27 november 2009
In de nieuwe Prana – tijdschrift voor spiritualiteit en randgebieden der wetenschappen – staat een mooi en degelijk artikel over Second Life. Ik zou het zelf geschreven kunnen hebben. Sterker nog: ik heb het zelf geschreven! Ik ben er best trots op dat mijn ideeën nu ook in dit tijdschrift een plaatsje hebben gekregen. Het had wat voeten in de aarde want hoewel filosoof en eindredacteur Hein van Dongen me steeds vertelde dat hij het zo’n mooi artikel vond, wist hij het lange tijd niet in te passen in één van de themanummers van Prana. En zelf ben ik ook een beetje voor die vertraging verantwoordelijk, want het ook nog een tamelijk lang artikel. Maar goed, deze week trof ik zelfs voor mij onverwacht het artikel Second Life – Het leven als spel aan. Compleet met een leuke foto waar ik rond het kampvuur zit met Robbie, Slimmy en Fio, de avatars van vrienden uit Nederland, Duitsland en Italië, die ik nog nooit ‘in het echt’ heb gezien. Ze weten trouwens geen van allen nog dat ze in Real Life te zien zijn in een van de betere spirituele tijdschriften. Want dat is Prana, dat in 1975 is opgericht door Henri van Praag, parapsycholoog en opvolger van professor Tenhaeff, bij wie ik ook nog een blauwe maandag in de Utrechtse collegebanken heb gezeten. Prana is begonnen als de min of meer nuchtere wetenschappelijke tegenhanger van Bres. Ik herinner me nog hoe Gert en ik enthousiast waren toen de eerste nummers ervan verschenen.
Omdat ik nu eenmaal hou van knuppels en hoenderhokken, liefst met veel gekakel en veren, staan er wat uitspraken in die zelfs met Vriend tot pittige discussies leiden. Bij het betreden van de wereld van virtual reality stort je je immers in schijnwerelden, ver verwijderd van het concrete hier en nu, dat meestal gezien wordt als een voorwaarde voor en kenmerk van het enige juiste spirituele pad. Maar dat is voor mij iets te simpel. ‘We kunnen de wereld van Second Life dus zien als een onzichtbare, maar wel degelijk reële wereld,’ schrijf ik. ‘Met andere woorden: wat daar allemaal gebeurt is even echt, heeft een even groot werkelijkheidsgehalte als wat zich in Real Life afspeelt.’ En dat weet ik dan nog te onderbouwen ook. Waarbij ik ook inga op veel gehoorde kritieken op werelden als Second Life. Je vlucht uit de werkelijkheid. Het is een schijnwereld. Het is een wereld van namaak. Je wordt gemanipuleerd door het astrale. Het is verslavend. Wat allemaal natuurlijk best hier en daar waar kan zijn, maar niet echt het alleenrecht is van virtuele werelden.
Eigenlijk geloof ik helemaal niet in virtual reality. Alles is één, dus alles is echt óf alles is onecht. Het staat me tegen om daarbij onderscheid te maken tussen Real Life, abstracte ideeën, fantasieën, dromen, collectief gedragen beelden, mythen, sprookjes en wat dan ook. Als conclusie schrijf ik dan ook: ‘Er is geen reden om aan te nemen dat een virtuele, astrale wereld minder ‘echt’ is dan de niet-virtuele wereld, en omgekeerd. Het zijn gelijkwaardige werelden op verschillende trillingsniveaus. De virtuele, astrale wereld wordt vaag, mistig en ongrijpbaar als je haar niet onder ogen wilt zien, waarbij ze als chaos ervaren kan worden en tot verslaving kan leiden. Maar dit alles verdampt in het niets als ook deze wereld onder ogen wordt gezien als een ‘echte’ wereld, als we ons realiseren dat er meer is tussen hemel en aarde dan het fysieke bestaan. En dat kunnen we alleen door onze materiële bindingen los te laten, door te relativeren, door te spelen. Waarbij we niet in de val moeten trappen van ons aan de fijnstoffelijke wereld te hechten en die te verheerlijken. Uiteindelijk is het leven een luchtige dans door alle werelden.’
Mooier kan ik het niet schrijven. Prana 176, december 2009/januari 2010, met als thema: Goden, Goeroes en Idolen.
Gepost in Second Life, Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
25 november 2009
Respect is retro. Een uitstervende beleefdheid. Is er überhaupt nog iets om respect voor op te brengen? Waarom zou je? Respect is hartstikke ouderwets! Je moet de dingen recht voor zijn raap zeggen tegenwoordig. Zonder opsmuk of omhaal. Open en eerlijk alles eruit gooien wat je op je hart hebt. Recht door zee. Respect past daar niet bij. Je gevoel bedriegt je niet, dus zeg maar gewoon wat je op je lippen ligt. Dan zijn je woorden echt en laat je jezelf zien.
Wees spontaan en denk niet teveel na over wat je zegt. Roep maar gewoon wat. Of de ander het begrijpt of leuk vindt doet er niet toe, dat is zijn probleem. Rekening houden met anderen is echt van een vorige eeuw, wollig en sentimenteel. Als hij je niet begrijpt moet hij maar beter luisteren, ook als je zelf niet snapt wat je zegt. Al dat in- en meevoelen staat open communicatie alleen maar in de weg.
