongerende Afrikaanse kindertjes toe te kijken om je eetlust op je verjaardagsfeestje te bederven, maar mocht je gewoon genieten van het leven zoals zich dat hier en nu in jouw situatie aandiende, omdat jouw feestje er ook mocht zijn. Rijkdom kun je alleen delen als je dat ook in jezelf toestaat. Dat lijkt neoliberaal, maar hier is het juist de onzelfzuchtigheid die tot bevrijding leidt: de verlichte is bevrijd van oordelen en heeft respect voor het totale bestaan, in welke vorm zich dat ook aan ons subjectieve bewustzijn wil opdringen. Ware rijkdom is te weten dat eigenlijk niets van jou is. Dat je een voorbijgaande reiziger bent in een immense en oneindige kosmos. Te weten dat niet jij in het leven staat, maar het leven in jou.
Serieusheid is de ziekte, serieusheid is de controle van een ego dat zelfs zijn eigen vernietiging in de hand wil houden, serieusheid is de vijand van relativisme, lichtvoetigheid en humor. Maya, de begoocheling die ons in dualiteit wil doen geloven, kan alleen overwonnen worden door haar niet meer serieus te nemen. Maya is de grootste, maar daarmee ook de laatste illusie.
Gepost in Spiritualiteit
3 reacties »
23 februari 2013
Vandaag waarschuwde de paus de kardinalen dat de duivel altijd probeert om de creatie God in de wereld te bezoedelen door middel van ‘kwaad, lijden en corruptie’. Daarmee geeft hij eindelijk toe dat hij zelf de duivel is, en de katholieke kerk dus een duivelse instelling. Opmerkelijk is dat hij kennelijk wel in de duivel gelooft, iets wat voor mij altijd onbegrijpelijk is gebleven als je zegt dat God almachtig is. Maar goed, je kan redelijkerwijs niet van iedereen verwachten hoogbegaafd te zijn, en zeker niet van pausen. Opvallend is echter dat Maledictus niet doorheeft dat hij eigenlijk over zichzelf praat als hij het over de duivel heeft. De paus die samen met zijn almachtige kerk de wereld bezoedelt met kwaad, lijden en corruptie.
Het kwaad. Wat te denken van het kindermisbruik, dat de kerk nu afkoopt met 30 miljoen euro? Saillant detail is dat het vaak jongens betreft, maar dat kon moeilijk anders, want een geforceerd celibatair leven met veel mooie knaapjes om je heen vraagt er bijna om. En was het niet al vele decennia geleden een publiek geheim, waar we ons toen echter nog niet zo druk over maakten, en wat we vergoelijkten omdat spiritualiteit nu eenmaal belangrijker was dan kindermisbruik? Is het niet zo dat de geperverteerde opvattingen over seks niet juist vragen om dit soort misstanden?
Het lijden. Heeft het verbieden van voorbehoedsmiddelen niet in belangrijke mate bijgedragen aan de aidsepidemie waardoor ontzettend veel mensen onnodig aan hun einde zijn gekomen? En heeft het niet miljoenen mensen gefrustreerd in hun natuurlijke behoefte om met elkaar te vrijen en gemeenschap te hebben? De inquisitie bestaat niet meer, maar is niet juist door de katholieke kerk de mens nu nog meer vervreemd van zichzelf en van zijn goddelijke oorsprong?
De corruptie. Ik dacht dat corruptie juist een van de redenen was dat de paus het niet meer aankon om nog te blijven. Net zoals politici soms opstappen omdat ze niet meer tegen alle intriges, misleiding en machtsmisbruik in onze zogenaamde democratie kunnen. En ontstaat er niet een onhoudbare situatie omdat steeds duidelijker wordt dat de Bijbel een opportunistisch ratjetoe is geworden van teksten, die vooral de macht van pausen als onfeilbare bemiddelaars tussen mens en God moeten ondersteunen?
Toch mooi eigenlijk, zoals de paus eindelijk uit de kast komt, als een duveltje uit een doosje! Hij laat zich eindelijk kennen. Maar ook ik ben, net als de paus, opgevoed met een ‘je moet je niet laten kennen’, iets wat ik nooit snapte, want ik wilde me juist wél laten kennen! Gelukkig wil Maledictus dat nu ook en geeft hij eindelijk toe dat zijn kerk verworden is tot een door en door geperverteerde instelling die uit pure machtswellust alles in het werk stelt om de mens van zijn spirituele basis te vervreemden. Als je een beetje gnostiek georiënteerd bent is dat niets nieuws, maar voor de paus is het een hele moedige stap dat hij zo zijn ware, duistere duivelse kant laat zien. Dat is niet voor iedereen even makkelijk, zeker niet voor een paus!
