24 november 2007
Moet ik me schuldig voelen als ik geniet van de feestelijke lichtjes op straat? Ben ik dan hypocriet omdat ik tegelijk overtuigd ben van wat Al Gore ons te vertellen heeft? Staat onze overconsumptie ons eigenlijk wel toe dat we energie gebruiken voor minder noodzakelijke mooie en leuke dingen? Zoals een verlichtende sfeer op straat in deze donkere dagen? Inmiddels twijfelt niemand er meer aan dat we zuiniger met energie moeten omspringen. Maar voor we spreken over verspilling ervan, moeten we wel weten wat daarmee bedoeld wordt. Want niet elk gebruik van energie is verspilling. Volgens Van Dale is daarvan pas sprake bij ‘roekeloos en nutteloos besteden’ en dat is bij feestverlichting in donkere koude dagen nauwelijks het geval. Het draagt immers bij aan een gevoel van geborgenheid en warmte, en ook dat is wat waard.
Te vaak hoor je zeggen dat gevoel en emoties in besluitvorming geen rol horen te spelen, zoals recentelijk bij de discussies over gemeentelijke herindeling. Het gevolg daarvan is dat alleen aan het materiële en het rationele nog belang wordt gehecht, en er weinig plaats voor het hart overblijft. Omdat het subjectief is, en daarom niet meetbaar zou zijn. Inderdaad, als je zo denkt is het onzin om feestverlichting op straat te willen hebben. En zou je daar ook geen energie in moeten steken. Wat dan natuurlijk ook geldt voor de kerstboom thuis, en voor mooie verpakkingen van cadeautjes en sfeervolle muziek. Als alles wat met gevoel te maken heeft als ‘nutteloos’ overboord wordt gegooid, ja, dan wordt het pas echt koud!
Tot op zekere hoogte is er dus niks mis met feestverlichting. Tot op zekere hoogte, want twee keer zoveel verlichting geeft niet twee keer zoveel feest. Overdaad schaadt! Extra licht en daarmee extra energie draagt niet evenredig veel bij aan de sfeer waarvoor ze bedoeld was. Als we dus Van Dales definitie van verspilling volgen, dan is daarvan nauwelijks sprake als de feestverlichting niet al te uitbundig is. Dat is wel het geval als we bijvoorbeeld de tuin snel en met veel herrie onderhouden en in de uitgespaarde tijd gaan joggen om toch wat lichaamsbeweging te hebben. Of als we de kinderen met de auto naar school brengen, zodat ze zelf veel te laat (en wellicht veel te dik) veilig leren fietsen. Of als we vlees eten, waarbij dieren jaren lang hebben moeten eten om zelf gegeten te worden.
Nu ben ik zelf geen vegetariër, rij ook wel eens mee in foute auto’s en maai het gras elektrisch. Maar ik vind het belangrijker om bij dit gedrag van mezelf stil te staan, dan dat ik me zorgen maak over de energie waarmee een leefsfeer wordt verlicht. Want als er iets is dat wel wat energie kan gebruiken, dan is het wel het hart. Laten we elkaar dat licht gunnen en daar niet te moeilijk over doen.
Ooi- en Geemlander, 24 november 2007
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
23 november 2007
Als decennia lang gebruik ik scheermesjes van Gillette. Ja, ik ben een echte natscheerder, want met die elektrische apparaten gaat het nauwelijks sneller en krijg ik mijn huid nooit zo glad als met het mes. Zo’n elektrische huidrasp is natuurlijk ideaal als je met zo’n modieus halfgeschoren kop wil rondlopen, maar dat is niks voor mij. Ik blijf een gladscheerder. Met Gillette. Om de zoveel jaar komen ze met een nieuw model en dat koop ik blind, gewoon omdat ik weet dat het goed is, en beter is dan het vorige. Dus kocht ik vorige week de Fusion. Die weer nog beterder en zachterder scheert dan de Mach3, Sensor, Contour en GII die eraan voorafgingen. Echt waar!
Ik schrijf dit alleen maar om eens wat positiefs te zeggen over iets commercieels. Want dat kan ook, hoewel ik opgegroeid ben in een gezin waar een beetje wantrouwend en smuilend werd geblikt naar alles wat met handel, reclame en commercie te maken had. Zo vertelde mijn broer me dat verpakkingen vaak bewust zo waren gemaakt dat je de inhoud ervan zo snel mogelijk moest consumeren. Wat hij demonstreerde door een rol beschuit in de lengte open te scheuren. Tot vandaag de dag merk ik dat hij in sommige gevallen wel eens gelijk kan hebben, vooral als ik met een zak drop de winkel uitloop en al snel niet meer weet waar en hoe ik dit snoepgoed allemaal bewaren moet. Wat ik alleen niet snap is dat het tegengestelde ook gebeurt. Ik bedoel de producten die kennelijk helemaal niet gemaakt zijn om te gebruiken, getuige de vele blisterverpakkingen die zonder schaar, beitel, hamer en bloed vrijwel niet open te krijgen zijn.
