7 november 2011
‘Voor Satyamo, die allang verlicht is!’ schreef Tijn Touber voorin zijn boek Spoedcursus Verlichting dat ik in de pauze van hem kocht. Wow! Dat dit jaar me zoveel goeds brengt! Eerst ben ik officieel hoogbegaafd en nu ben ik nog verlicht ook! Ik word er zo verlegen van dat ik me eigenlijk nergens meer durf te vertonen. Nou moet ik er eerlijkheidshalve wel bij zeggen dat volgens Tijn Touber iedereen eigenlijk allang verlicht is. Het is alleen een kwestie van ervoor kiezen en jezelf toestemming geven om verlicht te zijn. Dat vertelt hij ons allemaal op deze zondagmorgen in de Besanthall in Naarden waar we regelmatig lezingen bijwonen van de werkgroep De Nieuwe Mens. Ik weet dat de meningen over deze vijftiger verdeeld zijn, maar ik word wel getroffen door de eenvoud, vanzelfsprekendheid en gewoonheid waarmee hij zichzelf als verlichte presenteert. En zo hoort het ook volgens zen.
‘Ja maar dit kan helemaal niet,’ zegt een stemmetje in me. ‘Want voor verlichting moet je jarenlang mediteren, en het is iets heel hoogstaands en heiligs dat je niet zomaar op straat mag gooien alsof je een snel kroketje uit de muur trekt!’ Maar Tijn wijst op een ander stemmetje in ons, de stem van de verlichte die in ons allemaal leeft, en die eigenlijk ontdekt is door zenmeester Genpo Roshi, wiens boek Big Mind – Big Heart al een tijd half uitgelezen naast mijn bed ligt. En Genpo ontdekte zijn snelle weg naar verlichting door de techniek van Voice Dialogue, waarin je één van de vele zelven of subpersoonlijkheden in iemand aan het woord laat. En waarom dan niet de verlichte in ons aanspreken? En zo ontdekte hij dat het werkte toen een leerling opeens in een boeddha veranderde. Hoewel ik betwijfel of de slapende verlichte in mij ook deel uitmaakt van mijn persoonlijkheid, kan ik me toch goed voorstellen dat zoiets werkt.
En waarom zou het eigenlijk niet eenvoudig zijn om verlicht te raken? In hoeverre is dat idee ons niet door priesters en politici aangepraat? Probeer jezelf maar niet te bevrijden, dat is veel te hoog gegrepen, een mooi ideaal dat niet te realiseren is. Ja, zo ben ik ook opgevoed. Maar meesters als Osho – en Tijn vertelde me dat hij hem één van de meest hoogstaanden vindt – wijzen er toch vaak op dat verlichting zo dichtbij is dat elk zoeken alleen maar afdwalen betekent. Bovendien profiteren huidige generaties van al het werk dat hun voorgangers al hebben gedaan. Zoals de eersten die een puzzel oplossen daarmee de grootste moeite hebben, maar het daardoor anderen gemakkelijker maken, dankzij het Veld van Lynne McTaggart. Zo verhaalt Tijn van jongeren met wie hij op Lowlands gaat mediteren en die heel goed begrijpen waar het om gaat. En ik zag ze zelf ook bij Occupy in Amsterdam, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
Waar het dan om gaat? Om het loslaten van identificaties, zodat je onder andere naar je eigen gedachten kunt kijken en luisteren zonder je ermee te vereenzelvigen. Osho zou zeggen: blijf in het centrum van de cycloon waar het stil is. ‘Heb je gedachten, gevoelens en emoties of ben je ze?’ is één de checks die Tijn in zijn boek noemt. Gevolgd door een mooie aha: ‘Wanneer de hersenen teveel gedachten produceren, dan is er geen ruimte voor heldere inzichten, ahamomenten of spirituele ervaringen,’ wat een leuke opmaat kan zijn voor een discussie in de nu 65-jarige internationale vrijdenkersclub Mensa, die immers het IQ hoog in het vaandel heeft. Denken kan een grote belemmering zijn op het spirituele pad. Zeker omdat eigenlijk dat hele pad zelf óók is bedacht. Kom op, laten we met een vingerknip ons ego en onze persoonlijkheid achter ons laten en transpersoonlijke werelden betreden, dat doen we toch gewoon even?
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
2 reacties »
31 oktober 2011
De afgelopen maand zijn we in Blaricum weer eens geconfronteerd met een staaltje oude politiek. Ja, het soort politiek dat juist zoveel weerstand en agressie tegen politici oproept, waardoor mensen hun vertrouwen in hun eigen bestuurders verliezen. En ik ook. Een beschadiging van het imago van politici dat ook op mij als gemeenteraadslid afstraalt. Wat er aan de hand is?
De provincie Noord-Holland wil graag een netwerk van snel, hoogfrequent, comfortabel en herkenbaar openbaar vervoer. Dat vind ik als lid van Rover fijn om te horen! En ze hebben dit Hoogwaardig Openbaar Vervoer al gerealiseerd in de vorm van de Zuidtangent met de buslijnen 300 en 310 vanuit Haarlem en Nieuw-Vennep naar Amsterdam. En er moet nu ook een snelle bus, een HOV, van Amsterdam via onder andere Huizen en Blaricum naar Hilversum komen. En om dat doel te bereiken moeten hier en daar vrije busbanen in de vorm van betonnen bakken worden aangelegd. Daarbij kan je het niet iedereen naar de zin maken. Zo ligt Blaricum op de route tussen Huizen en Hilversum, en omdat het algemene provinciale belang dat van een individuele gemeente overstijgt, moeten ook daar betonnen bakken in en door het groen komen. Jammer voor Blaricum, maar wees nou eerlijk: dat is toch redelijk? Soms moeten hogere overheden beslissingen over die van lagere overheden nemen, zonder dat waren bijvoorbeeld ons wegen- en spoornet een onontwarbare kluwen geworden.