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit
3 reacties »
21 februari 2013
In Second Life hebben we het al lang: augmented reality. De alleroudste vorm hiervan wellicht de roze bril waarmee je vrolijkheid en optimisme aan de werkelijkheid toevoegde. Maar binnenkort zorgt Google ervoor dat er nog veel meer aan de realiteit kan worden toegevoegd. Je zet de Google Glass op je neus, en op een doorzichtig schermpje wordt van alles over wat je ziet geprojecteerd. Op zo’n HUD, een head-up display, zie je dan bijvoorbeeld wat er op het menu staat van een restaurant waar je langsloopt, wanneer het gaat regenen, waar diverse koopjes te vinden zijn en hoe laat de volgende bus komt. Veel van die dingen zijn nu al in onze smartphones te vinden, maar die zullen binnenkort alweer ouderwets zijn. Ook omdat de Google Glass een camera en een microfoon bevat, waarmee je hem al pratend van alles kan vragen. Ja, het beeld van in zichzelf pratende mensen op straat – vroeger toch echt een teken om psychiatrische hulp te alarmeren – zal wel zo blijven, want gedachten lezen is nog een brug te ver voor Google.
Maar spel en fantasie gaan aan de werkelijkheid vooraf, want in Second Life zie ik al boven iedereen zijn naam in een rechthoekig ballonnetje zweven, en het zou ideaal zijn als dat in werkelijkheid ook zo was, zodat ik minder in verlegenheid kwam als ik weer eens een naam van iemand was vergeten. En ook in deze zogenaamde virtuele wereld zijn er diverse schermpjes in mijn gezichtsveld die me niet alleen informatie over van alles geven, maar waardoor ik ook opdrachten kan geven, bijvoorbeeld om iemand bij een ontmoeting even te omhelzen, om in een door mij nagemaakte Rietveldstoel te gaan zitten of om mijn banksaldo te bekijken. In mijn kantoor daar heb ik zelfs een – ook zelfgemaakte – surfer neergezet waarmee ik over het internet kan schuimen, want het is toch handig om vanuit Second Life wat contact met Real Life te kunnen onderhouden. Het moge hiermee duidelijk zijn dat Second Life nog altijd floreert en technisch steeds realistischer wordt. Waarom de meeste mensen dat niet weten en je er nooit meer iets over hoort in het nieuws moet je aan Rob Wijnberg vragen.
Vandaag verscheen in nrc.next een artikel van Ernst-Jan Pfauth over de Google Glass, maar ik moet toegeven dat een en ander me ook een beetje beangstigt. Onterecht natuurlijk, want met technologie is niets verkeerd als we er maar mee leren omgaan. Zolang mensen niet keihard in de bus in hun telefoon zitten te schreeuwen of op de meest onhandige kruispunten in Albert Heijn sms’jes staan te beantwoorden, valt het eigenlijk best mee allemaal. Vrijheid, blijheid, en wie ben ik om mensen die al twitterend over straat wandelen te veroordelen? Ongezellig voor partner, kinderen en hond, dat wel. Ook het argument dat mensen dan als zombies rondlopen vind ik zwak, want wie weet hebben ze dan meer intiem en persoonlijk contact met iemand dan wat Real Life op dat moment te bieden heeft. Wat ik echt eng vind is dat de commercie er vat op krijgt. We leven nu eenmaal in een econocratie, en voor we het weten worden we volgestopt met op onszelf toegesneden reclame. Zelfs ik ben met die decadentie besmet, want ik vroeg me af of ik mijn gehoorapparaat niet gratis kon krijgen op voorwaarde dat ik dagelijks vijf minuten reclame in mijn oren zou laten stoppen…
Met augmented reality is niks mis. Ik heet het zelfs graag van harte welkom. Hoewel ik er dus wel als de dood voor ben dat de reclamebranche een en ander weer eens gaat verpesten. Goede waar heeft toch geen reclame nodig? Ooit een advertentie van Apple gezien? Ik bedoel maar. Maar net zoals op mijn desktop de pagina van nu.nl omlijst wordt met artikelen die ik onlangs bij Neckermann heb bekeken, raak ik dank zij de reclamebusiness steeds meer in mijn eigen wereld opgesloten. Want die jongens weten, mede dankzij tracking cookies, precies wat ik interessant vind, zodat ik steeds meer en meer ingekapseld word in mijn eigen wereld van belangstellingen. Zodat ik uiteindelijk niets nieuws meer zal ontdekken en alle avontuur verdwenen is. Opgesloten in onze eigen informatiecocons is het toppunt van individualisme bereikt. Dan kijken we met zo’n Google Glass letterlijk niet meer verder dan onze eigen neus lang is, dus God behoede ons voor het commerciële misbruik van deze mooie nieuwe techniek. Ik wil graag langs een Hema kunnen lopen zonder dat me een warme worst voor de ogen wordt gehouden.
