Pindakaas

Date 29 oktober 2007

Calvé pindakaas hoort uit Delft te komen. Ik kan me niet voorstellen dat die even lekker zou smaken als die op een andere plek, ergens in het goedkopere buitenland natuurlijk, gemaakt zou worden. Nou ja, misschien wel even lekker, maar dan toch ánders. Nou ja, misschien zelfs véél lekkerder, maar dan toch niet meer als ónze pindakaas. Die puur rationeel ingestelde ondernemers denken vast dat het niet uitmaakt in welk land je de pindakaas maakt – zolang je maar dezelfde ingrediënten in de potjes stopt. Onzin! Pindakaas is méér dan pinda’s alleen! Pindakaas neemt de geur, smaak en sfeer van zijn geboorteplek mee, en dat proef je!

Dat heeft met identiteit te maken. Net als het wel degelijk uitmaakt waar Abraham de mosterd haalt, zijn er verschillen tussen dezelfde producten uit verschillende landen. Hollandse pindakaas, daar moeten ze van afblijven, die is gewoon goed en daar valt niks aan te verbeteren. Wel eens Amerikaanse of Engelse peanut butter geproefd? Ik niet! Of misschien ook wel. Maar zelfs als die lekkerder is, kan dat toch geen argument zijn om onze eigen pindakaas op de schroothoop te gooien? Zo moeten we ook onze eigen Hema-worst in bescherming nemen, een broertje van onze pindakaas dat ook uit de fabrieken van Unilever komt. Ook die is gewoon onovertroffen, daar hoeft niks aan veranderd of verbeterd te worden. Voor zover dat al zou kunnen. Geen nieuwe formule, of verbeterde smaak of u proeft zoveel meer, want als ze daarmee beginnen hou ik mijn hart vast.

De Nederlandse identiteit ligt voor het grijpen, en daarom snap ik de mensen niet die eraan twijfelen of er wel zoiets bestaat. Naast onze fanatieke liefde voor de Matthäuspassie, voetballen en Sinterklaas, maken we zelfs kunstwerken van pindakaas, zoals Wim T. Schippers enkele jaren geleden deed. En als je een beetje historisch gevoel in je lijf hebt, koester je al dat soort dingen en gooi je het niet in de Grote Uitverkoop waarmee ons land zichzelf aan het verkwanselen is. Als winst belangrijker wordt dan werkgelegenheid, als efficiëntie een grotere rol gaat spelen dan liefde voor het ambacht, dan is er iets stinkend mis! Staken dus, en blijven staken, jullie in Delft, Oss, Loosdrecht of waar dan ook! Laat je niet uit handen nemen waar je goed in bent!

Veel managers zouden zich diep moeten schamen voor de manier waarop zij binnen enkele jaren hele bedrijven, waaraan mensen generaties lang hun hart en ziel hebben gewijd, naar de bliksem helpen. Gelukkig hoor je steeds meer geluiden dat juist die managers vaak de rotte plekken in de appels zijn. Vaak kunnen ze nauwelijks schrijven wat ze zeggen, en leven ze in een autistisch wereldje waar alles meetbaar, rationeel en materialistisch is. Helaas, pindakaas… Als we hen nou eens aan het buitenland verkochten, dan was een groot deel van ons cultureel erfgoed en van onze identiteit veiliggesteld. Net als onze pindakaas.

Jan Wolkers

Date 23 oktober 2007

Als 19-jarige brutale puber die zelf alles héél goed wist, bezocht ik hem in zijn atelierwoning, ergens in Amsterdam-Zuid. Er stond een abstract kunstwerk dat hij voor de PTT aan het maken was. Het heette Communicatie, vertelde hij. Als het humor was, had ik dat niet door, want daar was ik als puber veel te serieus voor. Ik vroeg hem of hij in God geloofde, of hij een idealist was, of het leven zin had, over de liefde en zo, en op al mijn diepzinnige vragen gaf hij precies de verkeerde antwoorden. En hij maakte het me extra moeilijk door allemaal muziekmakers te noemen waar ik nog nooit van gehoord had, want ik wist natuurlijk lang niet zoveel als ik pretendeerde te weten. De zes boeken die hij had geschreven had ik met rode oortjes gelezen, en nu was hij bezig met De hittegolf. Wat een fantastische titel! Jammer dat ik dat boek nooit heb gezien. Afijn, ik snapte niet de helft van wat hij me verteld had (wat ik natuurlijk niet wilde weten), maar had wel een mooi interview dat te lezen is in Hitweek, jaargang 1 nr. 53, 16 september 1966. Een gesprek met de beeldhouwer, de schrijver, de schilder, maar vooral met de mens Wolkers, noemde ik het, geheel in de stijl van die jaren.

Vorige week is hij overleden. Veel aandacht in de media voor deze natuurmens met een groot hart. Voor wie het vormgeven, concretisering in woorden en beelden van levensbelang was. De man die tragiek definieerde als ‘dat je ervaart dat je ongelukkig bent en het nog fijn vindt ook’ en zich wellicht daarin onderscheidde van veel andere kunstenaars. De man die over seks schreef, maar dat op zo’n mooie gevoelige wijze deed dat het geen porno genoemd kon worden maar bijdroeg aan de seksuele revolutie van die dagen. Die volgens eigen zeggen de eerste was die met lang haar rondliep, al tijdens de oorlog, in Leiden en Oegstgeest. Die tegen de monarchie was, genoot van provo’s en de Stones. Die in 1971 met Godfried Bomans op de Rottumerplaat een wedstrijd alleen-zijn hield en glansrijk won. Wat ik geen beste beurt voor Bomans vond, want mensen die niet tegen eenzaamheid en alleen-zijn in de natuur kunnen heb ik nooit echt hoog ingeschat. Geef me dan maar Jan Wolkers, die zich op het verlaten eilandje bekommert om een scholekster met een gebroken pootje. Op Texel is hij gestorven, een man die genoeg aan zichzelf en de natuur had. Ja toch? Of, zoals hij lijzig zou zeggen, ‘Hè?’

