Campagne

Date 10 maart 2014

Waarom ik het toch leuk ben gaan vinden? Want eigenlijk hou ik helemaal niet van verkiezingscampagnes. Ik wil gewoon lekker mijn werk blijven doen, maar dat schijnt lastig te zijn zonder je partij en jezelf te profileren. Want ook ik heb wel eens last van het beeld van politici, waar ik nu ook zelf mee word geconfronteerd: van alles beloven, niets waarmaken, eigenbelang najagen, egotripperij en zo. ‘Allemaal oplichterij,’ riep iemand me na toen ik hem op het winkelcentrum trachtte te benaderen, waarna hij snel de C1000 invluchtte. Een beeld dat erg versterkt is door Rutte en Samsom, want velen voelen zich door hen belazerd na de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer. En dat zijn ze ook. En dat beeld straalt af naar de hele politiek. Maar ondanks dat en tegelijk daarom is voorspeld dat lokale partijen winst zullen maken, en dat is volgens mij geheel logisch en terecht.

Zeker in kleine gemeenten is het moeilijk om mensen te vinden die in de gemeenteraden willen, want dat is voor het grootste gedeelte vrijwilligerswerk zodat je daar de meeste idealisten vindt. Vaak worden politici van lokale partijen geridiculiseerd – zelfs Rob Wijnberg deed daar onlangs aan mee. Alsof die het alleen maar hebben over plantenbakken, hondenpoep en lantaarnpalen. Terwijl juist die dingen belangrijk zijn. Omdat ze iets zeggen over de sfeer in een dorp of stad. Raden hebben juist veel te zeggen over wat met een mooi woord ‘ruimtelijke ordening’ heet, bestemmingsplannen, en daarmee over de woon- en leefsfeer. Het gemeentelijke beleidsdocument over hoe Blaricum eruit zou moeten zien – verbeeld en verwoord in wat de ‘strategische visie’ wordt genoemd – is bijna een kopie van ons eigen partijprogramma. Ja, ze mogen ons best aanspreken over de beloftes die we indertijd deden.

Als je er eenmaal in zit is een campagne niet alleen vermoeiend, maar ook leuk. Voor zover je het op straat doet, raak je met mensen in gesprek. Waarbij alleen wat persoonlijke aandacht al veel doet. Waarbij je soms eerlijk moet laten weten dat je ergens (nog) geen oplossing voor hebt, of je verzet tegen provinciale en landelijke regelgeverij en plannen. Iemand bij wie een stoeptegel tegen zijn voordeur is gegooid en moedeloos is geworden van aangifte doen bij de politie: tóch blijven doen, blijf ze maar lastig vallen! Je niet afzetten tegen andere politieke partijen, maar zelf duidelijk maken waar je voor staat. Een positieve insteek, ‘in je eigen kracht staan’ zoals dat zo mooi heet.

Wij kozen ervoor om ons verkiezingsprogramma in beeld te brengen. Terwijl D66 bij Moeke Spijkstra op het terras zat en de VVD elders aan het chillen was, gingen wij als ‘bermteam’ het dorp en de Bijvanck in om rotzooi op te ruimen. En van de week kun je me nog aantreffen als klaar-over bij het in- en uitgaan van de school. Waarmee we aangeven waar onze prioriteiten liggen, bij betrokkenheid van mensen bij een mooi dorp, kinderen en dingen samen doen waartoe de gemeente wegens bezuinigingen niet meer in staat is of zal zijn. Ja, we ruimen de rotzooi van anderen op – van te agressief verkeer tot plastic flesjes – maar als je dat zichtbaar doet kan dat wellicht een paar malloten wat tot bewustzijn brengen. Uiteindelijk draait alles om bewustzijn, het wakker maken van mensen.

Mooi dorp, goed bestuur, samen leven – dat zijn de pijlers van ons programma. Ik denk dat dit heel fundamentele waarden zijn, afgeleid als ze lijken van Plato, die het al had over de drie-eenheid van schoonheid, waarheid en goedheid. Ja, wat mij betreft zijn we idealistisch. Veel mensen en partijen hebben afstand genomen van visies en geloven alleen nog maar in praktische, zogenaamd realistische oplossingen. Roepen maar al te graag en snel dat er geen geld meer is, in plaats van met financiële middelen te gaan schuiven, wat creatiever te werk te gaan en wat meer ‘outside the box’ te gaan denken. Zoals Lambik in het Suske en Wiske-album De Wolkeneters al zei: ‘Waar een wil is, is een weg, zelfs als de weg weg is.’

Bermbende

Date 28 februari 2014

Ben ik ervoor om de rotzooi achter de konten van anderen op te ruimen?

Nee!