De nieuwe uitvinding van Google is trouwens niet meteen voor iedereen weggelegd. Zoals voor nerds, zoals Josh Greenman van de New York Daily News bij het artikel in nrc.next toelichtte. Want Google Glass is lastig voor mensen die al een gewone bril dragen. Ik kan me alleen niet voorstellen dat Google geen glazen van verschillende sterktes in zijn bril kan monteren. De vraag is alleen: waar moet ik dan zijn voor zo’n bril? Bij een computerwinkel of bij de opticien? Nou ja, ik zie wel.
Gepost in Computer en internet, Second Life
2 reacties »
16 februari 2013
Vanmorgen kwam ik de naam Rochdale weer tegen in de krant. Deze woningcorporatie was gedurende vele jaren dat ik in Amsterdam woonde mijn geliefde verhuurder. Samen met Pim huurde ik bij haar in 1973 mijn eerste flat in de Bijlmermeer. Maar voor we daar mochten wonen kregen we eerst huisbezoek in Uilenstede, omdat Rochdale wel wilde weten wat voor vlees ze in de kuip kreeg. Vreemd genoeg kregen we toch die flat in Eeftink, een gebouw waarvan onlangs het laatste blok waar ik op de derde verdieping woonde, is afgebroken. Pim trouwde al snel met een Franse vriendin voor wie ik een gevaarlijke concurrent was, vooral sinds de avond waarop Pim na een vrolijke striptease die we samen gaven me bloot omarmde en ook nog lieve woordjes schijnt te hebben gezegd. Ik woonde er dus vaak alleen, maar nog steeds vind ik er weinig mis was met Bijlmermeer in die tijd. Het onderhoud van Rochdale was uitstekend en mijn flat had, samen met de flats Egeldonk, Kikkenstein en Kouwenoord die ook door mijn corporatie werden beheerd, een uitstekende naam in de Bijlmermeer. Als er een ruit in de binnenstraat kapot was, werd die meteen gerepareerd, zodat je niet opnieuw vandalisme uitlokt. Voor dit soort beleid heb je geen managers nodig.
Rochdale had zo’n tienduizend woningen in Amsterdam, en functioneerde uitstekend dank zij haar kleinschaligheid. Ze deden het goed, en het kostte Max dan ook weinig moeite om me mee te nemen in de ledenraad. Bulder heette de baas toen. Het waren goede tijden, ook onder zijn opvolger Verlaan, omdat Rochdale gewoon een goede club was, met een heerlijke socialistische, zo niet communistische sfeer. Wat niet zo verwonderlijk is omdat in het Engelse plaatsje Rochdale in het midden van de negentiende eeuw de sociale woningbouw is uitgevonden. Maar halverwege de jaren negentig veranderde de sfeer. Er werd een nieuw hoofdkantoor in Geuzenveld gebouwd, en onze woordenschat werd uitgebreid met verschrikkelijke woorden als ‘bruteringsoperatie’ en ‘huurconsument’. Ik verwonderde me er toen al over hoe directeur Koziolek die woorden zonder schaamrood uit zijn mond kon krijgen – iets dat mij niet zou lukken. Onder leiding van staatssecretaris Heerma infiltreerde het neoliberalisme de woonsector: corporaties moesten zelfstandig worden en ‘de markt op’. Nou, dan weet je het wel. Want in de vrije markt moet alles steeds groeien en groeien, en zo moest ook Rochdale fuseren met Patrimonium dat vier keer zoveel woningen beheerde, zodat zij samen echt mee konden doen op de woonmarkt. Daarbij bleef de naam wel ‘Rochdale’.