De gemene gemeente

Date 15 oktober 2007

Bovenstaande kop slaat niet op een nieuw album van Suske en Wiske, maar op de weblog die ik vandaag heb geschreven voor de site van mijn partij Oldegeppels Hart. De waarheid moet gezegd worden. Hier volgt de tekst.

Het is natuurlijk van de gekke dat een buurgemeente de helft van je grond en inwoners wil inpikken. Een oorlogsverklaring in het klein. Maar daarom niet minder schokkend omdat het getuigt van dezelfde mentaliteit. Geen wijken voor Zandwijk was één van de leuzen voor de gemeenteraadsverkiezingen, en daar houden wij ons aan. Zandwijk is al groot genoeg en het is een gotspe dat een dergelijke gemeente, door GONG-samenwerking en bestuurskracht te ondermijnen, dan ook nog kleine buurgemeenten om zeep wil helpen. Zandwijk heeft zelfs de brutaliteit om bewoners in het Oldegeppelse Graasland uit te nodigen op een informatieavond over dit onderwerp. Spiegelt Graaslanders voor dat het financieel voordeliger zou zijn om bij de gemeente Zandwijk te horen, alsof het er niet gewoon om gaat dat onze buurgemeente meer inwoners wil hebben. Je moet er toch niet aan denken dat ze straks ook in Graasland dat soort monsters gaan bouwen als de Baronesse die nu op de plek van het voormalige Een In Drie verrijst. Je moet er niet aan denken dat ze bijvoorbeeld het Graaslandpark vol gaan bouwen.

De vraag is of je tegen deze schaamteloze annexeringsdrang actie moet ondernemen. Het stellen van grenzen, op welk maatschappelijk vlak dan ook, is op zich al iets dat niet echt in de Nederlandse volksaard ligt. Daarvan getuigt ook de discussie over identiteit, waarvan sommigen zelfs betwijfelen of die überhaupt bestaat, wat waarschijnlijk te danken is aan het gebrek aan onderwijs en historisch besef waarvan we de komende tijd de wrange vruchten gaan plukken. Integratie op plaatselijk, landelijk en mondiaal niveau is een natuurlijk proces, en dat kan je niet afdwingen, heeft tijd nodig om te groeien. Anno jaar 2048 bestaat er misschien alleen nog maar een wereldburger met een wereld-identiteit, maar zolang het niet zover is kun je dit niet forceren en kan je niet anders dan grenzen blijven stellen en je daaraan houden. Het zal duidelijk zijn dat Oldegeppels Hart blijft vechten voor de eigen identiteit van ons dorp, waarbij zij een natuurlijke integratie nooit in de weg zal staan, want ook die hoort bij haar identiteit.

Wij vragen dan ook van de gemeente een duidelijk signaal richting Zandwijk waarin duidelijk wordt gemaakt dat haar actie de relatie met Oldegeppel ernstig verstoort. Dat Oldegeppel, al dan niet in GONG-verband, heus wel haar eigen boontjes kan doppen. Dat zij niet meer wenst samen te werken met een partner die landjepik speelt en er niet voor schroomt hiervoor bij hogere overheden aan te kloppen. Het getuigt van bestuurskracht om een stevig weerwoord, vergezeld van een vastberaden vuist te laten horen.

Hier en nu

Date 13 oktober 2007

Eigenlijk geloof ik dat er helemaal niets te doen is. Omdat alles er allang is. Dat verlichting niet veel meer is dan op een andere manier naar de wereld en jezelf kijken. Een shift of view, zoals je ook plotseling kunt doorhebben hoe je naar 3D-plaatjes moet kijken. Meer niet. Al dat getherapie en gemediteer is net zoiets als jezelf aan je eigen voeten trachten op te tillen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Ga lekker op het strand in de zon liggen bakken, voel hoe het verstoven zilte zeewater in je huid prikt, luister naar de meeuwen, laat je door de zon verbranden. Voel het zand tussen je tenen, laat je strelen door de overwaaiende geuren van zonnebrandolie. Meer is er gewoon niet! Niet uit gewoonte zijn, maar gewoon te zijn is verlichting. Alles is er al, en dat geldt ook voor het verleden en de toekomst. Wat ik ooit heb meegemaakt is nog altijd aanwezig en gebeurt nog steeds. Als ik me dat realiseer, wordt heimwee vreugde. Wat ik nog allemaal zal meemaken is nu al mysterieus verborgen in mezelf en alles om me heen. Me dat realiserend wordt hoop vertrouwen. Zo smelten verleden, heden en toekomst samen, worden die één en dezelfde werkelijkheid. In het hier en nu.

