Heilige nachten

Date 27 december 2010

Na Kerst volgen de twaalf heilige nachten. Nachten waarin nog onzichtbaar het licht ontstoken wordt, alsof de natuur nog even geheim wil houden dat de dagen weer gaan lengen. Dat zijn nachten waarin we op onze dromen moeten letten, en wellicht geldt dat niet alleen voor de dromen tijdens onze slaap. Net zoals de eerste indrukken van een kind het meest bepalend zijn voor zijn verdere leven, zijn we in deze donkere tijd extra ontvankelijk voor wat uit de diepte komt.

Deze dagen drukken dan ook een stempel op het komende jaar. De eerste helft ervan – de winter en de lente, totdat de zon op haar hoogste punt staat bij het begin van de zomer – staat immers in het teken van wat Mellie de concretie noemt, de levensgeest gaat de stof in. Dit tegenover de periode waarin de dagen weer korter worden – de zomer en de herfst, totdat de zon op haar diepste punt staat bij het begin van de winter – en in het teken van de abstractie staan, de stof uit.

De jaarcyclus van concretie en abstractie kent veel analogieën. In het klein is ze te herkennen in het dagelijkse waak- en slaapritme, en nog kleiner in onze in- en uitademing. In het groot komen wij haar tegen als in- en excarnatie, en nog groter in kosmische dagen en nachten. Zo kunnen wij overal de dans van de levensgeest in herkennen. De dans die tussen twee bewegingen héél even stilstaat, net als dat oneindig kleine maar o zo belangrijke moment tussen in- en uitademing, waarop we volgens veel leraren goed moeten letten.

Een heel kort ogenblik ontspringen we de dans, zodat we kunnen stilstaan bij wie we werkelijk zijn. Op dit keerpunt zijn we even in het centrum van de cycloon waar alles stil is. Voor dit stilstaan lenen deze dagen zich uitstekend. We zijn er even niet, en daarin kiemt een nieuw leven. En dat wens ik ons allen toe.

De Vuurfakkel, januari/februari 2011

Het stille leven

Date 21 december 2010

Witte vlokken verstillen de wereld om me heen. Eindelijk even een moment van rust, met alleen het gekraak van de sneeuw onder mijn voeten. Stilte, die me herinnert aan hoe alles ooit was, miljoenen jaren geleden op deze aarde. De afwezigheid van geluid voedt me, alsof alles meer en meer open wordt, zich beter kan laten zien zoals het werkelijk in wezen is. In de stilte komen mijn voortrazende gedachten tot stilstand, en is het net alsof mijn bewustzijn een sprongetje maakt. Klik! Geluiden die ik door gewenning niet meer hoorde zijn opeens verjaagd tot nazoemende herinneringen. Heerlijk is het om in deze leegte van de koude vrieslucht te staan. Waarin ook mijn gedachten stilstaan. Even geen oordelen. Even geen herinneringen aan of heimwee naar een verleden. Even geen angst voor of verlangens naar een toekomst.

De wereld staat gewoon even stil en zwijgt. Heeft even niets te zeggen. Is er gewoon. Gewoon zichzelf, zonder betekenis, zonder naar iets anders dan zichzelf te verwijzen. Veel mensen schijnen bang te zijn voor die zinloosheid, serieuze filosofen worden daar soms heel somber van. Terwijl de besneeuwde bomen niets anders dan hun eigen schitterende aanwezigheid uitstralen. Ze zijn er gewoon. Zonder oorzaak of doel. Dat zijn mooie denkconstructies, maar ze lossen niets op. Want wat is de oorzaak van de oorzaak, het doel van het doel? Gedachten houden ons gevangen en laten niets over van het hier en nu. Zoals ook deze gedachten me afleiden van wat er op dit moment is. Klik! Wat goddelijk om hier zo vlak bij huis over de hei te kunnen wandelen in de bevroren frisse natuur!

Of hebben deze stilte en koude, samen met de lange donkere nachten toch een bedoeling? Misschien zijn ze er wel om even onze gedachten op nul te zetten, zodat we even verlicht kunnen zijn. De wereld waarnemen zoals hij is. Zonder oordelen over wat goed of slecht is, wat mooi of lelijk is, wat waar of onwaar is. Tegenstellingen bestaan niet meer, lijken bedrog, en zo openbaart zich de eenheid en verbondenheid van alles met alles. Dan voel ik me niet belangrijker of beter dan anderen, maar ook niet minder of slechter. Gewoon omdat ik ben die ik ben. En om me heen zindert de wereld van aanwezigheid en straalt diep van binnen enthousiasme en levendigheid uit. Alsof alles transparant wordt en zo zijn onzichtbare maar o zo aanwezige sprankelende kern laat zien. Leven is meer dan waterstof, koolstof, zuurstof, stikstof, zwavel en fosfor! Alles leeft!

Tantra

Date 14 december 2010

In de Koorddanser staat deze maand een uitstekend artikel van tantrist en publicist Jan de Boer onder de titel Puur verlangen is ook een lekker gevoel. Daarin maakt hij onderscheid tussen verlangen en begeerte. Het verlangen is een zacht gevoel dat uit het hart komt en kan zelfs een weg naar verlichting zijn. Er is sprake van begeerte als je dit verlangen meteen uit moet leven. Ik denk dat hij met het benadrukken van dit verschil rechtstreeks de kern van tantra raakt. Begeerte, wat hij ook een brandend verlangen noemt, duldt geen uitstel, wil direct bevredigd worden zodat je afhankelijk bent van iets buiten jezelf. ‘Tantra wordt nogal eens gebruikt als dekmantel om je seksueel uit te leven,’ zegt Jan de Boer. En even later: ‘De kern is dat je geniet van het verlangen zelf.’