Doe niet te moeilijk, getuig niet van een visie want dan verraad je dat je over je woorden hebt nagedacht. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Een woordenschat van 500 woorden voldoet. Zorg ervoor dat je niet kan opschrijven wat je zegt, want dat oogt heel elitair en ontwikkeld. Zeg alles wat je voor de mond komt. Heb schijt aan de luisteraar! We zijn toch niet op de wereld om met elkaar rekening te houden? Die ander zoekt het zelf maar uit!
Ook zelf hoef je niet te begrijpen wat je zegt, dat moet de ander maar aanvoelen. Luisteren doe je niet, want het gaat om wat jij te zeggen hebt, wat jouw mening is. En die is de waarheid en die moeten anderen stevig in hun oren knopen. Respect heb je hooguit voor mensen met wie je het eens bent. Voor een andersdenkende hoef je geen respect te hebben, want die verdient dat niet met zijn verwerpelijke opvattingen. De ander is per definitie stom en gek. Knettergek!
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
17 november 2009
In Second Life zijn we allemaal engelen als we willen. Dat was afgelopen zondagavond dan ook het thema van het dansfeest in de pooldisco van Sweetweed. Robbie had die natuurlijk versierd met platen en beeldhouwwerken van engelachtige knapen. En de vloer had hij omgetoverd tot wolken, zodat we echt in de hemel dansten. Wij: knapen uit Duitsland, Zwitserland, Italië, Spanje, Engeland, Amerika, België en natuurlijk Nederland, die hun avatars als engel hadden uitgedost. Voor zover engelen kleding dragen uiteraard. We hadden natuurlijk wel allemaal vleugels, hoewel die in Second Life niet echt nodig zijn om te vliegen. Want we zijn hoe dan ook engelen daar.
Dat is het leuke van Second Life: velen maken een avatar naar hun eigen ideaal, degenen die ze willen zijn en die ze misschien wel daarom in diepste wezen zijn. Dat echte wezen kan ook vliegen, is onsterfelijk, kan zich teleporteren en wordt niet gehinderd door fysieke behoeften en aftakelingsprocessen. Dat wezen, die avatar is ook ontstaan uit vrije keuze, want de makers van Second Life vertellen niemand hoe het spel gespeeld moet worden. Dat is ook de kracht van Second Life: dat het alle ruimte geeft aan creativiteit, zodat je alles om je heen precies zo kunt maken als je het hebben wilt. Voor sociologen moet het uiterst interessant zijn om te zien hoe zich uit het niets in de loop der jaren een hele leefgemeenschap ontwikkelt.
Vriend vergelijkt Second Life met een poppenhuis, en dat is zo gek nog niet. Zij het dan dat die groter is dan het gebruikelijke huis, winkeltje of benzinestation, en dat je geen idee hebt hoe je medespelers er in real life in het echt uitzien. Voor zover je ‘in het echt’ associeert met de persoon van vlees en bloed die achter de computer in real life Second Life speelt. En voor zover je ‘real life’ verbindt met die persoon, en niet met zijn avatar, ofwel het beeld dat hij van zichzelf heeft geschapen, zijn wezen of ideaal. Het vervelende van de vergelijking met een poppenhuis is echter dat dit speelgoed zou zijn dat alleen voor kinderen is bestemd. Alsof Jezus ons niet opriep om weer als de kinderen te worden! En alsof het niet heel goed zou zijn als volwassenen wat speelser waren. Juist het spel geeft gelegenheid om jezelf en je mogelijkheden te ontdekken, om creatief te zijn. En wat is er belangrijker in het leven dan creativiteit?
De laatste tijd hebben we ook vaker bezoek van Jean, die in real life sinds zijn geboorte in een rolstoel zit, en dus helemaal geen ervaring heeft met lopen en dansen. Zelfs in Second Life bleef hij het liefst in zijn vertrouwde rolstoel aan de rand van de dansvloer toekijken! Eén keer zag ik hem staan, wat een hele stap voor hem moet zijn, letterlijk. Hij heeft slechts één vinger om zijn computer te bedienen, zodat het slecht communiceren is. Maar hij komt vaak terug, en ik kan me voorstellen dat voor dit soort mensen Second Life een bevrijdende uitkomst is. Ook voor zieken en bejaarden die het huis niet meer uitkomen kan een bezoek aan deze wereld uitkomst bieden. Want hoe alleen je misschien in real life achter je computer zit, in Second Life ben je altijd samen, en dat voel je ook zo.
‘Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten,’ dichtte Willem Kloos. Maar met een engel ben ik ook al tevreden. En als ik die in mezelf vind, dan herken ik hem ook in anderen. Dan is Second Life geen tweederangs leven meer, maar één van de wondertjes waardoor ik iets diepers van mezelf kan ontdekken. Dat kan denk ik trouwens alleen maar op een speelse manier, omdat het daarvoor nodig is om je serieuzere ik even te vergeten.
Gepost in Second Life
Geen reacties »
12 november 2009
Terwijl straks in Kopenhagen een klimaatakkoord moet worden gesloten en de Club van Rome hard aandringt op fikse maatregelen om een milieucatastrofe te voorkomen, vindt de VVD dat de natuur veel te veel beschermd wordt. ‘De bescherming van natuur en milieu is in Nederland te ver doorgeslagen en staat daarmee overheden en ondernemers in de weg,’ laat Charlie Aptroot weten. Hij vindt de Natuurbeschermingswet en de aanwijzing van Natura 2000-gebieden ‘rampzalig’, als ik het nieuws van Nu.nl mag geloven. ‘Deze gedrochten moeten op korte termijn fors worden aangepast. Provincies en gemeenten en ondernemers pikken het terecht niet langer.’ Van dat laatste begrijp ik niet zoveel, want ik was gisteravond net op een door de Provincie georganiseerde bijeenkomst over een nieuw te bouwen ecoduct over de A1 bij Olde- en Nieuwegeppel, waarin zowel de Provincie als de twee gemeenten juist enthousiast waren over de plannen.