Er zijn talrijke voorbeelden te noemen van handel en vrij ondernemen waar volgens mij niks mis mee is. Als je rijk wordt omdat iedereen je cd’tje koopt, wat er daar dan verkeerd aan? Er bestaan zelfs goede reclames! We kunnen natuurlijk gaan discussiëren over de verhouding tussen goede en slechte commercie. Maar zelfs als dat een getal kleiner dan één oplevert, bewijst dat toch dat het kan. En wat je kunt realiseren is voor mij even reëel als wat al concreet gerealiseerd is.
Ik heb het onder de douche eens uitgerekend. In mijn leven ben ik 11 jaar eeuwig student geweest, was ik 4 jaar werknemer, heb ik 10 jaar van een uitkering geleefd en ben ik de laatste 16 jaar zelfstandig ondernemer. Niemand had geloofd dat het ooit nog goed zou komen met mij. Ook mijn moeder niet, die pas stierf nadat ik me als kleine zelfstandige bij de Kamer van Koophandel had ingeschreven om mijn eerste desktop publishing-werk voor PTT Post te gaan doen. En dat vrije ondernemerschap is nog steeds voor mij het mooiste dat er is. Niemand verantwoording schuldig zijn, alleen de fiscus.
Wat wil ik nog meer? Ja natuurlijk: eenvoudiger belastingregels die ook voor een simpele academicus als ik te begrijpen zijn. Minder goedbedoelde magazines en enquêtes van de Kamer van Koophandel en andere organisaties die pretenderen hun best voor mij te doen, maar me wel regelmatig bijna een informatieïnfarct bezorgen. Maar nu begin ik weer te mopperen, terwijl ik juist wilde aantonen dat er ook best goede dingen gebeuren in de commerciële wereld. En dat ik best van heel populaire dingen kan genieten, zoals iPods, Suske en Wiske-albums en spijkerbroeken, terwijl de nieuwe en laatste Harry Potter klaarligt om gelezen te worden. Je mag niet alles wat commercieel is over één kam scheren. Zelfs niet met Gillette.
Gepost in Diversen, Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
15 november 2007
Zoekend in archiefdozen stuitte ik onlangs op een artikel dat ik begin 2000 heb geschreven voor een krant ter ere van het 25-jarig huwelijk van Casper en Sietske, met wie we hieronder kennismaken. Daarin bedankte ik Casper voor de leuke nacht die hij mij had bezorgd. Precies 35 jaar geleden. Ik neem het artikel hier over. Satyamo heet dan nog Rob en Jamie is een zwervende Amerikaanse waterman…
Casper geeft Rob vriendje
Uilenstede 198 – 15 november 1972
Al jaren wonen zij tegenover elkaar. Student medicijnen Casper en student psychologie Rob. Rond etenstijd zijn zij regelmatig te vinden in de gemeenschappelijke keuken, waar zij onder het kijken naar de Fabeltjeskrant genieten van spaghetti en Saroma-puddinkjes. Ook drinken ze vaak thee in kamer 1386 of 1377, waarbij ze elkaar op de hoogte houden van hun avonturen in de liefde. Onlangs bewees Casper zijn ware vriendschap voor Rob door hem een vriendje te bezorgen.
Tijdens zijn vakantie na het doctoraalexamen ontmoette Casper in een Spaans station de Amerikaanse Jamie, een hippie die door Europa trok en ook nog naar Nederland zou komen. Met een “Precies iets voor jou” heeft hij Rob al weken geleden nieuwsgierig gemaakt naar deze jongen. Eergisteren, na de zwaarste storm in Nederland sinds 1921, arriveerde Jamie dan eindelijk, met zijn enkele weken geleden in Spanje opgepikte Deense vriendin Luna.
Het klikte meteen tussen Rob en Jamie. Zodra ze elkaar maar even in de ogen keken vergaten ze de rest van de wereld. Was het door Jamie of door het slechte weer en de schemering dat Rob gisteren zakte voor zijn rijexamen? Na hun eten met Casper, Sietske en Luna gaf Jamie te kennen met Rob alleen te willen zijn. Rob: “Jamie toonde me dat liefde bestaat, zonder ernaar te hoeven zoeken. Dat je wederzijds zoveel geweldige gevoelens kan hebben dat je op een gegevens moment gewoon vraagt I wanna make love with you.”