Daarover raakte ik het al snel oneens met Vriend. ‘Als je verlangt ben je nooit in het hier en nu!’ trachtte hij me wakker te schudden, alsof ik helemaal niets had geleerd van alle spirituele meesters die in mijn leven de revue zijn gepasseerd. Maar toch blijf ik van mening dat genieten van verlangen in het hier en nu de enige weg is die tot bevrijding leidt. Ontkenning ervan werkt niet, dan blijft het verlangen onbewust opspelen, en dat leidt alleen maar tot ziektes. Bevredigen werkt ook niet want dan word je een slaaf van een verlangen dat uiteindelijk nooit bevredigd raakt en altijd maar meer wil. Zoals met de spruitjes met gesmolten kaas en knoflook die Vriend kan maken, waarvan ik nooit genoeg kan krijgen. Iedereen aan te bevelen!

Ik ben typisch zo iemand die zonder lichaam is geboren. Iemand bij wie het heel lang heeft geduurd voordat hij echt lekker in zijn lijf zat. Lichamelijkheid zat ook niet echt in de familie, maar daar heb ik in de jaren zestig mee gebroken, wat in de jaren tachtig onder invloed van Bhagwan nog eens een extra impuls heeft gekregen. Daar ontdekte ik in Poona dat mijn constatering dat ik niet in het hier en nu leefde zich helemaal in het hier en nu afspeelde. De therapeut wilde daar niets van weten – smoesjes! – toen ik dat enthousiast vertelde. Maar voor mij was dit een kijken naar mijn eigen gedachten een echte ervaring van hier en nu. Ik zie nog voor me hoe ik enigszins verwonderd uit het raam van mijn hotelkamer lag te kijken toen deze flits zich aan mij openbaarde.

Inmiddels ben ik aardig in mijn lichaam terechtgekomen. Kan me niet voorstellen dat sommigen moeite moeten doen om hun hartslag te voelen. Wat niet betekent dat ik me altijd van mijn lichaam bewust ben. Soms ontdek ik wel eens een wondje, waaruit ik dan concludeer dat ik me kennelijk ergens aan gestoten heb of zo. Maar als ik in mijn lichaam duik, doe ik dat ook goed! Een seksueel verlangen kan zich door mijn hele lichaam verspreiden en zelfs ontladen zonder dat ik er iets voor doe. Dan neemt mijn hele lijf bezit van me. Dan raak ik overgolfd door een zinderende ontspanning en voel ik wat die seksuele energie echt is. Soms geloof ik dat klaarkomen een middel is om het wezen van seks juist niet te ervaren, uit de weg te gaan. Omdat we seks pas echt kunnen ervaren als het een verlangen in het hier en nu is, en niet een begeerte die zo nodig bevredigd moet worden. Ik denk dat dat de mooie en bevrijdende boodschap van tantra is.

Leven in de brouwerij!

Date 8 december 2010

Enkele weken geleden maakten Vriend en ik een ‘reis door de mens’ in Corpus in Oegstgeest. Het idee dat je door een menselijk lichaam kon lopen sprak ons wel aan. We verheugden ons dan ook op een wandeltocht door darmen, longen en bloedvaten, maar vonden het toch een beetje tegenvallen. Het idee om een enorme pop te maken waarin je kon rondlopen is natuurlijk heel leuk. Welkom in een kamer van het hart, in de bol van het oog, op de tong van de mond. Maar het was allemaal wel wat popi en kinderlijk. Liever dan op een schuddende stoel onder hijgerig commentaar te kijken naar de race van spermatozoën was ik door het slakkenhuis gelopen om de toestand van haarcellen zonder en met een gehoorbeschadiging te zien. De warme geluiden van kloppend hart en borrelende darmen waren goed te horen, maar de uitleg van een en ander bleef wat oppervlakkig, net zoals bij Nemo in Amsterdam waar we vorig jaar waren. Maar wel heel leuk voor kinderen natuurlijk. Zeker als je een bètatype bent, hoewel je dan ook weer niet teveel het naadje van de kous moet willen weten. Een leuk initiatief, maar een beetje matig voor nieuws- en leergierige bezoekers.

We wandelden vanaf station Leiden. Een half uurtje langs de Wassenaarseweg. Nooit geweten dat daar allemaal universiteitsgebouwen stonden. TNO. Biochemie. Dat laatste is wat Robbie studeert zodat hij vaak in die gebouwen moet zijn. Het komende jaar hoopt hij zijn BSc te halen, ofwel af te studeren. Ook in real life is hij bezig met leven. Eigenlijk zou ik hem vaker moeten uithoren over wat volgens hem, en wat volgens de huidige stand van de wetenschap leven eigenlijk is. Want al sinds mijn jeugd ben ik erover verwonderd hoe wetenschappers kunnen zeggen dat er op bepaalde planeten of manen geen leven mogelijk is. Omdat er geen water is of zo, maar hoe weet je dat er zonder water geen leven mogelijk is? Vorige week kwam in het nieuws dat bacteriën ook arseen als bouwstof kunnen hebben, het voor mensen nogal giftige 33e element van het periodiek systeem. Normaal bevat DNA alleen waterstof, koolstof, stikstof, zuurstof, fosfor en zwavel, dus de wetenschapswereld staat weer eens op zijn kop.