Dat trachtte ik een groepstherapeut uit te leggen. Maar dat was in Poona. Het soort groepen waar alles mocht, kon, en zelfs moest. Waar je meestal vrijwel naakt rondhing en de muren van de kelder gecapitonneerd waren om de rest van de ashram niet teveel te verontrusten met al het gejank en gekrijs dat we kwijt moesten. Waar de vrouwen moesten kiezen welke man zich het leukste afrukte (ik dus) en waar ik na een woedeaanval in de armen van de bloedmooie en lieve blonde Huub belandde. Een knettergekke wereld misschien, maar wel een leuke wereld. Waar ik echter niet terechtkon met mijn beleving dat ook mijn herinneringen zich in het hier en nu afspeelden. Ik zat in mijn hoofd, zoals dat heette. Leuk bedacht allemaal, die fantasieën, maar ze waren wel een vlucht uit het hier en nu dat zich afspeelde in Bhagwans ashram in januari 1980. Ik kwam nog niet op het idee dat de anderen misschien een nogal bekrompen opvatting van realiteit hadden omdat ze zich beperkten tot het hier en nu terwijl eigenlijk alles overal tegelijk gebeurt. Althans zo heb ik het van de grootste meesters begrepen en zo voelt het ook.

Toch heb ik het gevoel dat ik maar een beetje uit de buurt moet blijven van psychologen (ik dus) en psychiaters. Voor ik het weet lijd ik aan derealisatie en/of depersonalisatie en in het ergste geval word ik door de hulpverlening gedwongen tot het slikken van paardenmiddelen die voor mijn eigen bestwil mijn ziel vernietigen (maar hopelijk niet mijn bewustzijn). Misschien is het stom om dit allemaal op deze weblog te vertellen. Maar ik vind toch dat ook dromen en fantasieën, al die onzichtbare werelden zich eens moeten emanciperen. Zie dat zelfs als een noodzaak om voor mezelf en de wereld nog te redden wat er te redden valt in de huidige cultuurcrisis. Ja, ik ben een culture-watcher, en uit dien hoofde voelt het zowat als een levensopdracht aan om op te komen voor het onzichtbare. Om verleden, heden en toekomst van alles en iedereen te verbinden tot één hier en nu. Tot een hier en nu dat zich niet beperkt tot wat hier en nu is, maar dat alles in tijd en ruimte omvat.

Gisteren waren Vriend en ik bij Tony Parsons in de Muiderkerk. U weet wel: die echte Engelsman van wie je steeds te horen krijgt dat je helemaal niet bestaat, zodat je ook helemaal niets kunt verlangen of doen. En er ook geen vrije keuze bestaat omdat er niemand is om te kiezen. In mijn (!) woorden: hoe kan ik bestaan als alles één is? Nondualisme, advaita is niet echt met woorden uit te leggen. En niet-bestaan moet wel de ultieme ontspanning zijn. De kunst is alleen om dat bewust mee te maken. Het doet goed daar bij Tony Parsons tussen de ongeveer 150 bezoekers andere vrienden en bekenden van vroeger te zien. Nandan en Mandira, Ojas en Dorith, Maarten die nauwelijks ouder lijkt te worden, Marc, Amrito, het voelt allemaal heel vertrouwd. Vannacht bij Vriend in de Bijlmermeer wezen slapen, waar ik nu op bed lig te schrijven terwijl de herfstzon stil naar binnen schijnt. Op mijn zakcomputertje maak ik nu deze weblog. Of beter: er wordt ergens geweblogd. En Satyamo ziet dat het goed is. Eh…

Nobelprijs

Date 12 oktober 2007

Al Gore en het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) hebben de Nobelprijs voor de Vrede gekregen. Dat zal niet iedereen even prettig vinden, want zij hebben de nodige en onnodige tegenstanders. Daarover schreef ik al eerder onder de kop Milieuzwendel, waarin ik mijn keuze meer baseer op de mentaliteit van voor- en tegenstanders, dan op rationele argumenten die wellicht moeilijk te ontwarren zijn. Het kan best zijn dat het huis van Al Gore veel te groot is en hij teveel licht laat branden. Dat hij veel te vaak in vliegtuigen zit, hoewel ik niet zou weten wat je anders moest in Amerika. Dat het arrogant van de mens is om te denken dat hij überhaupt het milieu zou kunnen aantasten. Dat de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer een gevolg is van klimaatverandering en niet omgekeerd. Dat er in An Inconvenient Truth hier en daar gemanipuleerd is met beelden. Dat het heel natuurlijk is dat om de zoveel jaar diersoorten uitsterven.

Maar dat alles doet niet af aan het gegeven dat wij mensen ons gedragen als profiteurs en uitbuiters van de aarde. Als consumenten die alleen maar willen nemen, zonder dankbaarheid of respect jegens de aarde. Die het neoliberale ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke zonder enig historisch besef ook op haar eigen grond en wortels toepassen. Die de mens belangrijker vinden dan de aarde, zodat je je kan afvragen wie er hier nu arrogant is. En dan heb ik het nog niet eens over economische belangen die misschien wel eens heel toevallig voorzichtig een rolletje zouden kunnen spelen in de klimaatdiscussie.