Over wat er afgelopen nacht op kamer 1377 gebeurd is, kunnen we weinig zeggen. Wel hebben we achterhaald dat er kaarslicht is gebrand en dat in de geur van wierook platen van de Incredible String Band zijn gedraaid, hoewel Jamie liever American Beauty van de Grateful Dead had gehoord, die echter niet aanwezig was in Robs collectie. Het schijnt dat Jamie nog een mooie tekening voor Rob heeft gemaakt en dat Luna – om het samenzijn van Jamie en Rob niet te verstoren – in het halletje heeft geslapen. “Moet kunnen.”
“Het is misschien wel de mooiste nacht die ik ooit gekend heb,” zei Rob de volgende dag. “Zo romantisch, psychedelisch, liefdevol, echt… Er zijn geen woorden voor! Te gek, weet je wel!” Om vervolgens zoals gebruikelijk in dit soort situaties zijn gitaar te pakken en er een liedje over te schrijven.
Waarmee Jamie wellicht het leukste cadeau is dat Casper ooit aan Rob heeft gegeven.
Einde artikel. In mijn dagboek kan ik er niet over uit. “De nacht van de 14e op de 15e november is (misschien?) wel de mooiste nacht die ik ooit gekend heb.” schrijf ik. “Die jongen is tegelijk een Gids, en een Tibetaanse Jesusfreak. Gaf me in zijn handen mijn Idealen terug. Nu speelt van de Incredible Stringband A Very Cellular Song, waarover we het ook nog gehad hebben. Zo romanties, psychedelies, liefdevol, echt, sentimenteel onze gevoelens voor elkaar waren! Hoe kan ik dat anders weergeven door een wit blad, gewijd aan Jamie, Jamie, Jamie! May a long time sunshine on you, all love surround you, and the pure light within you guide you all way on. Living the timeless life. There’s absolutely no strive. Wat nog meer hierover te vertellen?” Inderdaad staat het meeste hierover op bladzijde 1468 van mijn dagboek, die helemaal leeg is.
Gepost in Uit mijn leven
Geen reacties »
13 november 2007
Vandaag een noodkreet van het Milieu- en Natuurplanbureau: de aarde raakt overbelast en Nederlanders blijven de aarde kapotkopen. Alleen de politiek zou met heffingen nog kunnen reguleren. Volgens voorspellingen zal in 2040 de wereldbevolking met de helft zijn toegenomen tot 9 miljard mensen. En zal in dat jaar de gemiddelde CO2-uitstoot van Nederlanders vijf keer het niveau zijn van wat de gemiddelde wereldburger mag uitstoten. Terwijl ons land ook een grote steen bijdraagt aan het verlies van biodiversiteit. De doelen voor armoedebestrijding, biodiversiteit en klimaatverandering worden volgens het MNP waarschijnlijk niet gehaald, ‘terwijl die doelen wel betaalbaar zijn.’ Waaruit ik, met mensen als Ervin Laszlo, concludeer dat we al deze problemen best kunnen oplossen, maar het niet willen.
Een voorbeeld. Milieudefensie dringt aan op beperking van autorijden en vleesconsumptie. Hoewel we natuurlijk niet vrolijk worden van de uitlaatgassen van de bioindustrie, wil ik me hier beperken tot autorijden, vervoer. Daarvoor zijn er nog zat alternatieven die nog veel te weinig serieus zijn genomen. De autolobby zal natuurlijk alles in het werk stellen om mensen ervan te overtuigen dat zo veel en zo hard mogelijk rijden het beste is voor het milieu. En heeft het liefste nog meer en bredere wegen opdat stinkende files zullen verdwijnen. Volgens mij is dat dweilen met de kraan open, want voor je het weet gaan straks ook de kinderen met de auto naar school en worden honden getraind om zichzelf met de auto uit te laten. Je kunt echter een boel uitlaatgassen besparen door tegen te gaan dat mensen zich alléén in een auto verplaatsen, want het is toch belachelijk dat iedereen maar in zijn eentje in zijn privé-autootje de lucht zit te vergassen? Poolen dus! Veel meer, en verplicht. En niet zeuren over dat het niet te handhaven is en zo, want onder het adagium de vervuiler betaalt is alles te handhaven. Als de wil er maar is.
Als je echter het probleem van vervoer wat meer bij de wortels wil aanpakken, rijzen er heel andere vragen op. Waarom wonen mensen zo ver van hun werk vandaan? Waarom wordt het thuiswerken niet veel meer gestimuleerd? Waarom wordt er überhaupt zoveel gewerkt? Want inmiddels is er zoveel werk gecreëerd dat mensen eerder tegen elkaar werken dan met elkaar! Driekwart van waar we hier mee bezig zijn is toch volstrekt overbodig, alleen maar bedoeld om ego’s en regelgevers te bevredigen. Teveel mensen dringen zich op als managers, adviseurs of personal coaches, beroepen waar Intermediair vol van staat en die ik nauwelijks serieus kan nemen, al was het alleen maar om de wollige Engelse benamingen ervan. Laat al dat soort mensen maar een eerlijk vak leren of hun oude moeder helpen met de straat oversteken! Als je ‘werk boven inkomen’ stelt, dan moet dit soort aberraties wel ontstaan.