Daar zat ik dan in de ledenraad, samen met 39 anderen. Inmiddels was Max overleden en woonde ik in Buitenveldert. Ook Henk zat een poosje in de ledenraad, voordat hij in de raad van toezicht kwam. En een benedenbuurman met wie ik vrijwel geen contact had. Ik heb denk ik niet zoveel ingebracht – herinner me alleen mijn idee dat alle woningen kabeltelevisie zouden moeten krijgen om de wildgroei van schotelantennes tegen te gaan. Is er nooit van gekomen. Te duur heet dat. Wat meestal eigenlijk betekent ‘geen zin in’ en ‘willen we niet’. Maar uiteindelijk was het dan toch zover: Rochdale moest groter worden. Fuseren met andere corporaties. Dat betekende wel dat zij geen vereniging meer kon blijven maar een stichting moest worden. En het was aan de ledenraad om daarover te besluiten. Op 21 mei 2003 viel de beslissing. Alleen ik en twee anderen, waaronder die benedenbuurman, stemden tegen, en 28 stemden voor deze zelfmoord. We kregen mooie cadeautjes mee, met als klap op de vuurpijl in 2003 een reisje naar het Engelse Rochdale. Maar ik had er weinig zin meer in om met de anderen van de ledenraad in één vliegtuig te zitten, of nog erger: in één hotel. Dat voelde als verraad aan het Rochdale zoals het vroeger was en waarvan ik hield.
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
7 februari 2013
Bijna ongemerkt voltrekt zich een nieuwe technische revolutie die wel eens vergaande gevolgen zou kunnen hebben: de ontwikkeling van de 3D-printer, waarvan nu al een eenvoudige versie voor zo’n duizend euro te koop is. Een kastje dat allerlei objecten van diverse materialen in vele kleuren fabriceert door ze laag voor laag op te bouwen. Dat beperkt zich niet tot tamelijk eenvoudige dingen zoals een moersleutel, maar opent ook de mogelijkheid om meer complexe objecten zoals een geweer en zelfs, gebaseerd op stamcellen, een synthetische lever te bouwen. Deze ‘tweede industriële revolutie’ werd onlangs door Alexander Klöpping en Erik de Bruijn gedemonstreerd in De Wereld Draait Door. Thuis een glas gebroken? Print even een nieuw! Schoenen versleten? Print even nieuwe! En de ontwikkeling van deze printers staat, dank zij open source, in de hoogste versnelling! Zodat we over een jaar of tien allemaal zo’n printer in huis hebben waarmee we eigenlijk alles kunnen maken wat we nodig hebben, wellicht zelfs een nieuwe 3D-printer.
Moet je je voorstellen! Zelfs organische materialen kunnen ermee worden gemaakt! Nooit meer de deur uit om iets te kopen. Gewoon even een koffiezetapparaat downloaden en daar staat het na een paar minuten. ‘Even een nieuw horloge printen,’ zal dan niet meer zo gek klinken als ‘Even bellen’ op het strand in de jaren tachtig. Een heel boek zal door al zijn bedrukte pagina’s nu nog niet zo makkelijk te maken zijn, maar dat is een kwestie van steeds sneller voorbijvliegende tijd. En om een complete auto of een privévliegtuig te maken heb je een iets groter model 3D-printer nodig, maar dat zijn geen dingen die je dagelijks in je huis stalt. Heerlijk moet het zijn om zo’n printer naast je computer te hebben staan! Dan zat ik nu een broodje kaas-ei-tomaat te eten! Het is alleen te hopen dat de diverse printmaterialen niet door HP worden gemaakt, want dan wordt het printen even duur, zo niet duurder, dan een en ander ouderwets in de winkel of via het internet te kopen. Eindelijk is het ideaal nabij dat we niet meer hoeven te werken, zodat we ons kunnen wijden aan zaken waarvoor het leven écht bedoeld was, zoals creativiteit, liefde en ontspanning.
Kunnen we straks ook planten, dieren en mensen printen? Het lijkt er wel op. Ik zou mezelf kunnen scannen en even later kruipt er een tweede Satyamo uit de printer. Wel jammer dat ik dan niet meer uniek ben, maar je moet iets overhebben voor je eigen onsterfelijkheid. Want ook na vele eeuwen kan er nog een kopie van het voorgeslacht worden gemaakt, dus ook van mij. Wie is dan eigenlijk de ware Satyamo? Dat is wellicht niet alleen voor anderen moeilijk, maar ook voor mezelf. Zo vroeg ik me ooit af hoe teleportatie werkt, een alledaags maar toch mysterieus gebeuren in Second Life. Mezelf op de ene plek wegscannen en aan de andere kant van de lijn weer opbouwen, een soort cut and paste in plaats van copy and paste zoals bij het 3D-printen. Maar gaat mijn bewustzijn, mijn ziel dan ook automatisch mee? Of ga ik gewoon dood, en ontstaat er aan de andere knat van de lijn een compleet nieuwe Satyamo, die niet van de oude te onderscheiden is, als mijn eeneiige tweelingbroer? Teleportatie zou wel alle mobiliteitsproblemen, met alle milieugevolgen van dien, in één klap doen verdampen. En de autolobby zou het vast, na omkoping van wetenschappers en politici, met alle macht tegenhouden.