Ik geef toe dat ik dit alles niet anders kan onderbouwen dan door een beroep te doen op intuïtie. En daarbij gaat het niet om mijn intuïtie. Want intuïtie is niet iets persoonlijks, maar een ‘weten’ vanuit een contact met een universeel weten, een soort morfogenetisch veld dat overal aanwezig is. Over het bestaan hiervan is wel eens verteld dat degene die ’s ochtends de puzzel in de krant als eerste oplost daar de grootste moeite mee heeft, maar het daarmee voor mensen die pas later uit hun bed komen gemakkelijker maakt. Het is een weten dat je overkomt. (Bij mij vooral onder de douche.) Niemand weet waar het vandaan komt. Het is net zoiets als een aanval van geluk. (Bij mij vooral in de bus met een iPod in mijn oren.) Het overvalt je gewoon, je hebt er geen invloed op, lijkt uit het Nergens vandaan te komen. Voor de astrologische lezer: ik heb het hier over de planeet Uranus, met zijn flitsende en onverwachte inzichten uit een transpersoonlijk domein.

De crisis waar de mens voor staat heeft alles te maken met het vertrouwen op transpersoonlijke krachten, op dingen die buiten zijn eigen denken, voelen en handelen om gebeuren. Daar is vertrouwen voor nodig, want we geven ons persoonlijke eigenbelang niet makkelijk op. Als we het aandurven om ons met elkaar, de aarde en het hele bestaan één te voelen, dan zullen alle problemen in een oogwenk zijn opgelost, dank zij een nu nog voor onmogelijk gehouden creativiteit. Als we echter volharden in ons egoïstisch eigenbelang, dan zal er niet veel van de mensheid en de aarde overblijven. In beide gevallen is het goed, want terecht.

NOK

Date 27 september 2007

Die vrije markt die tot meer concurrentie zou moeten leiden en daarom goed is voor de consument… Ik geloof er niets van. Die vrije markt betekent gewoon dat de grootste alle kleintjes opeet en dat er één het monopolie overhoudt. Survival of the fittest. Van bijvoorbeeld Microsoft. Want laten we eerlijk zijn: Windows, nee: Microsoft Windows, domineert toch wel een beetje. Net als de vele programma’s die deze softwareheerser maakt, zoals het hier en daar toch wel knullige Word, nee: Microsoft Word. En hun Internet Explorer, nee: Windows Internet Explorer beheerst de markt zodanig dat veel websites expliciet vermelden dat hun site het best te gebruiken is met deze Microsoft browser. Als zo’n gigant dan het onderspit delft wegens misbruik van zijn monopoliepositie – bijvoorbeeld door serverprotocols niet vrij te geven – dan is het echt genieten geblazen. Hoewel dat eigenlijk niet mag, dat uitlachen, als je een beetje spiritueel pretendeert te zijn zoals ik.

Even wat minder spiritueel dus. Veel mensen hebben spijt van Vista, nee: Microsoft Vista in hun computer en willen terug naar Microsoft XP. Omdat het te vaak vastloopt. Omdat programma’s er niet goed onder draaien. Er schijnt een handel te ontstaan in het vervangen van Microsoft Vista met idem XP in nieuwe computers. Back to XP. Leuk! Zelf heb ik in mijn nieuwe computer ook weer XP laten zetten omdat de voordelen van Microsoft Vista me nog steeds niet duidelijk zijn. Het enige waar men het over heeft is de vormgeving, en dan is er geloof ik ook nog iets met DirectX 10, nee: DirectX® 10, waarmee je spelletjes nog sneller gaan. Dat is dan een voordeel, moet ik toegeven. Maar dan alleen omdat ik daarmee de wereld van Second Life nog sneller en scherper om me heen kan beleven. Mijn computer is er wel klaar voor. Voor Microsoft Vista bedoel ik, maar ik wacht eerst het zoveelste servicepack af.

Het blijft een raadsel voor me waarom Microsoft om de zoveel jaar een nieuw besturingssysteem lanceert in plaats van het huidige in orde te maken. Want ook bij XP staat af en toe mijn verstand stil. Zo kwam ik programma’s als Desktop Search tegen, waarvan ik het nut niet snapte omdat het enige dat overzichtelijk was en waar ik niet hoefde te zoeken mijn desktop was. Toen ik begreep dat je ook op andere plekken van de computer kon zoeken werd het zo ingewikkeld allemaal dat ik de neiging om dat hondje de nek om te draaien vaak moeilijk kon weerstaan. Het is maar een voorbeeld. Net als dat register dat als een soort astraal lichaam aan je computer geplakt lijkt te zijn, want hoe en waar dat nou als bestanden op je harde schijf aanwezig is blijft een raadsel. Net als al die beveiligingen en rechten waar ik niks van snap en die ervoor zorgen dat ik op mijn eigen alleenstaande computer door allemaal waarschuwingen heen moet klikken en mezelf certificaten moet uitreiken om mijn eigen zelfgemaakte bestanden te kunnen openen. Net als al die updates die ongevraagd op de achtergrond je computer binnenlopen en vertragen, is daar geen beveiliging tegen?

Vandaag had ik weer een leuke melding na het aanklikken van een hyperlink: de internetserver of de proxyserver is niet gevonden. Onzin natuurlijk, want met dat webadres is echt niks mis. Een leugen dus eigenlijk. Gelukkig ben ik niet gaan googlen op ‘internetserver’ of ‘proxyserver’ of naar de helpschermen gegaan, waar ik zonder meer verdwaald zou zijn geraakt in een bos met zoveel bomen dat zelfs ik er niet meer van hou. En wat ik dan nog het ergste met dit soort foutmeldingen vind, is dat ik er maar op één manier op kan reageren, namelijk door op de knop OK te klikken. Zo word ik dus tot leugenaar gecorrumpeerd, want het is helemaal niet okay. Geef je fouten toch toe, Microsoft en verander de tekst op dat soort knoppen in NOK, dat is eerlijker!