Respect tonen voor andermans opvattingen is niet de sterkste kracht van VVD’ers, iets dat zelfs Mark Rutte niet ontkende toen ik hem daarop aansprak. Alleen al het taalgebruik waarin woorden als ‘milieumaffia’ voorkomen zegt genoeg. Volgens Aptroot zijn de Natuurbeschermingswet en Natura 2000-gebieden ‘gedrochten’. En wat een beetje alternatief ruikt wordt snel badinerend ‘geitenwollen sokken’ aangemeten. Nee, dat past allemaal niet in het snelle wereldje van slim doorpakken, energiek ondernemen, uitdagingen aangaan en kansen grijpen. En zeker niet in de wereld van de ondernemers, die het van de vrije markt moeten hebben. ‘Als iets toch niet te handhaven is, moet je het ook niet willen,’ hoor ik vaak uit die hoek zeggen, maar als er iets is dat niet te handhaven is, dan is het wel die vrije markt. Want die kan alleen functioneren als daarin ook de vrijheid van de ander gegarandeerd wordt. En dat is iets waaraan het juist zo ontbreekt, zodat liberalisme verwordt tot niet alleen de legitimatie van de macht de sterkste, maar ook tot rechtvaardiging van list en bedrog zoals in de reclame- en de bankwereld.
Juist door het gebrek aan controle slaat het liberalisme om in het tegendeel van zijn beginselen, namelijk het beperken van de vrijheid van anderen. Wiegel hield in zijn eentje het referendum tegen, Hoogervorst verbood de alternatieve geneesmiddelen, Vonhoff dwong gemeenten tot een verplicht huwelijk. Hoewel liberalen menen dat overheden zo weinig mogelijk moeten betuttelen, maken zij zich daar zelf wellicht nog het meest schuldig aan, zodat zij niet verwonderd moeten opkijken als ze bij velen een autoritair imago blijken te hebben. Zo is door gebrek aan controle op het marktmechanisme het echte liberalisme verkwanseld aan ordinaire machtswellust, en is dit schijnliberalisme medeverantwoordelijk voor de financiële crisis waarin we nu verkeren.
En dat niet alleen. De markt waarin zij gelooft is niet de vredige gezellige dorpsmarkt, maar een arena van moord en doodslag. Niet een markt waarin samenwerking hoog in het vaandel staat, maar concurrentie en strijd, de ziekelijke rat race om de sterkste te laten winnen. In deze survival of the fittest zal alles wat niet slim maar dom is, en wat niet sterk maar kwetsbaar is het loodje leggen. Hadden ze maar sterker en slimmer moeten zijn, daarvan leren ze, en worden ze groot en sterk. Al dat sentimentele gedoe ook, dat is iets voor softies en mietjes! Ja toch? Daar kun je voor kiezen, voor zo’n natuurlijk selectieproces. Maar ik had begrepen dat de mens juist mens is door oog te hebben voor het kleine en kwetsbare, en de gave om uit liefde voor elkaar de darwinistische dans te ontspringen.
Er is een aan de kredietcrisis gewijde nieuwe druk verschenen van het visionaire verhaal De Bovenbazen van Marten Toonder uit 1963. Over hoe grootondernemers met de wereld, hun medemensen en het milieu omgaan. Dit boek had aan Charlie Aptroot opgedragen kunnen zijn. Ik zou het jammer vinden, en ook dom van de VVD, als zijn woorden een serieus partijstandpunt vertegenwoordigden. Want dan zou je je kunnen gaan afvragen wat de grootste natuurramp is: de CO2 of de VVD?
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
9 november 2009
In de Kamerkrant van de Kamer van Koophandel is deze maand een artikel over het ambacht te lezen. Mensen die werk met hun handen doen. Volgens Wikipedia kan je daarbij denken aan zeven branches: voeding, productie, uiterlijke verzorging, gebouwverzorging, medische hulpmiddelentechniek, reparatie van consumptiegoederen en de bouw. Daarin zijn in ons land circa 900.000 mensen, ofwel 12% van de beroepsbevolking, werkzaam. Tegelijk bestaat 26% van de Nederlandse ondernemingen uit 210.000 ambachtelijke bedrijven, zodat daar gemiddeld maar de helft van het aantal mensen werkt als in alle ondernemingen. Kleinere bedrijfjes dus, en daar is niks mis mee. Wat mij betreft heeft de grootschaligheid zijn beste tijd gehad, omdat steeds duidelijker wordt dat die de oorzaak is van de onhanteerbaarheid en onbestuurbaarheid waaraan wellicht onze hele cultuur nog eens te gronde gaat. ‘Ga terug naar Dorpsstraat (Ons Dorp)’ is nu de kaart die aan de beurt is.