Wetenschap gedijt bij ontdekkingen van dingen waarvan tot op dat moment geloofd werd dat ze niet konden, onmogelijk waren. Juist het weten hoe de wereld in elkaar zit maakt wetenschap onwetenschappelijk. Dan krijg je achterlijke logica als ‘homeopathie werkt niet want het kan niet werken’ waarbij men de ogen sluit voor wat er werkelijk in de concrete wereld gebeurt. In dit geval het feit dat homeopathie vaak wél werkt. En zelfs als het maar heel af en toe soms een klein beetje werkt, dan nog ligt er een geweldige uitdaging voor de wetenschappers om dat te onderzoeken. En misschien is het met leven ook wel zo. ‘Leven is een open fysico-chemisch systeem dat door middel van uitwisseling van energie en materie met de omgeving en door een inwendig metabolisme in staat is om zich in stand te houden,’ schrijft Wikipedia, ‘te groeien, zich voort te planten en zich aan te passen aan veranderingen in de omgeving, zowel op korte (fysiologische en morfologische adaptatie) als op lange termijn (evolutie).’ Maar ik geloof er niks van – dat is allemaal na te maken, en de vraag is of het dan ook een ziel heeft, iets als al dan niet zelfreflexief bewustzijn. Liefde. Leven komt niet uit een alchemische brouwerij.

Er is één leven in de brouwerij waar ik wel in geloof. En die komt van studenten. Terecht. De rechtse rakkers die nu het beleid bepalen moeten niet alleen niets hebben van milieu en cultuur, maar ook wetenschap is hen een doorn in het oog. Studenten kunnen niet meer studeren zonder erbij te werken, en dan gaan ze achteraf klagen dat het niveau omlaag gaat. Studenten worden opgejaagd om maar zo snel mogelijk af te studeren en economisch rendabel te worden voor de samenleving. In plaats van het collegegeld af te schaffen wordt gedreigd met onbetaalbare verhogingen daarvan als je niet snel genoeg de eindstreep haalt. Studenten kunnen geen kamers vinden tenzij ze daar belachelijke bedragen voor betalen. Wat ooit ‘de bloem der natie’ was wordt afhankelijk van mecenassen en bedrijfsleven. Dit alles getuigt ervan dat rechts geen ruk om wetenschap geeft. De twitterende decaan Rob van de Boogaard waar GeenStijl zich druk om maakt heeft helemaal gelijk: ‘verschil tussen links en rechts is nu eenmaal tussen WEL en Niet nadenken.’ En bij GeenStijl zijn ze zelfs zo dom dat ze niet doorhebben dat ze zelf het bewijs zijn van deze stelling! Studenten zijn ontzettend veel waard en mogen dat best laten weten! Leve de studenten!

Idealisme en realisme

Date 28 november 2010

‘Links of rechts,’ kopte nrc.next woensdag op de voorpagina. ‘Waar staan die begrippen nog voor? Nrc.next legt de hele krant langs de links/rechts-meetlat.’ We treffen artikelen aan van Jan Kuitenbrouwer die constateert dat links en rechts door elkaar heen lopen, Frits Bienfait die van ‘een oeroude polariteit’ spreekt en Victor Lamme. ‘Het brein is rechts,’ verkondigt de laatste. Want het rechtse gedachtegoed legt een claim op twee basale emoties: hebzucht en angst, en deze zetelen in onze hersenen in de amandelvormige amygdalae. En hersenonderzoek heeft aangetoond dat deze amygdalae bij rechtse mensen groter zijn dan bij linkse. Maar die zouden weer een grotere prefrontale cortex hebben waar hogere normen en waarden zetelen, die de hebzucht en angst onderdrukken. Die wordt echter in het stemhokje weinig gebruikt, en Lamme adviseert GroenLinks dan ook om de angst voor de vernietiging van ons milieu beter uit te buiten. Het uitbuiten van angst ken ik ook als een rechts machtsmiddel. Daarvoor hoef ik alleen maar aan De Telegraaf te denken die in de jaren negentig bij overstromingen meteen met chocoladeletters kopte: ‘Halve land onder water.’

Links en rechts gebruiken hun eigen frames en bij verschillende artikelen uit deze nrc.next worden deze even in het licht gezet. Zo komen we het woord ‘onruststoker’ tegen, dat meestal door rechts wordt gebruikt waar links zou spreken van ‘vrijheidsstrijder’ of ‘rebel’. Aan dit soort onopvallend woordgebruik kan je de politieke voorkeur van iemand herkennen. Hoewel? Je ziet soms ook dat een rechts iemand zijn standpunt met linkse frames onderbouwt. Zo komt iemand op voor een sterke defensie en voert daarbij aan dat veel mensen afhankelijk zijn van opdrachten van de Koninklijke Marine. In plaats van dit linkse argument over afhankelijkheid zou een rechtse onderbouwing, namelijk dat er werkgelegenheid wordt geboden, meer op zijn plaats zijn. Maar uiteindelijk is natuurlijk niemand voor honderd procent links of rechts, zodat soms boodschappen met een dubbele bodem ontstaan. Bijvoorbeeld dat je als idealist wel ‘reëel’ moet blijven, een argument waarmee mijn moeder vroeger de grond onder mijn idealisme wegveegde.