Aan de slag dus, want het aanleggen van zo’n HOV gaat niet over één nacht ijs. Al jaren lang wordt daarop gestudeerd, worden plannen uitgewerkt die we als gemeenteraadsleden voorgeschoteld kregen in dure hotels, inclusief powerpointpresentaties, brochures in eigen huisstijl met logo, computeranimaties en cd-roms. Het is maar goed dat er vele miljoenen voor worden uitgetrokken, want een paar ton is waarschijnlijk al op. Een reden temeer om ermee door te gaan, want anders was dit geld weggegooid. Nu eens wordt er iets in Hilversum veranderd, dan weer in Huizen, dan wordt een halte verplaatst of een dijk verschoven, en dan zijn er weer nieuwe berekeningen met andere cijfers. Het geheel is een rommelige lappendeken geworden, wat me steeds doet denken aan hoe ik in mijn jeugd spullen in elkaar knutselde met plakbandjes, paperclips en elastiekjes. Grappig is dat men het échte probleem, namelijk files op de A27 waarover die bus ook moet gaan rijden, niet oplost. Een vrije busbaan daarvoor wordt op de lange baan geschoven. Geen geld en zo.
Er is dus veel gediscussieerd over mogelijke tracés en het al dan niet laten meerijden over de bestaande wegen van deze HOV, want echt druk is het niet op de vierbaansweg in Blaricum waarvan hij gebruik zou kunnen maken. Daar rijdt inmiddels sinds afgelopen zomer wel alvast bus 320. En wat bleek? Die bus doet over het tracé door Blaricum er hooguit één à twee minuten langer over dan de snelste HOV via een vrije busbaan! Awww! Toen was het helemaal niet meer te begrijpen waarom er überhaupt nog een HOV zou moeten komen. Vooral sinds die tijd hebben zowel bewoners als gemeenteraad actie gevoerd, gefolderd, reistijden gemeten, vergaderd, geschreven en zelfs gezongen, opdat de provincie alsnog tot bezinning zou komen. Het mocht niet baten, want deze maand is men er daar toch uitgekomen: er zal hoe dan ook een vrije busbaan door Blaricum worden aangelegd.
Dus de provincie gaat 18 miljoen uitgeven om een bus een paar minuten sneller te laten rijden? Ja dus. Maar waarom dan, als blijkt dat we die gewenste HOV eigenlijk allang hebben? Volgens de provincie omdat Huizen het wil. En volgens Huizen omdat de provincie het wil. En volgens beiden omdat er sprake is van een ‘overstijgend belang’. Maar wat het overstijgend belang is van het uitgeven van miljoenen voor iets dat je eigenlijk al hebt blijft onduidelijk. En als je doorvraagt naar de argumenten om die HOV aan te leggen, krijg je daar gewoon geen antwoord op, zo simpel is het in de politiek. En als gemeenteraadslid komen vele vragen op je af. Wat zit er achter? Is het een statusproject? Zijn er deals die het daglicht niet mogen zien? Zijn er partijbelangen in het spel? Het is juist deze ondoorzichtigheid die de politiek verdacht maakt. En zodra je ernaar vraagt krijg je van gedeputeerde Elisabeth Post de wind van voren, zoals Jeff Leever van de Ouderenpartij van Provinciale Staten mocht meemaken.
Het is onverteerbaar dat bestuurders zonder argumenten miljoenen kunnen weggooien, en daar nog mee kunnen wegkomen ook. Niet dat die argumenten allemaal rationeel hoeven te zijn, want ook gevoelens mogen wat mij betreft een rol meespelen in de politiek. Maar laat ze dan gewoon zeggen: ‘We vinden het leuk om een groene wijk te vernietigen!’ Of ‘We vinden het gewoon leuk om geld over de balk te gooien!’ Of: ‘We willen het openbaar vervoer helemaal niet verbeteren met ons geld!’ Dan ben je tenminste eerlijk. Maar teveel politici kunnen dat nog niet opbrengen. Dus als straks de bomen gekapt gaan worden voor het aanleggen van betonnen bakken, kunnen wij als raadsleden niet veel anders doen dan bewoners naar Haarlem door te verwijzen. Ga daar maar massaal voor het provinciehuis demonstreren. En neem tenten mee!
Het kost straks 18 miljoen om een wijk van Blaricum te beschadigen, bewoners overlast te bezorgen van een bus die om de haverklap zowat door hun achtertuin dendert, die hen wakker houdt met lawaai en akoestische signalen bij kruisingen met wegen en paden, die dorpsdelen van elkaar scheidt, die nauwelijks vlugger vervoert maar wel ten koste van fijnmazig openbaar vervoer rijdt. Ik noem zoiets een verlies-verliessituatie.
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
3 reacties »
26 oktober 2011
Eén van de grootste aanvallen op Maya, the matrix – of hoe je het ons bewustzijn inkapselende kleed van illusie ook mag noemen – heeft in de jaren zestig plaatsgevonden. Daarover vertelt Jed McKenna in zijn laatste boek Notities, waar in de laatste hoofdstukken opeens een totaal onverwachte wending plaatsvindt en een taboe doorbroken wordt dat zelfs in spirituele kringen nog altijd heerst. Ook ik kon mijn ogen niet geloven toen ik las hoe veertig jaar geleden even de deur naar verlichting voor iedereen op een kier stond. Dat velen God hebben gezien, God zijn geworden. ‘Plotseling schoten mensen vanuit hun alledaagse werkelijkheid in een hyperbewustzijn dat hen in de meest bizarre, fantastische werelden deed belanden, terwijl ze ondertussen in de gewone wereld het spoor bijster raakten (…) ze hadden behoefte aan een of ander kader waarbinnen ze zich veilig konden voelen en waar ze hun transpersoonlijke, transhumane, trans-alles ervaringen konden verwerken, maar in de boekenkast van pa en ma vonden ze geen boeken over bewustzijnsverruiming.’ Dit gaat over niets minder dan lsd.