Vicieus vervoer

Date 19 september 2007

‘Ouders veroorzaken chaos bij scholen,’ kopt Planet Internet vandaag. Dat komt me bekend voor, want dit is ook één van de grote problemen van Oldegeppel. Sinds enkele jaren staat daar een veel te groot schoolgebouw, waar het een drukte van jewelste is als kinderen worden gebracht en afgehaald. Met de auto. Omdat dat veiliger voor de kinderen is. Te voet of te fiets zouden ze wel eens onder een auto kunnen komen. Een vicieuze cirkel waar je niet uitkomt. In ons dorp komt daar nog bovenop dat ouders uit de wijde omgeving hun kinderen graag op deze school willen plaatsen. Misschien vanwege de kwaliteit van het onderwijs. Misschien vanwege het hoge witgehalte. Maar wel zeker vanwege de kinderen van bekende Nederlanders die er te vinden zijn. Ja, daar heb je wel wat voor over, om over je zoontje of dochtertje te kunnen vertellen dat hij of zij bij B.N. in de klas zit! Die school heeft echter zo’n aantrekkingskracht dat er bij de gemeente wordt aangeklopt voor extra geld voor lokalen, en bij openbare scholen kom je niet onder zo’n verplichting uit. Tenzij zo’n school ook nog elders lokalen heeft, zoals in ons geval in de wijk Graasland, zo’n twee kilometer verderop, waar nog steeds ruimte over is. Maar ja, daar zitten zoontje en dochtertje B.N. niet op school. Maar moet je als gemeente dan gaan betalen voor de B.N.-geilheid van ouders door bij te dragen aan nóg meer kinderen en drukte en gevaar ons centrum? No way! Laten ze eerst die school in Graasland maar vullen!

Alsof het niet al erg genoeg is dat al die ouders hun kinderen met de auto op school afleveren, komt daar ook nog bij dat velen weinig kaas van verkeersregels hebben gegeten. Zodat het inderdaad een ‘chaos’ is, waar veel geld te verdienen zou zijn als je de hand daar hief. Dat wordt veel te weinig gedaan. Wat te denken van de man die op het dorpsplein zijn auto precies vóór de deur van Gall & Gall plaatst, zodat andere bezoekers er echt omheen moeten lopen? Die er eigenlijk nog over klaagt dat hij met zijn auto niet in de winkel kan? Niet dat fietsers veel beter zijn hoor, maar die staan toch wat minder in de weg. Nou ja, precies voor de ingang van de Albert Heijn in Zandwijk zou ik er graag per ongeluk een paar willen omgooien, maar er is iets al dan niet hypocriets in me dat me tegenhoudt. Handhaven schijnt heel moeilijk te zijn, en vaak hoor je roepen dat je geen regels moet maken ´als je toch niet kunt handhaven.’ Geloof ik niet in. Als je wilt handhaven, kan je ook handhaven. Omdat de vervuiler betaalt. Een voorbeeld. Als automobilisten steeds te hard willen rijden, moeten ze zelf maar al die drempels, druppels, chicanes en wat dan ook betalen. En het openbaar vervoer compenseren. De chauffeurs geldelijk belonen voor al het extra gemanipuleer om hun bussen door en over dat alles heen te wurmen, en de passagiers die misselijk worden van al het geslinger en gehos waaraan ze worden blootgesteld.

Openbaar vervoer! Dat is ook zo’n vicieuze cirkel. Automobilisten stappen niet in trein of bus omdat die te slecht zijn. Connexxion doet hier en daar echt zijn best, dat moet ik toegeven, maar over de spoorwegen durf ik niet hetzelfde te zeggen. ‘Tickets en service’ zie ik in goed Nederlands boven de lokethallen oplichten – kennelijk zijn zij zich nog wel van het verschil tussen die twee bewust. Want vervolgens lees je boven de balie dat je voor het kopen van een kaartje € 0,50 moet bijbetalen. De NS is voor mij een typisch voorbeeld van een bedrijf dat het niet snapt. Op stations zijn steeds minder banken te vinden. De hal van het Amsterdamse Amstelstation straalt wat dat betreft pure armoede uit. Soms ga ik op een perron demonstratief op de grond zitten als ik moe ben. Ze bekijken me maar. In de sneltreinen zijn geen consumpties meer te krijgen. Rookcoupés zijn afgeschaft. Ziekmakende reclames vullen de stationshallen, waarbij ik me erover verwonder dat zoiets als Hoog Catharijne zomaar mag. NS is zelfs te beroerd om strippenkaarten te verkopen. Liever dan wat meer conducteurs op de treinen te zetten, steken ze nu vele miljoenen in die poortjes waardoorheen we onszelf straks als gechipte varkentjes laten drijven.

Kortom: NS doet erg zijn best om zo min mogelijk last te hebben van reizigers, en dat zal dit bedrijf toch vandaag of morgen opbreken. Omdat het zijn klanten onpersoonlijk behandelt. Omdat het geen hart heeft. Omdat alles alleen maar om geld en efficiency draait. Dat het aantal reizigers toeneemt is waarschijnlijk alleen te danken aan hun monopoliepositie en het feit dat steeds meer automobilisten de files zat zijn. Files die men weer wil oplossen door meer asfalt. Wat volgens mij alleen nog maar meer auto’s zal opleveren, dus dat is dweilen met de kraan open en geeft nog meer stank en kabaal en doden en milieuschade. Hoewel NS het niet verdient, zou de overheid het openbaar vervoer nu eens echt serieus moeten nemen, en de miljarden moeten geven waarom gevraagd wordt. Je maakt mij niet wijs dat je zo niet veel meer mensen in bus en trein kan krijgen. Een besluit nemen is de enige manier om de vicieuze vervoerscirkel te doorbreken. Een besluit waarmee nu echte oplossingen een kans krijgen, en we niet worden afgescheept met creatieve hoogstandjes als de pafpaal.

