Noorderzon

Date 22 augustus 2011

Het fijne van Groningen is dat je er echt even helemaal uit bent als je er een paar dagen wat doelloos rondslentert. Je laat het rumoerige, jachterige en hufterige westen even achter je om weer te genieten van een ouderwets normaal, rustig en vriendelijk leven. Heeft het te maken met het feit dat het een linkse stad is? Eigenlijk zou ik er best willen wonen.
‘Kijk maar uit,’ waarschuwt Vriend tijdens de wandeling. ‘Voor je het weet beginnen ze ook hier bomen te kappen en het park tegenover je vol te bouwen!’
Ja, daar heeft hij gelijk in, je bent nergens meer echt veilig in dit land. Steeds meer huizen en wegen, terwijl er volgens mij in de komende decennia steeds minder mensen zullen zijn als wij babyboomers gaan uitsterven.

Net als in andere universiteitssteden is ook hier de kennismakings- en introductieweek gaande. Zogenaamde KEI-groepjes, bestaande uit zo’n dozijn studenten onder leiding van blauw uitgedoste ouderejaars doorkruisen de stad. Op de Grote Markt duren de studentenfeesten tot 6.00 uur, zoals ik lees op het levensgrote programma van Vindicat op de gevel van hun sociëteit. Vandaar dat we ’s ochtends zo lekker rustig op een terrasje tegenover ons hotel aan het Gedempte Zuiderdiep onze nrc.next kunnen lezen onder de koffie! Maar in de loop van de middag slenteren ze opnieuw nieuws- en leergierig door de stad. Net als wij, die belanden in een tentoonstelling Beyond the stars van het Universiteitsmuseum in de Oude Kijk in ’t Jatstraat. Liggend in een opblaasplanetariumpje vertelt een astronomiestudent over de big bang, die je moet tegenkomen als je maar ver genoeg in het heelal kan kijken, omdat je daarmee ook het verleden ziet. Vriend snapt niet dat het daarbij niet uitmaakt in welke richting je kijkt. Ik ook niet. En de student geloof ik ook niet echt. Wij blijven twijfelen aan big bangs en uitdijende heelallen.

We wandelen over de Oude Boteringestraat naar het Noorderzon festival. Het gebrouw van het Lectorium Rosicrucianum en een winkel van de SP laten we links liggen.
‘De kogel komt van links,’ citeert Vriend als we het weer eens over politiek hebben.
‘En de clusterbom van rechts,’ grap ik.
Het in het Noorderplantsoen opgebouwde festival beslaat talloze uitspanningen waarin veel cultuur wordt bedreven, niet alleen in de vorm van kunst maar ook in die van wetenschap. Zoals in het bouwwerk van Qu3 waar ik onder de microscoop echte chromosomen zie, het vermogen van mijn rechterarm 13,3 watt blijkt te zijn, en mijn hartslag en ademhaling niet beïnvloed blijken te worden door het kijken naar vrouwelijk porno. En bij het kunstenaarscollectief Elektriciteit is onze hobby lagen we onder een laaghangende doek te staren naar droomachtige beelden die erop werden geprojecteerd zodat we onder vreemde geluiden in een halve slaaptrance kwamen. Soms liep er een levensgrote kat over ons heen die ons ook nog op de wang aaide. Of boog een soort dementor zich over onze gezichten, maar die liet ik maar lekker over me heen komen.

We waren er te kort om er veel van mee te maken, zodat we volgend jaar een weekje later naar Groningen gaan. Als het er dan opnieuw is, want ook dit is uiteraard een linkse hobby waarvan het bestaan wellicht op de tocht staat. Hopelijk is de Noorderzon dan niet met de noorderzon vertrokken zodat we nog meer kunnen genieten van dit performing arts festival. Waarvan een uitstekend gratis gidsje is gemaakt met een duidelijk overzicht van alles wat er waar, wanneer en door wie te beleven is. Zoals ook popmuziek. Die klinkt me helaas vrijwel altijd te hard in de oren, zodat ik het niet zo lang uithou, hoe goed ik ook de groep Rigby vond, die op de Vismarkt speelde, en hoe mooi ik ook de klanken I can feel a hot one van Manchester Orchestra vond die over het festivalterrein uitwaaierden. Noorderzon, waar je ook lekker kan eten en drinken en ook goede gratis sanitaire voorzieningen zijn. Kortom: Noorderzon, waar het leven goed is. Nu nog tot 28 augustus.

Uit balans

Date 15 augustus 2011

Boekhouden is voor mij altijd een beetje mysterieus geweest. Zoals zoveel mensen die zich daarmee bezighouden snap ik het wel en tegelijk ook weer niet. Neem nou een balans, met aan de linker- of debetzijde keurig je bezittingen en aan de rechter- of creditzijde keurig je schulden. En als het meezit staat aan de rechterkant ook nog het verschil tussen bezittingen en schulden, ofwel het vermogen. Dat bedrag moet overblijven als je je bedrijf opheft door al je bezittingen te verkopen, je schulden te betalen. Die bezittingen en schulden kun je in allerlei soorten opsplitsen, waarop je mooie formules kan loslaten die dan iets zeggen over je bedrijf, zogenaamde kengetallen als solvabiliteit en liquiditeit of quick ratio. Dat ziet er allemaal hartverwarmend mooi uit, maar hoewel ik het begrijp snap ik het toch niet echt.

Dat met die bezittingen aan de linkerkant, daar kan ik me duidelijk iets bij voorstellen. Dat zijn dingen die je hebt, die je kan zien, die je pakken. Een fabrieksgebouw stáát er gewoon, je vrachtwagen staat er heel concreet en trots bij, je computers doen hun best en in de la van je kassa ligt geld. Maar wat moet ik me voorstellen bij de rechterkant van de balans, de schulden en het vermogen? Dat is helemaal niet zo concreet als het tastbare bezit aan de linkerkant, want een mix van afspraken en beloftes, toezeggingen en vertrouwen. Als ik de balans zo bekijk lijkt het wel alsof de debetkant real life vertegenwoordigt, en de creditkant over virtual reality gaat. Begrippen als schuld of bezit zijn denkconstructies waarvan je je kan afvragen of die iets met de werkelijkheid te maken hebben. En als je in een balans met debet en credit zit te rekenen, vraag ik me af of je dan niet appels met peren zit te vergelijken.

En dat niet alleen. Het ene wordt vaak als positief beschouwd en het andere als de negatieve keerzijde ervan. Vaak heb ik boekhouders achter hun computerscherm zien puzzelen of bedragen nu positief of negatief moesten worden ingevoerd in hun grootboeken of journalen. Maar gelukkig bieden wat vuistegels hulp: kosten zijn altijd debet, maar vraag me nu even niet waarom. Want het is niet verwonderlijk als je in de war raakt omdat real life dan ook nog als een soort negatieve virtual reality wordt beschouwd en omgekeerd. Zo zegt onze boekhouding hoe we al met dualiteit zijn opgegroeid. Alsof negativiteit méér is dan een gedachteconstructie, waar je weliswaar leuke praktische dingen mee kunt doen, maar die daarom nog niet op real life betrekking hoeft te hebben.