Drugs zijn niet populair in spirituele kringen. Bovendien worden die allemaal op één hoop gegooid, en dat is iets waar we in de jaren zestig iets genuanceerder over dachten. Toen spraken we van bewustzijnsverruimende middelen zoals hasj, lsd en paddestoelen, en bewustzijnsvernauwende middelen zoals cocaïne, heroïne en opium. De gebruikers van beide soorten drugs leefden in totaal andere werelden en hadden ook weinig tot geen contact met elkaar. Althans zo heb ik het meegemaakt. Bewustzijnsvernauwende middelen kennen we allemaal, want ook slaapmiddelen en alcohol horen daarbij. Bewustzijnsverruimende middelen verhelderden je bewustzijn, deden je meer openstaan, zodat het niet alleen de weg was naar meer zelfkennis – en dus ook naar God in jezelf – maar ook naar een scherpere waarneming van de wereld an sich. Het nadeel was wel dat het je gevoeligheid verhoogde en dat je daardoor, zeker als je zelf al een beetje hypersensitief was, overspoeld kon worden met indrukken, gedachten en beelden en zo in een psychose kon belanden. Dat was dan ook mijn grootste angst en voorzichtigheid. Vreemd genoeg wist ik precies waar het om ging met dat trippen, want ik kon anderen heel inlevend begeleiden als ze een psychedelische reis gingen maken, zodanig zelfs dat er discussies ontstonden als: ‘Trip jij of trip ik?’
De psychedelische ervaring laat zich niet beschrijven, maar deze komt wel heel dicht in de buurt van – is wellicht identiek met – wat men mystieke ervaring noemt. Psychedelische drugs werden dan ook niet als een ordinair genotsmiddel gebruikt, maar in het kader van een religieuze filosofie die wellicht het beste is beschreven in De psychedelische ervaring van Timothy Leary: trippen is niets anders dan oefenen in sterven. Het Tibetaanse Dodenboek was dan ook de leidraad voor deze hoogleraar die helaas ook wat uurtjes in de gevangenis moest doorbrengen. Met lsd kwam je meer open te staan voor de stille woordloze werkelijkheid, en dat die ook veel mooie kleuren en vormen had was mooi meegenomen. Want uiteraard waren ook je zintuigen en je hersenen wat in de war. Of misschien wel juist niet. Zelf had ik dat soort ervaringen met weed en hasj, wat in de jaren zestig op een heel andere manier werd gebruikt als tegenwoordig. Maar na die tijd ben ik er altijd van afgebleven, uit angst dat het fantastisch mooie lied Brain damage van Pink Floyd dan voor mij gezongen zou worden. Zonder drugs ben ik al gek genoeg. Te gek eigenlijk. Want zoals Obelix als baby in een ketel toverdrank is gevallen, zo ben ik dat in een ketel lsd.
Al die nuances over drugs is men tegenwoordig kwijt. Ze zijn allemaal ‘slecht’ en ‘verslavend’ en in een verdomhoekje gesmeten. Zoals men tegenwoordig mensen heel makkelijk het etiket ‘terrorist’ kan opplakken om daarmee hele volksgroepen zoals Koerden te verguizen, zo werd ook in de jaren zestig het toen nog vrije lsd onder de Opiumwet gebracht, terwijl het een totaal ander middel is. Maar ja, logisch en redelijk denken is niet de sterkste kant van politici. Die willen nog steeds alles onder controle houden en hebben sinds de jaren zestig een steeds engere orwelliaanse wereld geschapen. Daar past verdoving bij, dus alleen een bewustzijnsvernauwende drug. Alsof de wereld niet veel beter af zou zijn als men in plaats van alcohol wiet gebruikte. De grootste angst van de machthebber is de vrijheid van anderen, en zelfbevrijding is dan het laatste wat hij wil. Zeker als die ander dreigt God te vinden, vrede en vrijheid in zichzelf, en erachter komt dat er eigenlijk niets anders bestaat omdat alle dualiteiten ineen zijn gestort.
In de jaren zestig is men zich rotgeschrokken van de psychedelische revolutie en heeft men meteen alle deuren dichtgesmeten en de matrix weer als een net over ons uitgespannen. Wie slikt de pil om weer te ontsnappen? De rode (!) pil? Ik heb niet de indruk dat Jed McKenna het gebruik van lsd propageert, maar het is wel smullen als je ontdekt wat er werkelijk in de jaren zestig gebeurde. Hippies ontdekten een gouden sleutel. Maar dat was ook een gevaarlijke sleutel. Niet omdat hij niet op het slot past, maar omdat hij er juist verschrikkelijk goed wel op past. Daarom kan de prijs van die sleutel erg hoog zijn, zowel lichamelijk als psychisch. Dat hebben sommigen ervoor betaald, maar daarmee is in de jaren zestig wel een spirituele oogst binnengehaald en de smaak van verlichting in de wereld gebracht. Zo staan de hippies – hoe indolent, maf en dromerig ze ook mogen overkomen – aan de bron van de newage en veel alternatiefs waarmee de wereld nu verrijkt is.
Gepost in Spiritualiteit, Uit mijn leven
3 reacties »
16 oktober 2011
Gistermiddag over het Beursplein gezworven om te kijken hoe protesten vandaag de dag plaatsvinden. Het was gelukkig prachtig weer en alles verliep rustig en gemoedelijk. Veel discussiërende mensen, vooral jongeren, over hoe je het verbeteren van de wereld nu moet aanpakken. Een kwartier lang luid klappen terwijl dat op andere Occupy’s over de hele wereld ook gebeurde. Daarna zong iemand Imagine van John Lennon en daar schoot ik wel even vol van. Wow, zouden onze kleinkinderen dan toch weer gaan doen wat onze eigen kinderen hebben nagelaten? Het niet meer pikken? Wakker worden uit de dromen waarmee de politiek en het bedrijfsleven ons zo graag laten inslapen? In Occupy zijn er geen echte leiders – niet meer dan het hoogst noodzakelijke – en zijn er ook geen strakke eisen. Wel zou je het meeste van dat waartegen geprotesteerd wordt neoliberalisme kunnen noemen: de zeer sluipende, gevaarlijke leer volgens welke zelfzucht een deugd is en altruïsme een zonde, en die alle politiek van links tot rechts in het geniep doordringt en zo de maatschappij via de ongelimiteerde vrije markt bewust ondermijnt. En als je het niet gelooft omdat het te gek voor woorden klinkt, lees je er je klassieken zoals de boeken van Ayn Rand maar over na.