De verschillen tussen links en rechts worden in deze nrc.next opgesomd in een infographic die over twee pagina’s is verdeeld. Daarin zien we op de linkerpagina in rood en op de rechterpagina in blauw hoe beide denken over de regering, over cultuur en maatschappij, over het gezin en de volwassene en wat hun overtuigingen zijn. We komen polaritieiten tegen als progressief tegenover conservatief, vrijzinnig tegenover traditioneel, idealisme tegenover realisme, evolutie tegenover de status quo, egalitair tegenover recht van de sterkste, utopisme tegenover pragmatisme, ethiek tegenover moraal, stedelijk tegenover landelijk, gelijkheid tegenover vrijheid, ‘een voor allen en allen voor een’ tegenover recht van de sterkste, respect en vertrouwen tegenover ontzag en angst, regulering tegenover deregulering, kennis tegenover vaardigheden, zelfontplooiing tegenover zelfredzaamheid, fairness tegenover handhaven van de orde, en nog veel andere verschillen. Waarbij het volgens mij ook vaak om een voorkeur gaat, want ik kan me niet voorstellen dat links niet zou geven om vrijheid: die wordt echter beperkt door gelijkheid die belangrijker is dan vrijheid: die vrijheid mag niet ten koste van de ander gaan, die immers een gelijke is. Al met al een prachtig diagram dat je aan de muur zou willen hangen om je bewust te blijven van de politieke tegenstellingen.

Maar zijn het wel tegenstellingen? Hoe is de verhouding tussen individu en samenleving? Zelfbescherming en openheid? Nationalisme en multicultuur? Uitsluiting en insluiting? Agressie en diplomatie? Militarisme en pacifisme? Havik en duif? Zijn deze in de infographic genoemde linkse waarden niet omvattender dan de rechtse? Bij rechts blijft het om het individu gaan, om het ik met zijn behoudende moraliteit, bij wie een karakter wordt gevormd dat leidt tot zelfredzaamheid waar het bij links gaat om een sociale samenleving met een vooruitstrevende ethiek die kansen creëert voor zelfontplooing. Rechts gaat er vaak prat op ‘realistisch’ te zijn, waarmee meestal bedoeld wordt materialistisch, pragmatisch en de status quo handhavend. Eigenlijk moet ik deze infographic een kwart slag rechtsom draaien, zodat links boven is, en rechts beneden. Want dan zie ik opeens hoe links het materialisme overstijgt in idealisme, hoe het individu zijn grenzen doorbreekt en opgaat in het collectief, hoe de mens uitstijgt boven zijn primitieve hebzucht en bezitsdrang. Dan zie ik opeens hoe een transpersoonlijke en socialistische wereld van bovenaf de persoonlijke en individualistische wereld beneden doorstraalt. Hoe de rechtse wereld beneden al het hogere omlaag tracht te trekken – denk aan kunst, cultuur en de respectloze benadering van ‘linkse hobby’s’ – terwijl zij niet anders kan omdat het haar aard is vast te klampen aan het verleden omdat een ego altijd bang is zich te verliezen in onzekerheden die zich in andere werelden buiten veilige en bekende ikje voordoen. Dan zie ik hoe in den beginne het Woord was, het Idee dat gestold is in de vorm van materie en zogenaamd realisme.

Daarmee zie ik niet zozeer een tegenstelling tussen links en rechts, maar eerder dat links rechts insluit, min of meer omvat. Net als het geheel de delen insluit, net zoals een samenleving de mensen bevat die erin leven, net zoals het hogere het lagere begrijpt en niet omgekeerd. Net zoals een volwassene nog wel het kind in zich heeft, maar het kind nog niet volwassen is en daar ook niets van begrijpt. Is het verwonderlijk dat rechts de leeftijd van 15 jaar nauwelijks overstijgt, en dat aan de linkerkant relatief meer wetenschappers en kunstenaars zijn te vinden, meer intelligentie? Met andere woorden: links heeft ook de rechtse elementen in zich, maar onderscheidt zich daarvan door er een sociaal element aan toe te voegen. Realisme is meer dan de materiële werkelijkheid, en bevat ook de werelden van ideeën en inspiratie die niet uit het ikkige individu zelf kunnen voortspruiten. Idealisme omvat realisme, zoals materie niet alleen uit concrete vaste stoffen bestaat, maar ook ijlere vloeistoffen en gassen omvat. Het geheel is meer dan de som der delen, en dat ‘meer’ is dan de samenhang tussen de delen, het sociale, bindende element dat individuele belangen overstijgt. Links is dus óók realistisch. Had mijn moeder dan toch gelijk?

De populariteit van rechts is een volstrekt irrationeel gebeuren: rechtse krachten veroorzaakten de kredietcrisis en vervolgens ging men rechts stemmen. Dat kan niet anders dan angst zijn, en behoefte aan veiligheid die men van rechtse kant verwacht. Alsof rechts het echt op zal nemen voor de kleine ondernemer als de grote jongens komen aandraven! Dat worden koude kermissen. Voor dit soort mensen leidt alle verandering tot angst: als er iets is waar rechts bang voor is dan is het wel vernieuwing, progressie. Dat leidt tot de krampachtige stuiptrekkingen van tegenwoordig, tot fanatieke grepen naar de macht om de ontwikkelingen en verworvenheden in de laatste decennia zoveel mogelijk terug te draaien. Misschien leiden die stuiptrekkingen wel tot het einde van onze beschaving en verwordt onze wereld wel tot een dode planeet, een rode hel onder de hitte van broeikasgassen. Dan heeft rechts in haar behoudendheid de klok wel erg ver teruggedraaid – een paar miljoen jaar – en beginnnen we gewoon weer van voren af aan. Het licht scheen in de duisternis, maar de duisternis heeft het niet gegrepen. Maar zelfs dan nog blijft de Idee bestaan, want die is het wezen van de hele kosmos.