Zo ontmaskeren we het arbeidsethos als de grote ramp voor het milieu. Het arbeidsethos, dat helaas door teveel politieke partijen wordt omhelsd, niet in de laatste plaats door de christenen die deze ethiek hebben uitgevonden. Calvijn en consorten zijn zich waarschijnlijk nooit bewust geweest van de macht waarmee ze eeuwenlang nog miljoenen mensenzielen zouden corrumperen.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
6 november 2007
Het belangrijkste dat mijn ouders me hebben meegegeven is liefde voor de klassieke muziek. Toen de wereld nog stil was zaten zij regelmatig ’s avonds bij kaarslicht naar kamermuziek te luisteren. Dat was in de jaren zestig, en ik ging vaak bij hen zitten. Zij rookten, en ze dronken brandewijn, en ze zwegen, luisterden echt naar de muziek. En ik staarde in de donkere buitenwereld naar lijn 17, die zwijgend over de dijk naar Osdorp gleed. Ze vroegen me nooit om erbij te komen zitten, leefden dan echt in hun eigen klassieke wereld, maar het waren mooie tijdloze momenten van stilte tussen de antieke meubels die ik eigenlijk haatte omdat je er zo voorzichtig mee moest zijn. Misschien onbewust en ongewild hebben mijn ouders me zo een gevoel voor spiritualiteit bijgebracht, door gewoon zwijgend in stilte te zijn.
Slotervaart. Toen we er pas kwam wonen, op 1 november 1957, had ons huis een rijk uitzicht over de verre zandvlakten waarop we in de loop der jaren de hele wijk Osdorp gebouwd zagen worden. Mijn lagere school stond tegenover ons huis, een paar houten noodgebouwtjes. Op zondagmiddagen wandelde ik met mijn vader en broer langs opgespoten land naar de verre horizon waarachter zelfs Haarlem nog zichtbaar was. Ik fietste veel, dus ook via en rond de nieuwe wijken die kersvers en fris uit de grond rezen. En naar het strandbad van de Sloterplas, bij de eindhalte van lijn 13, waar ik ’s zomers mijn voeten in het zand brandde terwijl de Beatles Good Day Sunshine zongen. Slotervaart. Uit de bouw jatte ik hout dat ik nodig had om, zoals normaal voor een jongen van een jaar of 11, in mijn kamertje een planetarium te bouwen. Voor het slapen gaan maakte ik fietstochten in de buurt en drukte vaak mijn neus plat tegen het raam van mijn lievelingsplatenzaak, waarop ik door een agent werd betrapt op het fietsen op de stoep.
Slotervaart. Vanaf de vierde klas van de lagere school tot en met mijn tweede studiejaar heb ik daar gewoond. Mijn middelbare school was ook vlakbij, hoewel we in de eerste jaren voor gymnastiek helemaal naar Oud-West moesten fietsen – iets dat we kennelijk heel normaal vonden. Zonder te weten dat ik verliefd was, werd ik verliefd op Johan, de broer van een vriend van me. Als ik al wist dat homoseksualiteit bestond wilde ik daar zeker niets mee te maken hebben, bovendien waren mijn gevoelens daarvoor veel te hoogstaand. Desalniettemin waren alle plekken heilig waarmee hij ooit in aanraking was geweest, tot zijn wollen coltrui toe. Jaren later heb ik hem op een schoolreünie verteld over wat ik toen voor hem voelde, en hem bedankt voor wat hij zonder het te beseffen voor mij heeft betekend. Of hij dat ooit gesnapt heeft weet ik niet.
Slotervaart. Mijn koude kamertje waarin mijn moeder graag aardappelen bewaarde in een hoekje. De Pep, de Arend en de Robbedoes, Lucky Luke en auto’s wassen om geld voor albums van Suske en Wiske te verdienen. Later Muziek Parade, Muziek Express en Hitweek. Een hamster die opeens spoorloos verdwenen was. Vriendjes die televisie hadden. De Veronica Top 40. De Beatles en de Stones. Het huis met een droog- en een bergzolder, wat me soms bonkende koppijn gaf als ik over de trappen omhoog rende. Een hersenschudding (op 13 april 1959, wist ik onlangs te traceren) omdat ik op mijn fiets een meisje aanreed dat tussen auto’s vandaan sprong. Tot 15 november 1968 heb ik gewoond in dat huis. Waar ik later nog vaak bij mijn ouders op bezoek ben geweest, en bij mijn moeder toen ze gescheiden waren en mijn vader een bejaardenwoninkje een steenworp verderop in Osdorp had betrokken. Het huis dat ingekapseld werd door nieuwbouw en waar mijn moeder stierf op Bevrijdingsdag 1991, overal hingen vlaggen uit. Waarschijnlijk was het ook haar bevrijdingsdag.