We moeten lief zijn voor elkaar! Ook dat werd over het zonnige Beursplein geroepen. En ja, er was ook iets van een hippiesfeer te proeven. De grote wereldproblemen hebben natuurlijk, zoals altijd in de geschiedenis, te maken met een overdosis manlijkheid zodat wat minder testosteron, stoerheid en machogedrag geen kwaad zou kunnen. Man en vrouw kunnen alleen bij elkaar komen in meer feminisering van de samenleving, maar zolang de maatschappij man en vrouw polariseert en androgynie verkettert zullen ze het moeilijk met elkaar blijven hebben. Dat vond ik ook het leuke van de hippiebeweging en de jaren zestig – dat het allemaal een beetje door elkaar heen liep. Wat natuurlijk tegenwoordig ‘vaag’ en ‘indolent’ wordt genoemd, maar waar toch een goede kern in zat. Maak eens een keer géén onderscheid in plaats van onderscheid en noem dat niet meteen ‘vaag’. En hou eens op met dat voordurende bezig zijn, te presteren en te werken, relax, en noem dat niet meteen ‘indolent’. Tja, zucht, ik geloof nog steeds in de hippies van toen. En het is toch mijn generatie die indertijd veel mogelijk heeft gemaakt waar we nu de vruchten van plukken. En dan bedoel ik niet per se cannabis – wat volgens mij nog altijd gezonder en veiliger is dan alcohol – maar ook bevrijding van kneuterigheid, een creatieve explosie in popmuziek, een vrijere seksualiteit en veel andere dingen die we nu heel gewoon vinden.
Hoewel ik gisteren nog maar twee tenten heb gezien op het Beursplein, hebben er vannacht toch nog zo’n 60 tenten gestaan, las ik. Geweldig, jongens! Ik heb foto’s van jullie gemaakt! Gisteravond waren er nog oproepen op Twitter om de rommel op te ruimen, kookapparatuur te brengen en ook extra luchtbedden en dekens, want het werd een koude nacht. In Rotterdam waren vanmorgen helaas alle tenten verdwenen en in Rome is het minder vredig verlopen dan de bedoeling was. Maar het is te hopen dat dit soort uitingen van onvrede zich uitbreiden. Een protest dat niet in de eerste plaats op actie is gericht, maar meer op een duidelijke blijk van afkeuring van hoe 99% van de mensen slachtoffer zijn van een zelfverrijkende 1%. Want hoe kunnen mensen als Jan Hommen zichzelf honderd keer zoveel waard vinden als anderen? Het is dit type mensen, het hebben van zo’n mentaliteit, dat de wereld naar de klote helpt. Misschien is dit massaal blijk geven van vooral gevoelens wel het kenmerk van het nieuwe protesteren zoals dat bij de Occupy’s plaatsvindt: het creëren van een astraal veld. Waarbij het internet niet meer weg te denken is. Want door samen dingen te doen, te voelen en te denken wordt er toch iets van een sfeer om de aardbol gelegd die invloed kan hebben. Om in de sfeer van de jaren zestig te blijven: gooi het eruit, gooi het in de groep! En hoe minder deze roep nu opgepakt wordt, hoe meer en pijnlijker dat later zal gebeuren. Want de echte crisis is nog niet eens begonnen.
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
2 reacties »
4 oktober 2011
Eindelijk beginnen velen wakker te worden en in actie te komen tegen zichzelf verrijkende bankiers en bedrijven op Wall Street, maar ook tegen sociale ongelijkheid en klimaatverandering. Na de Arabische Lente wordt de laatste weken de roep om een Amerikaanse Lente steeds groter. ‘Occupy Wall Street is leaderless resistance movement with people of many colors, genders and political persuasions,’ staat op hun website te lezen. ‘The one thing we all have in common is that We Are The 99% that will no longer tolerate the greed and corruption of the 1%. We are using the revolutionary Arab Spring tactic to achieve our ends and encourage the use of nonviolence to maximize the safety of all participants.’ Ook Michael Moore laat zich daar zien, de maker van onder andere de film Capitalism, a love story, waarover ik eerder schreef. Daarin omspant hij Wall Street met een rood lint om voor deze gevaarlijke zone te waarschuwen. Het lijkt erop dat deze film uit 2009 nu eindelijk het beoogde resultaat gaat boeken. Want de roep om een einde te maken aan de huidige ‘Amerikaanse toestanden’ wordt steeds luider.
In nrc.next is vandaag een verhaal te lezen over ‘het nieuwe demonstreren’. Daarin heeft het internet een cruciale rol, en het is méér dan een paar uur demonstreren met spandoeken, woedende toespraken en het scanderen van leuzen. Dit nieuwe demonstreren kenmerkt zich door (1) niemand kent het probleem en als je bij de 99% slachtoffers hoort is dat genoeg, (2) er zijn geen eisen maar eerder discussies, (3) iedereen kan meedoen en velen geven hun bijdragen online zoals te zien is op de wereldkaart die op de site van Occupy Wall Street staat, (4) er zijn geen echte leiders en/of woordvoerders, (5) er is een internationaal netwerk waardoor demonstraties op meerdere plekken tegelijk ontstaan en (6) er wordt langdurig gedemonstreerd, al gauw een paar weken, meer dus dan een dagje op het Malieveld. Het boeiende hiervan is dat demonstraties op vele plekken tegelijk kunnen plaatsvinden. Dat schijnt aan kracht bij te dragen, als ik mag geloven in de morfogenetische velden van Rupert Sheldrake. En om zelf ook iets bij te dragen heb ik mijn creditkaart er even bij gehaald.
Als astroloog begin je nog in je eigen onzin te geloven ook. Want wat er nu gebeurt past heel goed bij het in de astrologie geschetste beeld van het Watermantijdperk. Hoewel het in de praktijk toch een beetje anders is uitgevallen dan men vroeger dacht, mede wegens de toen nog niet bevroede opkomst van het internet. Het lijkt ook nog niet echt op wat in de musical Hair werd voorspeld, en kennelijk heeft men over het hoofd gezien dat de bezongen conjunctie van Jupiter met Mars op diverse nog te doorstane oorlogen en crises zou kunnen duiden. En die zijn kennelijk nodig om wakker te worden. Wakker worden uit een mooie droom doet niemand graag, zeker als het de natte Amerikaanse droom is en je wakker wordt in de nachtmerrie van het neoliberalisme dat een ijskoude, bikkelharde en zelfzuchtige samenleving voorstaat. Er staat ons in Europa, waar alles tien jaar later schijnt te gebeuren dan in Amerika, dus nog wel het een en ander te wachten. De crisis is nog niet eens begonnen. Maar als die echt toeslaat kunnen we ons richten op lichtpuntjes die rijzen aan de horizon, zoals dit protest van mensen die niet meer pikken dat ze belazerd worden door een handvol graaiers die de macht hebben.
