4 augustus 2006
Wat we eigenlijk al lang wisten is nu bevestigd door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, die op basis van buitenlands onderzoek concludeert dat door mobiel bellen per jaar honderden verkeersslachtoffers vallen. Opvallend is trouwens, dat het hierbij niet zoveel uitmaakt of er al dan niet handsfree wordt gebeld. Kennelijk valt het verschil tussen wel of niet handsfree bellen in het niet bij het verschil tussen bellen en het voeren van een live gesprek.
Als je telefoneert heb je geen contact met je omgeving. Omdat je in het meestal matige mono-geluid nuances in de intonatie mist, en omdat nonverbale signalen van de spreker ontbreken, draaien je hersens op volle toeren om dat er allemaal bij te fantaseren. Bovendien bevind je je bij het voeren van een telefoongesprek niet in het astrale veld van die ander, zodat je dat er ook nog bij moet fantaseren. Genoeg verklaringen, lijkt mij, voor het gegeven dat mensen die bellen meestal lopen te suffen. Dat zit ik zelf trouwens ook als ik alleen thuis bel.
Maar daarmee schoffeer ik niet de openbare ruimte, zoals veel wildbellers dat doen. Mensen die telefonerend de bus in stappen met niet het minste gebaar naar de chauffeur. Een wandelend paar waarvan de een loopt te bellen: gezellig hè, zo’n partner! In winkels, waar bellers al suffend alle door- en toegangen blokkeren. Maar soms ook genot, zoals van de diep verontwaardigde dame voor de gesloten kassa in de supermarkt: ‘Ja mevrouw, ik heb écht geroepen dat deze kassa gaat sluiten hoor!’
Het meest lachwekkend vind ik mensen die al dan niet gebaren makend handsfree ziet rondlopen in de open lucht. Als ze dat tien jaar geleden hadden gedaan, waren ze al snel in een psychiatrische inrichting opgenomen. Want ze lijken echt op zombies, op gestoorden die alle contact met de werkelijkheid hebben verloren. En dat hebben ze ook. Maar dat is relatief onschuldig als je kijkt naar de 600 doden die het mobiel bellen in 2004 heeft gekost. ‘Maar een totaalverbod is niet haalbaar en wenselijk, omdat het niet te handhaven is,’ zegt het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Ja, zo lust ik er ook nog wel een paar! Laat de mensen maar ongelukken maken en geef ruiterlijk toe dat je gewoon niet wil handhaven, dat het je eigenlijk een rotzorg is of er onnodige verkeersdoden vallen. Door telefoongesprekken waarvan de meeste eigenlijk nergens over gaan.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
27 juli 2006
De vorige zomer dat het zo heet was lag ik nog in mijn wieg. Ik voelde de zinderende sfeer van een lome hitte boven de stille vredige wereld om me heen. Het gebengel van kerkklokken boven de warme korenvelden van Oldegeppel in 1947. Het zijn mijn oudste herinneringen, althans voor zover het mijn huidige leven betreft. Maar ook flarden uit vorige levens spelen zich af onder een felle, droge zon. Ik hou van deze warmte en loomte. Mijn mooiste liedjes gaan over het slenteren en liggen op luie stranden. Er is geen betere plek om me heerlijk één te voelen met de vier elementen. De aarde is het mulle of natte zand onder mijn blote voeten. Het water is de natte zilte koelte waarin ik drijf, of de schuimende golven waardoor ik me laat overspoelen. De lucht is de wind die mijn naakte lijf streelt en door mijn haren strijkt. Het vuur is de felle gloed die me op de grens van het prettige en pijnlijke verbrandt om een mooie jongen van me te maken. In de jaren tachtig maakte ik lange wandelingen, alleen, vanaf Zandvoort naar het zuiden. Eigenlijk ben ik een beach boy.
De zomer is de periode van wat mijn Wijze Tante concretie noemt, in tegenstelling tot abstractie die bij de winter hoort. In de polariteit van stof en geest – van concretie en abstractie – voel je je in de zomer het meest in de materie verankerd. Dat is bij uitstek de periode om van het lichaam te genieten, zoals de winter de ideale tijd is voor reflectie en beschouwing. Volgens de oosterse filosofie is dat de ademhaling van Brahman: bij elke inademing wordt de wereld, de materie geschapen en bij elke uitademing lost alles weer op in de uiteindelijke Geest. Het grote verschil met de door Darwin gedomineerde westerse opvatting is, dat materie gestolde Geest is waardoor alles door die Geest is bezield, de atomen van alle materie uiteindelijk pure Geest zijn. Dat lijkt me veel logischer dan Darwins idee waar het hogere, de Geest, ontstaat uit het lagere, de materie, zodat de stof een conditio sine qua non voor al het hogere wordt. Dat er evolutie lijkt plaats te vinden is volgens mij een illusie die aan de uitademing van Brahman inherent is. We bevinden ons nu in zo’n fase en dat betekent dat we ons vanuit de stof steeds meer met de Geest gaan identificeren. Maar omdat vereenzelviging met de materie in de tijd achter ons ligt wil dat nog niet zeggen dat we daarin onze roots moeten zoeken. Ja, er is een evolutie, maar die betekent niet een heenreis, maar een terugreis naar de Geest.