Als ik al het afval ga opruimen dat anderen achteloos op straat, in het groen en in het water kieperen, lost dat op langere termijn niets op. Omdat het probleem van vervuiling niet bij de wortel wordt aangepakt en de vervuilers zo hun gang kunnen blijven gaan. Ik zou zelfs willen zeggen: laten we de rotzooi van anderen juist niet opruimen! Net zolang tot de snelwegen niet meer begaanbaar zijn door blikjes en plastic flesjes, tot dieren uitsterven en de wereld een grote vuilnisbelt is geworden. Dat is de enige manier om de veroorzakers ervan tot bewustzijn te brengen. Als babyboomer kijk ik raar aan tegen de huidige mentaliteit waarin de veroorzakers van problemen niet meer worden aangepakt en men braaf de troep opruimt die ze achterlaten. Of het nu bankdirecteuren zijn die ons bestolen hebben, of zogenaamd sportieve wielrenners die hun plastic flesjes op het fietspad gooien maakt weinig verschil. Wij ruimen het wel op! Dit soort symptoombestrijding lijkt een kenmerk van deze tijd. In plaats van statiegeld weer in te voeren en microplastics in tandpasta te verbieden gaan we in de zeeën en oceanen de plasticsoep bestrijden. Opdat we nog meer kunststoffen in het milieu kunnen dumpen.

Ja!

De korte film Midway, a message from the Gyre van Chris Jordan laat schrijnend zien wat de gevolgen zijn van ons weggooigedrag. Vaak kunnen we moeilijk anders. Probeer maar eens iets te kopen dat niet in kunststof is verpakt: hoe meer afbreekbaar die is, hoe meer ervan wordt gebruikt. Maar wie er ook schuldig is: als ergens hulp nodig is spring je in, en blijf je niet toekijken. Eerst de drenkeling uit de gracht halen en daarna zien we verder. Eerst het milieu redden en dan de veroorzakers van de ramp erop aanspreken. En laten we eerlijk zijn, daar doen we allemaal – gedwongen of niet – aan mee. En probeer maar eens in de sociologische en psychologische complexiteit de échte schuldige te vinden. Kunnen mensen het helpen dat ze dom zijn? Of geen empathisch vermogen hebben? Wie zijn vanuit een beetje spiritueel perspectief de echte schuldigen? Als ik rommel op straat zie – want daar begint het vaak mee – kan ik twee dingen doen: me ergeren omdat de gemeente het niet opruimt terwijl ik toch belastingen betaal, of het zelf even opruimen en genieten van een schone straat en berm. Maar het belangrijkste is mijn hart: voor de vogels, voor de natuur, en als ik die wil beschermen kan ik niet om organisaties als Klean heen. En met Hart voor Blaricum gaan we op 8 maart met onze onze eigen Bermbende de straat op!

Tegen tegenprestatie

Date 19 februari 2014

Dank u wel mevrouw de voorzitter. Graag vragen wij aandacht voor het concept van de Participatievisie over het ‘sociaal domein’ zoals die nu in het Gooi, en dus ook bij ons, ter tafel ligt. Er vindt nog wethoudersoverleg over plaats, dus het is nog niet te laat om te trachten hierin verandering aan te brengen.

Participeren. Niets is mooier dan samen te werken aan een mooi en leefbaar dorp. Wie kan daar tegen zijn? Niemand. Maar het moet wel op vrijwillige basis gebeuren en niet afgedwongen zijn. Eufemistisch heet dit: het leveren van een ‘maatschappelijke tegenprestatie’, in de volksmond bekend als ‘verplicht vrijwilligerswerk’. Een contradictio in terminis, maar wel een dreigende realiteit nu de nieuwe bijstandswet opdoemt. Het gaat immers om een tegenprestatie die verwacht wordt van uitkeringsgerechtigden. Maar die ‘gerechtigden’ zijn kennelijk niet meer zo ‘gerechtigd’ nu een tegenprestatie van hen wordt verlangd, nee, zelfs dreigt geëist te worden.

Er is veel maatschappelijke onrust over. Terecht, want je begeeft je daarmee op een hellend vlak. Is het dan onredelijk een tegenprestatie te vragen? Nee. Is het onredelijk om dat af te dwingen? Ja. Want gelegenheid maakt de dief:  de mogelijkheid om mensen uit een reguliere baan te zetten om ze vervolgens weer tegen een lager loon in dienst te nemen kan voor velen – bedrijfsleven en gemeenten – heel aanlokkelijk zijn in onze tijden van bezuinigen. Hetzelfde werk doen, maar er dan veel minder mee verdienen. Gaan wij straks ook uitkeringsgerechtigden uit hun bed bellen om sneeuw te schuiven, de bermen schoon te maken en groen te snoeien omdat betaalde krachten ons te duur zijn, dan wel niet redelijk willen belonen?

‘Gemeenten gaan te ver in vraag om tegenprestatie voor bijstandsuitkering,’ schreef de NRC al een jaar geleden. ‘Tegenprestatie eisen van mensen in de bijstand juridisch twijfelachtig,’ schreef BN de Stem onlangs. ‘Mensenrechten verbieden gedwongen arbeid,’ liet het College voor de Rechten van de Mens vier dagen geleden weten. Dat geeft allemaal te denken. Vandaar dat wij vinden dat de paragraaf onder het kopje ‘Maatschappelijke tegenprestatie’ in de Participatievisie moet vervallen. Dit ongeacht het mogelijk aannemen van een wetsvoorstel door de Tweede Kamer en als signaal dat we het er niet mee eens zijn. Hopelijk gaan wij in Blaricum en in het Gooi op een meer beschaafde manier om met uitkeringsgerechtigden – een te vaak gestigmatiseerde groep van inwoners met wie we ook samenleven.

Voor alle duidelijkheid: als mensen zelf tegenprestaties willen leveren is daar niks mis mee. Integendeel: dat moet je stimuleren en faciliteren. Overigens ben ik van mening dat veel van hen al – voor zover dat mag – veel vrijwilligerswerk doen en zo bijdragen aan de samenleving.