Windmolens

Date 21 november 2010

Er staan veel windmolens langs de weg als we in de bus naar Almere rijden. Hoe lang zullen die er nog staan? Want als het aan Hero Brinkman ligt worden ze allemaal weer afgebroken. En hoe lang zullen we trouwens nog in deze bus zitten? Want als het aan Hero Brinkman ligt worden alle onrendabele bussen opgeheven. Jammer als je ’s avonds je moeder nog even een bezoekje wilt brengen, want dat komt er dan niet meer van. Dan had je maar een auto moeten kopen, zodat je haar met 130 kilometer per uur nog even snel een bezoekje kunt brengen. Beetje slechter voor het milieu en wat verkeersslachtoffers meer, maar dat weegt allemaal niet op tegen de tijdwinst die we straks gaan boeken met al dat gescheur over de snelwegen. Veel windmolens langs de weg trouwens! Dat wordt een fikse kapitaalvernietiging! En waarom rijden we hier eigenlijk met de bus? O, een wegomlegging, een paar kilometer omrijden. Vraag 34 over de OV-chipkaart: wordt de rit bij omleggingen meteen ook duurder voor de reiziger? Ach, wie interesseert zich daarvoor… Nee, een beetje sociaal, aardig en lief voor elkaar zijn is een linkse hobby, en velen nemen in het bedrijfsleven of op straat alvast een voorschot op de maatschappelijke verharding die het nieuwe kabinet voor ogen heeft.

Misschien is het wel goed dat het kabinet het sociale en fysieke milieu naar de knoppen helpt. Dat schudt het bedrijfsleven wakker. Neem Unilever bijvoorbeeld, dat duurzaamheid hoog in zijn vaandel voert en haar milieuvoetafdruk wil halveren. Daar zitten kennelijk mensen zoals CEO Paul Polman die verder kijken dan hun neus lang is. Voor wie niet alleen de aandeelhouder heilig is, maar ook de wereld zoals die er over tien, twintig, dertig jaren uitziet. Die ook willen dat hun kinderen en kleinkinderen in een leefbare wereld leven. Nou, dat zijn allemaal zaken die aan Hero Brinkman niet besteed zijn. Natuur en cultuur – weg ermee! Ik dacht dat alleen de VVD daar niet veel van moest hebben, maar ook de PVV blijkt niet de meest hoogstaande mensen in zijn kringen te hebben. Terwijl inmiddels de zaak zo uit de hand gelopen is dat de eerste de beste uit dat geteisem de hele regering kan laten vallen door voor zichzelf te beginnen in de Tweede Kamer. Zo diep is de democratie gevallen. Rutte en Verhagen laten zich dagelijks schminken omdat anders iedereen ziet hoe rood ze blozen van plaatsvervangende schaamte.

Op de terugweg rijden we in het donker. Spelend met de camera’s in de bus kijkt Vriend naar zijn eigen gebaren op het scherm. Ik doe mee met de in het openbaar vervoer geldende mode door voortdurend met mijn mobieltje te spelen. Daarop zie ik met behulp van Google mezelf over de wegen glijden, zodat ik een beetje weet waar ik ben, wanneer we over een brug rijden en of er al dan niet links en rechts van de weg huizen staan in het donker. Of langs een park of bos, terwijl het best zo kan zijn dat door dit gespeel van mij enkele boomblaadjes het leven laten, zoals recent onderzoek suggereert. Ja, ik heb zelf ook indertijd tegen UMTS geprotesteerd, en nu maak ik er zelf vrolijk gebruik van! Nou haal ik het niet bij de overigens wel leuke knaap die de hele rit luidruchtig zit te telefoneren, maar toch. Hoe fanatiek ben ik met dit soort dingen? Aan de ene kant vind ik die technieken van tegenwoordig machtig interessant en wil ik ook niet achterblijven als een wereldvreemde zombie. En beter dan het allemaal te verwerpen is het wellicht om te trachten het zo te maken en te gebruiken dat het mens en milieu geen schade berokkent.

Is het gevecht voor windmolens een gevecht tegen windmolens geworden? Daar lijkt het wel op met de nieuwe regering. Sommigen noemen dit kabinet zelfs ‘Rutte I’, kennelijk opdat er nog meerdere mogen volgen. Moet je de rechtsen hun spel maar laten uitspelen zodat ze vanzelf verzuipen in hun eigen kortzichtigheid? Moet je het marktmechanisme zijn werk maar laten doen? Maar ook dat doet rechts niet, getuige bijvoorbeeld hun steun voor kernenergie. Eigenlijk zijn ze te laf om zelfs iets als een visie te ontwikkelen, want niets doen – de terugtrekkende overheid – en de zaak maar in zijn beloop laten kun je toch nauwelijks zo noemen. Het is geen toeval dat intelligentie en creativiteit meestal hoofdzakelijk aan de linkerkant van het politieke spectrum te vinden is. Zo ontpopt rechts zich als Don Quichot die tegen windmolens vecht en ze voor gevaarlijke reuzen aanziet. Terwijl de natuur ons allerlei energiebronnen gratis en voor niets geeft, en het volstrekt irrationeel is om daar dan geen gebruik van te maken. Geleidelijk komen we er achter dat rechts wel degelijk een utopie heeft, en hoe duidelijker die wordt, hoe minder vrolijk we ervan worden. Misschien worden we nog tijdig wakker geschud. Misschien ook niet, en moet dit allemaal maar gebeuren ergens op een planeetje in een hoekje van de kosmos. Eentje meer of minder maakt ook niet zoveel uit. Foutje, bedankt.

In de wolken

Date 10 november 2010

Zo boven, zo beneden. Als je goed oplet zie je al in de wolken wat zich daaronder gaat afspelen. En dan bedoel ik niet alleen regen, sneeuw en onweer. De wolken weerspiegelen onze bestemming en wellicht waren in magische tijden mensen die er de toekomst uit konden aflezen. Dat het er misschien allemaal een beetje primitief en onwetenschappelijk aan toe ging neemt niet weg dat daar eigenlijk een diepe kern van waarheid in zit. Als we onze ogen eens wat minder op de materiële wereld richten en wat meer op de psychologische, sociale en spirituele werkelijkheden krijgen we wellicht een wat ruimere visie op onze cultuur en maatschappelijke ontwikkelingen. Kortom: ga eens op een wolk zitten, hoe hard de Rolling Stones ook ‘Get off of my cloud’ roepen, en bekijk die eens goed. Dan zie je wat er werkelijk aan de hand is!

We zijn al druk bezig de materiële wereld te verlaten! De uittocht is al begonnen. Waren we vroeger nog jagers en landbouwers, en waren later ambachten en fabrieken het centrum van de samenleving, tegenwoordig hebben ambtenarij, administratie en informatie die rollen overgenomen. Want wie maakt nog iets concreets op zijn werk? De meeste mensen produceren getallen en tabellen, nota’s en beleidsstukken en hangen daarvoor de meeste tijd achter de computer. Sommigen schrijven zelfs weblogs! Onze arbeid dematerialiseert. Dat we het wel echt, stevig en concreet willen neerzetten, en daarom ongegeneerd vieze woorden gebruiken als woonconsument en reisproduct, geeft hooguit aan dat we ons nog krampachtig aan de materie vasthouden, hoewel dat eigenlijk al een losgeslagen schip is dat vervaarlijk steigert op de branding. Vooral in rechtse kringen omarmt men nog graag de materie, getuige de afschuw van kunst, wetenschap en andere linkse hobby’s.

Intussen neemt de wereld van virtual reality een steeds hogere vlucht. De virtuele wereld beperkt zich niet meer tot het lezen van een boek, het bekijken van een film of het genieten van kunst, maar speelt dank zij steeds geavanceerdere techniek een steeds grotere rol in ons leven. We hebben geen zware brillen en handschoenen nodig om ons in andere werelden te wanen, want een speeltje als de Kinect doet ons al snel vergeten dat we in een gewone huiskamer zitten, springen, rollen, staan, dansen of slaan, daarvoor zijn de presentaties aan de overkant immersief genoeg. En dat niet alleen, want steeds vaker zetten we ons hele leven op het internet, alsof we die profielen en avatars op Facebook, Hyves of een MMORPG als World of Warcraft ook werkelijk zijn. Eigenlijk vinden we dat allemaal veel belangrijker dan ‘real life’, identificeren we ons liever met onze idealen en fantasieën om zo te ontsnappen aan de steeds kouder en killer wordende wereld om ons heen.

We zijn de materie zat. Is het een vlucht om niet meer in deze materialistische wereld te willen geloven en leven? Zelfmoord bega je niet zo snel, hoewel dat met voortschrijdende kabinetten wel steeds makkelijker wordt gemaakt. Welk verstandig mens wil er nou eigenlijk leven onder Rutte? Maar de materiële overlevingsdrang is heel groot. Ook omdat we – althans voorlopig – nog niet zonder een materiële springplank naar andere werelden kunnen. Veel mensen leven alleen maar om te overleven, iets waarover ik altijd met mijn moeder van mening verschilde. Wat heeft het leven voor zin als je alleen maar hard aan het werken bent? Is dat echt een voorbeeld voor de kinderen voor wie je dat doet? Zijn het niet juist de zo vaak zielig gevonden hardwerkende Nederlanders – alsof dat niet hun eigen keuze is – die de rotte appels in de samenleving zijn? Allemaal krampachtig en door slaapgebrek voortdurend slapend verslaafd aan materie. Zich er niet van bewust dat ze al lang in andere werelden leven, de illusie van hun concretie niet doorzien.

We hangen steeds vaker aan het internet, alsof alles wat daar geen plaatsje heeft van minder waarde is. We digitaliseren al onze foto’s om ze op sites als Picasa te zetten, alsof ze pas echt bestaan als ze voor iedereen beschikbaar zijn. Wat ook geldt voor tekst, voor muziek, voor filmpjes, voor alles. Alles van waarde wordt niet meer in een kist of kast opgeborgen, en ook niet meer in de eigen computer opgeslagen, maar ergens op het internet in de cloud. Hier hechten we opeens niet meer aan materie, maar aan informatie. We zijn de materie allang aan het overstijgen, en zijn daarmee kennelijk in de wolken.

Uilenstede 198

Date 8 november 2010

Eind 1968 werd de eerste hoogbouw-studentenflat van Uilenstede in Amstelveen opgeleverd. Op 15 november namen wij bezit van eenheid 198 op de zevende verdieping. Veertien luxe kamers die honderd gulden per maand kostten. Maar je had dan wel je eigen douche, wastafel en toilet, een boekenkast, een bureau, een bed, gordijnen en centrale verwarming. En draadomroep. De keuken en de telefoon waren gemeenschappelijk. Pure luxe in die tijd. Afgelopen zaterdag waren we opnieuw bij elkaar en voor velen van ons is het alsof de tijd heeft stilgestaan. Indertijd aan het begin van een studerend en werkend leven, nu aan het eind ervan. Velen zijn inmiddels grootvader en -moeder en diverse ouderdomskwaaltjes steken de kop op, maar niemand van ons voelt zich echt oud. Vragend naar de ware leeftijd van elkaar hoorde ik iemand zichzelf 35 schatten terwijl ik voor mezelf op 20 uitkwam. Wat eigenlijk al oud is, als je je realiseert dat volgens Jonathan Franzen van de roman Vrijheid iedereen eigenlijk 15 wil zijn. In tegenstelling tot de laatste mode zijn we die puberleeftijd ontstegen, want wij geloven nog in fatsoen, verantwoordelijkheid en dat soort ouderwetse aangelegenheden.