InZicht

Date 16 september 2007

Deze week kwam weer een nieuw nummer uit van InZicht, het mooiste tijdschrift dat ik ken. Het is ‘gericht op het laten wegvallen van beperkingen, op bevrijding door zelfkennis. Een verdiept inzicht in zichzelf betekent een relativering van beperkende factoren, een sterkere werking van ontgrenzende liefde, en de ontplooiing van de ervaring dat er in het geheel geen beperkende grenzen zijn. Het ontstaan van dit inzicht in de nondualiteit is de Bevrijding, de Verlichting, die grote consequenties heeft voor het leven en samenleven.’ Met andere woorden: het gaat over a-dvaita, niet-twee, de bevrijdingsweg van de Advaita Vedanta waarvan de bronnen teruggaan tot het India van rond de zesde eeuw, waar we Gaudapada en Shankara aantreffen. Daar ontmoeten we ook Ashtavakra, die wellicht de meeste kernachtige verhandelingen heeft nagelaten en aan wie Osho zijn lezingencyclus Enlightenment, the only revolution heeft gewijd, in het Nederlands door Osho Publikaties uitgebracht als De psychologie van verlichting. Maar ook bij mijn Wijze Tante meen ik veel advaita te herkennen, iets waarover ik in februari in deze weblog schreef toen het me goed deed te merken dat ik hierin niet de enige was.

De psychologie van verlichting. Tijdens mijn doctoraalstudie psychologie hield dat onderwerp me hevig bezig. Want ik ben van de generatie die nog geloofde in en werkte met de Client Centered Therapy van Carl Rogers, waarin onvoorwaardelijke acceptatie een centrale rol speelde. Gewoon alles laten zijn zoals het is, zonder oordelen, dat was en is voor mij de enige weg naar de waarheid, die ik zowel bij Rogers als bij Osho tegenkwam. Wat is dan het verschil tussen psychotherapie en spiritualiteit? Wat was het verschil tussen een fully functioning person en een verlichte? En is acceptatie niet de enige manier om echt objectief te zijn, juist omdat het je dan niets meer kan schelen hoe de werkelijkheid eruitziet? En is ontspanning niet de enige staat waarin de echte werkelijkheid onbevangen en onbevooroordeeld onder ogen kan worden gezien. Dat leerden we ook al in het studieblok gedragstherapie, waar bij de behandeling van fobieën onder de vlag van reciproke inhibitie en successieve approximatie eigenlijk iets verteld dat aan het spirituele grensde. Zo werd op die vijfde verdieping van de Doodskist op het Weesperplein heel stiekem getipt aan processen die, voor zover men zich er al van bewust was, meer aan het spirituele grensden dan men zou willen toegeven in wetenschapsland.

Het septembernummer van InZicht gaat over de relatie tussen advaita en psychotherapie, een onderwerp dat me al decennia lang boeit. Onder de kop ‘Radicale acceptatie’ opent Hans van den Boogaard zijn woord vooraf . Robert Hartzema schrijft over spirituele arrogantie en pleit voor een stevige basis van psychische gezondheid, want een vliegtuig kan niet opstijgen uit een moeras maar alleen vanaf een betonnen startbaan. Adyashanti, die meerdere keren over ‘het vuur van de waarheid’ spreekt, vindt in een interview dat therapeuten het beste zelf ontwaakt kunnen zijn. We lezen over hoe U.G. (‘de andere’) Krishnamurti precies op zijn 49e verjaardag verlicht werd, wat hij heel fysiek als een ‘ramp’ ervoer. Steven Harrison verkondigt onder de kop ‘Leven in een denkbeeldige wereld’ precies het tegengestelde van wat ik zelf al maanden roep als hij onder andere schrijft dat we uit de denkbeeldige wereld moeten stappen en naar de feitelijke wereld moeten gaan, waarin hij de mijns inziens primitieve hier en nu-wereld van indianen in de Amazone idealiseert en te weinig ruimte overlaat voor transpersoonlijke ervaringen, die dwars door tijd en ruimte gaan. Jan Foudraine heeft medelijden met psychotherapeuten die moeten werken met behandelplannen, classificaties, protocollen en dossiers terwijl het alleen maar om de Leegte gaat want ‘dan is er een zien en horen zonder enig vooroordeel of vooringenomenheid.’ Franje de Waard vertelt over haar recente boek Spirituele Crises en over haar benadering die geïnspireerd is door de ‘diamond approach’ van A.H. Almaas, waarbij ze het ook heeft over ‘innerlijke goddelijkheid’ en ‘gnosis’. Erwin Knijnenburg eert zijn leraar Philip Renard met een artikel over waarheid en gaat herkenbaar diep in op zaken als oprechtheid, wat begint met het herkennen van de kleine smoesjes die je jezelf vaak toefluistert. In een interview zegt Prajnaparamita dat spiritualiteit er eigenlijk alleen is ‘voor gezonde, stabiele mensen. Je moet rijp zijn en stevig in je schoenen staan om je volledig over te geven aan… Wat zullen we zeggen? Aan waarheid, liefde, aan al wat is.’ Een column van Helena Klitsie besluit deze nieuwe InZicht met haar verhaal hoe ze verder ging zoeken: ‘Op een gegeven moment kon ik het niet meer horen dat het slechts mijn karma was dat uitgewerkt diende te worden, dat het leven lijden was, dat het ik dat deze problemen had in feite niet bestond,’ vertelt ze, waarin nog altijd een bijna niet uit te roeien Calvijn te beluisteren is.