Want daar is, net als hier in Oldegeppel, het ambacht te vinden. Ook een computerzaak trouwens, maar volgens Wim Hooijmans van het Hoofdbedrijfschap Ambachten mag dat: ‘Oude ambachten als klompenmaker en touwslager zijn verdwenen, maar daarvoor in de plaats zijn nieuwe ambachten gekomen als webdesigner en pc-reparateur.’ Gelukkig maar, want het zou niet best zijn als het ambacht zou verdwijnen. ‘Ambachtelijk werk wordt ondergewaardeerd in de moderne wereld met zijn massafabricage,’ zegt Hooijmans. ‘Het begint al op de basisschool met de Cito-toets. Daar wordt vooral kennis gemeten en geen handvaardigheid (…) Met het talent om met de handen te werken, ben je een loser. Maar ouders en scholen zien dat vaak anders. ‘Als het met je hoofd niet kan, ga dan maar iets met je handen doen,’ zeggen ze vaak. Terwijl er met je handen heel veel mooie beroepen mogelijk zijn.’ Hij pleit voor meer vakbekwaamheid en ziet het liefst een opleidingstelsel naar Duits voorbeeld, waar je achtereenvolgens leerling, gezel en meester kan worden. ‘Ondernemers moeten vooral bezig zijn met de kwaliteit van hun bedrijf,’ zegt hij verder omdat ambachtsmensen heel gepassioneerd met hun vak bezig zijn. Wat me doet denken aan een verhaal in de komende wei & hei over een stratenmaker die helemaal in zijn vak opgaat.
Mensen met een ambacht zijn relatief vaak eigen baas. ‘Ze zijn dan zolang bezig met andere zaken, dat ze te weinig tijd aan hun vak kunnen besteden,’ vertelt Hooijmans. ‘Dat betekent niet dat we zeggen dat een bedrijf moet groeien. Integendeel. De ambachtsman moet vakmanschap en ondernemerschap zó combineren, dat hij maximaal bezig kan zijn met de uitoefening van zijn vak, maar dat hij tegelijkertijd zorgt dat zijn toekomst verzekerd is.’ Dat is de spijker op zijn kop. Want ook ik ervaar als zzp’er dat ik veel te veel tijd kwijt ben aan overhead, aan niet-productief zijn. Zoals het bijwerken van de boekhouding en aan diverse administratieve verplichtingen voldoen. Aan reclame, mailings en e-mail. Aan het buiten de deur, telefoon, fax en e-mail houden van opdringerige medeondernemers. Dat houdt me allemaal af van het echte werk, wat volgens mij altijd iets ambachtelijks is.
Echt werk betekent iets maken met hart en ziel. Iets maken met liefde. Iets maken waar je van houdt. Iets maken met aandacht en daar de tijd voor nemen. Dan heeft het kwaliteit. Ik ben er heilig van overtuigd dat voedsel dat mechanisch wordt geproduceerd minder kwaliteit heeft dan voedsel dat met liefde en aandacht verzorgd is geweest. Dat een auto die met liefde in elkaar is gesleuteld het beter doet dan eentje die van de lopende band rolt. Dat een met idealisme ontwikkeld besturingssysteem voor de computer beter werkt dan eentje dat alleen uit commercieel oogpunt is ontworpen. Liefde bezielt materie, en daarom is ambachtelijk werk altijd te prefereren boven massaproductie. Dat laatste lijkt goedkoper, maar is door gebrek aan kwaliteit uiteindelijk duurder. Ja, goedkoop is duurkoop!
Overigens betekenen de bovengenoemde getallen dat 82% van de beroepsbevolking geen ambachtelijk werk doet. Wat de vraag oproept wat die 7.500.000 mensen dan wel doen. Ik denk dat ze bezig zijn met bezig zijn, met tijd doden, met geld verdienen, met graantjes meepikken van wat de ambachtslieden maken. Bijvoorbeeld door zich als vertegenwoordiger of manager op te werpen. Tot op zekere hoogte is daar niks mis mee, maar dat is toch een beetje uit de hand gelopen. Belastingen en administraties zijn zo ingewikkeld gemaakt dat kolossale kantoorgebouwen gevuld worden met mensen die dat allemaal al dan niet begrijpen, en anderen weer daarmee helpen. Eigenlijk zou 82% van de beroepsbevolking een ambacht moeten uitoefenen en zouden die overhoofdige beroepen maar 18% moeten uitmaken. En niet omgekeerd, zoals nu het geval is. Ik denk dat het heel goed zou zijn voor productie, economie én welzijn als er veel minder managers waren. Die hebben zich veel te veel macht toegeëigend, zoals je dat ook ziet bij de schoolbesturen die inmiddels het halve onderwijs naar de klote hebben geholpen. Als mensen geen vak leren, niet iets hebben waar ze hun hart en ziel in kunnen leggen, gaan ze rare dingen doen. Gevaarlijke dingen zelfs.
‘Veel minder zelfstandige winkels,’ kopt een ander artikel op dezelfde pagina van de Kamerkrant. ‘Vakbekwame zadelmakers met uitstreven bedreigd,’ zegt een verhaal ernaast. Waarom mensen allemaal zo nodig zo hard en veel moeten werken, is me al niet duidelijk. Maar als ze dan gaan werken, waarom maken mensen dan systematisch de verkeerde keuzes? Het lijkt het kabinet Balkenende wel!
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
7 november 2009
‘Bloggers zijn blijer,’ staat boven Marcels weblog te lezen. Ik geloof dat dat echt zo is. Mensen die dagboeken bijhouden schijnen ook gelukkiger te zijn. Waarom? Omdat dat plekken zijn waar je heerlijk jezelf kunt zijn. Maar dat niet alleen: door woorden te gebruiken dwing je jezelf ook een beetje tot meer helderheid over jezelf, tot meer eerlijkheid en openheid voor wat er allemaal in je omgaat. En last but not least helpt dit alles om afstand van jezelf te nemen, want juist door het lezen van je eigen woorden kun je je verwonderd afvragen: ‘Heb ik dat allemaal geschreven?’ En hoe langer geleden je die woorden hebt geschreven, hoe moeilijk wordt het om jezelf daarin terug te herkennen. Dan begin je te merken dat je veel van dat alles dus niet bent, dat het niet meer is dan een verhaal. Maar dat moet wel geschreven worden.