Gemeenteraad Blaricum, 18 februari 2014. Toelichting bij mijn motie naar aanleiding van concept voor regionale Participatievisie, waarin de mogelijkheid van verplichte tegenprestaties door uitkeringsgerechtigden is opgenomen. Motie van mijn partij Hart voor Blaricum aangenomen, mede gesteund door De Blaricumse Partij en het CDA. Tegen waren VVD, D66 en PvdA.

Voor onze veiligheid

Date 17 februari 2014

Onze privacy opofferen voor onze veiligheid. Daar worden we mee doodgegooid. En we tuinen erin, want het klinkt zo mooi. ‘De wereld zal nooit meer dezelfde zijn,’ realiseerde ik me hoog in de lucht toen we een dag na 9/11 terugvlogen naar huis. Maar dat de wereld zo anders zou zijn als hij nu geworden is, kon ik nog niet bevroeden. Dat we allemaal als potentiële terroristen zouden worden bestempeld, dat 1984 niet in het verleden lag maar in de toekomst, dat al ons hebben en houwen zou worden gevolgd, dat we allemaal wantrouwd zouden worden en daarom overal bespied zouden worden op onze computers, met camera’s en smartphones – alsof ze eigenlijk alleen daarvoor uitgevonden zijn. En dat allemaal voor onze veiligheid. Gelooft u het? Ik niet!

Rob Wijnberg legt de tegenstelling tussen privacy en veiligheid onder zijn filosofische fileermes en laat er weinig van heel in zijn column in De Correspondent van 12 februari.  Volgens machthebbers zijn ze onverenigbaar, en ‘in de wereld die ik voor me zie, zijn ze niet alleen niet-tegengesteld: ze kunnen zelfs niet zonder elkaar.’ Want hoe kan ik veilig zijn als ik overal gevolgd word en iedereen alles van me weet? Nu is het nog mijn eigen keuze om openlijk te schrijven dat ik homo ben, en wie weet in welke bestanden dat inmiddels is terug te vinden. Maar als straks Poetin – een ‘bevriende potenrammer’ zoals Youp van ’t Hek hem in NRC Weekend van 8 februari noemde – hier wat teveel invloed krijgt, hoe is het dan nog mogelijk om onder te duiken, te ontsnappen aan volksgerichten zoals in Rusland? Privacy geeft juist veiligheid!

‘Onze principiële bezwaren tegen de Winterspelen in Rusland zijn in retrospectief te beschouwen als een braaf ritueel,’ schreef Tommy Wieringa op 15 februari in de Gooi- en Eemlander. ‘Totalitaire regimes weten heel goed dat principes gemakkelijk geruild kunnen worden voor het edelmetaal van olympische medailles.’ Hoe sportief kan je zijn in zo’n land? Je, het zal wel zijn om de ‘dialoog’ te openen, homorechten zullen ‘ter sprake’ worden gebracht, maar levert dat wat op? Willem-Alexander en Máxima – ze kijken me morgenavond weer toe in de raadszaal – dronken gezellig hun biertje met Poetin, en Rutte vond het ‘prima’. Want goede relaties – lees economische belangen – zijn altijd belangrijker dan mensenrechten. Wat dit met privacy en veiligheid te maken heeft? Het toont aan dat het opgeven van je privacy niet leidt tot meer veiligheid. Integendeel. Mensen de de oorlog hebben meegemaakt kunnen daarover meepraten.

Stem lokaal!

Date 6 februari 2014

Een half jaar geleden was ik op een congres van de Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen VPPG, waar André Krouwel van Kieskompas een zonnig perspectief schetste voor de lokale partijen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart. Met dank aan de huidige coalitie in Den Haag. En nu maar hopen dat mensen wel naar de stembus gaan, want dat het vertrouwen in democratie op een extra laag pitje staat is niet zo verwonderlijk. ‘Waarom stemmen?’ vroeg D.J. Elzinga zich onlangs in NRC Handelsblad af. ‘Gemeentepolitici zijn hun macht kwijt.’ Dat zou inderdaad een reden kunnen zijn om maar lekker thuis te blijven, want er zijn steeds minder zaken waarover gemeenteraden nog iets te vertellen hebben. Maar het kan ook een reden zijn om juist wel naar de stembus te gaan, want elke stem op een lokale partij is een stem voor méér democratie, voor méér macht over wat er in je eigen dorp of stad gebeurt, voor méér invloed op wat er in je directe omgeving speelt. Een stem op een lokale partij is ook juist een signaal van onvrede naar de landelijke politiek, een roep om meer soevereiniteit voor de plaatselijke gemeenschap. Stem lokaal! Dat laatste is dan ook een belangrijke reden voor mij om op de kieslijst van ons dorp te willen staan: dat is plek 3 van Hart voor Blaricum geworden.