Waarom ik hier alle artikelen en wat kernbegrippen heb genoemd van dit blad? Omdat ik er heel enthousiast over ben, en hopelijk een indruk geef waar het over gaat. Omdat het de meest wezenlijke vragen in het licht zet, zoals over bewustzijn en liefde, over afgescheidenheid en heelheid, over werkelijkheid en illusie. En daarmee over mij en mezelf, over ik en de ander, over wij en de wereld. Alleen door ons aan die vragen te wijden is er iets als bevrijding of verlichting mogelijk. Individueel. Collectief. Mondiaal. Alleen radicaal zelfonderzoek kan ons nog redden. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Zoals al eerder gezegd: dat heeft niets met narcisme te maken, maar alles met hoe dingen nu eenmaal werken. Alleen inzicht geeft uitzicht.

Googlen

Date 13 september 2007

Als kind was ik diep onder de indruk van de goochelkunsten van mijn grootvader. Hij woonde met zijn tweede vrouw op de Minervalaan in Amsterdam, was bekend om zijn journalistiek werk voor het Algemeen Handelsblad, zijn dichtbundels en niet te vergeten een driedelig standaardwerk over Albert Verwey. Een echte tachtiger zoals het hoort. Ik herinner mij hem als een oude, erudiete man en wij vermaakten ons met ivoren spelletjes als domino en mikado op een Perzisch tafelkleed. Op dat kleed wist hij rode balletjes tussen zijn vingers te vermenigvuldigen, maar hij ging ook wel eens tussen de schuifdeuren staan en toverde een kaart met klaver zes om in een met zeven klavertjes. Pas jaren later heeft hij me die kaart gegeven, waarop heel slim met drie onzichtbare draadjes een los zwart klavertje over de kaart kon schuiven, ook over een ander gedrukt klavertje zodat je het niet zag. Als kind vergaapte ik me aan de goochelkunsten die bij Witbaard in een winkelruit op de hoek van de Quellijnstraat en de Ferdinand Bolstraat te koop stonden, allemaal op een mooi houten plankje. De winkel bestaat nog steeds. Maar hoe ik er ook van onder de indruk was, als kind heb ik zelf nooit veel gegoocheld. Ja, ik had natuurlijk wel een goocheldoos, maar ik vond het niet echt en overtuigend genoeg. Goochelen is misschien wel helemaal niet leuk voor de goochelaar zelf, omdat hij de trucs kent.

Zoals vele anderen heb ik het goochelen de laatste tijd weer herontdekt. En dan bedoel ik niet zoiets als lessen Verweer tegen de zwarte kunsten op Zweinstein, maar het inmiddels door vrijwel iedereen gebruikte Google dat in de loop der jaren als één der beste zoekmachines uit de bus is gekomen. Even zoeken op het internet heet tegenwoordig googelen of googlen, als ik het Witte Boekje mag geloven. Ik googel/google, hij googelt/googlet, wij hebben gegoogeld/gegoogled. Dag in dag uit. Want wie heeft bijvoorbeeld deze weblog mogelijk gemaakt? Google. En wat is de naam van een beroemde postbezorger? G-mail. En wat geeft ons een nieuw perspectief op de aarde? Google Earth. En hoe wijzen we, al dan niet in combinatie daarmee, iemand de weg? Google Maps. En wie heeft mijn digitale fotoalbum Picasa gemaakt? Google. Vandaag heb ik in mijn webbrowser een Google Toolbar geïnstalleerd, waarmee ik kan zien hoe de websites van mezelf en anderen scoren op de ladder van belangrijkheid. Om daar zo hoog mogelijk op te klimmen heb ik onder andere Google Adwords geactiveerd waardoor mijn Aries Astro-Services opeens veel meer bezocht wordt. Wat ik weer zie met Google Analytics waarmee ik aantallen en soorten bezoekers dagelijks kan volgen. En tja, verder laat ik Google Alerts me een seintje geven als er ergens een nieuwe Satyamo door het internet wandelt. En vind ik iGoogle wel handig als zelf te configureren openingspagina, zodat ik meteen het nieuws uit volgens mij belangrijke bronnen zie, het weer, storingen in openbaar vervoer en gemiste uitzendingen die ik nog kan bekijken.

Ik ben nog lang niet ontgoogled dus. Want wat Google maakt zit praktisch en eenvoudig in elkaar en mag wat mij betreft een prijs voor gebruikersvriendelijkheid hebben. Dat doet Microsoft ze niet na. En ze lijken de macht over te gaan nemen, want waar is zoveel informatie te vinden als in alle computers van Google? Met bijvoorbeeld alle zoekopdrachten en de resultaten daarvan? Ik zie meneer Bush al zijn vingers aflikken! En wie en wat bepalen welke sites high ranken bij Google? Kortom: kennis is macht en ik vind het toch een tikje benauwend dat dit alles bij één commercieel bedrijf beland is. Aan de ene kant denk ik zoals zo velen: ik heb niets te verbergen, dus waar zal ik me druk over maken. Maar aan de andere kant heb ik wel recht op privacy en wil ik de garantie dat alles wat ik zoek, mail, chat en bekijk meteen verdwijnt uit andere computers dan de mijne en die van degene met wie ik mail of chat.