De afgelopen weken was er veel onrust in de wijk. Auto’s werden in brand gestoken. Ik durf er niet meer heen. Ben bang dat ik veel niet meer herken. Dat de sfeer weg is. Dat het verleden weg is. En dat is het ook, hoewel het tegelijk nog kersvers in mijn geheugen aanwezig is en een eeuwigheidswaarde heeft zoals elke dierbare herinnering. Als een toekomst nooit komt, betekent dat ook dat een verleden nooit voorbijgaat.
Gepost in Uit mijn leven
Geen reacties »
29 oktober 2007
Calvé pindakaas hoort uit Delft te komen. Ik kan me niet voorstellen dat die even lekker zou smaken als die op een andere plek, ergens in het goedkopere buitenland natuurlijk, gemaakt zou worden. Nou ja, misschien wel even lekker, maar dan toch ánders. Nou ja, misschien zelfs véél lekkerder, maar dan toch niet meer als ónze pindakaas. Die puur rationeel ingestelde ondernemers denken vast dat het niet uitmaakt in welk land je de pindakaas maakt – zolang je maar dezelfde ingrediënten in de potjes stopt. Onzin! Pindakaas is méér dan pinda’s alleen! Pindakaas neemt de geur, smaak en sfeer van zijn geboorteplek mee, en dat proef je!
Dat heeft met identiteit te maken. Net als het wel degelijk uitmaakt waar Abraham de mosterd haalt, zijn er verschillen tussen dezelfde producten uit verschillende landen. Hollandse pindakaas, daar moeten ze van afblijven, die is gewoon goed en daar valt niks aan te verbeteren. Wel eens Amerikaanse of Engelse peanut butter geproefd? Ik niet! Of misschien ook wel. Maar zelfs als die lekkerder is, kan dat toch geen argument zijn om onze eigen pindakaas op de schroothoop te gooien? Zo moeten we ook onze eigen Hema-worst in bescherming nemen, een broertje van onze pindakaas dat ook uit de fabrieken van Unilever komt. Ook die is gewoon onovertroffen, daar hoeft niks aan veranderd of verbeterd te worden. Voor zover dat al zou kunnen. Geen nieuwe formule, of verbeterde smaak of u proeft zoveel meer, want als ze daarmee beginnen hou ik mijn hart vast.
De Nederlandse identiteit ligt voor het grijpen, en daarom snap ik de mensen niet die eraan twijfelen of er wel zoiets bestaat. Naast onze fanatieke liefde voor de Matthäuspassie, voetballen en Sinterklaas, maken we zelfs kunstwerken van pindakaas, zoals Wim T. Schippers enkele jaren geleden deed. En als je een beetje historisch gevoel in je lijf hebt, koester je al dat soort dingen en gooi je het niet in de Grote Uitverkoop waarmee ons land zichzelf aan het verkwanselen is. Als winst belangrijker wordt dan werkgelegenheid, als efficiëntie een grotere rol gaat spelen dan liefde voor het ambacht, dan is er iets stinkend mis! Staken dus, en blijven staken, jullie in Delft, Oss, Loosdrecht of waar dan ook! Laat je niet uit handen nemen waar je goed in bent!