Tegelijk zie je rode draden oplichten door alles wat je geschreven hebt. ‘Goh, dacht ik er toen en toen ook al zo over? Beleefde ik het indertijd al op dezelfde manier? Voelde ik me toen ook al zo?’ En dan zie je wat meer wezenlijk bij je hoort, wat wellicht steeds opnieuw het licht wil zien en waarvoor soms woorden tekortschieten. Zo vergroten weblogs je zelfkennis zodat ze heel therapeutisch kunnen werken. Net als dagboeken. ‘Het is een nieuw jaar en ik heb besloten een dagboek te beginnen en bij te houden,’ staat in het mijne op pagina 1 van 1 januari 1963 (dinsdag) te lezen. Nou, dat heb ik geweten! Mijn eerste weblog is van 11 januari 2006. ‘Vanmorgen las ik in een oudere Computer!Totaal hoe je een weblog maakt, en omdat ik bij de tijd wil blijven heb ik dat eens geprobeerd,’ schreef ik die dag in mijn dagboek. ‘En het is inderdaad heel eenvoudig. Heb er al een eerste verhaaltje, vier alinea’s op gezet onder de titel Een nieuw begin.’
Onder die titel heb ik van mijn eerste 123 weblogs een boek gemaakt, dat bij Lulu te bestellen is. Het is 273 pagina’s dik geworden. En gebonden, want dat is het waard, als ik zo vrij mag zijn. Het is per slot mijn leven, en dat verdient geen flodderjasje. Ja, dat voelt echt zo. Alsof mijn leven verpakt wordt in een boek, zodat ik straks wat rustiger kan sterven. Omdat van alles gezegd is, geschreven is. Omdat er een getuige is die het bewaart. Omdat het astrale veld van het internet erover waakt. Alsof dat alles belangrijker is dan mijn stoffelijke leven in dit lichaam. Is er eigenlijk iets belangrijkers te doen dan creatief te zijn? Sommige mensen maken kinderen, ik doe het op een andere manier. En als ik me zo op mijn eigen wijze heb voortgeplant hoef ik niet meer zo nodig. En of er überhaupt één iemand zal zijn die het boek bestelt en leest is eigenlijk ook niet zo belangrijk. Het klinkt bijna magisch allemaal, maar zo voelt het wel.
Maar zijn die verhaaltjes van mij dan zo bijzonder? Eerlijk gezegd weet ik dat niet. Een merel zingt in de nacht, een verliefde hoort hem zingen en zijn hart springt op. Is dat belangrijk? Nee, want er zijn miljoenen verliefd en ook miljoenen merels die zingen. Heel gewoon dus. Ja, omdat dat laat voelen wat schoonheid is, omdat het ons met een diepere werkelijkheid verbindt. Heel bijzonder dus. En daarvan getuigen – het zingen van een merel, de stilte vlak voor zonsopgang, de koude vochtigheid van mist, de geur van seringen, de blijheid van verliefd zijn – is voor mij zowat het doel van het leven. Gerard Reve heeft ook iets dergelijks, en zou misschien zeggen: ‘Het is gezien.’ Een levenswerk dus, te bestellen bij Lulu. Over wat ik meemaak. In de concrete wereld. In die van fantasie en gedachten. In die van Second Life. Hier en daar met herinneringen gelardeerd. Het was een flinke klus om te maken, maar het is dan ook heel mooi geworden, al zeg ik het zelf. Ideaal om naast je bed te leggen en af en toe een stukje uit te lezen. Om even in een andere wereld te duiken.
Gepost in Diversen, Uit mijn leven
Geen reacties »
31 oktober 2009
Hier en nu! In die traditie is mijn generatie en soort mensen opgegroeid. En wat heb ik op mijn kop gehad als ik aan het dagdromen was! Dat ik daarmee ook in het hier was, maar alleen in een ander hier, sloeg niet echt in. Smoesjes. En wat kon ik romantisch verlangen of mijmeren over het verleden! Dat ik daarmee ook in het nu was, maar alleen in een ander nu, kon ik niet echt verkopen. Dat waren allemaal uitvluchten en smoesjes. Angst was het van mij, angst om in het echte hier en nu te leven! En wat dat echte hier en nu was, dat werd me desnoods fysiek ingegoten. Therapie heette dat. Ik moest eerst maar eens aarden en gronden voordat ik mocht uitvliegen. Ik zat teveel in mijn hoofd en te weinig in mijn gevoel. Ik moest in mijn lijf gaan zitten en leren omgaan met seks en pijn. Ik moest mijn eigen verdriet opgraven en janken. Kortom het door het regiem van therapeuten voorgeschreven hier en nu was het enige legitieme startpunt voor verdere ontwikkeling. Ja, een confrontatie met jezelf in dit hier en nu kan bij tijd en wijle geen kwaad, maar veel therapieën blijven een subtiele vorm van egotripperij waar je nooit bent uitgegroeid.