Meer dan ooit is het belangrijk om op lokale partijen te stemmen. Want van alle kanten zie je hoe politieke megalomanie haar uiterste best doet om plaatselijke politiek – en daarmee de identiteit en authenticiteit van eigen dorp of stad – zoveel mogelijk om zeep te helpen. Het is een strijd van David tegen Goliath, en we putten moed en kracht uit wie die indertijd gewonnen heeft. Door het Rijk worden gemeenten opgezadeld met bijna onmogelijke taken zonder de daarbij behorende zak geld. Opdat ze straks kan zeggen: ‘Zie je wel, jullie kunnen het niet, jullie zijn gewoon te klein, dus jullie moeten fuseren met andere gemeenten.’ Een minder bekend detail is dat kleinere gemeenten niet alleen minder raadsleden hebben, maar die raadsleden zelf ook nog eens een lagere vergoeding daarvoor krijgen – dit alles niet in verhouding tot de hoeveel werk die verricht wordt. Zeker in kleine gemeenten hoef je het voor het geld niet te doen. Maar niet alleen van het Rijk hebben kleine gemeenten last, ook de Provincie wil bij tijd en wijle zinloze kostbare projecten door gemeentelijke strotten duwen. Zoals bij ons en in het hele Gooi de aanleg van hoogwaardig openbaar vervoer, een statusproject van een niet voor rede vatbare gedeputeerde dat nauwelijks iets toevoegt aan het huidige openbaar vervoer maar wel desastreuze kosten en sporen nalaat. En tenslotte zijn het ook vaak landelijke partijen in raden van gemeenten zelf die – vaak in opdracht van hun partijleiding – gaan voor grootschaligheid en fusie. ‘Uiteindelijk wordt het Gooi toch één grote gemeente,’ riep zo’n mederaadslid eens. ‘Ja, maar het feit dat je eens dood gaat is toch geen reden om nu al zelfmoord te plegen?’ grapte ik. Toen was het even stil.

Natuurlijk moeten er wel eens dorps- en stadsgrenzen overschrijdende maatregelen worden genomen. Als elke gemeente zelf ging bepalen of er links of rechts gereden moet worden, en elk van hen een eigen tijdzone ging hanteren werd het al snel een rotzooitje. Maar maatregelen van boven moeten wel voldoen aan het beginsel van subsidiariteit: hogere instanties moeten niet iets willen doen dat door lagere overheden kan worden gedaan. Wat dat betreft is het idee van het overdragen van de zorg naar gemeenten heel mooi, behalve dan dat de laatsten daar onvoldoende middelen voor krijgen en een en ander nogal chaotisch verloopt, zodat het onuitvoerbaar lijkt te worden. Als mensen geen invloed meer hebben op hun eigen leven zoals dat in hun eigen woonomgeving afspeelt, wordt hun identiteit tekortgedaan en dat kan nooit goed zijn. Daar worden ze gefrustreerd en opstandig van. Daarom kunnen  juist lokale partijen bijdragen aan welzijn en volksgezondheid, omdat het de mensen het recht en de mogelijkheid geeft zichzelf te zijn in een omgeving die zij zelf willen. Natuurlijk zijn ook daar tegenstrijdige belangen en is niet alles uitvoerbaar, maar de invloed van bewoners is daar het grootst en het meest bevredigend. Gemeenteraadsverkiezingen moeten over de gemeente gaan, en raadsleden dienen in de eerste plaats voor hun eigen gemeente op te komen: daar zijn ze voor gekozen. Zoals velen vinden dat je van hun kinderen moet afblijven, vind ik dat hogere overheden met hun poten van mijn dorp moeten afblijven. Want ik ben niet alleen een kind van Blaricum, maar Blaricum is ook een kind van mij.

Zoek het zelf maar uit

Date 30 januari 2014

Eigenlijk vind ik nog steeds dat we de banken hadden moeten laten omvallen. Dat was niet leuk geweest voor onze portemonnee, maar dat is de huidige kredietcrisis ook niet. Wat steekt en boos maakt is dat veel veroorzakers van de crisis nog steeds op vrije voeten rondlopen en wij allemaal nu voor de kosten opdraaien. Het tast ons gevoel voor rechtvaardigheid aan, en daarmee ook ons vertrouwen in de overheid. Too big to fail leidt tot nog meer zelfverrijking en minder dienstbaarheid van de banken. In feite sluist de overheid veel geld naar de rijksten en je kunt je afvragen of dit moreel verantwoord is. En vervolgens tracht ze bezuinigingen te verkopen onder het eufemistische frame van participatie. Meer zelf doen. Maar wel evenveel belastingen blijven heffen? Gemeenten met extra taken belasten zonder een bijhorende extra zak geld. Zoek het zelf maar uit. Een excuus van de overheid – sorry, maar we hebben iets verkeerd gedaan en willen jullie ons nu helpen om ons uit de penarie te helpen? – ontbreekt, net als een ferme aanpak van de ware profiteurs. En dat zijn niet de uitkeringsgerechtigden en asielzoekers, maar de wolven die zich er te vaak zonder kleerscheuren uit weten te manoeuvreren.

In oktober vorig jaar was in Tegenlicht onder de titel Mensen van nu een portret te zien van een generatie postbabyboomers. Veel van hen hadden iets van: wij zoeken het zelf wel uit. Geen baan bij een werkgever – dat heeft net zo iets zieligs als een zanger die liedjes van anderen zingt – maar je eigen bedrijfje beginnen. Dat komt bij mij heel positief over. Maar toch mis ik iets. Boosheid. Dat hoeft geen emotie te zijn, want dat slaat snel om in destructieve haat en woede, en werkt meestal averechts. Emoties zijn vaak je eigen schaduw en voor je het weet zit je in een sociaalpsychologisch warnet van projecties en verwijten. Dat lost niks op. Boosheid als gevoel, als protest, als uiting van het feit dat je iets niet meer pikt, kan ook constructief zijn. Ludieke acties. Al dan niet zure of sarcastische humor. In bitcoins gaan handelen om de banken hun alleenrecht op geld te ontnemen. Ook tegen die overheid roepen dat ze het zelf maar moet uitzoeken. Je eigen weg gaan. Duidelijke signalen afgeven. Ze in de maling nemen. Genieten van openbaringen van WikiLeaks en Edward Snowden. Protestliederen zingen. Diplomatie bestrijden met de zo verheerlijkte transparantie. Dat is niet links of rechts, niet liberaal of sociaal, maar gewoon gezond verstand, humor.

Hoewel ze veel mooie initiatieven ontwikkelen, waar ook ik soms wel een puntje aan kan zuigen, mis ik vaak een gezonde boosheid bij jongeren. De wereld en de politiek zijn nu eenmaal zo. Je moet de dingen accepteren zoals ze zijn. Ga je eigen weg, laat je niet opjutten door politici en bankiers, want het ware geluk is alleen in jezelf te vinden. Dat is helemaal waar, maar hoort boosheid daar dan niet bij? Het klinkt zo spiritueel, maar is spiritualiteit niet leeg als gevoelens als boosheid ontkend worden en daar geen plek in krijgen? Natuurlijk is dat een beetje eng, want wie weet slaat het om in ongecontroleerde woede. Maar dat laatste gebeurt juist omdat we boosheid geen plek geven, het toch een beetje taboe vinden in een geciviliseerde samenleving, omdat we het onderdrukken zodat het op een zeker moment ontploft. Zoals het ware doen eigenlijk alleen kan oprijzen uit een nietsdoen, kan ware boosheid alleen gebeuren als je je niet boos maakt om je eigen boosheid. Acceptatie is de weg, en daar hoort ook bij het accepteren van protest, van grenzen trekken, van assertiviteit, van stevige woorden

Ik vind het moeilijk om anderen te haten want iedereen heeft zo zijn eigen geschiedenis en motieven. Maar dat wil niet zeggen dat ik niet boos op hen kan zijn. Bijvoorbeeld op mensen die roepen dat iedereen het zelf maar moet uitzoeken na zelf een spoor van financiële vernieling te hebben achtergelaten.

Eeuwig leven

Date 24 januari 2014

Misschien zijn wij babyboomers wel de laatsten die zullen sterven. Want het in vrijwel alle religies nagejaagde eeuwige leven ligt volgens diverse wetenschappers om de hoek. Prabhu wees me op een aflevering van Eeuwig jong van omroep MAX, waarin de Russische zakenman Dmitry Itskov vertelt over ambitieuze plannen en ontwikkelingen. Voor het realiseren van onsterfelijkheid heeft hij in 2011 2014 Initiative opgericht. ‘Dat heeft als doel een kunstmatig lichaam voor de mens te maken,’ vertelt hij emotieloos. ‘Een lichaam dat tot meer in staat is dan ons biologische lichaam. Daarnaast heeft het project tot doel het bereiken van een spirituele doorbraak om de spirituele transformatie te verwezenlijken waarvoor we de technologie voor onsterfelijkheid en levensverlenging gaan benutten.’ Daartoe zullen in dit project steeds meer geavanceerde avatars worden ontwikkeld: Avatar A (2020) is een robot die zijn ervaringen doorseint aan een ander die daardoor in de virtuele wereld van de robot verkeert, wat doet denken aan de gelijknamige prachtige film. Avatar B (2025) gaat een stapje verder: daarin is er niet meer sprake van een robot en een mens, maar is het lichaam van de robot samengevoegd met de hersenen van de mens. Avatar C (2035) heeft een kunstmatig brein waarin iemands persoonlijkheid en bewustzijn worden geprogrammeerd. En Avatar D (2045) wordt uiteindelijk een holografisch lichaam, een lichtlichaam waarmee we onszelf naar uithoeken van het heelal kunnen overstralen. Mooi als dat zou kunnen allemaal.

Maar het kan niet. En wel hierom. In de eerste plaats wordt ervan uitgegaan dat de persoonlijkheid in de hersenen zit, en daar kan je vette vraagtekens bij zetten. Past dat allemaal wel in onze schedel? In het programma van omroep MAX komt ook Max More van Alcor Life Extension Foundation aan het woord, een organisatie die hoofden van overleden mensen invriest om later de hersenen weer tot leven te brengen. Want ‘in de hersenen zit immers de geest.’ Maar wat er ook met ‘geest’ bedoeld mag zijn, die is meer dan herinneringen alleen, en zolang er mensen zijn met hyperthymesia – het zich herinneren van elke dag van het leven tot in de merkwaardigste details – is het heel onwaarschijnlijk dat dit alles in 100 miljard zenuwcellen past, in 100 G ofwel zo’n 20 films op dvd is te proppen. Natuurlijk is het lastig om herinneringen te kwantificeren – naast beeld en geluid komen er onder andere ook nog gevoel, emoties, geur en smaak bij – en kan elke afzonderlijke hersencel wellicht meer dan één byte geheugen bevatten. Bovendien hebben hersenen wel meer te doen dan alleen herinneringen opslaan. Wel moet ik toegeven het vroeger waarschijnlijk voor onmogelijk te hebben gehouden dat complete films op een klein schijfje opgeslagen konden worden: in de jaren tachtig vond ik de cd al een wonder. Het lijkt me veel meer voor de hand liggen dat al onze herinneringen in ‘the cloud’ zitten.

Waarom het in de tweede plaats niet kan is omdat er ook van wordt uitgegaan dat bewustzijn in de hersenen zit. Dat geeft problemen bij Avatar C en D. Bij de eerste wordt gesuggereerd dat een kunstmatig brein ook bewustzijn heeft, dus dat we het zelf kunnen creëren. Ik zeg niet dat dit niet zo is, maar het lijkt me een tikje hoogmoedig dit te beweren omdat we helemaal niet weten wat bewustzijn nu eigenlijk voor spul is. Dat het lijkt uit te vallen als ik een klap op mijn kop krijg kan ook bedrog zijn: als ik me later niets herinner zegt niet dat er geen bewustzijn was, zeker als we ons realiseren dat er verschillende stadia van bewustzijn bestaan. Tenslotte zouden we in 2045 als Avatar D – het einddoel van Dmitry Itskovs missie – zelfs aan ons materiële lichaam zijn ontsnapt omdat we dit verruild hebben voor een hologram, een lichtlichaam waarmee zelfs teleportatie mogelijk is. Dat laatste zou natuurlijk heel mooi zijn en goed voor het milieu omdat we alle vervoermiddelen aan de kant kunnen zetten, maar het blijft nog even een droom, zoals in de wereld van Harry Potter of die van Second Life. En de vraag blijft open of je dan in het kielzog van zo’n ruimtesprong je geest en bewustzijn kan meeslepen.

Zelfs als het mogelijk is, vraag ik me af of ik zo’n eeuwig leven wel zou willen, alleen met mijn brein, zonder hart en een lichaam van vlees en bloed. Iets dat perfect is, is per definitie dood, en eeuwig leven moet vandaag of morgen – dit of volgend millennium bedoel ik – tot ontiegelijke verveling leiden. Ik kan me niet van de indruk onttrekken dat mensen die eeuwig willen leven slecht contact hebben met het hier en nu. Het hier en nu dat trouwens altijd aanwezig is, dus eeuwig. Zodat ze zoeken naar iets dat er allang is, maar dat is weer een kwestie van bewustzijn.

Mijn Wetenschappelijke Tante

Date 18 januari 2014

Vandaag is ze vijftien jaar geleden overleden, mijn Wetenschappelijke Tante. En het grappige is dat ik eigenlijk via haar mijn Wijze Tante heb leren kennen. Want hoezeer de zuster van mijn vader niets moest hebben van wat Mellie Uyldert verkondigde, ze belde haar elk jaar op om haar met haar verjaardag te feliciteren. Zo hoort het ook: je kunt het totaal met elkaar oneens zijn maar toch respect voor elkaar hebben. Sterker nog: dat is de definitie van respect. Aan de ene kant dubieuze materialistische organisaties als de Vereniging tegen de kwakzalverij en de Stichting Skepsis steunen, maar toch mij als vage astroloog verbinden met iemand die alternatieve geneeswijzen en soortgelijke onzin een warm hart toedraagt. En hem af en toe een briefje van honderd gulden toestoppen.

Pas in de jaren negentig leerde ik mijn Wetenschappelijke Tante goed kennen nadat mijn vader kort voor zijn overlijden, ondanks vele familiaire ruzies en onenigheden, op de valreep toch nog contact het haar had gezocht. Ja, als kind heeft ze me wel eens rondgeleid in het laboratorium aan de Polderweg waar ze werkte aan experimenten met ratten, en zelfs college gaf. Haar kinderloosheid compenseerde ze met onderzoek naar de pil, toen dat nog in een embryonaal stadium verkeerde. Zowat haar hele leven heeft ze gewoond in Het Nieuwe Huis, midden in de stad, en in mijn kinderjaren heb ik daar wel eens gelogeerd, en gegeten in het restaurant dat later een bibliotheek is geworden. Nu ik haar in 1992 weer opzocht was ze verhuisd naar een van de mooiste appartementjes op de zesde verdieping, met raampjes in de rondte die uitzicht gaven op de Van Baerlestraat met de Hemwegcentrale aan de horizon. Ze had haar laboratoriumjas aan. Gewoon omdat ze zich daar prettig in voelde, hoewel het volgens mij ook wel iets met status en zo te maken had.

Ja, in mijn ogen was ze ouderwets. Maar op een leuke manier ouderwets. Met een trotse glimlach was ze elitair en autoritair, en toch vond ik haar aardig en begreep ik eigenlijk weinig van de onenigheden die ze vrijwel continu met mijn ouders heeft gehad. Ze was nogal gezet omdat ze diabetes had. Al snel begeleidde ik haar regelmatig naar het AMC. Daar reed ik haar in een rolstoeltje rond, en moesten we soms eindeloos wachten omdat de tijd van specialisten nu eenmaal belangrijker was dan die van patiënten. Maar de oogarts liet me wel meekijken naar het laserbombardement op haar netvlies. Vaak at ik met haar in La Falote om de hoek, dat een uitstekende recensie had gehad van de in september overleden Johannes van Dam. Vriend en ik hebben haar ook een keer meegenomen naar de uitvoering van de Mattheuspassion in Naarden, hoewel we daar niets konden zien omdat we ergens achter het koor zaten zodat ik me afvroeg wat daar het nut van was, behalve dan dat we zouden kunnen zeggen dat we daar ooit eens geweest waren. Mijn Wetenschappelijke Tante was er ook bij toen ik met vrienden mijn vijftigste verjaardag vierde in de Bombay Inn, waar Vriend en ik regelmatig aten.

Ze had één verslaving: kijken naar The Bold and the Beautiful. Ik keek dus maar mee, of ging intussen wat in de keuken rommelen of haar administratie bijwerken. Dat laatste betekende hoofdzakelijk het op orde brengen van haar effectenportefeuille, zodat ik haar kon verblijden met de mededeling dat zij zich miljonair mocht noemen, wat zij helemaal niet wist. Het interesseerde haar geloof ik ook niet zo, in elk geval minder dan de familiestamboom waarbij ze me geholpen heeft die wat te ontrafelen. Eigenlijk hád ik niet zoveel met familie, maar nu vond ik het toch wel leuk om te ontdekken dat mensen als de scheikundige Leopold Gmelin tot mijn voorgeslacht behoren, samen met andere natuurwetenschappers die in de achttiende en negentiende eeuw in Tübingen, Göttingen en Heidelberg leefden. En dat is dan nog maar één tak van mijn familie. Een rare familie waarin eigenlijk van alles voorkomt, maar waarin voor mij teveel mensen met elkaar overhoop lagen om überhaupt in families te geloven. Mijn vrienden, dat is mijn familie, heb ik vaak als een echte Waterman geroepen.

Een wonderbaarlijke vrouw was ze, mijn Wetenschappelijke Tante. En het is bij tijd en wijle heel goed om op een prettige manier samen te zijn met mensen waarmee je het totaal oneens bent. Misschien zelfs beter dan altijd met je soortgenoten op te blijven trekken. Respect. Nogmaals dank, tante!

1 + 1 = 1

Date 8 januari 2014

Rekenen is leuk, maar soms zet ik grote vraagtekens bij het realiteitsgehalte ervan. En dan bedoel ik niet zozeer het dubieuze gebruik om zaken zoals geluidsoverlast liever te berekenen dan te meten, maar vooral dat het eigenlijk om abstracte bedenksels gaat die weinig met de werkelijkheid hebben uit te staan. Ik ben de laatste om te ontkennen dat wiskunde niet leuk is. Op de middelbare school genoot ik ervan om problemen op te lossen, zelfs al wist ik van tevoren dat ik de enige zou zijn die zich met noeste arbeid door wiskundige formules had geworsteld. En toen ik astrologische programma’s voor de computer ging maken verdiepte ik me graag in boldriehoeksmeting, die driedimensionale wereld waarin de som van de hoeken van een driehoek 270 graden kan zijn. Want ik had er een hekel aan om dingen te leren die ik niet begreep en tot vandaag de dag heb ik diverse bewijsvoeringen daarvan in een schriftje bewaard. Natuurlijk heb ik ook dingen moeten leren waarvan ik tot vandaag de dag geen enkel nut heb ondervonden, zoals de formule van een vierkantsvergelijking. Maar het gaat niet om het nut omdat probleemoplossing an sich leuk kan zijn. Leuker dan sudoku’s oplossen.

Nu hebben virtuele of abstracte werelden voor mij niet minder realiteitsgehalte dan de concrete werkelijkheid, maar als je die twee niet uit elkaar kan houden heb je toch een probleem. Zo hebben we geleerd dat één plus één twee is, maar wat bedoelen we er eigenlijk mee? Dat een koe in de wei met een soortgenootje erbij in totaal twee koeien in de wei oplevert. Maar de ene koe is de andere niet en volgens mij mag je geen ongelijke dingen bij elkaar optellen. Dus kan je niet anders concluderen dan dat er iets nieuws, iets anders is ontstaan en dat er daarvan weer één in de wei staat: een koppel koeien. Waar ik eigenlijk weer niet van koeien mag spreken omdat zo’n meervoud ook weer een veelvoud van twee gelijke dieren impliceert, terwijl feitelijk geen twee dingen, planten, dieren, mensen of wat dan ook gelijk zijn. Soorten of categorieën bestaan uit gedeelde kenmerken, maar toch zijn geen twee koeien aan elkaar gelijk. Je kan alleen maar zeggen dat er een nieuwe eenheid ontstaat, een kudde, roedel of school van dieren. Kortom: 1 + 1 = 1. Alleen in abstracte werelden, bijvoorbeeld die van het denken in categorieën of in virtuele werelden als die van geld en wiskunde, geldt dat één plus één twee is.

Negatieve koeien bestaan niet. Ik heb er indertijd veel voorstellingsvermogen op losgelaten. Zit zij dan binnenstebuiten in elkaar? Het ging mijn voorstellingsvermogen, waaraan ik toch echt geen gebrek heb, te boven. Net als de wortel van min één, hoewel je bij het worteltrekken op zich – tenzij het een agrarisch volksvermaak of een tandheelkundige behandeling betreft – ook al vraagtekens kunt stellen. Net als bij het getal 0, waarvan de ontdekking niet voor niets lang op zich heeft laten wachten omdat je je er moeilijk iets bij kunt voorstellen. Al het gereken, van optellen en aftrekken, van vermenigvuldigen en delen, van machtsverheffen en worteltrekken is uiteindelijk gebaseerd op tellen, de wereld waarin één plus één twee is. Maar als ik om me heen kijk zie ik dat nergens en lijkt al dat gereken niet veel meer dan een denktrucje om de wereld een beetje overzichtelijk en hanteerbaar te maken. Leugentjes om bestwil, die ons echter van binnen zo diep hebben aangegrepen dat we ze als werkelijkheid zijn gaan beschouwen. Omdat we door het bos de bomen niet meer zien, zien we door de bomen het bos niet meer.

1 + 1 = 1: als non-dualist zou ik moeilijk iets anders kunnen verdedigen dan dat alles één is, in welke betekenis dan ook. Of ik niets beters te doen heb dan dit soort abstract gemijmer? Nee, vandaag even niet. Soms doe ik dingen alleen maar omdat ik ze leuk vind. Hersenen gebruiken een kwart van je totale energie zodat ook gepieker en gepuzzel kan helpen om overgewicht te bestrijden. Niet dat ik daar echt last van heb, maar het staat me nu wel toe een extra koekje te nemen, en ik hoef vandaag ook de hond niet uit te laten om overgewicht tegen te gaan. Ik heb trouwens niet eens een hond.

Tijd

Date 31 december 2013

Vroeger was een jaar nog een jaar, maar in de loop van de tijd is daar nog maar een dag van overgebleven. Als kind voelde een jaar als een oneindige tijdzee, maar nu ik ouder ben herinner ik me de vorige jaarwende als de dag van gisteren. Misschien is dat een optische illusie, lijkt het afgelopen jaar zo kort omdat het leven ervoor zo lang was, en leek als kind het jaar zo lang omdat het verleden nog zo kort was. Hoe jonger je bent, hoe ouder oud is: iemand van veertig is voor je gevoel al heel oud. En eigenlijk tellen in je jeugd mensen ouder dan een jaar of vijfentwintig al niet meer mee, want dan ben je gesetteld, heb je een baan en kinderen, draag je een das en heb je netjes leren eten, kortom je leeft eigenlijk niet meer als je zogenaamd volwassen bent, vergeet het maar.

Het is alsof de tijd toch iets met je doet wat je niet wilt. Slijtage, aftakeling, geleidelijk wordt je lichaam een rammelkast met allerlei kleine gebrekjes waarmee je, ondanks de eerste schrik bij het constateren ervan, toch in de loop van de tijd leert leven. Net als die kies die afbreekt waardoor je mond van binnen raar aanvoelt maar waar je toch aan went. Veel mensen gaan al die gebrekjes camoufleren, zijn vaak bezig hun lichaam op te lappen opdat het mooi en jong zal blijven. Ik denk dat je daarmee voorzichtig moet zijn, en hier en daar een gebrek gewoon een gebrek moet laten, want uiteindelijk ga je toch dood aan dit soort dingen en het lijkt me verstandig daar alvast aan te wennen. Gewoon een beetje leren sterven is nooit weg.

We willen allemaal de eeuwige jeugd, en dat is niet voor niets. Omdat het leven daarin culmineert zoals een bloem dat doet als hij zijn bladeren opent voor de zon en de bijen, en hij zijn geuren welig verspreidt. Sommige mensen vinden de tijd dan ook wreed omdat ze uiteindelijk aan alles een einde maakt. Misschien wel om ons te leren dat het helemaal niet gaat om al die uiterlijkheden, om ons te leren dat we in ons diepste binnen, in ons wezen uit niets dan schoonheid, waarheid en goedheid bestaan. Want uit dat onzichtbare binnenste wellen ideeën en idealen op, uit inspiratie is mijn avatar Ganymedes geboren, hoewel ook die slechts een vergankelijk beeld is van schoonheid waarvan de kern een raadsel is, maar die je wel degelijk waarneemt.

Net als tijd. Niemand weet wat het is, niemand heeft die concreet gezien en toch wordt die door iedereen waargenomen. Soms gaat hij snel, soms langzaam. Soms hebben we het niet, soms wel. En niet alleen in de psychologische wereld maar ook in die van de natuurkunde blijkt hij zich soms vreemd te gedragen. En juist omdat hij zich zo ongenadig manifesteert, aan alles steeds een einde maakt, wordt hij vaak afgebeeld als een man met een zeis, als de dood, als de harde concrete niets ontzeggende Saturnus, de wachter op de drempel Maar nu ik er dieper over nadenk vraag ik me af of hij eigenlijk wel bestaat. Want als hij zélf de tijd is, hoe kan hij dan zelf iets doen, zich bewegen? Wat blijft er dan meer van hem over dan een illusie?

Waarmee mijn oudejaarsmijmering eindigt met dat wat ik al vreesde: de conclusie dat tijd helemaal niet bestaat, een droom is. Waarbij ik me dan weer afvraag hoe ik me iets kan verbeelden als daar geen tijd voor is. Dat de wereld tijdloos is en alles eigenlijk tegelijkertijd gebeurt. Wat misschien verklaart waarom ik vroeger slecht was in geschiedenis. Nu ook nog trouwens. Mijn wens voor iedereen mag duidelijk zijn: een tijdloos 2014!