In mijn middelbare schooltijd puzzelde ik me suf over hoe een negatieve koe eruit zou zien. Het skelet en de ingewanden aan de buitenkant en de kop in zijn buik? Met kleuren die tegengesteld zijn aan die van het origineel? En als die koe in de wei stond, moest dan niet alles wat koe was eigenlijk wei worden en omgekeerd? Ik kwam er niet uit. Van het getal i, de wortel van -1, heb ik ook nooit wat begrepen. Hoewel ik wel moet toegeven ooit in een computerprogramma met vier dimensies gewerkt te hebben, dus onvoorstelbare dingen kunnen daarom nog wel praktisch bruikbaar zijn. Wat niet wegneemt dat negativiteit niet echt bestaat omdat de werkelijkheid niet-twee is, en alle dualiteiten hersenspinsels zijn. Ik kan wel iets als negatief interpreteren of het zo voelen, maar daarmee is het nog niet zo.

Kennelijk blijkt een balans toch in staat te zijn totaal verschillende dingen tegen elkaar af te wegen. Dat het daarbij alleen over geld gaat blijkt een droom. In de rechterschaal ligt namelijk iets onvergelijkbaar anders dat niet in geld is uit te drukken: vertrouwen. Dat hebben politici en banken verspeeld, dat wordt duidelijker dan ooit te licht bevonden. Want het gaat niet aan om op de pof mooi weer te spelen en volgende generaties met de consequenties daarvan op te schepen. Het is natuurlijk nooit goed te praten, maar wel heel verklaarbaar en begrijpelijk als jongeren daartegen in opstand komen met alle gevolgen van dien. Want alles zoekt uiteindelijk evenwicht, ook onze balans. Of we het leuk vinden of niet.

Bewust bewust

Date 10 augustus 2011

Gisteravond belandde ik na een satsang van Adyashanti in de Mozes en Aäronkerk met een groepje in het kleine gezellige café ’t Hooischip. Met een dubbele Westmalle.

‘Wat ik boeiend vond was het onderscheid dat hij maakte tussen unconscious awareness en conscious awareness,’ zei ik, waarop zich een hele discussie ontspinde over bewustzijn in al zijn soorten en maten. ‘Awareness’ is altijd aanwezig, had Adyashanti (lichtblauw overhemd, donkerblauw jasje, bruine broek en gelukkig geen dasje) gezegd, maar daarvan ben je niet altijd ‘conscious’. Maar wat is dan het verschil tussen deze twee? In het Nederlands worden vaak beide woorden vertaald met ‘bewustzijn’. Misschien kun je het verschil het beste aangeven door te praten over de mogelijkheid dat je je bewust wordt van je bewustzijn. Sommigen zouden dat misschien ‘zelfbewustzijn’ noemen, maar dat suggereert dat er een zelf is, wat velen in de nonduale traditie ontkennen omdat het zelf een illusie is en daarom ook nooit te vinden is.

Je zou dan het alledaagse bewustzijn ‘consciousness’ kunnen noemen. Dat wat oppopt bij het wakker worden. Na even weggeweest te zijn worden we ons bewust van de wereld om ons heen, wie we zijn, wat voor dag het is, wat er op ons to do-lijstje staat. Maar er zijn ook van die momenten waarop we iets in onszelf opmerken dat er altijd al geweest is. Een onveranderlijke kern die er ook was toen we ons er niet bewust van waren, zoals tijdens veel dagelijkse activiteiten waarin de aandacht door van alles en nog wat wordt opgeslokt. Dat zou je ‘awareness’ kunnen noemen, en dat soort bewustzijn maakt het onder andere mogelijk ons dingen te herinneren die we niet bewust hebben meegemaakt. Hoe zouden we zonder deze ‘awareness’ kunnen weten dat we lekker hebben geslapen?

In ‘awareness’ is stilte, ruimte, openheid. Het denken valt even weg zodat er geen oordelen zijn, geen wensen en daarom ook geen speciale gerichtheid op iets, iemand of wat dan ook. Je laat de wereld zijn zoals ze is. Je bent er helemaal ‘bij’, wakkerder dan wakker. Dit bewustzijn is volgens Adyashanti altijd bij ons, omdat het onze kern is. Maar toch zijn we ons daar meestal niet van bewust, vandaar zijn term ‘unconscious awareness’. ‘Conscious awareness’ daarentegen zou je kunnen vergelijken met een staat van satori: een tijdelijke staat van verlichting waarin geproefd wordt van een wereld waarin alle tegenstellingen zijn overstegen, alle dualiteit een illusie van ons denken blijkt te zijn, dat nu eenmaal niet zonder digitaliteit kan functioneren. In onze diepste kern is alles één en ons eigen bewustzijn niet te lokaliseren.

Ik sta wel eens voor de spiegel in gedachten mijn hoofd te ontleden. Ogen en oren, hersenen… ‘Is dit nu datgene waarmee ik dit zie?’ vraag ik me dan af bij het bekijken van de windingen van mijn achterste hersenschors. En nog verder pellend, op zoek naar mijn bewustzijn, kom ik mijn pijnappelklier tegen, maar die vind ik eigenlijk veel te klein om het bewustzijn te herbergen, waarvan überhaupt zo moeilijk te achterhalen is wat en waar het nu eigenlijk is. Vreemd eigenlijk dat ik nog steeds bij bewustzijn ben in dit gedachtenspel, want ik laat mijn hersenen veel meer verdragen dan een simpele knock-out! In welke kwab zitten deze gedachten eigenlijk?

Adyashanti had het ook nog over het Thomas-evangelie. Iemand bood hem een kopie van Ceci n’est pas une pipe van Magritte aan. Hij beantwoordde veel vragen, en een bezoeker excuseerde zich dat hij geen vraag had. De akoestiek was slecht in deze kerk, en vanwege de pompeuze overdaad aan schilderingen en beelden vond ik de locatie eigenlijk helemaal niet passen bij deze zenleraar. De statiën in reliëf aan de muren, en wij zaten vlak bij de twaalfde: een sterven van Jezus zoals het zeker niet zal hebben plaatsgevonden. Hoe meer beelden en vormen, hoe meer uitleg en uiterlijk, hoe minder dat alles nog te maken heeft het de wortels waaruit religie is ontstaan. Uit enkelingen die zich bewust werden van hun bewustzijn, van hun zich altijd terugtrekkende en daarom onvindbare kern. Die zich realiseerden – ‘echtmaakten’ – dat ze eigenlijk altijd al alles waren, geweest zijn zullen blijven, net als iedereen: een bewustzijn dat niet te vinden is maar misschien juist daarom zo overal aanwezig. Net zoals je in een donkere sterrennacht het heelal niet kan aanwijzen maar de aanwezigheid ervan overal om je heen voelt.