Veel managers zouden zich diep moeten schamen voor de manier waarop zij binnen enkele jaren hele bedrijven, waaraan mensen generaties lang hun hart en ziel hebben gewijd, naar de bliksem helpen. Gelukkig hoor je steeds meer geluiden dat juist die managers vaak de rotte plekken in de appels zijn. Vaak kunnen ze nauwelijks schrijven wat ze zeggen, en leven ze in een autistisch wereldje waar alles meetbaar, rationeel en materialistisch is. Helaas, pindakaas… Als we hen nou eens aan het buitenland verkochten, dan was een groot deel van ons cultureel erfgoed en van onze identiteit veiliggesteld. Net als onze pindakaas.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
23 oktober 2007
Als 19-jarige brutale puber die zelf alles héél goed wist, bezocht ik hem in zijn atelierwoning, ergens in Amsterdam-Zuid. Er stond een abstract kunstwerk dat hij voor de PTT aan het maken was. Het heette Communicatie, vertelde hij. Als het humor was, had ik dat niet door, want daar was ik als puber veel te serieus voor. Ik vroeg hem of hij in God geloofde, of hij een idealist was, of het leven zin had, over de liefde en zo, en op al mijn diepzinnige vragen gaf hij precies de verkeerde antwoorden. En hij maakte het me extra moeilijk door allemaal muziekmakers te noemen waar ik nog nooit van gehoord had, want ik wist natuurlijk lang niet zoveel als ik pretendeerde te weten. De zes boeken die hij had geschreven had ik met rode oortjes gelezen, en nu was hij bezig met De hittegolf. Wat een fantastische titel! Jammer dat ik dat boek nooit heb gezien. Afijn, ik snapte niet de helft van wat hij me verteld had (wat ik natuurlijk niet wilde weten), maar had wel een mooi interview dat te lezen is in Hitweek, jaargang 1 nr. 53, 16 september 1966. Een gesprek met de beeldhouwer, de schrijver, de schilder, maar vooral met de mens Wolkers, noemde ik het, geheel in de stijl van die jaren.
Vorige week is hij overleden. Veel aandacht in de media voor deze natuurmens met een groot hart. Voor wie het vormgeven, concretisering in woorden en beelden van levensbelang was. De man die tragiek definieerde als ‘dat je ervaart dat je ongelukkig bent en het nog fijn vindt ook’ en zich wellicht daarin onderscheidde van veel andere kunstenaars. De man die over seks schreef, maar dat op zo’n mooie gevoelige wijze deed dat het geen porno genoemd kon worden maar bijdroeg aan de seksuele revolutie van die dagen. Die volgens eigen zeggen de eerste was die met lang haar rondliep, al tijdens de oorlog, in Leiden en Oegstgeest. Die tegen de monarchie was, genoot van provo’s en de Stones. Die in 1971 met Godfried Bomans op de Rottumerplaat een wedstrijd alleen-zijn hield en glansrijk won. Wat ik geen beste beurt voor Bomans vond, want mensen die niet tegen eenzaamheid en alleen-zijn in de natuur kunnen heb ik nooit echt hoog ingeschat. Geef me dan maar Jan Wolkers, die zich op het verlaten eilandje bekommert om een scholekster met een gebroken pootje. Op Texel is hij gestorven, een man die genoeg aan zichzelf en de natuur had. Ja toch? Of, zoals hij lijzig zou zeggen, ‘Hè?’
Gepost in Uit mijn leven
Geen reacties »
15 oktober 2007
Bovenstaande kop slaat niet op een nieuw album van Suske en Wiske, maar op de weblog die ik vandaag heb geschreven voor de site van mijn partij Oldegeppels Hart. De waarheid moet gezegd worden. Hier volgt de tekst.
Het is natuurlijk van de gekke dat een buurgemeente de helft van je grond en inwoners wil inpikken. Een oorlogsverklaring in het klein. Maar daarom niet minder schokkend omdat het getuigt van dezelfde mentaliteit. Geen wijken voor Zandwijk was één van de leuzen voor de gemeenteraadsverkiezingen, en daar houden wij ons aan. Zandwijk is al groot genoeg en het is een gotspe dat een dergelijke gemeente, door GONG-samenwerking en bestuurskracht te ondermijnen, dan ook nog kleine buurgemeenten om zeep wil helpen. Zandwijk heeft zelfs de brutaliteit om bewoners in het Oldegeppelse Graasland uit te nodigen op een informatieavond over dit onderwerp. Spiegelt Graaslanders voor dat het financieel voordeliger zou zijn om bij de gemeente Zandwijk te horen, alsof het er niet gewoon om gaat dat onze buurgemeente meer inwoners wil hebben. Je moet er toch niet aan denken dat ze straks ook in Graasland dat soort monsters gaan bouwen als de Baronesse die nu op de plek van het voormalige Een In Drie verrijst. Je moet er niet aan denken dat ze bijvoorbeeld het Graaslandpark vol gaan bouwen.
De vraag is of je tegen deze schaamteloze annexeringsdrang actie moet ondernemen. Het stellen van grenzen, op welk maatschappelijk vlak dan ook, is op zich al iets dat niet echt in de Nederlandse volksaard ligt. Daarvan getuigt ook de discussie over identiteit, waarvan sommigen zelfs betwijfelen of die überhaupt bestaat, wat waarschijnlijk te danken is aan het gebrek aan onderwijs en historisch besef waarvan we de komende tijd de wrange vruchten gaan plukken. Integratie op plaatselijk, landelijk en mondiaal niveau is een natuurlijk proces, en dat kan je niet afdwingen, heeft tijd nodig om te groeien. Anno jaar 2048 bestaat er misschien alleen nog maar een wereldburger met een wereld-identiteit, maar zolang het niet zover is kun je dit niet forceren en kan je niet anders dan grenzen blijven stellen en je daaraan houden. Het zal duidelijk zijn dat Oldegeppels Hart blijft vechten voor de eigen identiteit van ons dorp, waarbij zij een natuurlijke integratie nooit in de weg zal staan, want ook die hoort bij haar identiteit.
Wij vragen dan ook van de gemeente een duidelijk signaal richting Zandwijk waarin duidelijk wordt gemaakt dat haar actie de relatie met Oldegeppel ernstig verstoort. Dat Oldegeppel, al dan niet in GONG-verband, heus wel haar eigen boontjes kan doppen. Dat zij niet meer wenst samen te werken met een partner die landjepik speelt en er niet voor schroomt hiervoor bij hogere overheden aan te kloppen. Het getuigt van bestuurskracht om een stevig weerwoord, vergezeld van een vastberaden vuist te laten horen.
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp
Geen reacties »
13 oktober 2007
Eigenlijk geloof ik dat er helemaal niets te doen is. Omdat alles er allang is. Dat verlichting niet veel meer is dan op een andere manier naar de wereld en jezelf kijken. Een shift of view, zoals je ook plotseling kunt doorhebben hoe je naar 3D-plaatjes moet kijken. Meer niet. Al dat getherapie en gemediteer is net zoiets als jezelf aan je eigen voeten trachten op te tillen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Ga lekker op het strand in de zon liggen bakken, voel hoe het verstoven zilte zeewater in je huid prikt, luister naar de meeuwen, laat je door de zon verbranden. Voel het zand tussen je tenen, laat je strelen door de overwaaiende geuren van zonnebrandolie. Meer is er gewoon niet! Niet uit gewoonte zijn, maar gewoon te zijn is verlichting. Alles is er al, en dat geldt ook voor het verleden en de toekomst. Wat ik ooit heb meegemaakt is nog altijd aanwezig en gebeurt nog steeds. Als ik me dat realiseer, wordt heimwee vreugde. Wat ik nog allemaal zal meemaken is nu al mysterieus verborgen in mezelf en alles om me heen. Me dat realiserend wordt hoop vertrouwen. Zo smelten verleden, heden en toekomst samen, worden die één en dezelfde werkelijkheid. In het hier en nu.
Dat trachtte ik een groepstherapeut uit te leggen. Maar dat was in Poona. Het soort groepen waar alles mocht, kon, en zelfs moest. Waar je meestal vrijwel naakt rondhing en de muren van de kelder gecapitonneerd waren om de rest van de ashram niet teveel te verontrusten met al het gejank en gekrijs dat we kwijt moesten. Waar de vrouwen moesten kiezen welke man zich het leukste afrukte (ik dus) en waar ik na een woedeaanval in de armen van de bloedmooie en lieve blonde Huub belandde. Een knettergekke wereld misschien, maar wel een leuke wereld. Waar ik echter niet terechtkon met mijn beleving dat ook mijn herinneringen zich in het hier en nu afspeelden. Ik zat in mijn hoofd, zoals dat heette. Leuk bedacht allemaal, die fantasieën, maar ze waren wel een vlucht uit het hier en nu dat zich afspeelde in Bhagwans ashram in januari 1980. Ik kwam nog niet op het idee dat de anderen misschien een nogal bekrompen opvatting van realiteit hadden omdat ze zich beperkten tot het hier en nu terwijl eigenlijk alles overal tegelijk gebeurt. Althans zo heb ik het van de grootste meesters begrepen en zo voelt het ook.
Toch heb ik het gevoel dat ik maar een beetje uit de buurt moet blijven van psychologen (ik dus) en psychiaters. Voor ik het weet lijd ik aan derealisatie en/of depersonalisatie en in het ergste geval word ik door de hulpverlening gedwongen tot het slikken van paardenmiddelen die voor mijn eigen bestwil mijn ziel vernietigen (maar hopelijk niet mijn bewustzijn). Misschien is het stom om dit allemaal op deze weblog te vertellen. Maar ik vind toch dat ook dromen en fantasieën, al die onzichtbare werelden zich eens moeten emanciperen. Zie dat zelfs als een noodzaak om voor mezelf en de wereld nog te redden wat er te redden valt in de huidige cultuurcrisis. Ja, ik ben een culture-watcher, en uit dien hoofde voelt het zowat als een levensopdracht aan om op te komen voor het onzichtbare. Om verleden, heden en toekomst van alles en iedereen te verbinden tot één hier en nu. Tot een hier en nu dat zich niet beperkt tot wat hier en nu is, maar dat alles in tijd en ruimte omvat.