Daar zaten we dus in Lelystad bij elkaar. Slechts één bewoner van vroeger liet het afweten. Twee jongens van de afdeling zijn met elkaar blijven optrekken, en een jongen en een meisje zijn later met elkaar getrouwd, en zeven anderen kwamen met hun partner. Ofwel 14 – 1 + 7 = 20 mensen die het uitstekend met elkaar kunnen vinden en net als ik genieten van een vertrouwd gevoel van thuis zijn bij elkaar. En dat ondanks alle verschillen tussen ons: een dominee in emeritaat, een longarts die nog werkt, iemand die in de reclassering heeft gezeten, een fotograaf, een huisarts die ook aan antroposofie deed, een lerares Nederlands, een hydrogeograaf, een gynaecoloog, een uitgever, een ex-bibliothecaris, een psychologe, een jurist, een schrijver en wat niet al… En eh… ja wat ben ik eigenlijk? Lastig uit te leggen, maar dat was vroeger ook al zo geloof ik. Wel werd ik herinnerd aan de marihuanaplant op mijn kamer die na mijn vakantie dank zij de goede zorgen van Casper tot het plafond was gegroeid – ik hing een beetje de hippie uit. Met bijbehorende muziek zoals Pink Floyd, wat door mijn buurman niet altijd werd gewaardeerd want studenten geneeskunde kwamen soms al uit hun bed toen ik er in ging. ‘Goeiemorgen!’ ‘Welterusten!’

Met een groepje bezochten we Batavia Stad, waar we een groepsrondleiding kregen en ook het schip de Batavia van binnen bekeken. Dat had ik een paar jaar geleden ook al met Vriend gedaan, dus ik was gewaarschuwd voor de lage dekken waar je steeds gebukt moet rondlopen om zonder al te veel builen op je kop weer aan wal te komen. We gaan nog steeds met elkaar om als vroeger. ‘Kom op, we gaan de slaafjes zoeken,’ grapte Gert toen we in het schip afdaalden. En ik verwonderde me opnieuw over hoe zo’n driehonderd mensen maanden lang op zo’n schip konden samenleven, en wat voor watjes we inmiddels geworden waren met alle bescherming van medische, materiële en sociale zorg om ons heen. Niet dat dat nog lang zal duren als het aan het huidige kabinet ligt, maar toch… Je was maanden van huis, afhankelijk van wind en weer, ziektes, zeerovers, muiterijen, lijfstraffen en wat niet al, en je was nooit alleen in een moment van stilte. ‘Onze ouders werden nog wakker in koude kamers met ijsbloemen op de ruiten!’ riep ik. Ja, wij babyboomers zijn een verwende generatie. Of beter gezegd: de eerste echt verwende generatie, want hoe hebben onze ouders niet naar ons verlangd in de eerste jaren na de oorlog! En wij maar vinden dat zij eens moesten ophouden met dat gezeur en getreur over de oorlog omdat het leven daar niet voor bedoeld was.

Met de Beatles en de Stones waren wij één en al positiviteit! Dat is ver te zoeken tegenwoordig, zo niet retro, verdacht en/of een linkse hobby. En napratend na het lekkere eten bleek ik niet de enige te zijn die huivert van de recente maatschappelijke ontwikkelingen. Het was echt opvallend zoals velen van ons op dezelfde manier tegen de huidige mislukte democratie aankijken, waarin degene die de meeste macht heeft de minste verantwoordelijkheid draagt. Ja, het is heel bijzonder dat mensen, die eind jaren zestig op een studenteneenheid bij elkaar woonden, tot vandaag de dag bij elkaar komen. En elkaar dan aankijken van: ‘Jij bent ook niks veranderd!’ en ‘Ja, wij weigeren gewoon om te groeien!’ Het is een soort astrale band die we met elkaar hebben. Indertijd al gesmeed door vaak met elkaar op te trekken ondanks de verschillen in smaak, in politieke opvattingen en diverse ruzies en spanningen rond gejatte eieren, niet genoteerde telefoontikken en gebruik van kookplaatjes. Eigenlijk hebben we elkaar en de wereld zonder het te weten een lesje gegeven in houden van elkaar. Hoewel ik het niet over zou willen doen, denk ik nog altijd graag aan die jaren. Niet als heimwee naar een mooi verleden, maar als iets dat er nog steeds levend aanwezig is. Dat maakt me dankbaar en blij.