Gepost in Maatschappij en politiek
8 reacties »
28 september 2011
Jed McKenna geeft in zijn vierde boek Notities korte en bondige samenvattingen van zijn ideeën over spirituele verlichting in zijn eerdere boeken, samen met interviews en niet eerder gepubliceerd materiaal. Zoals ik hem ken is hij genadeloos kort en bondig, down to earth, gunt hij je geen enkele zekerheid, ondermijnt hij elk houvast en kun je hooguit iets als verlichting bereiken als je je levend laat villen. Want wie we denken te zijn is meestal een leugen, het ego dat hij het ‘onware zelf’ noemt. Persoonlijke kenmerken zijn eigenlijk allemaal gebreken, misvormingen, onvolkomenheden. Het lijkt erop dat bij McKenna ego en persoonlijkheid samenvallen en dat de enige echte bevrijding te vinden is in het sterven. Een gedachte waarin hij trouwens bepaald niet alleen staat in de spirituele wereld, zij het dat hij dat doodgaan mooier, spannender en avontuurlijker lijkt te vinden dan de meeste anderen. ‘Laat de dood je metgezel zijn. Dat is het enige wat je werkelijk hebt, het enige wat werkelijk van jou is, wat niemand van je af kan pakken,’ schrijft hij op de pagina’s 142 en 143. Zo heb ik Bhagwan ook vaak horen praten. Hij gaf me een naam die niets anders betekent dan ‘waarheid’, en McKenna’s hoofdstuk Zen en de kunst van zelfverminking besluit met: ‘Er is maar één koan, en die is voor ons allemaal dezelfde: Wat is waar?’
Het boek heeft aan het eind een uiterst onverwachte, maar voor mij zeker herkenbare wending, waarmee hij veel van wat hij eerder beweerde weer op zijn kop lijkt te zetten, maar zo is hij nu eenmaal. Maar het is niet voor niets dat hij niemand laat weten wie er in real life achter het pseudoniem Jed McKenna schuilgaat, want anders zouden velen zich aan hem als spiritueel leraar vastklampen, en als er iets is dat je spirituele ontwikkeling in de weg staat is het wel een meester, zijn het boeken, is het godsdienst, religie of mystiek. Daarmee zullen we zeker geen verlichting bereiken, die volgens hem op pagina 20 het minst misleidend kan worden omschreven als:
- Geen-zelf,
- Permanent non-dualistisch bewustzijn,
- Realiseren van de waarheid.
Iemand die dit nastreeft is in werkelijkheid op zoek naar ‘Menselijke Volwassenheid (…) rondtrekken, op verkenning gaan en spelen (…) het materialiseren van je verlangens, flow en moeiteloos functioneren, positieve gevoelens die niet wortelen in angst, bijvoorbeeld ontzag, dankbaarheid en agape, waaruit blijkt dat je begrijpt dat alles met alles verbonden is,’ aldus McKenna op de pagina’s 71 en 72.
Verlichting heeft kennelijk te maken met het ‘realiseren van de waarheid’ en het ‘materialiseren van verlangens’. Zonder de waarheid te weten en te leven kun je nooit verlicht raken. En tegelijk ben je blijkbaar bezig je verlangens te concretiseren, vorm te geven. Opvallend vind ik dat ook het ‘spelen’ als kenmerk van volwassenheid (want daar gaat om bij verlichting) wordt genoemd. Want spelen is vaak iets dat zich in een virtuele wereld afspeelt: de poppen en inventaris in het poppenhuis, de stations, hotels en gevangenis in Monopoly en de legers in Risk zijn niet ‘echt’, maar daar worden wel verlangens geconcretiseerd, zichtbaar op tafel of computerscherm gezet. Zo zie ik mezelf als jongetje op de tweede etage van dat huis op de Weteringschans voor een doos Meccano zitten. Je had ook Mobaco waarmee je huisjes kon bouwen en later kwam zoals bekend Lego op de markt. Dat laatste heb ik nooit gehad en tot diep in mijn studententijd stond ik wel eens voor het raam van een speelgoedwinkel mezelf af te vragen: ‘Zal ik?’
Toen niet, maar nu dus wel. Eindelijk! Het werd tijd. De legosteentjes waarmee ik speel heten nu prims en daarmee kan ik van alles maken. Het zijn vierkante houten blokjes die ik kan uitrekken, vervormen en kleuren. Waarin ik scripts kan stoppen zodat ze van alles kunnen doen en zo tot leven komen. Ik kan ze gewicht geven of laten zweven, transparant maken en ‘phantom’ waarmee je er dwars doorheen kunt lopen. Zo kan ik bijvoorbeeld een poortloze poort maken, die verdwenen is als je er doorheen loopt en vervolgens achter je kijkt. Wat ik een heel leuk spiritueel beeld vind: zelfs de illusie blijkt niet te bestaan als je die gepasseerd bent. Dit alles gebeurt uiteraard in Second Life en niet ‘in het echt’. Maar dat laatste roept meteen de vraag op waar alles om draait: wat heet ‘echt’? En het antwoord op deze vraag moet de waarheid en niets dan de waarheid zijn. Tijdens een etentje in Bellevue praatte ik hierover met fractiegenootje Rob en wethouder Rob. De ene Rob vond het maar gevaarlijk en twijfelachtig waarmee ik bezig was, maar de andere Rob was oprecht nieuwsgierig en begon me enthousiast uit te horen over deze voor hem toch vreemde hobby van mij.
Voor velen heeft alleen de concrete, tastbare werkelijkheid waarheidsgehalte en is dat de enige echte wereld die er is. Daar is geen plaats voor kunst en wetenschap, zoals je dat ook ziet in het huidige kabinet. Dan zijn alleen materiële waarden zoals de economie van belang. Terwijl juist niet-materiële dingen als kunst en wetenschap het leven mooi en zinvol maken, zo niet het doel zijn van waaruit de hele mensheid ooit met zijn levensavontuur is begonnen. Maar wat hebben de concrete plastic legosteentjes wat mijn gepixelde ‘onechte’ prims in Second Life niet hebben? Wat heeft real life dat Second Life niet heeft? Met mijn prims kan ik veel meer doen dan met legosteentjes, en één ding weet ik uit eigen ervaring zeker: de wereld van Second Life is voor een groot deel bezield door duizenden en duizenden die daar al spelend de meest fantastische werelden hebben gecreëerd.