En dat laatste weegt toch zwaarder voor me. Moet ik dan toch maar eens gaan omkijken naar andere zoekprogramma’s? Een andere e-mail client gaan gebruiken? Atlassen met mooie luchtfoto’s aanschaffen? En een klassiek fotoalbum (met leren band) gaan volplakken? Onder Linux gaan draaien? Mijn computer afkoppelen van het internet? Zodat die eindelijk ook weer eens rust heeft, en niet steeds gestoord wordt van updates die op de meeste onmogelijke momenten binnenstromen? Brieven weer met een typemachine of met de hand gaan schrijven? Weer live televisie gaan kijken? Veel meer gaan bellen en faxen, zoals vroeger? Girootjes uitschrijven en via de brievenbus versturen? Deze weblog per post voortzetten? Ik kom er niet uit, want dit alles lijkt me nogal onmogelijk. Het enige dat overblijft is knokken voor privacy. Je kunt bijvoorbeeld heel demonstratief weigeren om naar de Verenigde Staten te reizen. Maar hoe kun je weigeren om te Googlen? Wat zijn de alternatieven? Die vrije markt is helemaal niet zo goed voor ons, want die leidt er altijd toe dat er eentje de machtigste is. Hoe laat ik Microsoft weten dat de inhoud van mijn computer hen niks aangaat? Hoe kom ik er achter wat Google allemaal met mijn gegevens goochelt? Talloze vragen waarop ik nog geen antwoord heb. Toch eens Google op loslaten.

Verhipt fietspad

Date 30 augustus 2007

Eindelijk zomer! Het werd tijd! Op zondag wandelen we door Oldegeppel. Op de smalle stoep van de Kerkweiderweg komt ons een fietser tegemoet. Die weg heeft namelijk alleen aan de zuidkant een fietspad en kennelijk woont hij ergens de noordkant van deze nogal drukke verbinding tussen ons dorp en de hei, vanwaar het verder gaat richting ziekenhuis en autoweg.
‘Er komt aan deze kant binnenkort óók een fietspad hoor!’ roep ik hem toe. ‘Nog een jaartje geduld!’ Hij stapt rustig af, blijkt van het een en ander op de hoogte te zijn, en laat me weten een tweede fietspad eigenlijk onzinnig te vinden.
‘Maar de provincie betaalt…,’ sputter ik nog tegen, waarop hij zich terecht afvraagt of die provincie dan geen betere dingen met haar geld kan doen. ‘Maar we zitten met een verkeerscirculatieplan en daarin is besloten dat langs alle wegen waar 50 kilometer of harder mag worden gereden aan beide zijden een vrij fietspad komt,’ leg ik tevreden uit. Verkeerscirculatieplan, dat vind ik nou zo’n mooi woord! Wat meewarig schudt de man zijn hoofd.
‘Meneer, er komen hier hooguit honderd fietsers per dag langs! Waar zijn ze nou mee bezig?’ Mijn laatste kruit: ‘Ik fiets daar zelf ook vaak naar beneden en vind het best eng om dan tegenliggers te ontmoeten op dat pad. Je gaat daar snel naar beneden hoor!’ Echt sterk vindt hij mijn argument niet. Een tikje oneens nemen we afscheid, en hij wenst ons welgemeend nog een prettige wandeling toe.

Eigenlijk heeft hij helemaal gelijk. Zelfs als het de gemeente niks kost zou je geen energie in dit soort projecten moeten stoppen. En er ook niet aan moeten meewerken. Maar dan zitten we nog wel met dat verkeerscirculatieplan! Als je zoiets hebt aangenomen – en dat hebben we – dan moet je het ook uitvoeren. Niets is zo stagnerend en frustrerend als het steeds maar bijstellen van plannen en besluiten, daar word je als college en ambtenarenapparaat horendol van. Dat moet je alleen maar in uiterste gevallen doen, bijvoorbeeld als blijkt dat er bijzonder ingrijpende gevolgen – door wie dan ook – over het hoofd zijn gezien, zoals indertijd het plan voor een weg door het Graaslandpark, waar we gelukkig een grote stok voor hebben kunnen steken. Voortschrijdend inzicht mag er zijn, maar het roer zou je alleen bij zwaarwegende argumenten of feiten moeten omgooien. Als je achteraf niet echt tevreden bent met een genomen besluit, als je vindt dat het mooier had gekund, dan moet je niet de uitvoerenden van dat besluit met de brokken laten zitten, maar er zelf iets van leren. Voor een volgende keer.

Dus laat dat fietspad, dat verhipte fietspad zoals Ondernemend Coalitiegenoot Rob dat noemde, er maar komen. En het is handig dat dit gecombineerd wordt met het afkoppelen van regenwater, zodat dat niet meteen het riool in verdwijnt. En voor mij is het trouwens makkelijker als ik komend vanuit het dorp over de heide wil gaan fietsen, want dan hoef ik niet meer zowel beneden als boven de weg over te steken. Fietsers oversteken, daar hebben fietsers een bloedhekel aan. En ik ook.