Bewust bewust, daar gaat het om. Tijd voor nog een verfrissende dubbele Westmalle. Ewald brengt mij en iemand anders thuis met de auto. Draait It’s Always Now van Willie Nelson. En dat is het.

Autisme versus empathie

Date 3 augustus 2011

Onze kijk op Anders Breivik laat zien hoe beperkt onze psychologie en psychiatrie eigenlijk zijn. Want terwijl het glashelder is dat hier sprake is van iemand die niet goed bij zijn hoofd is, kan toch niet aangetoond worden dat dit echt het geval is. Hij blijft toerekeningsvatbaar, ziet er uit als een tamelijk gewone man waarmee niks bijzonders aan de hand is. Zo kunnen ook normaal uitziende mensen tot de meest verschrikkelijke dingen in staat zijn, zoals het in koelen bloede en uit berekening uitmoorden van socialistische jongeren op het eiland Utøya. Zo laat Breivik een verworden versie van de Waterman zien: de koele, rationele, tot extremen geneigde gepolitiseerde idealist. Maar wat zijn persoonlijkheid betreft lijkt er weinig te vinden dat op een ziekte lijkt. Kennelijk kunnen ook gezonde, normale mensen slecht zijn. Sterker nog: een morele waarde als goedheid hoort – net als wellicht ook waarheid en schoonheid – helemaal niet thuis in het domein van de psychologie en psychiatrie, dat zich alleen met de persoonlijkheid van de mens bezighoudt.

Maar hoe komt het dat we psychisch gezonde mensen toch geestesziek kunnen vinden? De grote verwarring is ontstaan doordat we weinig onderscheid hebben gemaakt tussen ziel en geest, en ze daarom vaak met elkaar verwarren. Echt verwonderlijk is dat niet, want al eeuwen zijn religie en filosofie doordrongen van de dualiteit van het lichaam enerzijds en de ziel of geest anderzijds. Zo gaat de ziel naar hemel, hel of vagevuur nadat het lichaam gestorven is. Zo spreken we van een gezonde geest in een gezond lichaam. Alleen al in deze twee uitspraken zien we hoe de begrippen ziel en geest op één hoop worden gegooid. Terwijl het toch echt verschillende dingen zijn. Want de ziel, de psyche, heeft betrekking op de persoonlijkheid, die veranderlijk, individueel en sterfelijk is. Deze ‘ziel of psyche, waarmee de psychologie zich bezighoudt, omvat zowel het gevoel, als het verstand, als de wil, en nog veel meer,’ zoals Mellie Uyldert schrijft in Psychologie van het christendom. Maar de geest stijgt daarboven uit, is onveranderlijk, niet individueel en onsterfelijk, ‘het eerst aanwezige, volmaakte, onveranderlijke, niet overerfelijke en het bij alle mensen gelijke.’

Het zou dus verhelderend zijn als we meer doordrongen waren van dit verschil tussen ziel en geest. Als we het begrip ziel betrokken op de persoonlijkheid met zijn wereld van denken, voelen en doen (Mercurius, Venus en Mars), en het begrip geest op het transpersoonlijke ‘hoger octaaf’ van deze eigenschappen. Bij dat laatste staat niet meer ons eigen denken, voelen en doel centraal, maar kunnen we ook voorbij ons zelf mee-denken, -voelen en -doen (Uranus, Neptunus en Pluto). Met dit onderscheid in gedachten kunnen we empathie en autisme beter plaatsen. Bij empathie kunnen we voorbij ons eigen ikje invoelen en inleven alsof we ook die ander min of meer zijn, terwijl dat bij autisme juist niet het geval is. De laatste heeft het juist moeilijk met bijvoorbeeld het invoelen van de betekenis of de bedoeling van wat er gezegd wordt, kan moeilijk anders dan dingen letterlijk interpreteren. Autisme – je zou het astrologisch een gebrek aan Neptunus kunnen noemen – is geen ziekte van de ziel maar van de geest waarvoor alleen spiritualiteit een uitweg kan bieden.

Het is opvallend dat we juist in onze tijd zoveel met autisme worden geconfronteerd. En dan bedoel ik niet speciaal degenen die aldus gediagnosticeerd zijn, maar ook veel mensen in het overheids- en bedrijfsleven. De overheid begrijpt steeds maar niet wat burgers eigenlijk willen of bedoelen en de top van het bedrijfsleven graait maar door. Als iemand evenveel verdient als honderden van zijn werknemers samen en totaal geen contact meer heeft van wat er op de werkvloer gebeurt is er weliswaar geen sprake van een psychologische afwijking, maar kun je toch wegens zijn gebrek aan empathie met een gerust hart zeggen dat hij geestesziek is. Autisten zijn alleen op de wereld, hebben een beschermlaag rond hun ikje gebouwd, en verplaatsen zich als in een auto door de wereld zonder uit hun eigen wereldje te hoeven stappen. Het lijkt erop dat velen het niet aankunnen dat door internet hun wereld steeds groter en groter wordt, en dat ze zich als bescherming daarvoor zo veel mogelijk in een eigen eenzame werkelijkheid opsluiten. Zo beschouwd is onze confrontatie met autisme, als tegenhanger van empathie, een Piper at the gates of dawn van een nieuwe tijd, waarin geesteswetenschappen zich niet alleen maar met de ziel, maar ook met de geest moeten gaan bezighouden.

Natuurlijk rechts!

Date 28 juli 2011

Het verschil tussen links en rechts kwam onlangs ter sprake in het ntr-programma Kijken in de ziel: Politici. Die waren dus aan het woord, en het meest opvallend vond ik de woorden waarmee Wouter Bos het programma besloot. ‘Als je als rechtse politicus mislukt, dan is de wereld nog steeds rechts, dan wint de sterkste en de rijkste,’ zei hij. ‘Linkse politiek is constant iets proberen te veroveren op de realiteit, terwijl rechtse politiek vindt die realiteit eigenlijk ook wel best (…) de wereld is in essentie dus rechts en dat blijft ie zolang ze die linkse jongens een beetje op afstand houden.’ Dat geeft te denken. Alsof rechts de natuurlijke aard van de mensen is, en als je vandaag de dag om je heen kijkt lijkt dat ook zo.

Wat Wouter Bos me duidelijk maakt is dat het verschil tussen links en rechts hetzelfde is als dat tussen idealisme en realisme. Rechts houdt zich bij de zichtbare feiten, met veel accent op de materiële werkelijkheid zoals die nu eenmaal is, en geniet daarom van een goed glas wijn bij de open haard. Zij wil de wereld niet veranderen of verbeteren en heeft in die betekenis ook geen idealen. Er is gewoon een land dat bestuurd moet worden, en dat is het dan. Alles wat meer wil dan de huidige status quo is een bedreiging van de vrijheid van de gemiddelde burgerlijkheid, dus laat iedereen zijn eigen gang maar gaan en laat de vrije markt zijn werk maar doen. In die betekenis is rechts niet elitair, maar de paradox is wel dat deze realistische levenshouding in de praktijk heel anders uitpakt.

Wat is natuurlijk? Op school heb ik met biologie geleerd dat de natuur niets anders is dan een survival of the fittest. Rechtse kreten als ‘keihard aanpakken’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’ passen goed in dit darwinistische mensbeeld met zijn natuurlijke selectie. Ja, het is echt natuurlijk om rechts te zijn omdat we als kind van de evolutie niet anders gewend zijn. Rechts zijn zit in ons bloed en is uiteindelijk de staat waarin we terugvallen als onze idealistische pogingen om onszelf en de wereld te verbeteren mislukt zijn. Dan keren we weer terug naar de realiteit waarin het gaat om Wein, Weib und Gesang, de wereld van een uiterst gemiddeld gevoels- en intelligentieleven. En het is wel zo democratisch om daar het meest rekening mee te houden.

Links is elitair, wil het volk verheffen. Roept visies en idealen van daken en spandoeken. Wil ontsnappen aan de wetten van de evolutie, aan de rat race waar de beste, slimste en snelste wint. Wellicht als gevolg van een traumatisch herinnering aan onze uitputtende wedren als levensbehoeftig zaadje. Een mens leeft niet van brood alleen en moet uitstijgen boven de materiële en tastbare wereld waartoe rechts zich beperkt. Links heeft visie, in tegenstelling tot de bewust gekozen oppervlakkigheid van rechts. Links denkt verder dan zijn neus lang is en kan niet anders dan tot de conclusie komen dat er meer is dan de gemiddelde realiteit, meer dan de vermarkting die een legalisatie is van het recht en de macht van de slimsten en sterksten.

Rechts gaat uit van de gelijkheid van alle mensen, en leidt door haar geloof in de natuurwetten juist tot ongelijkheid, zoals toename van het verschil tussen arm en rijk. Links gaat uit van de ongelijkheid van alle mensen, en leidt door haar geloof in altruïstische idealen juist tot gelijkheid, zoals vermindering van armoede. Dat laatste is volgens rechts volstrekt overbodig en daarom een ‘linkse hobby’: de natuur regelt het zelf wel, en die zou je niet moeten willen verbeteren. Als iemand verdrinkt is het zijn eigen schuld, dan had hij maar moeten leren zwemmen. Juist door het uitschakelen van de natuurlijke selectie creëren we watjes, mensen die hun eigen kracht en weerstand verliezen. Weg met de zorg! En terug naar een ferme aanpak!

Als Atlas gaat staken ligt de economie plat. Als alle vrijwilligers gaan staken ook. De wereld is een speelveld van egoïsme en altruïsme, van realisme en idealen, van natuur en cultuur. Enerzijds van mensen die van de stof willen proeven en enthousiast in de materiële wereld duiken, en anderzijds van mensen die deze ontvluchten naar de ijle en onzichtbare wereld van idealen. Zo is alles een dans en bereikt iedereen juist het tegengestelde van wat de bedoeling was: links leidt tot een softe lieve wereld van cultuur waarin niemand zich nog stevig kan verdedigen, en rechts tot een harde stoere werkelijkheid waarin juist het geloof in de natuur leidt tot afbraak daarvan. Hoe natuurlijk is het om in de natuur te geloven? Dat is ook een conflict in de alternatieve wereld, waar men de natuur verheerlijkt en natuurlijke leefwijzen voorstaat zonder te beseffen dat de natuur niet altijd lief is, en heel wreed kan zijn en rechts is, zoals Darwin liet zien.

Nee, ik heb niet altijd zin in een natuurlijk leven! Ik wil natuurlijk leven en dat kan moeilijk zonder natuurlijk leven. Hoewel? In onze samenleving hoeven we gelukkig niet meer zo te overleven. Hoe natuurlijk rechts ook moge zijn, als er niet méér dan de natuur was, als velen geen linkse hobby’s hadden leefden we nog steeds als gulzige kannibalen uit de prehistorie. Nu doen we dat wat netter.

Harry Potter

Date 21 juli 2011

Dinsdagavond de finale van het Harry Potter-epos gezien. In 3D, dus iedereen had een brilletje op. Die extra dimensie is wel verdiend aan het slot van dit lange avontuur dat velen jarenlang heeft beziggehouden. En ook mij dus, want alle zeven delen staan keurig in mijn boekenkast. Net als het werk van Marten Toonder behoort het bij de hedendaagse klassieken, die eigenlijk iedereen zou horen te kennen. Maar gisteren was het dus afscheid nemen. En nu niet verder lezen als je niet wil weten hoe het afloopt allemaal! Ik zag hoe Harry, Hermelien en Ron uiteindelijk met hun talrijke trouwe vrienden het ultieme kwaad, Voldemort, hebben verslagen. Wat is er de afgelopen jaren niet gespeculeerd over de afloop van deze kruistocht! En wat getuigt de populariteit van dit verhaal niet van onze hang naar tovenarij en magie, waarvoor in ons alledaagse materiële en rationele leven vrijwel geen plaats meer is! Het is niet voor niets dat ook andere boeken en films zoals In de ban van de ring zo gewild zijn, en dat computergames vol zitten met de meest onmogelijke en fantastische wonderwerelden, die gelukkig niet uit te roeien zijn.

Ontroerend en spannend is de scene waarin Harry in het bos zijn dood tegemoet gaat, bewust bereid om te sterven. Voor mij ligt hierin een van de belangrijkste boodschappen van het verhaal: je kan eigenlijk pas echt leven als je de dood onder ogen durft te zien. En sterven is nodig in dit plot, want Voldemort heeft zijn ziel in zeven gruzielementen verstopt, en zal pas verslagen zijn als die allemaal zijn vernietigd. En het laatste gruzielement zetelt in Harry zelf, wat ook verklaart waarom hij soms door de ogen kan kijken van Hij-Die-Niet-Genoemd-Mag-Worden ofwel Jeweetwel. Het kwaad wil alles bezielen opdat het daarmee onsterfelijk wordt, maar legt het uiteindelijk af tegen iemand die bereid is zichzelf te offeren. In anderen voortleven, een erfenis nalaten, is dat niet maar al te vaak de manier waarop we aan onze sterfelijkheid willen ontsnappen, opdat we niet vergeten worden? Is zelfs onze behoefte om in het onuitroeibare geheugen van het internet te blijven voortbestaan geen poging om aan deze vergetelheid te ontsnappen?

Harry belandt in een mistige schijndode tussenwereld – het is opvallend dat hij daar geen bril draagt – en snapt niet dat hij niet dood is. Hij ontmoet de overleden Perkamentus, die hem vertelt dat hij niet dood is juist omdat hij zich niet heeft verdedigd. Maar hoe nu verder? ‘Heb geen medelijden met de doden, Harry,’ zegt zijn vroegere leraar. ‘Heb medelijden met de levenden, en vooral met degenen die leven zonder liefde. Door terug te keren zul je er misschien voor kunnen zorgen dat minder zielen verminkt worden en minder gezinnen verscheurd. Als je dat een waardig doel lijkt, nemen we voorlopig weer afscheid.’ Maar Harry wil nog één ding weten: of dit allemaal echt is, of dat het zich alleen maar in zijn hoofd afspeelt. ‘Natuurlijk speelt het zich in je hoofd af, Harry,’ zegt Perkamentus, ‘maar waarom zou dat in ’s hemelsnaam moeten betekenen dat het niet echt is?’

Teruggekeerd tot de levenden houdt hij zich dood totdat, op initiatief van Marcel Lubbermans die iedereen aanvuurt de strijd aan te gaan, het moment suprême gekomen is. In de puinhopen van Zweinstein doodt Harry uiteindelijk met een laatste ‘Avada Kedavra!’ Voldemort, na zeven jaren van bloedige strijd waarin veel mensen zijn omgekomen. We zagen Harry opgroeien van klein jongetje tot volwassen knaap, leerden zijn toverkunsten en zwerkbal, lieten ons overspoelen door archetypen die overal verborgen waren, werden achtervolgd door mensen in schilderijen aan de muren, droegen toverstokken en onzichtbaarheidsmantels, lieten ons leiden door sluipwegwijzers en verplaatsten ons met behulp van viavia’s en haarden, of verschijnselden en verdwijnselden. Zelden heb ik een zo’n fantasierijke wereld aangetroffen! En nu is het afscheid nemen van Perkamentus, Sneep, Sirius, Anderling, Sneep, Remus, Dobby, Vilder, Marcel, Fred en George, Hagrid, Voldemort, Bellatrix, Malfidus en heel veel anderen. Waaronder Loena Leeflang, die juist om haar gekke mafheid een van mijn lievelingspersonages is. Een sprookje was het, ook voor Joanne Rowling zelf, die in een café, levend van de bijstand, het begin van dit avontuur schreef dat de hele wereld zou veroveren. Maar hoezeer dit ook een sprookje is dat zich alleen in onze hoofden, op papier en op het doek afspeelt, het is daarom niet minder echt. Integendeel.

Romantiek

Date 13 juli 2011

Een van de belangrijkste kenmerken van de Romantiek is dat zij de vlucht uit de werkelijkheid verheerlijkt. Geef ze ongelijk! Elk zinnig, gevoelig, slim en bewust mens wil toch wegwezen uit deze wereld, die door de neoliberalen steeds meer verpest wordt? Wat hebben we aan een bloeiende economie die steeds meer asfalt en beton eist en steeds minder natuur, cultuur en wetenschap? Hoewel het vergeleken met nu gouden tijden geweest moeten zijn, wilden ook de romantici van vroeger ook al snel weg uit de wereld. Ze stierven dan ook jong. Het is niet duidelijk in hoeverre dat jong sterven een bewuste keuze is geweest, maar zelfs als dat het geval is zou ik dat niet zomaar willen veroordelen. Zeker als je een beetje spiritueel bezig bent, zou je niet zo moeilijk over leven en sterven moeten doen.

Gevoel! Daar draait het om in de Romantiek, als reactie op de Verlichting met zijn verheerlijking van het verstand. Niet het hoofd met zijn scheidende en analytische denken, maar het hart met het verbindende en holistische gevoel speelt in de Romantiek de hoofdrol. Het verwarrende is echter dat gevoel niet altijd hetzelfde is als gevoel. Soms is het gewoon emotie, achter je pik aanrennen, schreeuwen, of met huisraad gaan gooien. En als je dan zegt: ‘Volg je gevoel!’ zeg je gewoon dat iemand primitief moet blijven, zich moet identificeren met zijn lijf en zijn hormonen. Maar gevoel kan ook iets hogers zijn, zoals van iets houden, je intuïtie volgen, creatief zijn. Je zou onderscheid kunnen maken tussen een lager persoonlijk gevoel (Venus) en een hoger transpersoonlijk gevoel (Neptunus), waarbij het laatste meer op zaken als onzelfzuchtige liefde, intuïtie en empathie betrekking heeft omdat je ook sferen buiten de grenzen van je eigen ik aanvoelt.

Wat ik in de Romantiek niet snap is de voortdurende hang naar het verleden, waarin alles natuurlijker geweest was. Natuurlijk: de zeeën waren nog niet leeggevist, oerwouden nog niet gekapt, de lucht nog schoon en helder, de grond nog niet uitgeput, ons voedsel nog niet vergiftigd. Natura artis magistra. Maar we sloegen elkaar wel veel vaker de kop in, genoten van wrede volksvermaken en terechtstellingen, we geloofden alles wat pausen en priesters ons wijsmaakten, we leefden korter en hadden daarin ook nog eens veel meer enge ziektes en pijn. Ja, bij het horen van de Zesde van Beethoven lig ik nog steeds tussen het koren op de Blaricumse eng, en bij het zingen van leeuweriken droom ik weg in de Grantchester Meadows van Pink Floyd, maar het is de vraag in hoeverre dit soort mijmeringen echt slaan op een paradijs dat ooit op deze aarde geweest zou zijn.

Het lijkt erop dat de romanticus niet echt in het hier en nu wil leven. Het hier is een veel te onnatuurlijke, harde en materialistische wereld, en het nu slaat alle hoop en vertrouwen dat het ooit nog eens goed zal komen in duigen. Het zou me niets verwonderen als de Romantiek de komende jaren weer gaat opleven – de tijd is er rijp voor. En hoe graag ik dat ook wens, tegelijk zie ik dat de romantici één grote fout maken. Ze gaan er namelijk van uit dat het hier alleen tot ons eigen wereldje is beperkt, en dat het nu alleen maar over de huidige tijd gaat. Terwijl je ze zo ruim kan maken als je zelf wilt. Is het hier alleen de plek waar je dit zit te lezen, of je hele huis, de straat waarin je woont, je stad of dorp, je land? Is het nu alleen deze seconde, of het lezen van dit verhaal, deze morgen, middag of avond, deze dag, dit jaar? Het hier en nu zijn even groot als jouw bewustzijn, als dat waarmee je je vereenzelvigt.

De echte romanticus kijkt verder dan de wereld die beperkt wordt door de muren van zijn kamer en de wijzers van zijn klok. Voor hem zijn de voor velen onzichtbare werelden geen mystiek, maar een concrete werkelijkheid naast het alledaagse leven. Hij voelt hoe het verleden zich in het heden openbaart, en hoe de toekomst het heden voedt. Daarom omarmt hij alles en klopt zijn hart in vreugde omdat hij overal thuis is, en daardoor tegelijk nergens meer thuis. Hij is geen kind, puber of volwassene meer omdat hij dat allemaal is, en daardoor tegelijk zonder leeftijd. ‘Alles is er al!’ schreef Mellie Uyldert eens, dus wat blijft er nog over om naar te heimweeën of te verlangen? Hij leeft in die onbegrijpelijke wereld van eenheid en heelheid. Zelfs geluk en ongeluk smelten samen in de romanticus. Misschien is deze voor een buitenstaander volstrekt onbegrijpelijke symbiose wel het belangrijkste kenmerk van de Romantiek.

Zomerreces

Date 6 juli 2011

Gisteren was de laatste raadsvergadering voor het zomerreces. Ik had het genoegen om namens de coalitie wethouder Rob te complimenteren met het feit dat er nu eindelijk na zestien jaar een nieuw winkelcentrum voor de Bijvanck van de grond gaat komen, iets wat vorige coalities dus niet was gelukt. Ja, ik kon me best voorstellen dat sommigen na al die jaren van onderzoeken, klankbordgroepen, nota’s van uitgangspunten, voorlopige ontwerpen, onderhandelingen, powerpointpresentaties, maquettes, een goed betaalde  projectmanager en wat niet al nogal sceptisch waren geworden. Maar tegenover het ‘eerst zien, dan geloven’ plaatste ik graag een ‘eerst geloven, dan zien’ om daarmee het belang van creativiteit, enthousiasme en wil te benadrukken. Ja, als rasidealist geloof ik inderdaad dat een idee voorafgaat aan de werkelijkheid, en dat met scepticisme nooit iets van de grond kan komen omdat het alles doodslaat.

In plaats van met vakantie te gaan blijf ik liever thuis, want het is juist deze mooie maanden zo rustig in Blaricum. Ook omdat ik een dagjesmens ben en niet zoveel behoefte meer heb om jetlags op te lopen en me in drukke en kabalige werelden te storten. Hoewel? Als er een leuke aanbieding voor een paar dagen Berlijn of zo langskomt wordt dat misschien wel happen geblazen. Of een weekendje met Marcel naar de Kalmthoutse Heide. Tijdens de KEI-week met Vriend een paar dagen naar Groningen om daar de studentikoze sfeer te proeven, zolang die van Halbe Zijlstra nog mag bestaan. Maar ook een protestlied schrijven voor de actie die we hier gaan voeren omdat we onze wijk niet willen laten verpesten door betonnen bakken voor zogenaamd ‘hoogwaardig openbaar vervoer’ dat slechts enkele minuten tijdwinst oplevert en waarvoor de provincie miljoenen over de balk gooit alsof ze nooit van bezuinigingen heeft gehoord. En tja, verder zijn er ook nog van die klusjes waarvan ik steeds dacht dat ik ze wel tijdens de zomer zou doen. Een bedrijf zoeken dat mijn kastanje heel netjes kan snoeien en dan met Vesteda uitvechten wie dat gaat betalen.

Ik wil eindelijk Atlas shrugged uitlezen, het opus magnum van Ayn Rand. In de Nederlandse vertaling Atlas in staking dan. Bijna iedereen verklaart me voor gek dat ik dat boek wil lezen, en dat is niet helemaal onterecht. Het is een zwaar boek (1461 gram) met 1002 grote pagina’s van glanzend papier, maar ik ben al op pagina 255. Bovendien wordt dit in Amerika ontzettend populaire boek verfilmd, dus waarom wacht ik daar niet op? Maar het houdt me ontzettend bezig omdat de filosofie van Rand, die het rationele egoïsme proclameert waarin zelfzucht een zegen is en altruïsme een zonde, aan de wieg staat van het neoliberalisme dat heel stilletjes maar bewust onze samenleving ontwricht. Ik kom daar vast nog wel eens op terug, maar ik wil Ayn Rand wel echt helemaal in mijn vlees en botten voelen voordat ik de Grote Aanval op haar begin. Gelukkig kan ze wel mooi schrijven.

Begin augustus komt Adyashanti naar Amsterdam. Iemand die in alternatieve kringen ‘verlicht’ wordt genoemd, net als bijvoorbeeld Eckhart Tolle of Bhagwan. Dit soort mensen staat vaak aan de wieg van religieuze organisaties, die er dan na hun overlijden meestal in een mum van tijd een rotzooitje van maken. Kijk naar Jezus en wat de kerk ervan heeft gemaakt: voor je het weet grijpen mensen de macht, bijvoorbeeld door hun eigen meester als enige echte te zien. ‘De eniggeboren zoon,’ staat in de geloofsbelijdenis. Als je zoiets gelooft vraag je niet alleen om moeilijkheden, maar het getuigt ook van een armoedig godsbeeld: de eerste de beste huisvader in Elspeet heeft al negen kinderen, en God zou er dan maar één hebben? Geloof ik niks van, en als je goed om je heen kijkt blijken overal dit soort mensen te zijn. Sommigen noemen hen mystici of gnostici, anderen gerealiseerden, weer anderen verlichten – het zijn woorden voor mensen die uiteindelijk de ultieme waarheid die het doel van het leven is hebben gerealiseerd. Woorden als ‘liefde’, ‘vrede’ en ‘geluk’ of ‘het goddelijke in jezelf vinden’ doen nog tekort aan hun wezen, ook omdat ze meestal getuigen van stilte, leegte, het niets, wat helaas bij ons in het Westen een negatieve connotatie heeft. Moeilijk uit te leggen als je er nooit bij geweest bent, geen zogenaamde ‘satsang’ hebt bijgewoond. Een andere werkelijkheid, eigenlijk de enige echte.

Half augustus zal ik weer beginnen met een nieuwe Kaarsvlam samen te stellen. Jaargang 65, nummer 5. Het blad is precies even oud als ik zelf ben: mijn Wijze Tante begon ermee in januari 1947 en toen het schrijven haar in haar laatste levensjaren moeilijker werd vertrouwde ze me het graag toe. Gelukkig maar dat mijn ouders dit niet hebben hoeven meemaken, want die vonden het maar onzin allemaal wat Mellie Uyldert beweerde. Zo vertelde mijn moeder me dat ze ooit zand te eten kreeg bij haar, maar dat zal wel een beetje overtrokken zijn. Hoewel? Het maken van zo’n Kaarsvlam gaat puur op gevoel: graven in dozen met getypte manuscripten, bladeren door oude jaargangen of daar iets leuks in staat om opnieuw te publiceren, illustraties erbij zoeken, zorgen dat anderen op tijd hun kopij aanleveren – en dat toch met als resultaat een mooi geheel. Het is duidelijk dat ze teveel geschreven heeft om alles te publiceren, maar hier en daar tref ik toch juweeltjes aan, zoals onlangs een tijdloze tekst die waarschijnlijk uit de jaren dertig van de vorige eeuw stamt.

Kortom: de zomer is straks om voordat ik het weet. Stom eigenlijk, om al die plannen te maken. Zeker van mij, die het zo graag heeft over spontaan zijn, in het hier en nu leven en zo. O ja, ik ga ook nog een artikel schrijven over het stopzetten van oordelen, mijmeringen, plannen en verwachtingen, kortom het stoppen met denken. Die gedachte laat me maar niet los.

De goeroe

Date 29 juni 2011

Onlangs de documentaire Guru uit 2010 bekeken. Een film van Philip Delaquis over Bhagwan Shree Rajneesh (1931-1990), die zich later Osho noemde, en zijn neo-sannyasbeweging. Met historische opnames, ook uit de periode voordat hij zich in 1974 in Poona vestigde en daar zijn ashram begon. Eind jaren zeventig werd hij populair in de westerse wereld, in Nederland dankzij Jan Foudraine met zijn boek Oorspronkelijk gezicht dat ook voor mij de eerste kennismaking was met deze voor mij toen nog onbekende Indiase goeroe. En een half jaar later zat ik in het vliegtuig naar Bombay. Hotsend en rammelend in de taxi naar Poona voelde ik hoe dit kleurige land bezield was door millennia religie, waarin geest belangrijker was dan stof en armoede en dood niet zo problematisch waren als ik gewend was. En dat niet alleen vanwege een primitief hindoeïstisch geloof maar ook omdat dit land, samen met China, de wieg is van de grootste en meest intelligente religies die er zijn: het Boeddhisme, het Taoïsme en de Vedanta met in haar kielzog Advaita Vedanta, Tantra en Zen dat uiteindelijk in Japan tot bloei kwam.

Het lijkt me alweer veel levens geleden dat ik mij tussen het oranje volkje bevond dat deze film vult met beelden van meditaties, therapieën en adoraties. De periode ‘Poona 1’, van 1974 tot Bhagwans vertrek in 1981 naar Amerika, is mij heel dierbaar. Met de periode in Amerika, van 1981 tot 1985, heb ik niet zoveel. Ik was er ook, in de commune in Rajneeshpuram, maar heb er geen bijzondere herinneringen aan. Gelukkig ben ik niet op de film te zien in die rij extatisch zingende sannyasins die langs de weg onder de hete zon in het zachte asfalt Bhagwan in zijn auto staan toe te juichen. Eigenlijk schaam ik me daar een beetje voor, hoewel ik me er toen niet echt in kon verliezen. Dat was de periode waarin Bhagwan zweeg en alles uit de hand liep. Het meest verschrikkelijke wat toen gebeurde is dat er toen een godsdienst ontstond, en niet iedereen begreep dat dit formeel gebeuren moest om voor vergunningen en dergelijke in aanmerking te komen. Met als gevolg dat er machtsstructuur ontstond, een hiërarchie met regels waaraan je je moest houden. Voor mij heeft dit rajneeshisme altijd diametraal gestaan op wat mij in 1979 naar Poona lokte en de religie die ik daar in India vond. Priests and politicians – the maffia of the soul is de titel van één van Bhagwans boeken. Ongemerkt waren we dat zelf geworden, en Bhagwan ook.

In deze documentaire vertellen Hugh Milne en Sheela Birnstiel, de lijfwacht van Bhagwan en zijn persoonlijke secretaris, hun verhaal. Van de eerstgenoemde, als sannyasin bekend onder de naam Shivamurti, heb ik ooit het boek Bhagwan: The god that failed gelezen, waarover ik in Osho Magazine wilde schrijven: ‘Schokkend vond ik de passages uit het begin van de Oregon-periode, waar hij een lachgas gebruikende Osho ziet die zegt: ‘Ik ben zo opgelucht dat ik niet meer hoef te pretenderen verlicht te zijn,’ en de vele keren dat hij Osho meemaakt en ziet als een gewone man die helemaal niet verlicht is. Integendeel: Osho moet zijn eigen leegheid voortdurend opvullen met steeds meer sannyasins en steeds meer Rolls Royces waarvan er om de zoveel pagina’s weer een aantal de ranch binnenrijdt. Nauwgezet beschrijft Shivamurti hoe Osho omgaat met hypnose en paranormale krachten teneinde iedereen in zijn macht te houden, de mala als walkietalkie inbegrepen. Om te filmen.’ Deze woorden zijn niet gepubliceerd, maar de film is er uiteindelijk toch gekomen en Shiva blijkt achteraf meer gelijk te hebben dan gedacht. Want nu zien we Osho aan het lachgas. Nu zien we Osho Sheela publiekelijk beschuldigen terwijl hij dat vlak voor zijn dood weer intrekt.

Soms denk ik dat de Bhagwan van Poona 1 begin jaren tachtig gewoon verdwenen is, en dat in Amerika een dubbelganger van hem de winkel heeft overgenomen. Zo sterk is voor mij het contrast tussen beide Bhagwans: de eerste spiritueel en mystiek, en de tweede slachtofferig en politiek, wat begon met zijn eerste lezingen in Oregon onder de naam The Rajneesh Bible. Wow! We gingen nu echt concreet de wereld verbeteren en we zouden met alle macht terugslaan als de Amerikaanse regering en de rednecks, die niks van ons moesten hebben, onze zo mooi en snel in de woestijn verrezen commune zouden bedreigen. In 1985 dreigde er zelfs een Jonestown-achtige toestand te ontstaan, en Bhagwan deed er toen heel verstandig aan om snel te vertrekken om daarmee een bloedbad te voorkomen. Dat is wat ik uit de film Guru begrijp en wat me heel aannemelijk lijkt.

Blijft de mij veel gestelde vraag: wat zoek je in godsnaam bij een goeroe? Want velen klinkt dat toch een beetje maf en eng in de oren. De aantrekkingskracht zit hem in herkenning van iets dat ook in jezelf zit, maar dat door die ander getriggerd wordt. Zoals je eigen muzikale talenten gestimuleerd worden door mooie muziek, zo bloeit het spirituele in je op in de aanwezigheid van een meester. Satsang heet dat, maar daarvoor moet de meester natuurlijk wel verlicht, gerealiseerd zijn, en dat is niet altijd het geval bij mensen die satsang geven, en ook in het alternatieve circuit is veel kaf onder het koren te vinden. Maar nu blijft de vraag over: wat is verlichting, realisatie dan wel? Dat is eigenlijk niet te zeggen omdat het iets is dat boven het denken, boven woorden uitstijgt. Ik zou bijna zeggen: lees een mooi gedicht en je weet het. Luister naar mooie muziek en je hoort het. Steek je neus in een bloem en je ruikt het. Kijk naar de sterren en je wordt erdoor omarmd.

Toch een poging. Vrede. Hier en nu. Bewustzijn. Leegte. Openheid. Emotie- en instinctloze Liefde. Stilte. Er zijn. Leven zonder angst, verlangens, oordelen en problemen. Vanuit het goddelijke dat in jezelf en overal aanwezig is. Je denken uit kunnen zetten, geen slaaf meer zijn van je gedachten. Je nergens mee identificeren. Niets willen doen maar dingen laten gebeuren, ook het daaruit oprijzende doen laten gebeuren. Je één weten met alles om je heen. Kortom: je ik kunnen uitschakelen. Velen zeggen dat dit een mooie droom is die in het dagelijks leven niet te realiseren is, een sprookje dat niet bestaat. Anderen zullen zeggen dat dit juist heel eenvoudig is, en het meest natuurlijke wat een mens kan overkomen. Velen hebben ooit zo’n piekervaring gehad, maar konden het niet plaatsen, wisten zich er geen raad mee en zijn er wellicht mee naar een psychiater gestapt met alle desastreuze gevolgen van dien. Maar als je zoiets meemaakt, is dat wel het bewijs dat het echt bestaat, dat het geen droom is. Iemand die wakker is weet drommels goed dat hij niet droomt. Die kan het bestaan van witte raven niet meer ontkennen nu hij er één heeft gezien. Nu ben je met een paar van dit soort ervaringen nog niet echt verlicht, maar het kan wel een wegwijzer worden die je bewust maakt van waar het in het leven (en sterven!) uiteindelijk om draait.

Je herkent een goeroe niet aan de buitenkant. Je kan niet zeggen hoe hij zich gedragen moet. Dat hij niet kwaad mag zijn, geen alcohol mag drinken, geen vlees mag eten, niet mag roken, geen seks mag bedrijven, geen leugens mag vertellen en noem maar op. De goeroe is niet feilloos zoals velen hem graag willen zien. Ook kan je niet zeggen dat het doen van wonderen een certificaat van verlichting is, hoewel dat – zeker in India! – vaak wel zo wordt beschouwd. Gurdjieff testte zijn bewustzijn door dronken heel hard auto te gaan rijden. Is het dan verkeerd dat Bhagwan lachgas gebruikte? Misschien wilde ook hij gewoon weten hoe lang hij alert, bij bewustzijn kon blijven. Misschien stelde hij met zijn Rolls Royces en horloges ons materialisme op de proef, en was het al opvallend dat we daar überhaupt aandacht aan gaven. En wees hij er – althans in de eerste Poona-jaren – niet vaak op dat eigenlijk alles een grote grap was? Als relativering, het loslaten van identificaties met het persoonlijke ik en zijn zekerheden, de essentie van verlichting is, dan is humor dat zeker! Niets serieus nemen, zelfs jezelf niet, dat was de weg! En dat was voor mij wellicht het belangrijkste waarom ik in 1979 in Poona belandde, waardoor ik wist dat Bhagwan verlicht was. Wat hij in elk geval tot 1981 is gebleven.

Bullshit management

Date 19 juni 2011

Management maakt meer kapot dan je lief is. Deze woorden circuleren steeds in mijn hoofd na het lezen van het boekje Bullshit Management van Jos Verveen. Dat was echt genieten. Omdat hij eigenlijk niets anders schrijft dan wat ik zelf – en met mij veel anderen – al jaren aanvoelen maar steeds niet durven en mogen zeggen: management is maar al te vaak onzin. Aldus concludeert deze ondernemer en raadslid voor D66 in Rotterdam, na een opleiding bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit en vijftien jaar in de organisatie- en communicatieadviesbranche gewerkt te hebben. Management bestaat sinds 1911 toen Frederick Winslow Taylor The Principles of Scientific Management publiceerde. Zijn idee was dat organisaties machines waren die je kon besturen door aan knoppen te draaien, waardoor je het gedrag van mensen beïnvloedt en zo de productiviteit verhoogt. Want ook toen ging het al om het maken van zoveel mogelijk productie en winst. Ook passeren Elton Mayo met aandacht voor menselijke drijfveren en Michael Porter als grondlegger van de strategie de revue in dit boek, dat besluit met een uitgebreide bullshitwoordenlijst van Aanvliegroute tot Zelfsturende teams. Maar na honderd jaar is het wel genoeg geweest.

Management werkt gewoon niet. En managers werken ook niet echt, want dat zijn de denkers die – ver verheven boven de werkvloer – van alles zitten te bepalen wat anderen moeten doen. Dat heet dan het ontwikkelen en implementeren van beleid ‘in plaats van dat handelen aan het moment en aan de inschatting van de mensen zelf over te laten.’ Waarover Verveen verder schrijft: ‘Het ontwikkelen van beleid is hét signaal dat de organisatie niet in het hier en nu denkt en handelt (…) hét instrument is om de menselijke creatieve geest tot stilstand te brengen.’ Met als gevolg dat de groei omgekeerd evenredig is aan de hoeveelheid management. ‘Hoe meer managers, hoe lager de productiviteit en hoe minder innovaties!’ citeert hij innovatie-econoom Alfred Kleinknecht van de TU Delft. Geen wonder dus, want hoe meer anderen bepalen wat je moet doen, hoe minder ruimte er overblijft voor eigen intuïtie en creatieve ideeën, wat zich zeker wreekt als de werkelijkheid zich niet houdt aan wat je op je powerpointdia had voorgespiegeld. Eigenlijk is management een soort moderne slavendrijverij, zij het dan nog niet fulltime, maar dat komt nog wel.

Het lijkt erop dat je de economie het beste kan redden door het management op te heffen. Natuurlijk zullen managers zeggen dat alles zonder hen op een chaos uitdraait, terwijl in werkelijkheid de huidige chaos juist door hen zelf is veroorzaakt. Niemand die meer van zijn vak kan en mag houden. Managers realiseren zich niet ‘dat het in de economie uiteindelijk draait om mensen die doen wat ze belangrijk vinden,’ zoals professor Arnold Heertje zegt. Sinds Taylor draait management om steeds meer productie en winstmaximalisatie en laat iedereen meer en meer de oren naar stakeholders, aandeelhouders en klanten hangen, waarbij men steeds meer uit het oog verliest wat men zelf vindt en wil. Wie doet zijn werk nog met liefde? ‘Keer op keer blijkt dat voor de meeste mensen werken een levensvervulling is. Dit betekent dat ze naar vermogen hun talenten willen inzetten en een zo goed mogelijk resultaat willen bereiken. Targets, bonussen en zelfs ook deadlines maken dit kapot en daarom moeten ze er direct uit. Het is veel beter als we gewoon weer ons best gaan doen!’

Het is een gotspe dat management vaak ook nog een wetenschappelijke status heeft. Want als er ergens niet bewezen is dat het werkt, is het wel daar. Zoals Verveen zegt: ‘Zo’n 80 to 90 procent van alle fusies, overnames, reorganisaties, cultuur-, gedrags- en organisatieveranderingstrajecten mislukt.’ Wat ook logisch is, want hoe kan iets leven zonder hart, zonder ziel? Hoe kan ik prettig werken als mijn baas mijn eigen werkwijze, samen met mijn eigen ideeën en initiatieven beleidsmatig ondermijnt? Of nog erger: mij ook dáárin wil managen? In plaats van me te vertrouwen omdat ik meer dan hij ervaring op de werkvloer heb? Waarmee ik bij de kern van management kom: een pathologische controledwang, een wantrouwen uit angst om controle te verliezen. Waarmee we weer terug zijn bij het ego, het ik dat zich versterkt en verhardt en alle touwtjes in handen wil hebben en houden. In de grond zijn managers eigenlijk hele zielige mensen, waarmee je medelijden zou moeten hebben om hun krampachtige, uitputtende levensstijl. Misschien komt dat allemaal wel voort uit hun frustratie dat ze nooit een behoorlijk vak hebben geleerd.