De Nieuwe Mens

Date 27 oktober 2010

Toch hééft het wat, dat huftermanifest! En het zou me niet verbazen als Rutger Castricum ronduit achter dit redactionele stuk van GeenStijl stond! Ik voel allemaal heerlijke vrijheid in me opborrelen en nu zijn er eindelijk mensen die me van de knopen in mijn maag gaan verlossen! Door te zeggen: ‘Gooi het er maar uit! Zeg maar wat je op je lever hebt! Volg je intuïtie en je onderbuik! Alles mag!’ We moeten ons niet laten terroriseren door linkse fatsoenrakkers, want alle grote mensen waren hufters, non-conformisten die zich niets van anderen aantrokken. Copernicus, Columbus en Darwin hebben de hufterweg voor ons geplaveid! Wij denken niet meer ouderwets in termen van links en rechts, want de tijden van verzuiling en hokjesgeest zijn voorbij! Niets is zo frustrerend als cultuur, normen en waarden! Weg ermee! Beleefdheid, omgangsvormen, je moet er toch niet aan denken, dat is toch zum Kotzen! Wat heerlijk toch om lekker te kunnen trappen en schelden, zonder rekening met een ander te hoeven houden! Het mág allemaal!

Vandaar nu mijn eerste hufterblog. Nu kan ik eindelijk schrijven hoe aantrekkelijk en spannend ik Rutger vind, en op internet allemaal plaatjes van hem zit te bekijken. Dat mooie golvende gouden haar, die heerlijke eigenwijze kop, 31 jaar… Hoe zou hij zijn in bed? Dat lijkt me smikkelen en smullen. Hij is vast gay! Anders maak je geen programma’s met titels als Trots op onze jongens en heb je geen reden om tussen de militairen in Uruzgan te gaan zitten. Daar zit meer achter! Kijk eens hoe hij minister Plasterk knuffelt! En last but not least: hij heeft niet voor niets zo’n grote mond! Daar kan vast een heleboel in! Het is ook zijn hele lichamelijke uitstraling waar ik op val. En zijn heerlijke wat jongensachtige stem! Ik denk dat het filmpje waarin hij onder rokken gaat kijken een afleidingsmanoeuvre is, zoals pubers dat nu eenmaal doen als ze twijfelen aan hun seksuele identiteit. Nee, ik blijf lekker nat dromen over Rutger! Hoe lang zou zijn geslacht zijn? Vast heel lang, want hij is er snel op getrapt. En zijn kontje? Zou hij strings of een boxer dragen? Ja, ik vraag wél welke onderbroek hij aanheeft! Ik heb er zelfs recht op dat te weten!

Zo, nu weet iedereen het van mij. Dat lucht echt op. Heerlijk! Terug naar de jaren zestig. Maak van je hart geen moordkuil. Gooi het maar in de groep. ‘Verhuftering is goed. Verhuftering is vooruitgang. Verhuftering is het hebben van een eigen mening,’ lees ik in het manifest. Doe wat in je opkomt! Bevrijd het beest in jezelf! Mens, durf te leven! Dat is échte vrijheid, dat is écht liberalisme! Pak al die moraalridders, dat linkse boeventuig aan! Weg ermee! Trek je niets aan van kritiek! Luister niet meer! Sluit je aan bij de pioniers!  Wees helder en duidelijk! Kom op voor jezelf! Laat je niet betuttelen door de overheid en maak je eigen wetten! ‘De hufters van vandaag zijn de helden van morgen. Dat is een constatering, geen waardeoordeel,’ lees ik verder. Ik ga toch straks lekker, met mijn middelvinger in de aanslag, scheuren, rechts inhalen en bumperkleven op de snelweg, hoe harder hoe beter! Opzij opzij opzij! Hier kom ik, de hufter, de waardeloze Nieuwe Mens!

Zon in Schorpioen

Date 24 oktober 2010

Als u mij diep in het hart kijkt, moet ik bekennen deze periode van het jaar helemaal niet zo leuk te vinden. En dat niet zozeer omdat de Zon in de Schorpioen staat, maar meer omdat velen hun uiterste best doen om te doen alsof hij niet in de Schorpioen staat! Wat is er heerlijker dan te fietsen in een stille kille herfstmist? Wat ruikt en ritselt er lekkerder dan die bergen gevallen bladeren? Waar fluiten de vogels dieper dan tijdens het blauwe schemeruur? De herfst is een tijd van inkeer, terug op de weg naar abstractie, donkerte en diepte. Het leven hoeft niet meer zo nodig en in een mix van angst en verlangen bezinnen we ons op het sterven, de dood. November slachtmaand – dat klinkt een vegetariër niet echt prettig in de oren, maar zegt wel iets over dit keerpunt in de jaarcyclus.

Helaas is men in het dagelijkse huis-, tuin- en keukenleven echter meestal op de vlucht voor de stilte van het hart. Al vanaf september bereiden we ons, opgejaagd door commercie, voor op de decemberfeesten. Al vroeg liggen pepernoten, taaitaaipoppen en chocoladeletters in de schappen. Het is net alsof we oktober en november maar gauw willen overslaan, en we niet meer de eigen energie en sfeer van deze herfstmaanden mogen proeven. Wat niets anders betekent dan dat we collectief bang zijn voor de intens diepe gevoelens van de Schorpioen. Voor confrontatie met onze eigen kleinheid en sterfelijkheid. Terwijl alleen dan transformatie mogelijk is, wat zo mooi wordt uitgebeeld in de vogel Feniks die uit zijn eigen as herrijst.

Seltsam im Nebel zu wandern. Einsam ist jeder Busch und Stein. Kein Baum sieht den andern. Jeder ist allein, dichtte Hermann Hesse. Onlangs juichte zelfs de popgroep Polarkreis 18 het uit: Wir sind allein! alsof dat het mooiste is dat er is. En dat is het ook, zeker in deze tijd van het jaar. Het memento mori is volgens Jed McKenna van wezenlijk belang op de weg naar transformatie. En daarvoor lenen deze maanden zich uitstekend.

(Voorwoord in De Vuurfakkel, november-december 2010)