Is de idee, de fantasie, de bezieling, het verlangen dan minder echt dan de concrete neerslag ervan? Dat kan bijna niet. Ik ervaar het niet zo, dus hoe kan ik zeggen dat bezieling en spel onecht of onwaar is? Voor mij is het een echte waarheid dat hier sprake is van een ware echtheid. Bovendien ben ik, in tegenstelling tot veel aanhangers van het populaire postmodernisme, zo ouderwets om te geloven dat er maar één werkelijkheid is. Die is toch niet te splitsen in echte stukken waarvan het bestaan waar is, en onechte stukken waarvan het bestaan onwaar is en die dus niet bestaan? Alles is één. Dat betekent dat óf alles waar is, óf dat alles een leugen is wat dan op zich weer waar zou zijn. Dat betekent dat óf alles echt is, óf alles virtueel is wat dan op zich weer echt zo zou zijn. Doorhalen wat niet verlangd wordt.
En trouwens: wie is Jed McKenna?
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit, Uit mijn leven
Geen reacties »
19 september 2011
Robbie begint de dag met koffie en een krantje op zijn dakterras. Dan wandelt hij naar het zwanenmeer om daar te gaan vissen. Rond het middaguur gaat hij met mij picknicken op een heuvel die een mooi uitzicht biedt op Sweetgrass, het dorp in Second Life waar ik bijna dagelijks wel een uurtje te vinden ben. Dan gaan we samen bij vrienden op bezoek die achter de rozentuin wonen, en genieten van een drankje op hun schaduwrijke terras. In de middag zwemmen en zonnen we in het zwembad naast de disco. Het begin van de avond gaan we naar het Sweetgrass Friends Memorial achter de molen, ter nagedachtenis aan vrienden die ons hebben verlaten. En in de late avond dansen we in de disco, waar het thema dit keer ‘sexy formal’ is en de prijzen naar diegenen gaan die zich volgens de aanwezigen hiernaar het mooist hebben aangekleed. Dan wandelt Robbie in de nacht naar huis, en drinkt hij nog een glaasje wijn bij de open haard. Dit alles is te zien in de film A day at Sweetgrass, die sinds enkele dagen op YouTube staat. Niet alleen een blik in Second Life, maar ook in het paradijs.
Met hulp van vele anderen heeft Robbie dit dorp in een dikke vier jaar opgebouwd, waarbij hij ook de wekelijkse parties organiseerde. Gisteren was dat voor de 206e keer. En de laatste keer dat hij het managen van de party op zich heeft genomen. Want real life vraagt meer aandacht van hem, waardoor hij minder verplichtingen wil en kan aangaan. Zodat ik, na lang vergaderen, met een team het management van de wekelijkse parties van hem heb overgenomen. Daar moet ik in dat ‘werkelijke leven’ niet aan denken, want ik zou gek worden van het kabaal en constant met oorbeschermers rondlopen. En mijn lijf zou al zinderend van moeheid neervallen tegen de tijd dat het werkelijke feest begint! Maar kennelijk heb ik toch wat sannyasbloed in me, want ons Bhagwanvolkje was in de jaren tachtig beroemd om hun Zorba the Buddha disco’s. Een en ander betekent niet dat Robbie nu stopt met zijn Second Life, en hopelijk komen we in de toekomst wat meer toe aan andere dingen, zoals het bezoeken van verschillende plekken in Second Life, die in de loop der jaren steeds echter en natuurgetrouwer worden, zoals Calas Galadhon. Of theaters als het Rose Theater. Of musea als het Zwinger Museum. Of het prachtige Caledon uit het Victoriaanse stoomtijdperk.
‘Creativity is the greatest rebellion in existence,’ twitterde Lady Gaga onlangs een uitspraak van Bhagwan. Het is die creativiteit die me in Second Life maar al te vaak met veel ontzag vervult. Het is een ‘spel’ zonder opdracht, zonder doel, waar je je eigen wereld en leven schept. En als ik zie wat er in de loop der jaren is opgebouwd met zoveel liefde en passie, dan ontroert me dat echt. En dat ontspruit allemaal uit ideeën, uit gedachtes. ‘In den beginnne was het woord,’ en zo schiep niet alleen God de wereld, maar de wereld ook Second Life, dat vaak een neerslag is van de wondere werelden die diep in mensen leven. Alsof sprookjes en fantasieën, dromen en idealen uiteindelijk het voor-beeld zijn van wat zich in real life concretiseert. Zoals een leven soms bezeten kan zijn van kunst en wetenschap en zonder dat waardeloos aanvoelt, zo is Second Life een belangrijk deel van mijn real life geworden. Omdat ik daar, zonder fysieke belemmeringen in tijd en ruimte, kijk in de ziel van anderen en oog in oog sta met hun, met de scheppingskracht waaruit uiteindelijk alles is ontstaan. Dank je wel, Robbie, dat ik dit met jou mag meemaken!
Gepost in Second Life
1 reactie »
11 september 2011
Met Vriend en vele anderen beklom ik de Montségur in Zuid-Frankrijk. Het was een mooie zomerdag en een enkeling moest het klimmen tussen de bomen en het struikgewas opgeven. Maar we haalden het en stonden uiteindelijk tussen de muren van de ruïne die in de dertiende eeuw een bolwerk was van de katharen die paus Innocentius III druk bezig was uit te moorden. Deze gnostici waren immers een enge sekte van mensen die hun eigen uitleg aan het evangelie gaven, en daar was de kerk niet echt van gediend. Stel je voor: een beetje op eigen houtje religie gaan bedrijven! Zoiets moest je aan experts overlaten, die je precies konden uitleggen wat er allemaal bedoeld was met de bijbel. Voor de kerk als bemiddelaar tussen mens en God was het natuurlijk onverteerbaar dat de gnostici God in zichzelf zochten en vonden, in een soort transformatieproces de echte werkelijkheid leerden kennen, tot hoger inzicht kwamen. Uitmoorden die hap! Dat werd dat ook degelijk gedaan. In 1209 werd voor de zekerheid maar de hele bevolking van Béziers, zo’n 20.000 mensen, uitgemoord onder het excuus dat God de zijnen wel zal herkennen. En de laatste 215 katharen in de Montségur lieten zich liever verbranden dan hun geloof – zeg maar: hun weten – te verloochenen. Dat was in 1244 en kondigde het einde van het katharisme aan, dat het zuiden van Frankrijk zo in beroering had gebracht.
Langs een in mijn ogen smal en gammel metalen trappetje klimmen we langs de muur naar boven maar als we daar eenmaal zijn heb ik niets dan hoogtevrees door de dieptes vlak voor en achter me. Bij het zien van iemand die losjes over de muur loopt breekt het angstzweet me uit. Want hoogtevrees is eigenlijk een verlangen, een zuigende kracht die je toefluistert: ‘Laat los, laat los, stort je erin, zwem, geef je over, kom!’ Een totale overgave aan een kracht die zelfs voor natuurkundigen nog een mysterie is: de zwaartekracht. Soms heb ik er last van, maar soms ook niet. In India rende ik enthousiast de brug op waarvanaf Bhagwan in zijn jeugd zo graag in de wilde rivier sprong. Maar toen ik daar eenmaal stond kreeg ik weer last van die angst die nauwelijks met andere te vergelijken is. Waarom laat ik op het perron de trein vlak langs me heen denderen en fiets ik vlak voor auto’s langs alsof het de gewoonste zaak van de wereld is? Omdat er aan zo’n ongeluk niets leuks is te beleven, wat bij hoogtevrees wel het geval lijkt. Alsof vrees en verlangen elkaar omhelzen in een heerlijke extase van gewichtloosheid. Ja, misschien is sterven wel fijn – daar is evenveel voor te zeggen als dat het iets verschrikkelijks is. Maar geen van deze gedachten heb ik daar op de muur van de Montségur. Veel meer kan ik dan ook niet antwoorden als ze mij vragen: waar was je toen, op dat moment, om kwart voor drie, tien jaar geleden? Niets brengt zoveel beroering in de wereld als godsdienst. Of het nu 1209 of 2001 is: de mensheid gaat aan geloof ten onder.
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit, Uit mijn leven
4 reacties »
9 september 2011
Als er iets is dat ons continu belazert is het wel ons brein. Ons denken. Onze hersenen. Niet te verwarren met bewustzijn, zoals zo vaak gebeurt. We zijn ons immers bewust van dat brein, dat denken, die hersenen, en dat betekent dat ons bewustzijn (subject) iets heel anders is dan wat daar allemaal in verschijnt (object). Je ziet dan ook vaak dat de term bewustzijn wordt verward met wat zich allemaal daarin voordoet, de bewustzijnsinhouden. Maar bewustzijn is echter niets anders dan een container waarin allemaal dingen verschijnen, en waarover je verder niets kan zeggen. Het is ook volstrekt onmogelijk om bewustzijn te veranderen of te verruimen, want wat je daar ook van meemaakt, jij blijft de getuige, het subject dat dat allemaal waarneemt. Als we ons met ons bewustzijn vereenzelvigen betekent dat automatisch dat we ons brein niet zijn. Maar als we ons met onze gedachten identificeren, zijn we wel ons brein, en niets is tragischer dan de uitspraak van Dick Swaab: ‘Wij zijn ons brein.’ Dan reduceer je jezelf tot een zombie. Een computer, een robot.
Maar die computer, ons brein, houdt ons voortdurend een schijnwereld voor. Die kan immers alleen maar denken in paren van tegenstellingen en het is de vraag in hoeverre dit ook in de echte wereld het geval is. Bij de Rozenkruisers noemen ze deze schijnwereld – die we ook van oude Oosterse religies onder de naam ‘maya’ kennen – de wereld van de dialectiek. Die staat tegenover die van de statica, en deze uitspraak zelf demonstreert al dat we niet anders dan in tegenstellingen kunnen denken. In de wereld van de statica (die voor zichzelf dus de enige echte wereld is omdat er geen tweeheid meer bestaat) is alles één en bezield van wat Ken Wilber ‘one taste’ noemt. En als ik op mijn eigen ervaring afga kan ik niets anders geloven dan dat alles inderdaad uiteindelijk één is. Je kan natuurlijk haat tegenover liefde stellen en dat is op papier makkelijk te doen. Maar als ik in real life (waar Second Life ook bij hoort, juist omdat alles één is, zeg ik met een knipoog) bij iemand ben en haat en boosheid merk, voel ik dat ook daar liefde achter zit. Een teleurstelling, verdriet om iemand of iets dat verloren of gekwetst is, een verlangen of verwachting die niet vervuld werd, een hart dat eigenlijk naar iets totaal anders verlangt dan dat waarmee het zich nu bezighoudt. Haat en kwaad zijn niet anders dan onbewustheid, illusies. En dat geldt ook voor liefde en deugd, voor zover je die als tegenpolen van liefde en haat ziet.
Die tegenstellingen zijn niets anders dan een truc om jezelf goed en veilig te voelen. Een overlevingsstrategie van het ik dat in eerste instantie in zichzelf moet blijven geloven en zich niet kan permitteren teveel in de leef-, gevoels- en gedachtenwereld van anderen te duiken. Maar een illusie blijft een illusie, een droom blijft een droom, en uiteindelijk dromen we alleen maar dat we dromen, net zoals we denken dat we kunnen denken. En dat wordt allemaal door het brein geproduceerd, ons denken dat net als een computer alleen kan werken met nullen en enen – hier excitatie en inhibitie geheten. Deze illusiemachine, die gespecialiseerd is in het zaaien van on-enigheid en tweespalt, zal nooit iets als waarheid en werkelijkheid kunnen vinden. Voor velen is dat dan reden om de strijd maar op te geven en zich aan postmoderne waardeloosheid over te geven, terwijl juist hier een kantelpunt is waar we ons ervan bewust kunnen worden dat we ons brein juist niet zijn.
