6 december 2011
‘We weigeren in te zien dat automobilisten anderen de vrijheid ontnemen.’ Zo begint een artikel van Marcel ten Hooven in nrc.next van 5 december onder de kop ‘Lekker doorrijden, ten koste van de sukkelende stakkers.’ Nou kan je je afvragen wie de ‘stakkers’ zijn: zij die eenzaam in hun auto zitten of zij die in real life in de wind fietsen of tussen echte mensen lopen, staan en zitten op straat, bus of trein. Hoewel ik me op de fiets in de regen, op een leeg kruispunt wachtend op het groene licht, heus wel eens een stakker, een slachtoffer, lekker zielig voel. Met mij wordt te weinig rekening gehouden en zo. Maar toch bestrijd ik dat ik auto’s haat omdat ik er zelf geen heb, en denk ik dat eerder het omgekeerde het geval is. Want op die momenten dat ik zat geld had bleef het aanschaffen van zo’n ding het laatste waar ik aan dacht. Ik heb nog een rijbewijs uit 1973 dat ik voor de zekerheid keurig laat verlengen, dus ik mag nog altijd zo in een auto stappen na 38 jaar niet gereden te hebben. Maar ook dat is vrijheid.
‘Wie zich buiten het automobilisme bevindt, weet dat het een zelfvernietigende begoocheling is, maar binnen de tovercirkel is men overtuigd van het eigen gelijk,’ citeert de auteur NRC-columnist Henk Hofland in 1989. ‘Daar heeft zich een autocentrisme ontwikkeld met al zijn magie, irrationalisme en zelfbedrog.’ De auto verspilt energie maar draagt wel bij aan de vrijheidsromantiek. In mijn eigen woorden: een romantiek die veel lijkt op die van het wilde westen, en ik moet toegeven indertijd het liedje On The Road Again te hebben gemaakt. Om dat heerlijke gevoel met nog meer snelheid te kunnen bevredigen stelt minister Schultz van Haegen (VVD) dan ook graag 132 miljoen en vijf extra verkeersslachtoffers per jaar ter beschikking: ‘Je bent sneller op de plek van bestemming en het sluit ook beter aan bij de beleving van de weggebruiker.’ De beleving! Maar ik moet toegeven dat ik bij tijd en wijle graag meegeniet, ondanks al mijn gekanker op auto’s. Waar Hein, die ons regelmatig meeneemt naar Duitsland, het overigens helemaal mee eens is.
‘In werkelijkheid gaat het gebruik van de auto gepaard met een inperking van de vrijheid van anderen dan de automobilist,’ schrijft Ten Hooven in nrc.next. De auto legt beslag op schaarse ruimte. Bedreigt de veiligheid. Ontneemt kinderen speelruimte en bewegingsvrijheid. Drukt fietsers van de straat. Maakt van wegen gevaarlijke barrières. Dwingt ter bescherming tegen geluid en uitlaatgassen tot geluidswallen, dubbele ramen en airconditioning. Drukt een stempel op het landschap. Ontneemt je de vrijheid om met 90 km/u over de snelweg te rijden. En naast deze weet ik er zelf ook nog wel een paar. Zoals de ruimte die de auto schept voor huftergedrag, zoals te dicht op kruisingen, op stoepen en op fietspaden parkeren. Systematisch gas geven bij oranje licht. Bumperkleven. En altijd net wat harder rijden dan toegestaan is. Zodat drempels moeten worden aangelegd, die fietsers de vrijheid ontnemen om vrij van hobbels over straat te rijden. En dan dat eeuwige toet-toet als de visite van de buren vertrekt!
Tja, die rechtse hobby kost ons wat! En dat allemaal voor een paar minuten tijdwinst en het bevredigen van primitieve lusten. Maar één troost is er! Als ik mag geloven wat Lynne McTaggart in haar boek De Verbinding schrijft, hebben ego’s een veel grotere kans op hart- en vaatziekten dan anderen. Wellicht gewoon omdat ze niet vanuit hun hart leven, denk ik dan simpel. Dat geldt enerzijds voor ons ijskoude kabinet dat zichzelf verziekt, en anderzijds voor de Henken en Ingrids die te dom zijn om te beseffen dat je een verbinding niet met je auto moet maken, maar met je hart. Want hun ingeblikte ikjes scheuren op en neer op de wegen, en ze hebben niet door dat het echte leven zich pas laat zien als ze de autodeur achter zich dichtslaan. Ga lopen, fietsen, paardrijden! Wat zijn we toch gehecht aan onze auto, een vel van glanzend blik, en laten we ons daardoor beheersen alsof het ons eigen lichaam was! Misschien moest John Galt wel niet het dollarteken in de lucht schrijven, maar een heilige auto op de wolken projecteren.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
1 december 2011
Ik was bijna 33 jaar – de ideale leeftijd om verlicht te raken. Maar wellicht ook om mijn leven een radicale wending te geven. Nu ben ik zowat dubbel zo oud en nog steeds niet verlicht, hoewel de smaak daarvan me nooit meer los zal laten.
Het gebeurde op de eerste zomerdag van 1979, op 13 mei. Ik lag in mijn slipje in de tuin van vrienden in Dordrecht en las het door hen aanbevolen boek Oorspronkelijk Gezicht van Jan Foudraine, die nu Swami Deva Amrito heette. ‘Bhagwan! Poona! Dat is vast iets voor jou,’ hadden ze me aanbevolen. Nou, dat heb ik geweten. Want al bij de eerste pagina’s kreeg ik het onrustige vermoeden dat ‘de Bhagwan’ niet de eerste de beste goeroe was. De dagen erna werden een feest van herkenning en bevestiging, er viel van alles uit mijn leven op zijn plaats en daarover schreef ik maanden lang enthousiast mijn dagboek vol. Eindelijk was er een religie waarin ik me helemaal thuis en gekend voelde, en waarvan de ideeën naadloos aansloten bij de mijne, zoals over mystiek en de eenheid van alles. Ik nummerde zelfs de dagen na die dag in mei, alsof toen al voor mij een nieuwe kalender, een nieuw leven begon. Ik ging naar Amitabh, de boot aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade, deed mijn eerste meditaties en genoot ervan hoe lichamelijkheid gerijmd werd met spiritualiteit. Ik kocht en beluisterde cassettes, las de prachtig vormgegeven boeken – de wereld was te klein om mijn vreugde te vieren over het feit dat er ook anno 1979 verlichte mensen rondliepen. Om mensen als Jezus of Boeddha te vinden hoefde ik niet eeuwen terug te reizen, want ik kon ze ook gewoon in het hier en nu ontmoeten.