We leven nu eenmaal in een tijd van kopiëren. Hopelijk blijft er daardoor genoeg tijd over voor creativiteit, het maken van nieuwe dingen. Want de 3D-printer dreigt de laatste originele uitvinding te zijn.
Gepost in Computer en internet, Wetenschap
1 reactie »
31 januari 2013
Op mijn verjaardag ben ik met Vriend naar de tentoonstelling Toetanchamon, zijn graf en zijn schatten geweest, in Amsterdam Expo aan de Gustav Mahlerlaan in de Zuidas. Terwijl Marcel met Hanneke nu in India – volgens hem mijn tweede geboorteland – richting Bodhgaya trekken en wellicht een dezer dagen onder de Bodhi-boom verlicht raken, reizen wij door de hallen van deze tentoonstelling nog verder terug door de tijd naar het tweede millennium voor Christus. Beiden hadden het aan de stok met God. Toetanchamon, die leefde van ca. 1342 tot 1323 voor Christus, deed zijn uiterste best het veelgodendom weer in te voeren nadat zijn vader Echnaton het monotheïsme had ingevoerd waar alleen de Zon, Aton werd aanbeden. Maar terwijl Toetanchamon juist aan veelgoderij deed, was voor Boeddha zelfs één god er een teveel, zodat je het boeddhisme eigenlijk geen godsdienst mag noemen. Voor Toetanchaton was echter slechts één god veel te weinig, en omdat de naam Aton zelfs in zijn eigen naam verwerkt was, veranderde hij die in Toetanchamon, zodat de god van de Zon vervangen werd door die van Thebe.
In de tentoonstelling word je meegenomen naar de ontdekking van Toetanchamons graf en ga je meeleven met de ontdekker ervan, Howard Carter, die er in 1922 in een laatste poging in slaagde de ingang ervan te vinden in het Dal der Koningen, goed verstopt opdat het nooit ontdekt zou worden. Alsof je in een computerspel zit daal je af naar de Voorkamer en Zijkamer. ‘In de gloed van zijn elektrische lamp zag hij levensgrote beelden en vreemde dierenkoppen, gouden bedden, een prachtig gedecoreerde troon, albasten vazen, lijkbaren, stoelen, onderdelen van een aantal strijdwagens, fijn beschilderde en ingelegde kisten… een rijk gevarieerde grafvondst van een adembenemende pracht,’ lees ik in de fantastische catalogus waarmee je later het bezoek nog eens kunt herbeleven. Niet dat het echt is allemaal, want het zijn replica’s die je ziet, dus je kan nagaan hoe indrukwekkend de echte grafstukken moeten zijn. Zeker omdat het een reizende tentoonstelling is – zij was al in plaatsen als Seoul, Hamburg, Barcelona, Brussel, Manchester, Malmö en Parijs – zou het transporteren en verzekeren van dit alles schier onbetaalbaar zijn geweest.
Het hoogtepunt van de tentoonstelling zijn de Schatkamer en de Grafkamer. In de eerste staan zonneboten en maanbarken, en onder andere de canopenschrijn, beschermd door vier godinnen, waarin de ingewanden werden bewaard. In de grafkamer staan vier schrijnen die binnen elkaar zijn gemaakt, en achter de deur van de vierde schrijn werd de sarcofaag gevonden, met daarin een houten kist, waarin een tweede kist lag met daarin weer een derde. En daarin… de mummie, die grotendeels vergaan was, met het gouden dodenmasker! Millennia was dit verborgen in het donker, onder drie kisten en drie schrijnen, en ik kon het niet nalaten me af te vragen of al deze omhullingen de zeven lichamen vertegenwoordigden die we zo vaak tegenkomen in esoterische kringen. Tussen cobra’s, gieren, scarabeeën, leeuwen, krokodillen, valken en luipaarden waan je je in een geheimzinnige wereld die eigenlijk niet betreden mag worden, wat dan ook heeft bijgedragen aan de legende van de vloek van de farao’s, die waarschijnlijk bij toeval door enkele incidenten is ontstaan.