De waarheid kan niet in woorden worden weergegeven – die kunnen hooguit wegwijzers zijn, ‘fingers pointing to the moon,’ zoals Bhagwan vaak zei, en dan is het zaak om niet naar de vingers te blijven kijken maar naar de maan. Er is meer waarheid te vinden in kunstvormen zoals poëzie en muziek dan in wetenschap. Tenzij de wetenschap zijn eigen hoogmoed en arrogantie doorziet en echt een sprong maakt van intellect naar intelligentie. Waar het zogenaamde realisme zijn beperktheid tot de materie durft op te geven en zich durft open te stellen voor andere en hogere werelden van ideeën en gedachten, waarvan zij afkomstig is. Waar astronomen niet meer hun wortels in de astrologie verfoeien, en farmaceuten niet meer hun roots in het rijk van geneeskrachtige kruiden ontkennen. Zo bekeken hebben realisten een heel beperkt idee van de werkelijkheid, terwijl idealisme ook het realisme insluit en daarom overstijgt. Idealisme, de motor achter alle ontwikkeling, is dan ook niet het tegengestelde van realisme, maar een uitbreiding daarvan. ‘Overstijgen en invouwen,’ zou Ken Wilber zeggen. Wil de echte realist opstaan?
Gepost in Psychologie, Second Life, Spiritualiteit
1 reactie »
1 september 2011
‘Cool!’ roept Lars Faber als zijn vriendin vertelt over een tsunami die duizenden levens heeft opgeëist. Die reactie wordt hem niet in dank afgenomen, vertelt hij in het septembernummer van Koorddanser in zijn artikel Ik lijd dus ik besta. Basta! ‘En al die mensen dan… Geef je daar helemaal niets om?’ probeert zijn vriendin nog. ‘Neen,’ met als gevolg dat hij in het vakje ongevoelige, ongeïnteresseerde harteloze klootzakken wordt gestopt. Eigenlijk vindt hij tsunami’s groots: ‘Dit is moeder natuur vol in actie betrapt,’ terwijl compassie niet altijd goddelijk is ‘want zij strekt zich niet uit over alle levende wezens aller tijden.’ Want als je echt compassie had, zou je die ook hebben voor de slachtoffers van de Slag bij Nieuwpoort op 2 juli 1600, vertelt hij. Waarmee het lijkt alsof compassie een soort ‘houdbaarheidsdatum’ heeft. ‘Ons mededogen gaat uit naar waar we belang bij hebben, wat wij lief vinden, of wat wij vrezen.’ We slaan eerder een vlieg dood dan een lammetje, en zo wordt compassie ‘vooral bepaald door eigenbelang en quasi-goddelijke gerechtigheid’, ofwel iets van het ego.
In het Vissentijdperk van de afgelopen tweeduizend jaar hebben we trouwens niets anders geleerd dan compassie en medelijden! Knielend en biddend voor kruisen met lijdende christussen zwolgen we in masochistisch lijden, perverteerden we onszelf door onderdrukking van onze levenskracht en vernielden we de wereld in opdracht van een illusionaire en wraakzuchtige god. En het is ook waar dat we met medelijden vaak ons eigen lijden op anderen projecteren, zodat we zelf onze diep verholen knagende onprettigheden niet hoeven voelen of relativeren. Kortom: dat soort medelijden verdient terecht grote vraagtekens. De vraag is alleen of we nu in het Watermantijdperk niet naar het andere extreem dreigen door te slaan, waar helemaal geen plaats meer is voor compassie en medelijden. Dat hoeft dan ook helemaal niet meer, want zelfs lijden is ‘eigen verantwoordelijkheid’, het wereldse equivalent voor wat in spirituele kringen ‘karma’ heet.
Maar zo ver wil Lars Faber in zijn artikel ook niet gaan. Op de vraag of we dan helemaal niet meer moeten meeleven met onze medemens antwoordt hij: ‘Tuurlijk wel, dat is toch de smeerolie in intermenselijk contact! Maar ontheilig jezelf vooral en zie de doortraptheid van L’ego in je mededogen.’ Toch vraag ik me af of hij tsunami’s even mooi zou vinden als op de filmpjes van YouTube ook te zien was hoe mensen door de golven werden verzwolgen. ‘Waarom zouden we niet mogen lijden?’ vraag Lars zich af. ‘En waarom zouden we zo moeilijk moeten doen als iemand anders lijdt?’ Ook lijden hoort bij het leven en je kunt je afvragen waarom lijden erg is. Vanuit het standpunt van een boeddha, een verlicht iemand, klopt zijn verhaal helemaal. Zo iemand maakt geen onderscheid tussen lijden en niet-lijden, zwemt niet in de ‘fuik van dualisme’. Die ziet het ego, het ‘ik besta’ met een hele grote nadruk op ‘ik’, als de bron van het lijden: ik besta, dus ik lijd.
De vraag is of het bewustzijn van een boeddha zich tot zijn eigen kamer, zijn eigen hobby’s, zijn eigen hier en nu beperkt. Dat is toch allemaal een door het ego afgegrensd veilig gebiedje? Terwijl voor een boeddha het hier alles is, en het nu eeuwigheid, zodat hij compassie heeft voor slachtoffers waar en wanneer dan ook. Ofwel: hoe ‘tweedehands’ informatie is, die via televisie of internet tot je komt, hangt helemaal af van je eigen staat van bewustzijn. Als je niet verder kijkt dan je eigen computerscherm, je wereld zich alleen maar tot je eigen kringetje beperkt, leef je nog steeds in een wereld van zelfzucht, waarin je niets hoeft te weten van het lijden van anderen. Heel vaak wordt het ophemelen van het hier en nu gebruikt om dit soort selfishness te rechtvaardigen. Zo is het neoliberalisme ook in alternatieve kringen geliefd: ik blijf lekker van mijn eigen wereldje genieten en wat er buiten gebeurt bestaat gewoon niet. Lars Faber citeert ‘de beroemde zen-vraag over het geluid van een boom. Maakt die geluid, als hij valt, en door niemand gehoord wordt?’ Maar waarom hoort niemand die boom? Omdat niemand durft te luisteren. Maar ik moet toegeven dat dit ook niet mijn lievelingsgeluid is.
Gepost in Maatschappij en politiek, Psychologie, Spiritualiteit
2 reacties »