Inmiddels is dit een om zijn warmte beroemde julimaand geworden. Zelfs mijn computer is ervan van streek geraakt. En echt lekker werken zoals ik gewend ben is ook uiterst vermoeiend. Maar ik hou van de hitte. Naakt op bed liggen slapen. Mijn lijf voelen. Opgaan in die concretie. Genieten van de paradox dat je dingen alleen maar kunt loslaten door ze te accepteren, te voelen, ervan te genieten, ze te omhelzen. Niets is gemakkelijker dan je te verliezen in gevoelens, emoties en gedachten. Hele therapieën zijn erop gebaseerd en hoewel ze tijdelijk wel enig – soms heel noodzakelijk – soelaas kunnen bieden, hebben ze één nadeel: meestal raak je buiten bewustzijn, ben je geen getuige meer, geen ‘watcher on the hill’ zoals Bhagwan dat zo mooi noemde. In feit is die acting out, dat afreageren, dat uitleven juist een vlucht, een manier om wat er dieper achter zit uit de weg te gaan. Als je overal op los gaat slaan en van alles neukt dat los en vast zit, als je je gevoelens niet opkropt en de vrije loop laat, wil dat nog niet zeggen dat je nu de oorzaak van je agressie en opwinding onder ogen ziet. Integendeel. Je kan namelijk pas écht naar iets kijken of écht iets voelen als je er afstand van neemt, als je je er niet mee identificeert. Probeer maar eens kwaad of geil te zijn en dan helemaal niets te doen! In volledige acceptatie, zonder erover te oordelen, zonder verwachtingen, zonder iets te willen! Zodra ik me van mijn lichaam of wat dan ook bewust word, bén ik het al niet meer. Als je het zo beschouwt is een hittegolf eigenlijk een ideale tijd om te mediteren.
Gepost in Psychologie, Spiritualiteit
Geen reacties »
15 juli 2006
Dat wordt wat met mijn nieuwe identiteitskaart straks! Want ik lees dat binnenkort op officiële pasfoto’s niet meer gelachen mag worden. Ik zie me al voor de camera zitten. Niet lachen, Satyamo! Ik zal mijn best doen om héél serieus te kijken. We leven tenslotte in een land met degelijke gristelijke wortels en dienen ons serieus te gedragen ten aanzien van de door God over ons gestelde overheid. Elke grimas moet van mijn gezicht worden weggestreken, zodat ik echt in paniek raak bij de gedachte aan de eerstvolgende pasfoto! Misschien moet ik rond mijn mond een droevige tattoo laten aanbrengen. Niet zo moeilijk, want de meeste van die dingen getuigen niet echt van een lichtzinnige vrolijkheid. Misschien moet ik toch maar aan de mode van Oldegeppel gaan meedoen en het gebruik van Botox maar eens gaan bestuderen, want als je er maar genoeg van gebruikt vergaat het lachen je vanzelf, heb ik begrepen.
Het is net zoiets als die obsessieve angst om te gaan blozen, of naar het toilet te moeten, of hoogtevrees te zullen krijgen. Juist daardoor krijg je – en ik ook – een rode kop, een spannende blaas en een duizelingwekkende angst in een diepte gezogen te worden. Want als ik straks voor de camera mezelf toefluister ‘Niet lachen, Satyamo!’ weet ik zeker dat het tegengestelde gaat gebeuren. Gelukkig dat niet meer met filmpjes of polaroids wordt gewerkt, want daarvan zouden er veel in de prullenbak verdwijnen voordat ik was uitgelachen. En als ik uitgelachen bén, wórd ik juist uitgelachen omdat ik serieus ga kijken. Waarop dan ik weer in de lach schiet, en pas vele megapixels later weer eens serieus recht in de camera kan kijken Waarop ik weer word uitgelachen, et cetera ad infinitum. Dat schiet niet echt op.
Lachende gezichten schijnen voor de computer moeilijk herkenbaar te zijn. Dat is dan ook de oorzaak van dit nieuwste voorschrift, heb ik begrepen. Spiedende camera’s – die waken over onze eigendommen en veiligheid, u kent dat wel – moeten daders van divers ongerief snel en effectief kunnen identificeren met behulp van de databank waarin al onze serieuze gelaatstrekken zijn gedigitaliseerd.
Opvallend is dat in dit verhaal verdrietige, huilende, kwade en boze gezichten niet worden genoemd. Die mogen dus kennelijk wél op de pasfoto en zullen dus wél door camera’s worden betrapt. Net zoals minder vrolijke foto’s de meeste World Press-prijzen winnen, blijkt ook hier dat we kennelijk liever met negatieve emoties omgaan dan met positieve. Op zich al iets om te huilen. Ik kan degenen die dit hebben bedacht natuurlijk een koekje van eigen deeg geven door straks voor de camera al mijn woede eens lekker te laten overkoken. En face, precies zoals ze willen. Zullen ze meteen weten hoe kwaad ik erover ben geen lachende identiteit te mogen hebben! Onder het excuus dat de computer me dan niet zal herkennen! Maar wacht eens…
Straks kan ik heerlijk lachend het leven door! Stel je voor! In de computer staat alleen mijn serieuze gezicht, het enige dat serieus wordt genomen en herkenbaar is. Dus straks kan ik lachend en anoniem onder de camera’s doorlopen, want die herkennen alleen serieuzeriken. Dank zij mijn lach heeft Big Brother geen vat meer op me, en kan ik van alles doen dat God verboden heeft. En dat heb ik toch maar mooi aan die computers en onze beleidsmakers te danken! Een belachelijke maatregel, maar ik heb nooit geweten dat lachen zo bevrijdend kan zijn.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
11 juli 2006
AstroTV heeft Aries Astro-Services, ofwel mij benaderd. Men had interesse in meer serieuze horoscopen en ik vertelde hen over de Psychologische Horoscoopanalyse, Psychologische Kinderanalyse en Psychologische Relatieanalyse die ik verkoop. Dit zijn rapporten van Astrodienst in Zürich (Alois Treindl) met teksten van de beroemde astrologe Liz Greene, dus dieptepsychologisch, Jungiaanse georiënteerd. Een product waar mijns inziens niks mis mee is, zie www.ariesastro.nl onder de tab ‘catalogus’ voor voorbeelden. Eerlijk gezegd had ik verwacht dat AstroTV na het zien van de eerste voorbeelden wel zou afhaken, want ook ik zet vraagtekens bij het zelfreflecterende vermogen van de gemiddelde NET 5- of SBS-kijker. Maar ze hapten juist toe!
Nu kun je zeggen dat dit paarlen voor de zwijnen zijn, maar dan vraag ik me af waarom die zwijnen dan paarlen willen hebben. En wie ben ik om – als ik iets moois heb – dat alleen voor mezelf en mijn eigen kring te houden?
In hoeverre mag je als astroloog meewerken aan dit soort programma’s? Ik denk dat er drie voorwaarden zijn: (1) een astrologische acceptabel niveau van je eigen product of dienst, (2) het initiatief moet van de ander komen en (3) je moet geen compromissen sluiten, dus wat je te bieden hebt niet opleuken. Wat dit laatste betreft zou het me niets verwonderen als ze op een andere wijze reclame gaan maken, en horoscopen op een andere manier gaan verpakken dan ik zelf zou doen, maar dat doet aan de inhoud niets af: het blijven goede analyses.
Een jaar geleden zat ik gezellig met een jarige Gordon in de studio over zijn horoscoop te praten. Iets mis mee? Het was niet het meest diepzinnige consult, maar zolang ik geen pop-astrologie ga blaten is dat toch oké? En je kan op zo’n manier veel mensen laten weten dat astrologie iets anders is dan wat in veel sensationele weekbladen en boekjes te lezen staat. Zonder de statuten daarvoor geraadpleegd te hebben, neem ik aan dat ook dát een doelstelling is van de Astrologische Vakvereniging Nederland, waarbij ik ben aangesloten.
Gepost in Astrologie
Geen reacties »
2 juli 2006
Elk jaar is er een zomerconcert in Rust Wat, een lieflijke en lommerrijke ontmoetingsplaats voor veel Oldergeppelers. Op het terras van het café-restaurant kijk je uit over een meertje met een eilandje in het midden, dat vroeger een ijsbaan was waar je keurige rondjes kon schaatsen. Op deze avond draait het echter om de muziek, die weerklinkt uit een half geopende tent die op het eilandje is gebouwd. Daar speelt deze avond het Rotterdams Kamerorkest onder leiding van Conrad van Alphen en bijgestaan door violisten Emmy Verhey en Liza Ferschtman. Aan één van de zijden van het water is een helling waarop honderden stoeltjes staan voor bezoekers, waaronder kunstminnende dorpsbewoners en hen voor wie het zien en gezien worden weer het belangrijkste is. Sommigen nemen plaids en goedgevulde picknickmanden mee, anderen verspreiden de geur van goede sigaren over het publiek.
Vriend was net uit Amsterdam komen fietsen. We ontmoetten elkaar in Nieuwegeppel om eerst onze magen met poffertjes te plezieren, en hier zitten we dan in de zomerse buitenlucht terwijl de klanken zacht en zoet over ons heen waaieren. Achter een fractiegenote die weer achter de burgemeester van Nieuwegeppel zit en die me steeds wat lekkers aanreikt. Af en toe snateren eenden door de muziek heen, zich een weg zwemmend tussen de vele lelies die het water tussen publiek en muzikanten bedekken. Voor de pauze maken Johann Christian Bach, Vivaldi en Mozart niet zoveel indruk op me, terwijl ik toch geniet van de zomeravondsfeer. Want dit concert markeert voor mij het einde van een drukke periode. De Vuurfakkel is gemaakt en verzonden, het dorpsblad Wei & Hei is weer gecorrigeerd, de kortingsactie van mijn astrologisch bedrijf Aries Astro-Services is beëindigd en gisteren was de laatste raadsvergadering van het seizoen. Ik rust wat.
Na de pauze een concert van de Bach en de Kammersinfonie van Shostakovich. Die laatste maakt de meeste indruk en ik zie steeds flarden uit de films In de ban van de ring voor me. Verstild staar ik naar de in de schemering oplichtende tent op het eilandje. Mijn ogen vinden rust en blijven zo lang op hetzelfde punt gefixeerd dat de wereld langzaam lijkt te verdwijnen. Staring at the light I disappear, zong Group 1850 ooit. En hoe langer ik mijn ogen niet beweeg, hoe psychedelischer de wereld er uit gaat zien. Al sinds de tijd dat ik nog bij mijn ouders woonde verwonderde ik mij erover dat het zo moeilijk is om echt waar te nemen. Daar lag ik in mijn kamertje met mijn rug op bed te staren naar het plafond, liefst met wierook en de klanken van Their Satanic Majesties Request van de Rolling Stones. Daar raakte ik volstrekt fysiek uitgeput van het ontspannen. Nu doe ik wat minder mijn best dan vroeger. En zoals ik soms te ontspannen ben om adem te halen laat ik nu mijn ogen met rust om maar te staren en te staren…
Dan is er meer aan de hand dan een gewenning van staafjes en kegeltjes in mijn netvlies, omdat de zichtbare fysieke werkelijkheid een andere kwaliteit lijkt te krijgen. Ik zweef in een kleurige stille oplichtende wereld zonder betekenis, in een volstrekte neutraliteit, onbewogen. Opnieuw krijg ik het gevoel dat de wereld binnenstebuiten in elkaar zit. Dat de werkelijkheid inclusief mijzelf iets radicaal anders is dan ik gewend ben. Dat dit ook heel fysiek te ervaren, te beleven is. Dit soort flitsen en daaruit voortkomende ideeën zijn er de oorzaak van dat ik vaak met anderen in de clinch lig over wat realiteit nu eigenlijk is.
Dan sterft de muziek uit en is er applaus in Rust Wat. We pakken onze spulletjes en slenteren temidden van roezemoezende bezoekers tussen de bomen de zoele zomeravond uit. De maan staat in het eerste kwartier. De zomer is begonnen.
Gepost in Mijn dorp, Muziek
Geen reacties »
30 juni 2006
Gisteren een raadsvergadering onder politiebewaking. Iemand was het oneens met een te nemen besluit en had dreigende taal gesproken. En je weet maar nooit. Dus een politieautootje voor het gemeentehuis en agenten in burger in de publieke tribune, die afgeladen was met hoofdzakelijk voorstanders van ons besluit. Waar ging het over?
Er wordt een nieuwe wijk gebouwd met zo’n 750 woningen, de Oldegeppelermeent. Daar komen geen winkels. In de aangrenzende wijk Graasland is wel een winkelcentrum en de ondernemers daar zien natuurlijk het liefst rechtstreekse autoverbindingen met de Oldegeppelermeent, dwars door de wijk heen. Die wegen waren zelfs al in een masterplan opgenomen. Daar was niet iedereen het mee eens. Ook onze partij niet. Wij hadden hier rond de verkiezingen zelfs een item van gemaakt. Zodat dit niet de eerste keer was dat de tribune vol zat met protesterende Graaslanders die het groen, de rust en de veiligheid in hun wijk wilden behouden. Wat onze coalitie betreft helemaal terecht, temeer omdat het maar een minuutje om is als je met de auto over bestaande wegen het winkelcentrum De Balken wilt bereiken.
Gisteren moest dus het raadsbesluit worden genomen dat zich duidelijk uitsprak tegen aanleg van deze wegen. En de bewoners wilden zich er kennelijk ter plekke van vergewissen dat dit ook werkelijk zou gebeuren, want je weet het maar nooit met die politici. Uiteraard waren er enkele raadsleden die het een en ander nog eens wilden onderzoeken. Eén van de weinige dingen die ik tot nu toe in de raad heb gezegd is dat er nu eenmaal dingen zijn die zo duidelijk zijn dat je ze niet eens moet willen onderzoeken. Je gaat toch ook niet een McDonald’s op het veldje achter de kerk bouwen? Zoiets moet je niet willen, heet het dan. Dat was gisteren door anderen nog eens herhaald. Dat er nooit iets gebeurt als je eindeloos blijft onderzoeken en onderzoeken… Ondanks vage dreigingen met claims, waarvan je je kan afvragen wat de juridische waarde ervan is, hebben we onze poten stijf gehouden. Hoewel vanzelfsprekendheden geen applaus behoeven kwam dat toch. Een verkiezingsbelofte is waargemaakt en de coalitie sterker geworden. Vertrouwen is gegroeid, en dat is toch een mooie afsluiting voordat het zomerreces begint.
Het plaatselijke sufferdje Nieuwegeppeler Courant de GONG (dat zijn naam dankt aan de drie GONG-gemeenten waar hij verspreid wordt: Geemland, Olde- en NieuweGeppel) kopte gisteren dat met dit raadsbesluit het voortbestaan van winkelcentrum De Balken aan een zijden draad hangt. We wachten af. ‘Balken-ende?’ vroeg ik ooit hierover op een plaatselijke website. Tijdens de borrel na afloop van de vergadering kreeg ik een sms’je van Vriend: het kabinet Balkenende was gevallen. Zo boven, zo beneden. Er hangen kennelijk balken in de lucht En hoewel de winkeliers hun kunstonzinnige boegbeeld van fysieke balken vorig jaar hebben verwijderd, hoop ik toch dat velen er een mooie omzet zullen blijven halen.
Want vandaag werd bekend dat de consumenten weer geloven in de economie, dat er voor het eerst sinds vijf jaar méér optimisten dan pessimisten onder hen zijn. Hopelijk is bij ons heel in het klein het vertrouwen in de politiek ook een beetje toegenomen.
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp
Geen reacties »
16 juni 2006
Al sinds het begin van de jaren negentig ben ik verslaafd aan elektronische agenda’s. De eerste was een Casio, die later dank zij een gift van mijn Wetenschappelijke Tante werd opgevolgd door een heuse Psion. Die was veel meer dan een agenda, want naast mijn hele cd-collectie en adressenbestand bevatte hij ook een planetarium en een astrologieprogramma. Want ik wil meteen kunnen zien welke planeten er aan de hemel staan te schitteren, zelfs wanneer het regent. En ik wil ook even in een willekeurige horoscoop kunnen kijken. Of nagaan welk teken van de dierenriem momenteel opkomt, ofwel wat de ascendant is. Dat programma is indertijd door Marcel gemaakt en uit puur hobbyisme ontstaan. En nu mijn Psion een paar maanden geleden is opgevolgd door een zogenaamde palmtop, een Acer n50, heeft hij ook daarvoor een astrologieprogramma – nu in kleur – gemaakt. Zomaar. Omdat hij het leuk vindt.
Toen ik nog rookte was mijn eerste gebaar na het wakker worden het grijpen van het pakje sigaretten naast mijn bed. Dat gebaar is weer teruggekomen. Want zo’n palmtop computertje is ongeveer even groot. Ik trek er alleen nu geen sigaret uit, maar een pennetje waarmee ik steeds vaardiger op het scherm tik. Plik plok, en ik ben meteen op de hoogte van nieuwe e-mails, het laatste nieuws en de stemming op de Amsterdamse beurs. Pas daarna kom ik mijn bed uit. Want het ding is natuurlijk draadloos verbonden met een roeter in een andere kamer. Ja, ik schrijf ‘roeter’ omdat sommigen denken dat het mooi is om dat woord als ‘rauter’ uit te spreken. Zo iemand flikkert bij mij door vele sporten van de esthetisch ladder naar beneden. Meer esthetische waarde heeft Windows Mobile 2003 waaronder de palm draait, want dat zit verdomd eenvoudig en slim in elkaar. Je zou het bijna op je ‘grote’ computer willen hebben in plaats van Windows XP of zo.
En spelen is het ook met zo’n palm! Binnen een paar dagen had ik een sudokuprogramma te pakken, zodat elke dag wel een of twee puzzels worden opgelost. Maar het is ook enig om tijdens een bustocht te zien hoe je door allemaal draadloze netwerken rijdt. Of om bij een kennis opeens te merken dat hij of zij of de buren hun netwerk niet hebben beschermd, zodat je ook daar je e-mail kan lezen en beantwoorden, of kan surfen op het world wide web. En het grappige is dat ik dat allemaal heel gewoon ga vinden. Dat ik eigenlijk vind dat de hele wereld in een gratis toegankelijke wifi-zone moet veranderen. Dat ik, vooral dankzij Google, overal alle informatie kan vinden die ik nodig heb. Net zoals ik het nu heel normaal vind dat ik bijna overal kan bellen. Hoe heb ik ooit zonder gekund? Hoe zag de wereld eruit toen een palm nog een boom in een woestijn of aan de Rivièra was?
Toen waren we nog volstrekt onbereikbaar als we op vakantie waren. Met moeite belde je naar het buitenland en voor de rest waren kaartjes en brieven het enige communicatiemiddel. Toen was het nog rustig en was je vrij tijdens de vakantie. Waren je hersens door de informatiestop tot rust gedwongen. Misschien is het wel helemaal niet zo gezond om steeds maar alles te willen en te kunnen weten en communiceren.
Gepost in Computer en internet
Geen reacties »
10 juni 2006
Met een lekke achterband gestrand in Blikkum. Vriend en ik besloten om naar het station terug te wandelen en bij de fietsenstalling aldaar verder te zien. Op de Nieuwegeppelerweg bleek een fietsenwinkel open te zijn omdat het koopavond was. Het wonder geschiedde: binnen anderhalf uur zou mijn fiets voorzien zijn van een nieuwe binnen- en buitenband. Dus wij samen naar een terrasje in de Revestraat gewandeld. Het was de eerste echte zomerdag van het jaar en ik kon mijn geluk niet op. Want waar vind je tegenwoordig nog iemand die stante pede je fiets repareert? Tegen negen uur teruggewandeld en mijn rijvaardige tweewieler weer in ontvangst genomen. De man een dikke fooi gegeven, want waar vind je nog mensen die met enthousiasme een eerlijk beroep uitoefenen zoals deze fietsenmaker?
Jaap Peters en Judith Pouw hebben een indrukwekkend boek geschreven met als titel Intensieve Menshouderij, en als subtitel Hoe Kwaliteit oplost in rationaliteit. ‘Mensen worden niet ziek van werken, wel van de wijze waarop werk is georganiseerd,’ staat in het voorwoord te lezen. Het boek staat vol met verhalen over hoe werknemers tot het uiterste worden uitgemolken, vooral door managers die alleen nog maar een abstracte Engelse MBA-taal kunnen uitkramen en leven in een meetbare wereld van targets, ISO 9000-normen, stappenplannen en outputs. En als beginnend raadslid heb ik geleerd dat plannen SMART moeten zijn: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden – volgens mij perfecte condities om alles wat maar een beetje origineel of creatief is in de kiem te smoren. En dat alles omdat het goed zou zijn voor de economie. Maar of de economie ook goed voor óns is lijkt niemand zich af te vragen.
Het boek laat zien hoe de economie zich als een totalitair systeem ontwikkelt. En geeft hiervan, wandelend door het Nederlandse bedrijfsleven, de overheid en zelfs in de sportwereld, veel voorbeelden. Niet echt om te lezen voor het slapen gaan, want je wordt er niet vrolijk van en na lezing kun je het woord ‘manager’ nog nauwelijks uit je strot krijgen. Enerzijds gaat het om de materie (geld, economie), anderzijds om rationaliteit (logica, denken). Opvallend is dat deze twee parallel lopen met twee ‘voertuigen’ van de mens, zoals we die kennen uit Indiase filosofieën en de daarop geïnspireerde theo- en antroposofie. Daarin heeft de mens een stoffelijk lichaam (materie) en een mentaal lichaam (denken).
Maar heeft hij of zij ook nog een astraal lichaam, dat over gevoel gaat. En dat is maar onhandig, niet meetbaar, onvoorspelbaar, eng. Veel gevoel betreft natuurlijk de onderbuik en primitieve emoties, wat de mens niet echt de kroon van de schepping maakt. Maar in het bestrijden hiervan wordt het kind met het badwater weggegooid, want er zijn ook hogere gevoelens zoals intuïtie en liefde waarvoor geen bestaansrecht meer overblijft. En dat is wat precies gebeurt: intuïtie is taboe, liefde is iets voor watjes, het hart is taboe. De wielrenner bepaalt zelf niet meer wanneer hij mag demarreren, want dat wordt bepaald door iemand in een auto achter hem, die met de computer het juiste moment daarvoor berekent.
Ga eens naar www.intensievemenshouderij.nl en zie hoe ik hier slechts een topje van de ijsberg aanroer. En dat er straks geen ijsbergen meer zijn betekent niet dat dan alle problemen uit de wereld zijn, heren managers! In iets warmer klimaten brachten de Azteken mensenoffers, waarbij het nog kloppende hart uit het slachtoffer werd gerukt. Reden genoeg voor Cortez om de Azteken en hun bloedige offers totaal uit te roeien. Maar daarin is hij kennelijk niet echt geslaagd, want ook nu worden nog regelmatig harten geofferd door de priesters van de alleenzaligmakende Economie. Gelukkig ontsnappen hier en daar mensen aan de intensieve menshouderij. Zoals deze fietsenmaker aan de Nieuwegeppelerweg in Blikkum. Op nummer 25.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
29 mei 2006
Ook deze lente bloeiden de seringen weer in mijn voortuin. Heerlijk is het om even je neus te steken in die dottige bloemenwolken die hun doordringende zweem naar je tegemoet wuiven. Bloemen geuren vaak naar iets onbestemds, iets dat niet onder woorden is te brengen. Een herinnering aan een vorig leven of zo. Hoewel de geur van seringen bij mij onlosmakelijk verbonden is aan… een huis op de Houten Matthijsweg, hier in Oldegeppel.
Zomer 1965. We woonden in Amsterdam, maar pasten graag op de huizen van vrienden in Oldegeppel, waar ik 18 jaar eerder was geboren. Toen ik bijna zes was hebben we Oldegeppel verlaten, want voor mijn vader werd het teveel om steeds heen en weer te forenzen, zeker omdat er toen ook nog op zaterdag werd gewerkt. Die verhuizing, eind 1952, net na het verschijnen van de eerste Donald Duck die in heel Nederland gratis op de deurmat plofte, heeft mijn moeder mijn vader nooit vergeven. Een edelsmid uit de Weteringschans ruilde graag met ons, zodat ik als kind niet meer langs de korenvelden wandelde, maar over het asfalt slenterde, waar de tramlijnen 7 en 10 regelmatig voor ons huis denderden. Nu geen uitzicht meer op de boerderij van Knauweling, maar op het statige Rijksmuseum. Maar het heimwee bleef. En de vrienden uit Oldegeppel ook, zodat mijn ouders graag op hun huizen pasten als ze met vakantie gingen. En ik enkele zomers in mijn geboorteplaats doorbracht. Onder andere zomer 1965.
Ik was verliefd zonder te weten dat ik verliefd was. Schreef mijn dagboek vol over Johan. Want die had ik natuurlijk opnieuw uitgenodigd, net als de zomer ervoor toen we in een ander huis in Oldegeppel logeerden. Hij was mooi, een Weegschaal, en precies 2 2/3 jaar jonger dan ik. Hoewel ik nog niks van seks begreep, genoot ik van zijn fysieke aanwezigheid. Een onschuldiger en tegelijkertijd romantischer relatie is bijna onmogelijk. Vandaar dat mijn ouders – eigenlijk moet ik zeggen: mijn moeder – er niet moeilijk over deden als we bij elkaar sliepen, want er zou toch niks tussen ons kunnen gebeuren. En dat gebeurde ook niet. Wist ik veel.
Er gebeurden veel belangrijker dingen. We hebben heerlijk op de hei gelopen, gefietst en gelegen. 10 cent om op de Oldegeppelse camping te mogen. Struinen over heuvels, langs of dwars door korenvelden naar de Wodansberg. Een hijskraan aan de horizon, bezig met inpolderen. Veel te duur ijsje gegeten, want dat kostte wel ƒ 1,40! ’s Avonds op een bankje in het beeldenpark achter de kerk geboomd over de liefde, alsof we daar iets van snapten. Bij de open haard zitten luisteren naar de Negende van Beethoven, waarbij hij tijdens het adagio molto e cantabile bijna in slaap viel. Een concert van Bach en Marchello. Maar ook op de radio smachtten we van de nog net niet verschenen single Help! van de Beatles. En dat allemaal met Johan, in zwarte coltrui en met krulletjeshaar.
Als je verliefd bent maakt de geliefde elke plek heilig. Tot vandaag de dag geloof ik dat dat zo is. Waar de geliefde is, is vrede. Waar de geliefde is, is geloof, vertrouwen, vreugde. Waar de geliefde is, wordt alles met het hart geheeld. Met de geliefde stopt de tijd en wordt de wereld volmaakt. En alleen met de geliefde kan en wil je sterven. Door de geliefde worden alle plekken waar hij is gezegend. Zo ook dit huis op de Houten Matthijsweg. De kamer waar we sliepen, met de koekoeksklok en het blauwe luxaflexje. De tuin waar we in onze blote bast stripverhalen zaten te lezen en limonade dronken. Ik weet zeker dat daar de geur van seringen hing. Toch kunnen die niet in juli hebben gebloeid. Maar ik herinner ik me ook dat de toiletzeep daar heerlijk rook. Naar seringen dus. Die zeep is wellicht mijn eerste kennismaking met seringen, want toen ik vele jaren later er een bos van onder mijn neus kreeg, riep ik spontaan: “Wat ruiken die naar een heerlijke zeep!” Maar ik heb wel vaker kippen met eieren verward.
Johan is al lang van mijn levenstoneel verdwenen. Maar de seringen zijn er nog steeds en verbinden me met het ongelooflijke.
Gepost in Uit mijn leven
Geen reacties »
21 mei 2006
Gisteren rook het vreemd in mijn werkkamer. Een geur van geschroeide rubber. Vriend rook nauwelijks iets en hoe en waar ik ook snuffelde, ik kon niets onregelmatigs ontdekken. Vanmorgen zelfs de computer opengemaakt, maar dat ziet er allemaal heel normaal uit van binnen. De ventilatoren doen keurig hun bijna geruisloze werk en niets lijkt oververhit. Ik denk dat het aan de storm ligt. Want de hele dag voelde ik me al elektrisch in mijn hoofd. Snel geïrriteerd en geeuwerig. Geladen. We waren naar een orgelconcert in Zutphen geweest en ik heb de muziek nauwelijks gehoord, maar wel genoten van de ontspannende stilte en leegte die deze oproept. Sweelinck, Buxtehude en Bach deden me afvragen waar nu de waarnemer van de ruimte om me heen in mijn hoofd zat (zo die daar ergens zat) en confronteerden me opnieuw met het donkerbruine vermoeden dat de wereld in werkelijkheid binnenstebuiten in elkaar zit. Dat wat je buiten je ervaart dus eigenlijk binnenin je zit en omgekeerd. En dat klinkt heel leuk, maar nu dreig ik het nog echt te beleven ook! Wat dat met die rubbergeur in mijn kantoortje te maken heeft?
Als puber had ik vaak last van bonkende koppijnen waarbij mijn schedel uit elkaar dreigde te spatten. Vooral als ik even in het trappenhuis van onze woning in Slotervaart naar zolder rende. Ja, ik was een echt hoofdpijnkind. Tegenwoordig noem je dat migraine. Maar pas in 2000 zou ik daar de mooie aura’s bij zien: mooie witglinsterende waterige rafelcirkels die steeds groter werden totdat ze uit het beeld verdwenen. Het begon als een stip en de stomme constatering dat je niet kunt lezen, en het eindigde met de uitputting van het nietsdoen. Ook heb ik me ’s nachts vaak vermaakt met het kijken naar mooie glimmende kleurige figuurtjes die door mijn beeld zweefden, me niet realiserend dat dit niet normaal was. Sterker nog: Vriend zegt dat hij echt niets ziet als het donker is, terwijl bij mij zelfs in het pikste donker altijd wel sneeuw blijft dwarrelen. Een soort tinnitus, waar ik ook al jaren last van heb, maar dan ook voor de ogen. Nooit echt donker. Maar wie is degene die dat licht ziet? Nooit stil, maar wie is degene die dat gefluit hoort? Zoals ik wel eens zeg: mijn oren zijn misschien niet zo best, maar ik hoor nog uitstekend. En zo voelt het ook.
Migraine zonder hoofdpijn, of een beetje flauwe hoofdpijn op de achtergrond. Dat heeft voor mij te maken met de overgevoeligheid waar ik vaak last van heb. Het begon met geuren, een jaar of tien geleden, waardoor ik steeds vaker in bus of trein van zitplaats verwissel omdat er weer een dame voor me komt zitten die zo nodig lekker moet ruiken. (Ook jongens kunnen er trouwens wat van!) Daar kwamen later gemene geluiden bij, zoals het gesis van treindeuren en snerpende mechanische fluitgeluiden op stations, of meng- en klotsgeluiden uit de keukenmachine. En dan ten slotte het licht, dat me te vaak verblindt. Naar een ondergaande zon kijken is er niet meer bij en soms zie ik in het donker nauwelijks meer waar ik fiets door de agressieve lichtvloed uit de koplampen van tegemoetkomende auto’s. Zeker als ze nog gemeen blauw zijn ook, precies de kleur die iets in mijn hersens triggert waar ik hoorndol van word en die ik zonder die koplampen al vaak genoeg zie. Zoals in de vlammen die uit een vloermat van station Amersfoort opstegen, of uit andere te regelmatige beelden zoals rijen bomen of lamellen waarachter de zon schijnt, of zelfs maar een rijtje van dezelfde letters achter elkaar in het tekstballonnetje van een stripverhaal: ‘Aaaaaaah…’
Ik hou er niet van om gevoelig te zijn, als een HSP of zo door het leven te gaan. Heb wel eens getracht daar een boek over te lezen, maar op het kaft stond dan zo’n gevoelige vrouw die me alle lust tot lezen ontnam. Die gevoeligheid houdt ook niet op, maar breidt zich steeds verder uit, ook in het astrale vlak. Zodat ik veel meer reageer op een sfeer of een intentie van wat iemand zegt dan op zijn woorden. Het geeft me het gevoel heel transparant en week te zijn, zwak. En dat wil ik niet. Het heeft me al genoeg moeite gekost om me gedurende dit leven in dit lichaam te hijsen, en nu wil ik daar nog wel even in blijven ook. En niet bij elke klimaatverandering last hebben van al dit soort gestoordheden. Als kind liep ik al weg van mijn school in Nieuwegeppel naar mijn huis in Oldegeppel als het onweer dreigde. Had nooit gedacht dat ik van gevoeligheid ooit hoorndol en doodmoe zou worden. En futloos, zoals vandaag. Straks lekker naar bed met een dvd’tje. Een paar afleveringen van Medisch Centrum West uit de jaren tachtig. Heerlijk.
Gepost in Gezondheid en welzijn
Geen reacties »