Die zomer ging ik alleen op vakantie. Ik kon gebruik maken van een appartement van een vriend in Saint-Tropez en had boeken en cassettes van Bhagwan meegenomen. Dronken – en niet in de eerste plaats van drank – zwierf ik bloot in oranje tuinbroek over de kades, genoot van terrasjes, muziek, mensen en vrede. Van de maan en de sterren, van straatzangers, muziekbandjes en Pink Floydklanken in lome kleurige nachten. Van lange uitputtende wandelingen naar de stranden onder de hete zon. Het was een continue roes van blijheid, acceptatie, vrede, vertrouwen, lekker in mijn lijf zitten, bewogen worden zonder te bewegen. En het wonderbaarlijke was dat ik alleen was – iets wat ik eerdere vakanties nooit gedurfd zou hebben – en juist daarom één van de mooiste vakanties van mijn leven had. Ik hield van alles en iedereen, vond alles mooi en goed. The flowers showered, ook over mij. Ik dronk de smaak van verlichting. Die roes heeft maanden lang geduurd, ook toen ik weer verder ging met mijn studie psychologie. Het kon niet uitblijven dat ik op gegeven moment in het vliegtuig naar India zat, waar ik meteen voelde hoe de grond doortrokken was van millennia diep doorleefde religie. Daar lag het beloofde land achter de kleurige horizon, en zou ik Bhagwan in het echt gaan meemaken.
Bij Bhagwan voelde ik me helemaal thuis en de ashram was de sprookjeswereld waarover ik al lang in psychedelische visioenen had gedroomd. Het bestond echt allemaal! De lezingen van Bhagwan in de Buddhahall waren niet alleen doortrokken van stilte en eenvoud waarin leven en sterven omarmd werden, maar ook van zen en paradoxen, en van grappen en humor. Ik begon me zelfs af te vragen of dit alles niet één grote grap was, want Bhagwan had vaak verteld dat verlichting niet voor serieuze mensen was weggelegd. Ik stopte mijn vraag in het daarvoor bestemde busje. ‘And in fact, this whole thing is a joke: your misery, my enlightenment,’ besloot Bhagwan zijn lezing op 16 december, die later onder de titel Don’t take enlightenment seriously gepubliceerd werd. Naast zijn prachtige en lange lezingen waren er de meditaties met ontroerende klanken van Deuter, die toen Chaitanya Hari heette. De Kundalini, de Nadabrahma en de Gourishankar waarop ik effortless meedanste, meezoemde en deinde. En dan waren er natuurlijk de therapiegroepen, compleet met woede, angsten, vloeken, seks en vechten, maar ook met tederheid en omhelsd worden en later vrijen met de mooiste en liefste jongen van de groep. En geheimzinnige black-outs, waarbij de hele ashram in het donker werd gezet en velen zich afvroegen wat voor magische en occulte dingen er toen allemaal gebeurden.
Op 14 januari 1980 zat ik in het Chuang Tzu Auditorium voor Bhagwan en ik schrok ervan dat hij echt helemaal léég was – iets wat in het Westen niet altijd een compliment voor iemand is. Ik nam sannyas, een gebeurtenis waarvan ik me achteraf weinig herinner – iets wat veel sannyasins is overkomen. Bhagwan gaf me de ontzettend mooie naam Satyamo, wat volgens hem ‘ultieme waarheid’ betekende, en waarvan de klank aanvoelde alsof die op mijn lijf geschreven was. Nou vond ik dat ‘ultieme’ wel erg veel van het goede, en zelfs tot vandaag de dag laat ik dat maar even weg als ze me vragen wat mijn naam betekent. Waarheid. Wat is waarheid? Dat is een vraag die me al zowat mijn hele leven bezighoudt. Wellicht leefde ik bij Bhagwan in een romantische sprookjeswereld. Maar die was voor mij wel helemaal waar en is dat tot vandaag de dag. Omdat deze me een hogere, diepere werkelijkheid liet zien dan de alledaagse werkelijkheid die we geheel onterecht ‘realiteit’ noemen.
Deze weblog is, samen met veel verhalen van anderen over hoe Bhagwan/Osho in hun leven kwam, ook te vinden op http://www.vrienden-van-osho.nl/hoe-osho-in-mijn-leven-kwam.html.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
2 reacties »
24 november 2011
Maximumsnelheden zijn er om overtreden te worden. Niet alleen voor de gemiddelde automobilist maar ook voor vele dromers en fantasten zoals ik. Sneller dan licht! Je storten in wormgaten, reizen door de tijd, parallelle universa bezoeken, de vierde dimensie! Wat wil je nog meer? ‘Faster than light if you want to,’ zongen de Moody Blues in 1968, maar pas vandaag de dag ontstaat er paniek onder natuurkundigen omdat neutrino’s zich sneller dan licht lijken te kunnen voortsnellen. En dat zou de hele relativiteitstheorie op zijn kop zetten, met speculaties over en weer over de gevolgen daarvan. En daarom ben ik maar eens opnieuw Prismaboekje 478 uit 1962 gaan lezen, dat ik sinds mijn middelbareschooltijd gekoesterd heb. Net als Vriend trouwens, die het toen ook al las: Relativiteitstheorie voor de leek dat James A. Coleman in 1954 schreef en dat volgens de binnenflap hoog geprezen werd door niemand minder dan Einstein zelf.