Gisteren waren Vriend en ik bij Tony Parsons in de Muiderkerk. U weet wel: die echte Engelsman van wie je steeds te horen krijgt dat je helemaal niet bestaat, zodat je ook helemaal niets kunt verlangen of doen. En er ook geen vrije keuze bestaat omdat er niemand is om te kiezen. In mijn (!) woorden: hoe kan ik bestaan als alles één is? Nondualisme, advaita is niet echt met woorden uit te leggen. En niet-bestaan moet wel de ultieme ontspanning zijn. De kunst is alleen om dat bewust mee te maken. Het doet goed daar bij Tony Parsons tussen de ongeveer 150 bezoekers andere vrienden en bekenden van vroeger te zien. Nandan en Mandira, Ojas en Dorith, Maarten die nauwelijks ouder lijkt te worden, Marc, Amrito, het voelt allemaal heel vertrouwd. Vannacht bij Vriend in de Bijlmermeer wezen slapen, waar ik nu op bed lig te schrijven terwijl de herfstzon stil naar binnen schijnt. Op mijn zakcomputertje maak ik nu deze weblog. Of beter: er wordt ergens geweblogd. En Satyamo ziet dat het goed is. Eh…
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »
12 oktober 2007
Al Gore en het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) hebben de Nobelprijs voor de Vrede gekregen. Dat zal niet iedereen even prettig vinden, want zij hebben de nodige en onnodige tegenstanders. Daarover schreef ik al eerder onder de kop Milieuzwendel, waarin ik mijn keuze meer baseer op de mentaliteit van voor- en tegenstanders, dan op rationele argumenten die wellicht moeilijk te ontwarren zijn. Het kan best zijn dat het huis van Al Gore veel te groot is en hij teveel licht laat branden. Dat hij veel te vaak in vliegtuigen zit, hoewel ik niet zou weten wat je anders moest in Amerika. Dat het arrogant van de mens is om te denken dat hij überhaupt het milieu zou kunnen aantasten. Dat de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer een gevolg is van klimaatverandering en niet omgekeerd. Dat er in An Inconvenient Truth hier en daar gemanipuleerd is met beelden. Dat het heel natuurlijk is dat om de zoveel jaar diersoorten uitsterven.
Maar dat alles doet niet af aan het gegeven dat wij mensen ons gedragen als profiteurs en uitbuiters van de aarde. Als consumenten die alleen maar willen nemen, zonder dankbaarheid of respect jegens de aarde. Die het neoliberale ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke zonder enig historisch besef ook op haar eigen grond en wortels toepassen. Die de mens belangrijker vinden dan de aarde, zodat je je kan afvragen wie er hier nu arrogant is. En dan heb ik het nog niet eens over economische belangen die misschien wel eens heel toevallig voorzichtig een rolletje zouden kunnen spelen in de klimaatdiscussie.
Ik geef toe dat ik dit alles niet anders kan onderbouwen dan door een beroep te doen op intuïtie. En daarbij gaat het niet om mijn intuïtie. Want intuïtie is niet iets persoonlijks, maar een ‘weten’ vanuit een contact met een universeel weten, een soort morfogenetisch veld dat overal aanwezig is. Over het bestaan hiervan is wel eens verteld dat degene die ’s ochtends de puzzel in de krant als eerste oplost daar de grootste moeite mee heeft, maar het daarmee voor mensen die pas later uit hun bed komen gemakkelijker maakt. Het is een weten dat je overkomt. (Bij mij vooral onder de douche.) Niemand weet waar het vandaan komt. Het is net zoiets als een aanval van geluk. (Bij mij vooral in de bus met een iPod in mijn oren.) Het overvalt je gewoon, je hebt er geen invloed op, lijkt uit het Nergens vandaan te komen. Voor de astrologische lezer: ik heb het hier over de planeet Uranus, met zijn flitsende en onverwachte inzichten uit een transpersoonlijk domein.
De crisis waar de mens voor staat heeft alles te maken met het vertrouwen op transpersoonlijke krachten, op dingen die buiten zijn eigen denken, voelen en handelen om gebeuren. Daar is vertrouwen voor nodig, want we geven ons persoonlijke eigenbelang niet makkelijk op. Als we het aandurven om ons met elkaar, de aarde en het hele bestaan één te voelen, dan zullen alle problemen in een oogwenk zijn opgelost, dank zij een nu nog voor onmogelijk gehouden creativiteit. Als we echter volharden in ons egoïstisch eigenbelang, dan zal er niet veel van de mensheid en de aarde overblijven. In beide gevallen is het goed, want terecht.
Gepost in Maatschappij en politiek, Spiritualiteit
Geen reacties »