Omdat het hier en nu zich vrijwel altijd beperkt tot de materiële werkelijkheid blijft het ook beperkt. Wat is dat hier eigenlijk? Een oneindig klein puntje in de ruimte? Mijn eigen lijf? De kamer waarin ik ben? De straat waarin ik woon? Dat wordt er allemaal niet bij verteld! Vaagheid alom! Hoe ruim is dat hier eigenlijk? Hoe groot zijn de cirkels die ik als grenzen om me heen trek, om aan te geven wat ik als hier en wat ik als daar ervaar? Je kunt de zichtbare wereld als criterium aanwijzen: hier is wat ik zie en daar is wat ik niet zie. Maar wat vlak achter me gebeurt ervaar ik ook als hier terwijl ik het niet kan zien. Ook het al dan niet tastbaar aanwezig zijn kan de grens tussen hier en daar niet markeren, want wat er in mijn eigen lijf of in mijn computer gebeurt kan ik niet echt beetpakken en toch is dat allemaal hier aanwezig. Zo is eigenlijk elke grens kunstmatig omdat het gaat om ervaring, beleving. Afhankelijk van mijn staat van bewustzijn beleef ik mijn eigen lijf of mijn dorp als hier. Zo kan ik het hier niet beperken tot een materiële werkelijkheid die de therapeuten me vaak opdrongen. Het begrip bewustzijnsverruiming kan je letterlijk opvatten als een verleggen van de grenzen van wat je hier noemt, van wat bij je hoort, waarmee je je identificeert.
Iets soortgelijks geldt voor het nu. Want wat is dat nu eigenlijk? Een oneindig klein moment tussen verleden en toekomst? De huidige seconde? Wat ik aan het doen ben? Het huidige uur? Vandaag? Deze week? Dit jaar? Ook hier is het moeilijk om grenzen te bepalen. Als ik ver in de sterrenhemel kijk zie ik werelden van duizenden jaren geleden, maar ik beleef ze als bestaand in het nu. De kosmos zoals die er nu uitziet is niet echt. Want veel sterren die ik zie schijnen niet meer, en andere zie ik nog niet omdat hun lichtstralen nog naar me onderweg zijn. Niet alleen vraag ik me af hoeveel verleden en toekomst ik nog als het nu ervaar, maar ook hoeveel verleden en toekomst in het nu al aanwezig is. En waarom zou de werkelijkheid zich beperken tot alleen dat oneindig kleine tijdstip dat we nu noemen? Waarom zou 2009 meer waard zijn dan 1968, waarom zou 2009 meer bestaan dan 1968? Waarom bestaat niet alles gewoon tegelijkertijd?
Dat met dat leven in het hier en nu is leuk bedacht, maar als je echt dat hier en nu gaat ervaren, beleef je steeds meer het hier als overal en het nu als altijd. Starend in de diepe sterrenhemel snapt mijn verstand niets van de oneindigheid, maar lokken de sterren me graag in de oceaan van leegte die alles omvat. Ik vang een glimp op van wat het is om met alles verbonden te zijn. De sterren laten me de ruimte zien. Oneindig diep en tegelijk o zo dichtbij, gekoesterd in mijn hart.
Gepost in Spiritualiteit
1 reactie »
24 oktober 2009
Vanavond is er weer werk aan de winkel. Dan moeten alle klokken een uur teruggezet worden. En omdat in steeds meer dingen klokken zitten, is het elk jaar weer meer werk. Van Friese klok tot en met mobieltjes en vaste telefoons, van thermostaat tot en met computers, van televisie tot en met stereo-installatie, ze moeten allemaal even wat extra aandacht hebben. Sommige klokken zetten zichzelf een uur terug, anderen steevast niet. En bij een enkele weet je niet wat er gebeuren zal, zodat daar morgen de klok wellicht een extra uur teruggezet blijkt te zijn. Na al dit werk betekent het wel dat ik een uurtje extra mag slapen, wat ook een troost is voor het feit dat er nu koude tijden gaan aanbreken. Dit in tegenstelling tot het voorjaar waarin ik graag een uurtje slaap inlever voor de in aantocht zijnde warme tijden.
In de jaren zestig moesten we er niet aan denken. Zomertijd! Dat was iets heel ouderwets en bovendien ging je toch niet zo kunstmatig met de tijd zitten knoeien? Maar toch zijn we er op 3 april 1977 weer mee begonnen. Toen was ik die nacht in gay-disco De Viking in Amsterdam, waar ik voor het eerst van dit magische wonder genoot, om uiteindelijk een uur eerder dan gebruikelijk met de nachtbus weer thuis in de Bijlmer te belanden. En de dagen erna was het ’s avonds opeens veel langer licht. Heerlijk! Dat was mijn moeder vergeten in de zomertijdloze jaren tussen de oorlog en 1977. Ze meende dat de zomeravonden in haar jeugd veel mooier waren, maar was vergeten dat de zon toen ook een uur later onderging…
Hoewel ik haar daar nooit over heb horen spreken, denk ik toch dat mijn Wijze Tante het daar volstrekt mee oneens was. Met het instellen van zomertijd bedoel ik. Want die maakt de tijd nog onnatuurlijker dan hij al is. Ze vond het überhaupt al wat zielig dat wij mensen horloges en klokken nodig hadden. Maar ja, zonder die dingen is het slecht horoscopen maken en astrologie was voor haar toch wel de Wetenschap der Wetenschappen.