Ik lees dat de relativiteitstheorie een speciale (1905) en een algemene theorie (1916) kent. Bij de eerste gaat het om objecten met een hoge constante snelheid, terwijl het bij de tweede om versnelling gaat, die overigens niet te onderscheiden is van zwaartekracht. Die eerste theorie zegt onder andere dat de ether, de drager van lichtgolven niet gevonden kan worden, en dat de lichtsnelheid altijd constant is ten opzichte van de waarnemer. Dus hoe snel je je ook beweegt: het licht raakt je altijd met een snelheid van 299.792,458 km/s. Dat gaat al tegen al je logische gevoel in. Maar het wordt nog gekker als van een waargenomen object de lengte minder wordt, de tijd langzamer gaat lopen en de massa toeneemt naarmate zijn snelheid die van het licht nadert. In het dagelijks leven in onze trage aardse dreven merken we daar vrijwel niets van, want in de praktijk treedt pas een halvering of verdubbeling op bij zo’n 259.627,884 km/s, en dat is echt héél hard!
Wat ik al lezend steeds in de gaten moet houden is dat dit alles geldt voor de waarnemer voor wie een object zo snel beweegt. In mijn eigen bijna lichtsnelle ruimteschip merk ik niets van dit alles en loopt mijn klok heel normaal, maar als ik naar een klok op de zich snel verwijderende of naderende aarde kijk blijkt die knap achter te lopen. Vanaf de aarde gezien zie ik er steeds dunner uit en neemt mijn massa toe, maar zelf constateer ik niets van dit alles. Boeiend in dit verhaal is de zogenaamde klokparadox: als ik terug ben bij iemand op de aarde zal het voor ons beiden bij de ander vroeger zijn als voor onszelf. Omdat we niet allebei jonger kunnen zijn dan de ander geeft dit te denken. Maar dat probleem schijnt te worden opgelost met de algemene relativiteitstheorie die over versnellingen gaat, en dat versnellen en afremmen is in de praktijk wel nodig bij zo’n experimenteel uitje. Maar echt snappen doe ik het nog niet.
Terug naar de neutrino’s. Als die enige massa hebben – en dat schijnt zo te zijn – zouden ze volgens de speciale relativiteitstheorie bij de lichtsnelheid een oneindig grote massa hebben, zou er geen beweging meer in te constateren zijn en zou het deeltje afgeplat zijn omdat de lengte ervan nul is, kortom: het deeltje zou niet bestaan en toch een oneindige massa hebben. En dat allemaal omdat de lichtsnelheid is opgenomen in die zogenaamde Lorentzfactor. Moet je je voorstellen: zo’n neutrino kan dus onzichtbaar op je afkomen, maar geeft een klap die zelfs het hele heelal niet overleeft omdat zijn massa oneindig is. Geen wonder dat sommigen zich zorgen maken over experimenten in Genève die mogelijk zwarte gaten kunnen veroorzaken. Maar hoe hard zo’n neutrino ook voortraast, voor ons lijkt hij met zijn stilstaande tijd de onbeweeglijke beweger. En het is maar gelukkig dat lichtdeeltjes geen massa hebben want anders zouden er, omdat ze nu eenmaal de neiging hebben om zich even snel als het licht voort te planten, heel veel ongelukken gebeuren.
Maar tegelijk hoor ik dat lichtdeeltjes, fotonen, wèl massa hebben. Want er bestaat wel degelijk iets als lichtdruk, waardoor je in het zonlicht molentjes in luchtledige glazen stolpjes kunt laten draaien En bovendien wordt licht afgebogen door andere grote massa’s met als gevolg dat schijnbaar rechte lijnen heel krom kunnen zijn. Dan denk je de aarde steeds verder achter je te laten, en komt die aarde opeens weer in zicht! Dat heet dan heel mooi ruimtekromming en in 1954 was de straal van het heelal nog 3*1023 kilometer. Wat een wereld en wat een raadsels! Vaak denken mensen dat ik een dromer en een fantast ben, maar hier kan ik echt niet tegenop! Misschien had ik het allemaal wel gesnapt als ik natuurkunde had gestudeerd, maar uiteindelijk vond ik innerlijke reizen interessanter zodat het psychologie werd. Zodat ik – wellicht heel onwetenschappelijk – blijf geloven dat de snelheid van het licht niet de grootste snelheid is. Of nog erger: dat eigenlijk alles overal tegelijkertijd gebeurt. En dat het geen toeval is dat dit allemaal speelt in een tijd waarin steeds meer mensen verlicht raken, ondanks of dankzij dit spelen met licht.
Gepost in Uit mijn leven, Wetenschap
2 reacties »
14 november 2011
Hoe verder met Occupy? Vandaag in nrc.next een artikel van D66-raadslid Jelmer Alberts uit Amsterdam. Omdat demonstraties nog maar weinig indruk op politici maken, vindt hij dat de Occupyers hun plannen via politieke partijen moeten gaan realiseren. ‘Het is dé manier om als individu invloed te hebben.’ Een gewaagd antwoord aan deze kringen, waar men zich juist heel bewust afkeert van de huidige vorm van politiek bedrijven. Het lijkt me dan ook eerder een stap achteruit dan een stap vooruit. Tegelijk constateert Alberts dat ‘nog geen 2,5 procent van de stemgerechtigde Nederlanders lid is van een politieke partij.’ Waarom helpen Occupyers niet dat percentage te vergroten, waarom bewandelen ze niet de vertrouwde conventionele weg? De vraag naar het tanende vertrouwen in de politiek is echter niet gesteld.
Wellicht is het ons politieke systeem zelf dat rammelt en aan zijn eigen succes ten onder gaat. Dat is dusdanig uit haar jasje gegroeid dat politieke partijen belangrijker zijn geworden dan de individuen en visies waaraan ze hun bestaan te danken hebben. Steeds vaker zijn partijen en hun coalities machtsblokken waar partijbelangen prevaleren omdat die belangrijker geacht worden dan de bronnen waaruit ze zijn ontstaan. Want meestal is het dat, hoewel volksvertegenwoordigers geacht worden in volle vrijheid – ‘zonder last’ zoals dat heet – te besturen, ze in de realiteit vaak de oren laten hangen naar partij- en coalitiebelangen. Want die moeten hoe dan ook overleven en aan de macht blijven: de eigen groep is belangrijker dan het individu of de samenleving. En als je niet meedoet met de groep lig je eruit, zo simpel is het.