Een mooie jongen was hij, Toetanchamon. In 2005 was het dankzij een CT-scan mogelijk een exacte reconstructie van zijn hoofd te maken, waarvan een afbeelding in de catalogus is opgenomen. Maar mooie jongens zijn kennelijk en helaas niet altijd lief en aardig, want deze knaap – hij werd slechts 19 jaar oud – heeft zijn uiterste best gedaan om de erfenis van zijn vader in de vergetelheid te doen raken. Wat doet denken aan hoe in onze tijd mannen met baarden Boeddhabeelden hebben vernietigd en nu in Mali bezig zijn een hele cultuur in gruzelementen te slaan. Beeldenstormen zijn kennelijk van alle tijden, en hun aanvoerders worden vaak nog verheerlijkt ook. Hij verdiende dan ook een mooi graf dat niet ontdekt zou kunnen worden, zodat een piramide daarvoor niet aan aanmerking kwam. Zo’n 3500 prachtige voorwerpen stonden hem bij op zijn reis naar het hiernamaals. Maar het is wel de vraag of hij heden ten dage blij zou zijn als hij Egypte terug zou zien, hetzelfde land waar een kleine tweeduizend jaar later christenen gnostieke teksten verborgen, die later als onderdeel van de Nag Hammadigeschriften bekend zouden worden en waarin toch weer sprake zou zijn van één god, net als bij vader Echnaton. Maar ik ben het wel met Boeddha eens dat ook één god er eigenlijk al een teveel is.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
1 reactie »
28 januari 2013
Wie is de schepper, de kunstenaar, de wetenschapper, de artiest? Wie is degene die iets nieuws in de wereld brengt en schenkt? Hij is de bevlogen mens, die niet anders kan, voor wie het een obsessie is om vorm te geven aan wat hem op mysterieuze wijze wordt geopenbaard. Hij doet niets zelf, maar wordt overvallen door gedachten en ideeën die het verstand en zelfs het hart te boven gaan. Rusteloos is hij als de muzen bezit van hem nemen. Dan is hij niet van deze wereld, en past hij ook eigenlijk niet in deze wereld, omdat er maar één ding belangrijk voor hem is, en hij dan geen tijd en aandacht geeft voor de alledaagse realiteit met haar noodzakelijkheden en verplichtingen. Onsociaal als hij is, laat hij zich niet afleiden, wil hij niet gestoord worden omdat het uiten van zijn creativiteit zijn enige en echte levensvervulling is. Wereldvreemd leeft hij aan de rand van de maatschappij, die hem eigenlijk niet zo interesseert omdat er veel belangrijker dingen zijn te doen. Hij kan niet anders dan de ook voor hem mysterieuze inspiratie te uiten, en heeft geen energie om zich bezig te houden met trivialiteiten als het goed zitten van zijn haar en zich netjes en voorspelbaar te gedragen in een voor-wat-hoort-wat-wereld.
Een aanval van creativiteit is voor hem niet alleen een zegen maar ook een vloek. Hij voelt zich gebruikt door het bestaan, want elk moment van rust en verstilling wordt verstoord door nieuwe golven van inspiratie, waarvan ook hij de bron en betekenis niet kent. Evenmin als anderen begrijpt hij niets van wat hij maakt, en is hij er net zo’n toeschouwer van als de anderen die ervan genieten. Vraag hem niet naar de betekenis van zijn creaties, naar het doel van zijn schepping. Stoor hem niet als hij bezig is, want je treft hem daarbij in het diepst van zijn ziel. Want niets is belangrijker dan scheppen, en hij kent geen rust voordat de laatste penseelstreek op het doek staat, het laatste woord is geschreven, de laatste vergelijking klopt, de laatste danspas is gezet.
Omdat hij geen rust kent is hij jaloers op mensen die het gewone leven leven en vredig van alledaagse dingen kunnen genieten. Hij verlangt naar de burgerlijkheid die hij haat, en zou bij tijd en wijle niets liever willen dan gewoon gewoon zijn. O, stopte die felle waterval van inspiratie maar eens, kwamen zijn hoofd en zijn hart maar eens tot rust! Dan lijkt het alsof alleen drank en drugs hem kunnen verlossen van zijn ongewenste verslaving aan het goddelijke. Het blijft maar stromen en hij kan niet anders dan toegeven, zich overgeven aan zijn onbekende bron. Ja, hij wordt gebruikt door God, die kennelijk anderen nodig heeft om zich te openbaren, die mensen nodig heeft om zich kenbaar te maken. Maar waarom heeft hij juist hem gekozen en kan God niet zijn eigen boontjes doppen? Hij wordt beschouwd als een egotripper, als iemand die alleen maar aan zichzelf denkt, een outcast, een bohémien, die zelfs de meest elementaire omgangsvormen verzaakt en weinig om anderen geeft. Alleen en onbegrepen zwerft hij over de wereld, terwijl die wereld juist zonder hem leeg en kaal zou zijn. Een hoer is hij, een schandknaap die zich door God laat gebruiken, want hij kan niet anders dan zijn wil te laten geschieden.
Gepost in Spiritualiteit
4 reacties »
25 januari 2013
In het boek Op zoek naar het wonderbaarlijke van Ouspensky, leerling en spirituele tolk van Gurdjieff (1866-1949) trof ik een leuk schema aan van vier lichamen van de mens. Daarin hebben we niet alleen een stoffelijk lichaam (het lichaam als ‘voertuig’), maar ook een astraal lichaam (gevoelens en begeerten als ‘paard’), een mentaal lichaam (het denken als ‘koetsier’) en een causaal lichaam (Ik, bewustzijn, wil als ‘meester’). Hoewel er in spirituele kringen wel eens anders over wordt gedacht, beschikt volgens Gurdjieff niet iedereen over die vier lichamen. Zo is het astrale lichaam ‘een grote luxe die slechts weinigen zich kunnen veroorloven’ (p. 53), om over het mentale en causale lichaam nog maar niet te spreken. Als iemand alleen een stoffelijk lichaam heeft – hij is dan een ‘automaat afhankelijk van invloeden van buitenaf’ – kan het best lijken alsof hij ook die hogere lichamen heeft, maar dat komt alleen omdat ook in het stoffelijk lichaam de functies van hogere lichamen aanwezig zijn, zij het dat ze niet uitgekristalliseerd zijn. De functies van het stoffelijk lichaam beheersen dan die van de schijnbaar aanwezige hogere lichamen. Dan worden gevoelens en begeerten door het lichaam bepaald, worden gedachten door verlangens gevormd en worden het Ik, het bewustzijn en de wil aangestuurd door gedachten. Kort samengevat: het hogere wordt beheerst door het lagere, en is eigenlijk niets anders dan pretentie en hypocrisie.
Maar bij die paar mensen die alle vier lichamen ontwikkeld hebben, gaat het juist omgekeerd. Daarin zijn hogere lichamen de baas over de lagere lichamen, en ‘is er één enkel Ik, duurzaam, een en ondeelbaar; er is een individualiteit die het stoffelijke lichaam en zijn begeerten overheerst en bij machte is de tegenzin en weerstand ervan te boven te komen. In plaats van het mechanische denkproces is er bewustzijn.’ (p. 54) ‘Hier ligt een mooie taak,’ zou heer Bommel zeggen, want ‘Alleen de mens die vier volledig ontwikkelde lichamen bezit, kan in de volle zin van het woord een Mens worden genoemd. Deze Mens bezit vele eigenschappen die de gewone mens niet heeft. Een van deze eigenschappen is onsterfelijkheid.’ (p. 56) Werk aan de winkel dus als je wilt dat er na je sterven nog iets van je over blijft. Reïncarnatie is niet iets vanzelfsprekends dat je rustig kunt afwachten, levend in de droom dat hetgeen je in dit leven niet gelukt is wellicht in een volgend leven wordt gerealiseerd. Nieuwe ronde, nieuwe kansen, zoiets. Nee, zonder dat vierde causale lichaam blijft er gewoon niets van je over. En dat we ons niet kunnen voorstellen dat we niet bestaan wil niet zeggen dat we het eeuwige leven hebben.
Niet alleen bij Gurdjieff komen we het idee van de vier lichamen tegen. Want het zijn de terreinen waar respectievelijk handelen, voelen, denken en intuïtie zich afspelen, die weer parallel lopen met de elementen aarde, water, lucht en vuur. Ze komen overeen met vier psychologische functies van Carl Jung: gewaarworden, voelen, denken en intuïtie. Bij de Rozenkruisers kwam ik het begrip ‘viervoudige persoonlijkheid’ tegen als deel van een zevenvoudige microkosmos, hoewel ik daar wel begrepen had dat we al van deze vier ‘voertuigen’ waren voorzien. Aan het einde van een verstilde conferentie op Renova grapte ik vaak over de haast en drukte waarmee na de avondmaaltijd de meesten zich snelden naar hun vijfde voertuig, de auto, om nog voor het journaal thuis te kunnen zijn. Bhagwan sprak van ‘the three H’s’ ofwel hands, heart and head, waarbij het erop neerkomt om deze drie aspecten van onszelf met elkaar in overeenstemming te laten zijn. Wat trouwens in psychotherapieland ooit als een doel van therapie is gepostuleerd. En wat we ook bij Gurdjieffs ‘vierde weg’ tegenkomen. Dat zijn er nog maar drie: aarde (lichaam, handelen), water (astraal, gevoel) en lucht (mentaal, denken), wat zou kunnen wijzen op de bijzondere positie van dat vierde lichaam van vuur (causaal, intuïtie) waarvan de realisatie alleen mogelijk is na het uitkristalliseren van de drie lagere drie lichamen. Gurdjieffs somberheid volgend kunnen we concluderen dat de meeste mensen alleen maar een lichamelijk leven hebben, dat een veel kleiner deel van de mensheid gevoelens heeft – waarbij ik ervan uitga dat met ‘gevoel’ niet louter lichamelijke gevoelens zijn bedoeld, maar die van het hart – en dat een nog veel kleiner deel over verstand beschikt. ‘De meeste mensen denken dat ze kunnen denken,’ grap ik wel eens.
Het lastige met dit soort modellen, waarin de mens over meer lichamen beschikt dan alleen het fysieke lijf, is dat ze vaak suggereren dat dit verschillende, echt van elkaar gescheiden lichamen zijn. Het lijkt me meer voor de hand liggen dat lagere, grovere lichamen niets anders zijn dan een verdichting, een indikking van de meer subtielere lichamen. Wellicht is dat te vergelijken met de aggregatietoestanden waarbij gassen ijler en onzichtbaarder zijn dan vloeistoffen en vaste stoffen, en waarbij vloeistoffen weer minder compact zijn dan vaste stoffen. Het lijken verschillen in kwaliteit, terwijl het eigenlijk om een kwantiteit, een mate van verdichting gaat. Net als bij de kleuren waarbij rood en groen heel andere kwaliteiten lijken te hebben dan groen, terwijl er alleen maar sprake is van een verschil in frequentie. Eigenlijk is er maar één kwaliteit, namelijk die van het allersubtielste deeltje waaruit alles is opgebouwd. ‘One taste,’ zou Ken Wilber zeggen. Van mij mag je het ‘God’ noemen, bewustzijn, liefde of ‘Het’ dat zich openbaart en ontvouwt in de hele schepping.
Ja, we hebben al vier lichamen. Veel meer zelfs, en zelfs zo groot dat we het niet eens meer ons ‘eigen’ lichaam kunnen noemen. We zijn ons er alleen niet van bewust, krampachtig als we hechten aan dat ene fysieke lichaam. Maar zoals niets kan leven zonder de elementaire deeltjes waaruit het is opgebouwd, kunnen de laatste heel goed bestaan zonder dat ze in grovere en zwaardere vormen zijn gegoten. Onze mate van onsterfelijkheid hangt samen met de mate waarin we ons met meer subtielere lichamen identificeren. En dit komt dichtbij het idee van Gurdjieff dat iemand zonder causaal lichaam sterfelijk blijft. En als je onsterfelijkheid wilt verwerven moet je je niet richten op één van je verschijningen, maar op alle tegelijk. Dus niet de weg van de fakir, van de monnik of van de yogi die hij noemt, maar de vierde weg: ‘Met andere woorden: terwijl men aan het stoffelijke lichaam werkt, moet men tegelijkertijd werken aan het denken en de emoties’ (p. 61) – steeds aan alle drie lichamen tegelijk. Dit gaat met een ‘bepaald weten’ van de ‘sluwe mens’. Bedoelt Gurdjieff intuïtie?
Momenteel bestaat het gros van de mensheid uit ‘automaten’. Maar er zijn steeds meer mensen op zoek gegaan door hun focus van bewustzijn te verplaatsen naar andere, subtielere werelden om die als de grond en bron van hun doen en laten te funderen. Momenteel verkeert de mensheid in een dieptepunt van materialisme, en als ik aan uitdijende en imploderende sterrenstelsels denk, laat het idee me niet los dat de hele kosmos voortdurend in- en uitademt, materialiseert en vervluchtigt, pulseert tussen concretie en abstractie, zoals Mellie Uyldert zou zeggen. Dat moet dan ook, want als alles stil zou staan was er geen wrijving, geen energie, geen bewustzijn. En zoals het heelal ademt, zo ademen wij als mensen ook. Ademen we in om ons persoontje, ons ego, ons lijf vast te houden, en ademen we uit om ons te verliezen in fijnstoffelijke werelden. We houden nu onze adem in. Wellicht omdat we ons nog onder water bevinden, gevangen als we zijn door gevoelens en begeerten. De hoogste tijd dus om het hoofd boven het water uit te steken, maar velen kiezen er liever voor om te verdrinken. Maar kan iemand die eigenlijk niet leeft wel sterven?
Gepost in Spiritualiteit
1 reactie »