Ja, tot 1892 hadden we een heel natuurlijke tijd: als de Zon op zijn hoogste punt stond was het 12:00 uur ’s middags. Deze zogenaamde werkelijke plaatselijke tijd was echter een beetje onhandig bij het samenstellen van dienstregelingen en spoorboekjes, en zo heeft men bedacht om de wereld in tijdzones te verdelen, waarbij de 24 uren van de dag werden uitgesmeerd over partjes van 15 graden, te beginnen bij Greenwich. Het gevolg is wel dat wij hier in Nederland – pak hem beet op 5 graden oosterlengte, terwijl we de tijdzone van 15 graden oosterlengte aanhouden, Central European Time – zo’n 40 minuten voorlopen op de werkelijke plaatselijke tijd. Pas om 12:40 uur staat de Zon op zijn hoogste punt. En in zomertijd doen we daar nog een uur bovenop en staat de Zon pas om 13:40 uur op zijn hoogste punt!
In de winter leven we dus een uur natuurlijker dan in de zomer. Dank zij onze klokken! Natuurlijkheid past denk ik ook beter bij de winter, want dat is wat mijn Wijze Tante noemt de tijd van abstractie, in tegenstelling tot de zomer, waar het tijd is voor concretie. Voor mij betekent abstractie teruggaan naar de bron, het vinden van jezelf, introversie, en concretie het indalen in de materie, het verliezen van jezelf en extraversie. Eigenlijk zijn beide natuurlijk, horen ze als een soort ademhaling bij elkaar. En het is ook heel natuurlijk dat we dat ritme nog eens benadrukken door onze klokken ermee in overeenstemming te brengen. Zodat we onbewust toch juist dat doen wat goed voor ons is!
Maar de overgang blijft altijd even wennen. Want ik weet nu al dat Vriend morgenavond, als ik een half uur na middernacht mijn managerswerk in gay-disco Sweetweed in Second Life heb voltooid, zal roepen: “Eigenlijk is het al half twee hoor!”
Gepost in Diversen, Uit mijn leven
1 reactie »
21 oktober 2009
Flits flits flits deden Marcel en ik onlangs in het donkere bos rond Oasis op de Kalmthoutse Heide. Als er in het weekend iets te doen is in ons Wijze Tante Centrum, gaan we er meestal vrijdag al heen. Dan drinken we eerst een Leffe dubbel uit het vat bij De Kroon tegenover de kerk, alvorens naar het landhuis te rijden. Op zaterdag eten we in de Pyramide, waarbij Marcel graag een paar woordjes Arabisch met het personeel wisselt, want die taal is een hobby van hem. En onlangs liepen we na het eten langs de hei en in het bos in de duisternis met onze camera’s willekeurig in het rond te flitsen. Misschien niet echt vriendelijk om dat in een natuurreservaat te doen, maar we wilden weten wat er eigenlijk waar was van de verhalen die ik over orbs in De Koorddanser had gelezen. Ja, over orbs. Dat zijn raadselachtige bolletjes die je met het blote oog niet ziet, maar die je later wel op foto’s ziet verschijnen die je met flitslicht hebt gemaakt. Die lijken dan zomaar in de lucht te zweven, en niemand weet hoe ze eigenlijk op de film, heu: de CCD van de digitale camera belanden. En ja hoor, Marcel en ik hadden er ook een paar te pakken. Eentje zat op het gras achter het huis, andere zweefden tussen de takken in het donker.
“Ik vrees dat het toch stofdeeltjes zijn,” concludeerde Marcel na afloop teleurgesteld. En dat vond ik ook het meest voor de hand liggen. Wat mij betreft konden het ook regendruppels zijn, want het had die avond een beetje geregend en wie weet vielen er nog een paar nakomertjes uit de bomen. Jammer dat het zo gewoon was allemaal, want je kunt hierover natuurlijk heerlijk speculeren. Omdat dit verschijnsel me toch niet echt lekker zat kocht ik een rijk geïllustreerd boek erover, Het Orb Project van theoloog Ledwith en fysicus Heinemann. Na toch doorgelezen te hebben in een afschrikwekkend en onleesbaar Woord vooraf van professor Tiller, wordt me verteld dat voor deze orbs geen alledaagse verklaring is te vinden, maar dat ze uit een andere wereld of dimensie komen, of emanaties van (meestal goede) geesten zijn.
Ledwith verklaart waarom we tóch foto’s kunnen maken van onzichtbare entiteiten: het flitslicht zet in de orbs een proces van fluorescentie in werking, waardoor deze infrarood licht gaan uitstralen. En dit blijkt inderdaad gezien te worden door een digitale camera. Hou maar een afstandsbediening voor je lens, druk een knopje ervan in en bekijk dit op het schermpje van de camera. Zo bekeken straalde mijn afstandsbediening inderdaad licht uit, zij het niet rood maar blauw. Heinemann ziet vooral veel orbs rond gebedsgenezers en meent dat het geesten zijn die contact met mensen zoeken. Dat hadden ze begin jaren tachtig al gedaan in het Joegoslavische dorp Medjugorje, waar veel kinderen en jongvolwassenen Maria zagen verschijnen. Dat kreeg echter niet genoeg publiciteit en zodoende zijn deze hogere entiteiten zich als orbs gaan manifesteren. Voor mij blijft het echter een raadsel waarom deze wezens, die meestal als hoogintelligent worden beschouwd, niet op een directere manier contact met de mensheid zoeken. Bijvoorbeeld door een radio-uitzending te kapen, zoals Jan van Rijckenborgh in zijn Démasqué voorspelde.