Het zou pas echt vernieuwend zijn als politieke partijen werden opgedoekt en mensen op hun eigen merites werden gekozen. Zeker als het grote landelijke politieke partijen betreft. Dan hebben coalities niet meer hun ‘eigen’ ministers, gedeputeerden en colleges die ze in bescherming nemen. Dan worden we vertegenwoordigd door echt vrije mensen en hebben onderling gekonkel, corruptie en gedeal veel minder kans om te bepalen wat er in het land, de provincie en de gemeente gaat gebeuren. Pas als de politiek ontdaan wordt van dit soort praktijken waardoor kiezers hun vertegenwoordigers niet meer vertrouwen, kortom wanneer politiek verlost wordt van het eigenbelang van partijen, is er een kans dat mensen er weer bij betrokken raken.
Het is niet voor niets dat kleine plaatselijke partijen geliefd blijven, want die zijn niet gebonden aan landelijke visies en richtlijnen, zodat kiezers veel beter weten wat ze aan hun vertegenwoordigers hebben. Grenzen aan de groei zijn niet alleen voor het milieu, maar ook voor politieke partijen een must. Het ontkennen daarvan, zodat het immens logge gedrochten worden, leidt tot hun eigen ondergang. Dat zien we dan ook nu gebeuren. En terecht. Niet alleen veel politici hebben afgedaan, het hele systeem moet op de helling. Dus nu maar een partij van Individuele Politici, de IP oprichten? Of die van de vrije individuele politici, de VIP? Nee dus. Want maar al te vaak gaat dan die vrijheid ten koste van die van een andere individuen en groepen. Het vraagt natuurlijk wel wat gereoganiseer om een democratie te beginnen die op individuen is gebaseerd en niet op partijen. Aan de andere kant: we leven toch in een tijd van individualisme? Hier ligt een echte kans!
Gepost in Maatschappij en politiek
2 reacties »
11 november 2011
In het getal 11 wordt de dualiteit weer één. Ja toch? Het is één getal, maar bestaat toch uit twee cijfers 1. Het is ook het getal van de Waterman, het elfde teken van de dierenriem, en dus ook van zijn tijdperk dat wellicht na de huidige crises zal aanbreken. De datum van vandaag lijkt zo wel een heilige drie-eenheid. En drie-eenheid kom je overal in tegen. Dat gaat niet alleen om de vader, de zoon en de heilige geest, maar ook om bijvoorbeeld waarheid, schoonheid en goedheid, of om denken, voelen en handelen, of om Mercurius, Venus en Mars, of om geest, ziel en lichaam, of om hoofd, hart en handen, of om Plato’s deugden wijsheid, matiging en dapperheid. Als je goed om je heen kijkt zie je overal weer diezelfde drie-eenheid terug. In de trits input, verwerking en output, of die van het mentale, astrale en materiële lichaam. En dan ben ik er vast nog een heleboel vergeten zoals opgaan, blinken en verzinken, positief, neutraal en negatief, vaste stoffen, vloeistoffen en gassen. Ja, drie is een heilig getal, maar één is het meest heilig.
Wordt het daarom vandaag een bijzondere dag? Tja, de wereld ziet er een beetje eng uit door wat er in Griekenland, Italië, Frankrijk dreigt te gebeuren met de euro en zo. Maar gelukkig zit het guldenteken ƒ nog steeds onder alt-159 in onze computers, dus daar hebben we straks geen probleem mee. En als de horeca bij de prijzen straks alleen maar het euroteken in een guldenteken verandert, is ook dat weer een lichtpuntje. Wat een gedoe allemaal! Alleen maar omdat we in één grote familie onze taken niet goed hebben verdeeld. De één is er trots op dat hij zijn gezondheid ruïneert door tachtig uur in de week te werken. Wat ik trouwens niet zou willen verbieden, want hoe meer die macho’s zichzelf afbranden, hoe minder er overblijven, dat ruimt op. De ander geniet gewoon lekker lui van het leven want al die luxe en dat gewerk hoeft niet zo van hem. Wat ik trouwens ook niet zou willen verbieden, want alleen ontspannen mensen kunnen creatief zijn en echte innovatie brengen. Maar nu zegt de macho zijn steun aan de luierik op, in plaats van een voorbeeld aan hem te nemen. En wil de luierik maar blijven lanterfanten terwijl er toch af en toe afgewassen moet worden. De uiteindelijke waarheid ligt natuurlijk in het midden, iets met these, antithese en synthese.
Maar al die dualiteit zal verdwijnen. Exit alle geloof en geloven! Maak plaats voor no-nonsensereligies als zen, tao en nondualisme! Terug naar de bron in onszelf, terug naar het weten en de eigen ervaring. Terug naar vertrouwen en heelheid. En dat kan alleen als we de eenheid in de veelheid zien. Daar is soms crisis voor nodig. Gewoon ‘Een!’ roepen helpt niet, daar moet het Bestaan soms op hameren. Zes keer! Want de zes werd door Pythagoras als ‘de schepper van de ziel en de structuur van het universum’ en door anderen ook als een volmaakt getal beschouwd, zo lees ik her en der in Wikipedia. Deze datum met zes enen moet dus wel heilig zijn. Natuurlijk kun je daartegenin brengen dat datums heel willekeurig zijn, wat blijkt uit het feit dat kalenders vaak veranderd zijn en veel volkeren hun eigen kalender hebben. Bovendien betekent het Latijnse novem negen, zodat november eigenlijk de negende maand is en niet de elfde! Maar omdat ik niet in toeval en willekeur geloof, ben ik het met al die argumenten oneens. Het heeft nooit anders kunnen zijn dan dat het hier in onze cultuur vandaag 11-11-11 is. En dat iedereen die dat ziet bewust of onbewust met de betekenis ervan wordt geconfronteerd. Op naar Aquarius!
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit
2 reacties »
7 november 2011
‘Voor Satyamo, die allang verlicht is!’ schreef Tijn Touber voorin zijn boek Spoedcursus Verlichting dat ik in de pauze van hem kocht. Wow! Dat dit jaar me zoveel goeds brengt! Eerst ben ik officieel hoogbegaafd en nu ben ik nog verlicht ook! Ik word er zo verlegen van dat ik me eigenlijk nergens meer durf te vertonen. Nou moet ik er eerlijkheidshalve wel bij zeggen dat volgens Tijn Touber iedereen eigenlijk allang verlicht is. Het is alleen een kwestie van ervoor kiezen en jezelf toestemming geven om verlicht te zijn. Dat vertelt hij ons allemaal op deze zondagmorgen in de Besanthall in Naarden waar we regelmatig lezingen bijwonen van de werkgroep De Nieuwe Mens. Ik weet dat de meningen over deze vijftiger verdeeld zijn, maar ik word wel getroffen door de eenvoud, vanzelfsprekendheid en gewoonheid waarmee hij zichzelf als verlichte presenteert. En zo hoort het ook volgens zen.
‘Ja maar dit kan helemaal niet,’ zegt een stemmetje in me. ‘Want voor verlichting moet je jarenlang mediteren, en het is iets heel hoogstaands en heiligs dat je niet zomaar op straat mag gooien alsof je een snel kroketje uit de muur trekt!’ Maar Tijn wijst op een ander stemmetje in ons, de stem van de verlichte die in ons allemaal leeft, en die eigenlijk ontdekt is door zenmeester Genpo Roshi, wiens boek Big Mind – Big Heart al een tijd half uitgelezen naast mijn bed ligt. En Genpo ontdekte zijn snelle weg naar verlichting door de techniek van Voice Dialogue, waarin je één van de vele zelven of subpersoonlijkheden in iemand aan het woord laat. En waarom dan niet de verlichte in ons aanspreken? En zo ontdekte hij dat het werkte toen een leerling opeens in een boeddha veranderde. Hoewel ik betwijfel of de slapende verlichte in mij ook deel uitmaakt van mijn persoonlijkheid, kan ik me toch goed voorstellen dat zoiets werkt.
En waarom zou het eigenlijk niet eenvoudig zijn om verlicht te raken? In hoeverre is dat idee ons niet door priesters en politici aangepraat? Probeer jezelf maar niet te bevrijden, dat is veel te hoog gegrepen, een mooi ideaal dat niet te realiseren is. Ja, zo ben ik ook opgevoed. Maar meesters als Osho – en Tijn vertelde me dat hij hem één van de meest hoogstaanden vindt – wijzen er toch vaak op dat verlichting zo dichtbij is dat elk zoeken alleen maar afdwalen betekent. Bovendien profiteren huidige generaties van al het werk dat hun voorgangers al hebben gedaan. Zoals de eersten die een puzzel oplossen daarmee de grootste moeite hebben, maar het daardoor anderen gemakkelijker maken, dankzij het Veld van Lynne McTaggart. Zo verhaalt Tijn van jongeren met wie hij op Lowlands gaat mediteren en die heel goed begrijpen waar het om gaat. En ik zag ze zelf ook bij Occupy in Amsterdam, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
Waar het dan om gaat? Om het loslaten van identificaties, zodat je onder andere naar je eigen gedachten kunt kijken en luisteren zonder je ermee te vereenzelvigen. Osho zou zeggen: blijf in het centrum van de cycloon waar het stil is. ‘Heb je gedachten, gevoelens en emoties of ben je ze?’ is één de checks die Tijn in zijn boek noemt. Gevolgd door een mooie aha: ‘Wanneer de hersenen teveel gedachten produceren, dan is er geen ruimte voor heldere inzichten, ahamomenten of spirituele ervaringen,’ wat een leuke opmaat kan zijn voor een discussie in de nu 65-jarige internationale vrijdenkersclub Mensa, die immers het IQ hoog in het vaandel heeft. Denken kan een grote belemmering zijn op het spirituele pad. Zeker omdat eigenlijk dat hele pad zelf óók is bedacht. Kom op, laten we met een vingerknip ons ego en onze persoonlijkheid achter ons laten en transpersoonlijke werelden betreden, dat doen we toch gewoon even?
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
2 reacties »
31 oktober 2011
De afgelopen maand zijn we in Blaricum weer eens geconfronteerd met een staaltje oude politiek. Ja, het soort politiek dat juist zoveel weerstand en agressie tegen politici oproept, waardoor mensen hun vertrouwen in hun eigen bestuurders verliezen. En ik ook. Een beschadiging van het imago van politici dat ook op mij als gemeenteraadslid afstraalt. Wat er aan de hand is?
De provincie Noord-Holland wil graag een netwerk van snel, hoogfrequent, comfortabel en herkenbaar openbaar vervoer. Dat vind ik als lid van Rover fijn om te horen! En ze hebben dit Hoogwaardig Openbaar Vervoer al gerealiseerd in de vorm van de Zuidtangent met de buslijnen 300 en 310 vanuit Haarlem en Nieuw-Vennep naar Amsterdam. En er moet nu ook een snelle bus, een HOV, van Amsterdam via onder andere Huizen en Blaricum naar Hilversum komen. En om dat doel te bereiken moeten hier en daar vrije busbanen in de vorm van betonnen bakken worden aangelegd. Daarbij kan je het niet iedereen naar de zin maken. Zo ligt Blaricum op de route tussen Huizen en Hilversum, en omdat het algemene provinciale belang dat van een individuele gemeente overstijgt, moeten ook daar betonnen bakken in en door het groen komen. Jammer voor Blaricum, maar wees nou eerlijk: dat is toch redelijk? Soms moeten hogere overheden beslissingen over die van lagere overheden nemen, zonder dat waren bijvoorbeeld ons wegen- en spoornet een onontwarbare kluwen geworden.
Aan de slag dus, want het aanleggen van zo’n HOV gaat niet over één nacht ijs. Al jaren lang wordt daarop gestudeerd, worden plannen uitgewerkt die we als gemeenteraadsleden voorgeschoteld kregen in dure hotels, inclusief powerpointpresentaties, brochures in eigen huisstijl met logo, computeranimaties en cd-roms. Het is maar goed dat er vele miljoenen voor worden uitgetrokken, want een paar ton is waarschijnlijk al op. Een reden temeer om ermee door te gaan, want anders was dit geld weggegooid. Nu eens wordt er iets in Hilversum veranderd, dan weer in Huizen, dan wordt een halte verplaatst of een dijk verschoven, en dan zijn er weer nieuwe berekeningen met andere cijfers. Het geheel is een rommelige lappendeken geworden, wat me steeds doet denken aan hoe ik in mijn jeugd spullen in elkaar knutselde met plakbandjes, paperclips en elastiekjes. Grappig is dat men het échte probleem, namelijk files op de A27 waarover die bus ook moet gaan rijden, niet oplost. Een vrije busbaan daarvoor wordt op de lange baan geschoven. Geen geld en zo.
Er is dus veel gediscussieerd over mogelijke tracés en het al dan niet laten meerijden over de bestaande wegen van deze HOV, want echt druk is het niet op de vierbaansweg in Blaricum waarvan hij gebruik zou kunnen maken. Daar rijdt inmiddels sinds afgelopen zomer wel alvast bus 320. En wat bleek? Die bus doet over het tracé door Blaricum er hooguit één à twee minuten langer over dan de snelste HOV via een vrije busbaan! Awww! Toen was het helemaal niet meer te begrijpen waarom er überhaupt nog een HOV zou moeten komen. Vooral sinds die tijd hebben zowel bewoners als gemeenteraad actie gevoerd, gefolderd, reistijden gemeten, vergaderd, geschreven en zelfs gezongen, opdat de provincie alsnog tot bezinning zou komen. Het mocht niet baten, want deze maand is men er daar toch uitgekomen: er zal hoe dan ook een vrije busbaan door Blaricum worden aangelegd.
Dus de provincie gaat 18 miljoen uitgeven om een bus een paar minuten sneller te laten rijden? Ja dus. Maar waarom dan, als blijkt dat we die gewenste HOV eigenlijk allang hebben? Volgens de provincie omdat Huizen het wil. En volgens Huizen omdat de provincie het wil. En volgens beiden omdat er sprake is van een ‘overstijgend belang’. Maar wat het overstijgend belang is van het uitgeven van miljoenen voor iets dat je eigenlijk al hebt blijft onduidelijk. En als je doorvraagt naar de argumenten om die HOV aan te leggen, krijg je daar gewoon geen antwoord op, zo simpel is het in de politiek. En als gemeenteraadslid komen vele vragen op je af. Wat zit er achter? Is het een statusproject? Zijn er deals die het daglicht niet mogen zien? Zijn er partijbelangen in het spel? Het is juist deze ondoorzichtigheid die de politiek verdacht maakt. En zodra je ernaar vraagt krijg je van gedeputeerde Elisabeth Post de wind van voren, zoals Jeff Leever van de Ouderenpartij van Provinciale Staten mocht meemaken.
Het is onverteerbaar dat bestuurders zonder argumenten miljoenen kunnen weggooien, en daar nog mee kunnen wegkomen ook. Niet dat die argumenten allemaal rationeel hoeven te zijn, want ook gevoelens mogen wat mij betreft een rol meespelen in de politiek. Maar laat ze dan gewoon zeggen: ‘We vinden het leuk om een groene wijk te vernietigen!’ Of ‘We vinden het gewoon leuk om geld over de balk te gooien!’ Of: ‘We willen het openbaar vervoer helemaal niet verbeteren met ons geld!’ Dan ben je tenminste eerlijk. Maar teveel politici kunnen dat nog niet opbrengen. Dus als straks de bomen gekapt gaan worden voor het aanleggen van betonnen bakken, kunnen wij als raadsleden niet veel anders doen dan bewoners naar Haarlem door te verwijzen. Ga daar maar massaal voor het provinciehuis demonstreren. En neem tenten mee!
Het kost straks 18 miljoen om een wijk van Blaricum te beschadigen, bewoners overlast te bezorgen van een bus die om de haverklap zowat door hun achtertuin dendert, die hen wakker houdt met lawaai en akoestische signalen bij kruisingen met wegen en paden, die dorpsdelen van elkaar scheidt, die nauwelijks vlugger vervoert maar wel ten koste van fijnmazig openbaar vervoer rijdt. Ik noem zoiets een verlies-verliessituatie.
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
3 reacties »
26 oktober 2011
Eén van de grootste aanvallen op Maya, the matrix – of hoe je het ons bewustzijn inkapselende kleed van illusie ook mag noemen – heeft in de jaren zestig plaatsgevonden. Daarover vertelt Jed McKenna in zijn laatste boek Notities, waar in de laatste hoofdstukken opeens een totaal onverwachte wending plaatsvindt en een taboe doorbroken wordt dat zelfs in spirituele kringen nog altijd heerst. Ook ik kon mijn ogen niet geloven toen ik las hoe veertig jaar geleden even de deur naar verlichting voor iedereen op een kier stond. Dat velen God hebben gezien, God zijn geworden. ‘Plotseling schoten mensen vanuit hun alledaagse werkelijkheid in een hyperbewustzijn dat hen in de meest bizarre, fantastische werelden deed belanden, terwijl ze ondertussen in de gewone wereld het spoor bijster raakten (…) ze hadden behoefte aan een of ander kader waarbinnen ze zich veilig konden voelen en waar ze hun transpersoonlijke, transhumane, trans-alles ervaringen konden verwerken, maar in de boekenkast van pa en ma vonden ze geen boeken over bewustzijnsverruiming.’ Dit gaat over niets minder dan lsd.
Drugs zijn niet populair in spirituele kringen. Bovendien worden die allemaal op één hoop gegooid, en dat is iets waar we in de jaren zestig iets genuanceerder over dachten. Toen spraken we van bewustzijnsverruimende middelen zoals hasj, lsd en paddestoelen, en bewustzijnsvernauwende middelen zoals cocaïne, heroïne en opium. De gebruikers van beide soorten drugs leefden in totaal andere werelden en hadden ook weinig tot geen contact met elkaar. Althans zo heb ik het meegemaakt. Bewustzijnsvernauwende middelen kennen we allemaal, want ook slaapmiddelen en alcohol horen daarbij. Bewustzijnsverruimende middelen verhelderden je bewustzijn, deden je meer openstaan, zodat het niet alleen de weg was naar meer zelfkennis – en dus ook naar God in jezelf – maar ook naar een scherpere waarneming van de wereld an sich. Het nadeel was wel dat het je gevoeligheid verhoogde en dat je daardoor, zeker als je zelf al een beetje hypersensitief was, overspoeld kon worden met indrukken, gedachten en beelden en zo in een psychose kon belanden. Dat was dan ook mijn grootste angst en voorzichtigheid. Vreemd genoeg wist ik precies waar het om ging met dat trippen, want ik kon anderen heel inlevend begeleiden als ze een psychedelische reis gingen maken, zodanig zelfs dat er discussies ontstonden als: ‘Trip jij of trip ik?’
De psychedelische ervaring laat zich niet beschrijven, maar deze komt wel heel dicht in de buurt van – is wellicht identiek met – wat men mystieke ervaring noemt. Psychedelische drugs werden dan ook niet als een ordinair genotsmiddel gebruikt, maar in het kader van een religieuze filosofie die wellicht het beste is beschreven in De psychedelische ervaring van Timothy Leary: trippen is niets anders dan oefenen in sterven. Het Tibetaanse Dodenboek was dan ook de leidraad voor deze hoogleraar die helaas ook wat uurtjes in de gevangenis moest doorbrengen. Met lsd kwam je meer open te staan voor de stille woordloze werkelijkheid, en dat die ook veel mooie kleuren en vormen had was mooi meegenomen. Want uiteraard waren ook je zintuigen en je hersenen wat in de war. Of misschien wel juist niet. Zelf had ik dat soort ervaringen met weed en hasj, wat in de jaren zestig op een heel andere manier werd gebruikt als tegenwoordig. Maar na die tijd ben ik er altijd van afgebleven, uit angst dat het fantastisch mooie lied Brain damage van Pink Floyd dan voor mij gezongen zou worden. Zonder drugs ben ik al gek genoeg. Te gek eigenlijk. Want zoals Obelix als baby in een ketel toverdrank is gevallen, zo ben ik dat in een ketel lsd.
Al die nuances over drugs is men tegenwoordig kwijt. Ze zijn allemaal ‘slecht’ en ‘verslavend’ en in een verdomhoekje gesmeten. Zoals men tegenwoordig mensen heel makkelijk het etiket ‘terrorist’ kan opplakken om daarmee hele volksgroepen zoals Koerden te verguizen, zo werd ook in de jaren zestig het toen nog vrije lsd onder de Opiumwet gebracht, terwijl het een totaal ander middel is. Maar ja, logisch en redelijk denken is niet de sterkste kant van politici. Die willen nog steeds alles onder controle houden en hebben sinds de jaren zestig een steeds engere orwelliaanse wereld geschapen. Daar past verdoving bij, dus alleen een bewustzijnsvernauwende drug. Alsof de wereld niet veel beter af zou zijn als men in plaats van alcohol wiet gebruikte. De grootste angst van de machthebber is de vrijheid van anderen, en zelfbevrijding is dan het laatste wat hij wil. Zeker als die ander dreigt God te vinden, vrede en vrijheid in zichzelf, en erachter komt dat er eigenlijk niets anders bestaat omdat alle dualiteiten ineen zijn gestort.
In de jaren zestig is men zich rotgeschrokken van de psychedelische revolutie en heeft men meteen alle deuren dichtgesmeten en de matrix weer als een net over ons uitgespannen. Wie slikt de pil om weer te ontsnappen? De rode (!) pil? Ik heb niet de indruk dat Jed McKenna het gebruik van lsd propageert, maar het is wel smullen als je ontdekt wat er werkelijk in de jaren zestig gebeurde. Hippies ontdekten een gouden sleutel. Maar dat was ook een gevaarlijke sleutel. Niet omdat hij niet op het slot past, maar omdat hij er juist verschrikkelijk goed wel op past. Daarom kan de prijs van die sleutel erg hoog zijn, zowel lichamelijk als psychisch. Dat hebben sommigen ervoor betaald, maar daarmee is in de jaren zestig wel een spirituele oogst binnengehaald en de smaak van verlichting in de wereld gebracht. Zo staan de hippies – hoe indolent, maf en dromerig ze ook mogen overkomen – aan de bron van de newage en veel alternatiefs waarmee de wereld nu verrijkt is.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
3 reacties »
16 oktober 2011
Gistermiddag over het Beursplein gezworven om te kijken hoe protesten vandaag de dag plaatsvinden. Het was gelukkig prachtig weer en alles verliep rustig en gemoedelijk. Veel discussiërende mensen, vooral jongeren, over hoe je het verbeteren van de wereld nu moet aanpakken. Een kwartier lang luid klappen terwijl dat op andere Occupy’s over de hele wereld ook gebeurde. Daarna zong iemand Imagine van John Lennon en daar schoot ik wel even vol van. Wow, zouden onze kleinkinderen dan toch weer gaan doen wat onze eigen kinderen hebben nagelaten? Het niet meer pikken? Wakker worden uit de dromen waarmee de politiek en het bedrijfsleven ons zo graag laten inslapen? In Occupy zijn er geen echte leiders – niet meer dan het hoogst noodzakelijke – en zijn er ook geen strakke eisen. Wel zou je het meeste van dat waartegen geprotesteerd wordt neoliberalisme kunnen noemen: de zeer sluipende, gevaarlijke leer volgens welke zelfzucht een deugd is en altruïsme een zonde, en die alle politiek van links tot rechts in het geniep doordringt en zo de maatschappij via de ongelimiteerde vrije markt bewust ondermijnt. En als je het niet gelooft omdat het te gek voor woorden klinkt, lees je er je klassieken zoals de boeken van Ayn Rand maar over na.
We moeten lief zijn voor elkaar! Ook dat werd over het zonnige Beursplein geroepen. En ja, er was ook iets van een hippiesfeer te proeven. De grote wereldproblemen hebben natuurlijk, zoals altijd in de geschiedenis, te maken met een overdosis manlijkheid zodat wat minder testosteron, stoerheid en machogedrag geen kwaad zou kunnen. Man en vrouw kunnen alleen bij elkaar komen in meer feminisering van de samenleving, maar zolang de maatschappij man en vrouw polariseert en androgynie verkettert zullen ze het moeilijk met elkaar blijven hebben. Dat vond ik ook het leuke van de hippiebeweging en de jaren zestig – dat het allemaal een beetje door elkaar heen liep. Wat natuurlijk tegenwoordig ‘vaag’ en ‘indolent’ wordt genoemd, maar waar toch een goede kern in zat. Maak eens een keer géén onderscheid in plaats van onderscheid en noem dat niet meteen ‘vaag’. En hou eens op met dat voordurende bezig zijn, te presteren en te werken, relax, en noem dat niet meteen ‘indolent’. Tja, zucht, ik geloof nog steeds in de hippies van toen. En het is toch mijn generatie die indertijd veel mogelijk heeft gemaakt waar we nu de vruchten van plukken. En dan bedoel ik niet per se cannabis – wat volgens mij nog altijd gezonder en veiliger is dan alcohol – maar ook bevrijding van kneuterigheid, een creatieve explosie in popmuziek, een vrijere seksualiteit en veel andere dingen die we nu heel gewoon vinden.
Hoewel ik gisteren nog maar twee tenten heb gezien op het Beursplein, hebben er vannacht toch nog zo’n 60 tenten gestaan, las ik. Geweldig, jongens! Ik heb foto’s van jullie gemaakt! Gisteravond waren er nog oproepen op Twitter om de rommel op te ruimen, kookapparatuur te brengen en ook extra luchtbedden en dekens, want het werd een koude nacht. In Rotterdam waren vanmorgen helaas alle tenten verdwenen en in Rome is het minder vredig verlopen dan de bedoeling was. Maar het is te hopen dat dit soort uitingen van onvrede zich uitbreiden. Een protest dat niet in de eerste plaats op actie is gericht, maar meer op een duidelijke blijk van afkeuring van hoe 99% van de mensen slachtoffer zijn van een zelfverrijkende 1%. Want hoe kunnen mensen als Jan Hommen zichzelf honderd keer zoveel waard vinden als anderen? Het is dit type mensen, het hebben van zo’n mentaliteit, dat de wereld naar de klote helpt. Misschien is dit massaal blijk geven van vooral gevoelens wel het kenmerk van het nieuwe protesteren zoals dat bij de Occupy’s plaatsvindt: het creëren van een astraal veld. Waarbij het internet niet meer weg te denken is. Want door samen dingen te doen, te voelen en te denken wordt er toch iets van een sfeer om de aardbol gelegd die invloed kan hebben. Om in de sfeer van de jaren zestig te blijven: gooi het eruit, gooi het in de groep! En hoe minder deze roep nu opgepakt wordt, hoe meer en pijnlijker dat later zal gebeuren. Want de echte crisis is nog niet eens begonnen.
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
2 reacties »
4 oktober 2011
Eindelijk beginnen velen wakker te worden en in actie te komen tegen zichzelf verrijkende bankiers en bedrijven op Wall Street, maar ook tegen sociale ongelijkheid en klimaatverandering. Na de Arabische Lente wordt de laatste weken de roep om een Amerikaanse Lente steeds groter. ‘Occupy Wall Street is leaderless resistance movement with people of many colors, genders and political persuasions,’ staat op hun website te lezen. ‘The one thing we all have in common is that We Are The 99% that will no longer tolerate the greed and corruption of the 1%. We are using the revolutionary Arab Spring tactic to achieve our ends and encourage the use of nonviolence to maximize the safety of all participants.’ Ook Michael Moore laat zich daar zien, de maker van onder andere de film Capitalism, a love story, waarover ik eerder schreef. Daarin omspant hij Wall Street met een rood lint om voor deze gevaarlijke zone te waarschuwen. Het lijkt erop dat deze film uit 2009 nu eindelijk het beoogde resultaat gaat boeken. Want de roep om een einde te maken aan de huidige ‘Amerikaanse toestanden’ wordt steeds luider.
In nrc.next is vandaag een verhaal te lezen over ‘het nieuwe demonstreren’. Daarin heeft het internet een cruciale rol, en het is méér dan een paar uur demonstreren met spandoeken, woedende toespraken en het scanderen van leuzen. Dit nieuwe demonstreren kenmerkt zich door (1) niemand kent het probleem en als je bij de 99% slachtoffers hoort is dat genoeg, (2) er zijn geen eisen maar eerder discussies, (3) iedereen kan meedoen en velen geven hun bijdragen online zoals te zien is op de wereldkaart die op de site van Occupy Wall Street staat, (4) er zijn geen echte leiders en/of woordvoerders, (5) er is een internationaal netwerk waardoor demonstraties op meerdere plekken tegelijk ontstaan en (6) er wordt langdurig gedemonstreerd, al gauw een paar weken, meer dus dan een dagje op het Malieveld. Het boeiende hiervan is dat demonstraties op vele plekken tegelijk kunnen plaatsvinden. Dat schijnt aan kracht bij te dragen, als ik mag geloven in de morfogenetische velden van Rupert Sheldrake. En om zelf ook iets bij te dragen heb ik mijn creditkaart er even bij gehaald.
Als astroloog begin je nog in je eigen onzin te geloven ook. Want wat er nu gebeurt past heel goed bij het in de astrologie geschetste beeld van het Watermantijdperk. Hoewel het in de praktijk toch een beetje anders is uitgevallen dan men vroeger dacht, mede wegens de toen nog niet bevroede opkomst van het internet. Het lijkt ook nog niet echt op wat in de musical Hair werd voorspeld, en kennelijk heeft men over het hoofd gezien dat de bezongen conjunctie van Jupiter met Mars op diverse nog te doorstane oorlogen en crises zou kunnen duiden. En die zijn kennelijk nodig om wakker te worden. Wakker worden uit een mooie droom doet niemand graag, zeker als het de natte Amerikaanse droom is en je wakker wordt in de nachtmerrie van het neoliberalisme dat een ijskoude, bikkelharde en zelfzuchtige samenleving voorstaat. Er staat ons in Europa, waar alles tien jaar later schijnt te gebeuren dan in Amerika, dus nog wel het een en ander te wachten. De crisis is nog niet eens begonnen. Maar als die echt toeslaat kunnen we ons richten op lichtpuntjes die rijzen aan de horizon, zoals dit protest van mensen die niet meer pikken dat ze belazerd worden door een handvol graaiers die de macht hebben.
Gepost in Maatschappij en politiek
8 reacties »