Een half jaar geleden was ik teleurgesteld door een aantal foto’s die ik in een oude school had genomen. Omdat deze verbouwd ging worden tot nieuw gemeentehuis, waren we er met raad en college op bezoek. Ik ging de foto’s nog eens bekijken en enkele ervan staan vol met orbs, zo vol dat een van de foto’s er echt door verpest is. Omdat er al veel breekwerk had plaatsgevonden, waarvan de foto’s duidelijk getuigen, heb ik al die oplichtende bollen als reflecties van stofdeeltjes gezien, en tot vandaag de dag ben ik er niet van overtuigd dat dat niet zo is. Mensen met veel ervaringen met orbs zeggen dat ze het verschil tussen een stofdeeltje en een echte orb kunnen zien, maar dat werd me uit dit boek niet echt duidelijk. Zo zouden orbs zich soms ook half achter een object of boom verschuilen, wat dan bewees dat ze geen stof- of vochtdeeltjes waren. Maar waar ik in dit boek halfverstolen orbs zie, is dat meestal achter nogal lichte objecten, zodat ik niet echt duidelijk kan zien dat ze er daadwerkelijk achter zweven.
Ondanks alles blijven orbs een raadselachtig verschijnsel. Natuurlijk hoop ik dat orbs uit een andere wereld komen. Want ik hou van andere werelden, dat mag inmiddels bekend zijn. Maar het kunst- en vliegwerk waarmee hier orbs tot hogere entiteiten worden verheven is me toch een beetje te ver gezocht.
Gepost in Diversen, Uit mijn leven
3 reacties »
7 oktober 2009
Ik hou van paradoxen. Dat is al tijdens mijn doctoraalstudie begonnen, dus alweer zo’n 30 jaar geleden. Daar hield ik eens een referaatje waarvan ik me niets meer herinner dan dat studiegenootje Paul het waardeerde hoe ik ruimte schiep voor paradoxen. Want die hebben eigenlijk geen bestaansrecht in wetenschappelijke gremia. En toch… Ik hou van die logische innerlijke tegenstrijdigheden. Bovendien is de wereld er vol van. En ook hier, op de psychologische faculteit, kwam ik ze tegen.
Bijvoorbeeld in de cursus gedragstherapie, gegeven door Aad Burger. Die was leuk, spannend en leerzaam om mee te maken. Daar leerde je hoe je van homo’s hetero’s kon maken, maar toen ik in de uitwerking van een opgave daarover van hetero’s homo’s ging maken gaf Aad me ruiterlijk een 10! Hoewel homofobie niet behandeld werd, stond indertijd alles in het licht van het zogenaamde fobieënproject, en dus leerden we veel over deze angsten voor specifieke objecten en situaties. Radicale methoden als flooding, ofwel iemand gewoon een langere tijd met zijn sterkste angst confronteren – ja, dat helpt echt! Maar ook wat rustiger therapie: angst = spanning, dus zal de angst afnemen naarmate je het object van je angst ontspannen benadert. Dat heette dan successieve approximatie en systematische desensitisatie. Ontspanningsoefeningen dus.
En wij maar oefenen met onze angsten – soms in vivo, maar vaak in vitro ofwel alleen in gedachten. Het behaviorisme waarop gedragstherapie is gebaseerd is niet geïnteresseerd in onbewuste processen (om nog maar niet te spreken van bovenbewuste processen!), zodat angst en spanning al snel identiek zijn. Behavioristen als Pavlov, Skinner en Watson moesten dus weinig hebben van diepere oorzaken, een in mijn ogen materialistische benadering die ik nooit echt heb aangehangen. Wat niet wegneemt dat gedragstherapie gewoon ontzettend praktisch is, bijvoorbeeld als iemand volgende week een enge vliegreis moet maken. Maar achter iets als hoogtevrees zit volgens mij niet alleen angst, maar ook een verlangen, namelijk om je heerlijk in die diepe ruimte te laten vallen.
Aad zei altijd dat we ons ‘boerenvarkensverstand’ moesten gebruiken, maar intussen leerden we wel iets dat volgens datzelfde verstand onmogelijk was: ontspannen. Want ontspannen is actie, en actie is niet ontspannen. Dat doorzag Bhagwan heel goed en daarom ontwikkelde hij meditaties waarbij mensen zich tot het uiterste moesten inspannen om juist daardoor de ontspanning te ervaren, zoals in dit nogal gecultiveerde filmpje van de Dynamic Meditation nog een beetje te zien is. Maar hoe dan ook: mensen blijken zich kunnen ontspannen, en dat is een paradox. Net als kinderen kunnen worden opgevoed tot zelfstandigheid. Net als goeroes hun discipelen kunnen leren om uiterlijke autoriteit van zich af te schudden: ‘When you meet a buddha on the road, kill him!’ Ook dat was een lievelingsuitdrukking van Bhagwan, en zijn boeken onder de titel Zen: The Path of Paradox behoren tot mijn lievelingskost.
Het leven is één grote paradox. Het ‘boerenvarkensverstand’ kan heel praktisch en noodzakelijk zijn om te leven en te overleven, maar tracht er geen diepere problemen mee op te lossen. Daar is het niet voor bedoeld. De werkelijkheid kent niet die tegenstellingen waar het verstand zo graag mee speelt. En als je iets over de werkelijkheid, de waarheid wil vertellen kan dat niet anders dan in paradoxen. Die gaan voorbij wetenschap en logica, en bloeien in de wereld van proza en poëzie die over een veel diepere werkelijkheid vertellen.
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »