21 augustus 2014
Ergens boven de Atlantische Oceaan hoorde ik het eerst van The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy. Een leuk Duits jongetje zat naast me en praatte zo enthousiast over deze sciencefiction van Douglas Adams dat ik het boek al snel kocht. Het zou echter nog een hele saturnuscyclus duren voordat ik het deze zomer echt ging lezen. Misschien ook omdat Jed McKenna er in zijn laatste boek uit citeerde, zodat het niet echt niks kon zijn en wellicht een spirituele onderlaag bevatte. Ik kocht het Nederlandse Het Transgalactisch Liftershandboek en raakte meteen helemaal in de ban ervan. Vooral ook om de gekke absurdistische humor, wat voor mij altijd al een wezenlijk kenmerk van spiritualiteit is geweest waaraan maar al te vaak wordt voorbijgegaan. Want humor is relativering en zolang je dat nog niet diep in je borst aan je hart voelt krabbelen ben je nog veel te serieus met jezelf en de Grote Vragen bezig om jezelf in vertrouwen aan het Bestaan te geven.
Miljoenen jaren geleden waren hyperintelligente wezens het zat om steeds naar het antwoord op levensvragen te zoeken, zodat ze een supercomputer bouwden die het antwoord moest geven op de vraag naar het Leven, het Heelal en de Rest. Zelfs deze supercomputer had er moeite mee en deed er 7,5 miljoen jaar over om het antwoord te vinden. En dat luidde: 42. Meer kon hij niet zeggen, alleen dat de vraag ook niet echt duidelijk geweest was. Waarop de computer een nog betere computer ging bouwen die op zoek moest gaan naar de vraag die bij het antwoord hoorde. Die computer heette Aarde. Maar helaas: vijf minuten voordat deze na miljoenen jaren het antwoord op de vraag naar de vraag zou geven werd deze gesloopt omdat zij moest plaatsmaken voor een transgalactische snelweg. Zo’n mooie computer kapotmaken! Of nog beter: onze aarde met alles erop en eraan als één groot computerprogramma!
Misschien is de Boom van Kennis wel ons smachten naar steeds meer weten. Hoewel er uiteindelijk eigenlijk niets te weten valt, want elk antwoord roept weer een nieuwe vraag op, zo niet een heleboel nieuwe vragen. Die boom waarvan we graag de vruchten eten is wellicht niets anders dan wat we vandaag een computer noemen: een slim apparaat dat niet meer uit onze levens is weg te denken en dat we steeds slimmer maken. Sterker nog: we maken hem slimmer dan wij zelf zijn, iets waarover Pepijn Vloemans onder de kop Slimmer dan wij vandaag in nrc.next schrijft. Hij noemt Deep Blue die Kasparov in 1997 versloeg, en IBM’s Watson die in 2011 Jeopardy! van menselijke kampioenen won, en nu de zelfrijdende auto die door Google wordt ontwikkeld. En last but not least: computers die zichzelf herprogrammeren en verbeteren.
Waar is het eind, het punt waarop singulariteit is bereikt, waarin computers veel meer intelligentie hebben dan wij zelf en de wereld en ons gaan besturen? ‘En dat is waar de problemen beginnen,’ schrijft Vloemans. ‘Het programma zal in een terra incognita van superintelligentie belanden. En daarmee kan het zich om een hele waaier van redenen tegen mensen keren: omdat het ons niet rationeel genoeg vindt; omdat we de superintelligentie kunnen uitzetten (…)’ – denk aan HAL 9000 uit 2001: A Space Odyssey. ‘De kern van het probleem is daarmee dat een zichzelf verbeterende intelligentie vroeg of laat onvoorspelbare dingen gaat doen. We kunnen er niet vanuit gaan dat we een vorm van intelligentie die krachtiger is dan de onze onder controle kunnen houden.’ Maar waar je bang voor bent, ben je meestal zelf. Ofwel: we zijn allang geprogrammeerd en gehypnotiseerd, en we leven allang in virtual reality!
Niets nieuws onder zon dus. Blijf avonturieren, als een liftende zwerver door het universum, geniet van humor, het absurde en het schijnbaar onmogelijke. Blijf bewust van je eigen bewustzijn. En, zoals de Hitchhiker’s Guide voortdurend adviseert: Don’t panic!
Gepost in Computer en internet, Spiritualiteit
1 reactie »
11 augustus 2014
‘Studieschuld? Het kan ook anders: ga werken,’ stond onlangs in studentenkrant nrc.next te lezen. Ja, je zou bijna vergeten dat niet gaan studeren na je middelbare opleiding óók een optie is. Gewoon je hart volgen en je eigen weg gaan, zoals in het artikel door drie jongeren wordt geïllustreerd. Daar lijkt me niks mis mee. Universiteiten zijn verworden tot commerciële kennisfabrieken, met elkaar concurrerend op een vrije onderzoeksmarkt. Met de daarbij horende inflatie van bachelor- en mastertitels, enigszins te vergelijken met scholen met hun wildgroei van toetsen en inflatie van criteria. ‘In mijn tijd,’ vertel ik nu even als wijze opa, ‘in mijn tijd was studeren minder vanzelfsprekend dan tegenwoordig. Toen was wetenschap nog wetenschap, waren studenten de bloem der natie en kon niet jan en allemaal beginnen aan willekeurige onzinstudies.’ Ja, het was elitair, maar sinds de jaren zestig is daar wel erg veel de klad in gekomen. Niet alleen omdat we meenden dat gelijkheid betekende dat iedereen even intelligent moest zijn, maar ook omdat de universitaire wereld zich door de markt heeft laten inpakken. Naar wat ooit zuivere wetenschap was moet je nu met een kaarsje zoeken.
Het leuke van dit advies in nrc.next vind ik dan ook dat het jongeren kan stimuleren om juist niet te gaan studeren, dan wel dit op eigen houtje te gaan doen. Dat het een signaal kan zijn dat de universitaire wereld als commercieel bedrijf helemaal verkeerd bezig is. Dat het een protest kan zijn tegen het opbouwen van hoge studieschulden, tegen onbetaalbare kamerhuur, tegen gekmakende concurrentie, tegen veel te hoge collegegelden. Zo kan de intelligentsia de universiteiten en hun beleidsmakers een koekje van eigen deeg geven: als jullie niet blij met ons zijn zoeken jullie het zelf maar uit, heren managers! Laat de universiteiten maar leeglopen. Want wij zijn mensen en geen producten van een kille kennisfabriek! Ja, wij zijn slim, en als jullie dat waarderen zullen jullie dat écht moeten waarderen, ofwel op waarde moeten schatten. Onze intelligentie moet gestimuleerd en beloond worden, iets wat trouwens uitstekend past in jullie eigen neoliberale opzet. Als jullie niet in ons willen investeren zijn we weg!
Ja, we hebben ook onze studentenverenigingen nodig, onze corpsen, ons bier en onze nachtelijke feesten. Omdat studeren niet alleen uit colleges, boeken en practica bestaat, maar ook uit het opbouwen van levenslange vriendschappen, uit dronkenschap en depressies, uit creativiteit en waaghalzerij, uit dolle seksuele escapades en liefdesverdriet. Want dat zijn de dingen die het leven compleet maken. Laat ons alles ervaren opdat we een héél mens, een homo universalis worden. Wij kunnen het ook niet helpen dat we slim zijn en daarom de mogelijkheid, zo niet de plicht hebben om bij te dragen aan kunst, cultuur en wetenschap. En als jullie politici en universiteitsbestuurders dat niet willen en het ons tegenmaken met al jullie management, dan gaan we wel onze eigen weg en gaan we werken voor de bloemenveiling, worden we controleur bij de NS of gaan we ons uitleven als cameraman. Dan haken we gewoon af!
Zijn wij elitair? Volgens het marktdenken hebben we groot gelijk. Maar wij doen niet aan marktdenken! Wij willen ons gewoon ontplooien en vinden dat we daar recht op hebben, juist omdat wij de mogelijkheid daartoe in ons hebben meegekregen. De mogelijkheid om echt outside the box te denken, om revolutionaire ideeën te ontwikkelen, om vingers op zere wonden te leggen, om valsheid en leugens door te prikken. Wij willen ons niet laten betuttelen en uitgeknepen worden door bestuurders voor wie het in universiteit louter om productie gaat, om winst en verlies. Wij verlangen dat jullie op zijn minst de intentie hebben om even logisch, helder en beargumenteerd besluiten te nemen als wij dat nastreven te doen. Maak je los van politiek en bedrijfsleven! Word zelfstandig!
Moeten we als samenleving investeren in studenten? Ja! Ook in hun bier en nachtelijke feesten? Ja! Moeten we hen een goede wetenschappelijke opleiding geven die hun denken stimuleert? Ja! Omdat velen vinden dat werken per definitie niet leuk hoort te zijn, menen ze dat een leuk studentenleven betekent dat er niet gewerkt wordt. Alsof werk dat niet leuk is tot betere resultaten leidt dan werk dat wél leuk is! Ja wij houden van het nachtleven, maar het is nu eenmaal zo dat slimme mensen laat naar bed gaan. Creativiteit is het doel van ons leven. Geef ons de ruimte daarvoor! Want zoals bloemen willen geuren en bloeien, verdort een samenleving als ze haar slimme mensen frustreert.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
3 augustus 2014
Zodra je een nieuw mobieltje hebt merk je pas hoe traag de vorige was. Twee jaar geleden ruilde ik mijn Xperia in voor een S3, en nu was het opnieuw tijd voor vernieuwing. Sinds enkele dagen heb ik een Nexus 5 en weer ben ik heel blij met een nieuwe smartphone. Na ervaringen met Sony en Samsung was dus nu Nexus aan de beurt. Maar Nexus is niet echt een merk, want hij zat verpakt in een keurig kleurig doosje van Google, die steeds andere fabrikanten mobieltjes laat maken, zoals HTC, Samsung en nu LG, met daarin een pure Android, het open source besturingssysteem van Google. Zodat je geen last hebt van allemaal aanpassingen die fabrikanten er als een schil overheen leggen en waarvan je de meeste toch nooit gebruikt.
Je kunt van Google vinden wat je wilt, maar het feit dat ze open source ontwikkelen en gebruiken pleit voor deze gigant. Over wat open source is heerst nogal eens verwarring. Terwijl er ook al voorbeelden van zijn te vinden uit de tijd waarin we nog zonder computers en smartphones leefden. Als je een radio kocht kon je hem niet alleen openmaken, er werd ook nog een keurig schema bijgeleverd van hoe die in elkaar zat: je wist wat je kocht. Kom daar maar eens om bij Microsoft en Apple! Je kon dingen repareren en aanpassen, maar dat betekende nog niet dat je na een kleine aanpassing zonder blikken en blozen er je eigen merk op kon plakken om er winst mee te maken. En dankzij open source – wat dus iets anders betekent dan gratis – kan je ook veel makkelijker software en drivers maken omdat je weet hoe het besturingssysteem in elkaar zit. Alles past gewoon op elkaar.
Op de Nexus 5 staat nu de nieuwste Android: KitKat 4.4. Want als echte Amerikanen zijn ze bij Google verslaafd aan snoep, zoals blijkt uit de namen van vorige versies van Android. Slecht voor het gebit allemaal, maar ik geloof er wel in. Behalve dat mijn Nexus lekker snel draait wegens een quad-core processor, zorgen ook een dual-band Wi-Fi en natuurlijk 4G voor een flitsende werking: klikken is zien. Nieuw en handig is het groeperen van knopjes op je homescreen. Zo heb ik een icoontje met de naam ‘Locatie en reizen’ gemaakt, waaronder Maps, Earth, OsmAnd+, 9292, OV-Chip Checker, GPS Status en Locatiegeschiedenis. Die mapjes sparen je een hele hoop geswipe naar andere schermen uit. Foto’s maken gaat sneller omdat je met één veeg meteen kan zien of je foto is gelukt. Ook is het mogelijk om panoramafoto’s te maken. Googles Chrome-browser moet nog even wennen omdat die heel anders met bookmarks omgaat dan gebruikelijk is.
Ik heb mijn Nexus eerst naar Marcel laten sturen, zodat hij hem eerst kon rooten, ofwel Android helemaal openleggen, en er vervolgens de door hem ontwikkelde app XPrivacy op kon zetten. Hiermee kan je voor elke app instellen waarmee hij zich mag bemoeien, want het komt maar al te vaak voor dat ze van alles en nog wat van je willen weten, terwijl dat helemaal niet nodig is. Want waarom moet de gratis Superheldere LED Zaklamp toegang hebben tot mijn apparaat- en app-geschiedenis, foto’s, media, bestanden, camera, microfoon, informatie over Wi-Fi-verbinding en apparaat-ID en oproep? Helemaal niet gratis dus, maar ten koste van je identiteit. Dankzij het rooten staat nu ook Greenify op mijn Nexus, waarmee je programma’s inactief kunt zijn als ze niet open staan, zodat ze niet steeds op de achtergrond gaan rommelen zoals internetverbinding zoeken.
Al met al denk ik er weer twee jaartjes mee voort te kunnen. Duur allemaal? Ik ben eens gaan uitrekenen wat dit alles, mobieltje en abonnement samen, uiteindelijk kost. Voor mijn 200 belminuten per maand en 1G aan mobiel internetten ben ik, inclusief mijn Nexus 5, één euro per dag kwijt. Veel te goedkoop eigenlijk voor al het gemak en plezier dat ik eraan beleef!
Gepost in Computer en internet
Geen reacties »
28 juli 2014
Vandaag begon honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog, een oorlog die een frische fröhliche Krieg had moeten zijn. Eerst Oostenrijk tegen Servië, toen bijgestaan door Duitsland, Rusland, Frankrijk, Engeland en ga zo maar door. Nederland bleef neutraal en misschien is het daarom dat ik vandaag niets daarover zie op de voorpagina’s. Er is belangrijker nieuws dat halve kranten vult. Oekraïne. Af en toe ben ik bang dat het neerschieten van MH17 opnieuw een aanleiding is tot een grote oorlog, net als het doodschieten van de Oostenrijkse kroonprins in Sarajevo tot de Eerste Wereldoorlog leidde en het einde van de Belle époque aankondigde, net zoals we nu in Europa veel vredige decennia achter ons hebben liggen. Mijn hele generatie van babyboomers heeft hier nooit een oorlog in eigen land meegemaakt, wat op zich al uniek is. Mijn Wetenschappelijke Tante is de enige die ik gekend heb die nog vage herinneringen had aan de Eerste Wereldoorlog. Zelf ken ik die alleen uit geschiedenisboeken, artikelen en wandplaten in de klas op de lagere school.
Uiteraard was ik pacifist, dat hoorde zo bij een opmerkelijk deel van mijn generatie. En ik snapte inderdaad niks van oorlog, zodat ik echt niet mijn best hoefde te doen om afgekeurd te worden. Tijdens mijn keuring trachtte iemand me het nut van oorlog uit te leggen door steeds meer dingen van een tafel te graaien die van mij zouden zijn. In plaats van boos te worden reageerde ik met een ‘Tja…’ en een ‘Mwah…’ waarna ik maar weer terug moest naar mijn groep. Hij vergat me te vertellen waar die was, dus zat ik op gegeven moment ergens in een zaal morsetekens te ontcijferen, wat kennelijk niet de bedoeling was. Ook dat uitkleden tijdens die keuring vond ik vernederend. S5 dus, waarmee eind jaren zestig kwistig werd rondgestrooid, want jongens genoeg. Ik zou last krijgen van die S5 bij het krijgen van banen en zo, maar heb daar nooit iets van gemerkt. Maar toch voel ik me een beetje schuldig, zo niet laf tegenover die velen die hun leven voor onze vrijheid hebben gegeven. Hoewel ik dat waarschijnlijk ook wel gedaan had als het leger wat anders was georganiseerd, zonder al dat autoritaire onverstaanbare geschreeuw en zo, dat in een leger noodzakelijk schijnt te zijn.
Hoewel er in de Tweede Wereldoorlog veel meer slachtoffers vielen, wordt de Eerste ook wel eens de Grote Oorlog genoemd. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen als ik de verhalen hoor over de loopgraven en de onvoorstelbare taferelen die zich daar afspeelden. ‘Door alle verschrikkelijke en traumatische belevenissen in de loopgraven kregen sommige soldaten last van de zogenaamde shellshock,’ lees ik in Wikipedia. ‘Bij deze aandoening krijgt de soldaat last van tics of stuiptrekkingen, zoals trekjes bij de ogen, of zelfs rillingen. Shellshock werd beschouwd als een vorm van lafheid, zodat soldaten met deze verschijnselen meestal geëxecuteerd werden door hun eigen partij.’ Ik vraag me af waar je je rotter, eenzamer, zieker en meer klote kan voelen dan toen in zo’n loopgraaf. Misschien was de Eerste Wereldoorlog wel ellendiger omdat alles zo primitief was in vergelijking met de Tweede. Tegenwoordig zouden we geen landen meer isoleren met kabels met 4000 volt erop – zoals indertijd tussen Nederland en België – hoewel sommigen dat nu wellicht graag rond Europa zouden willen zien.
Het meest erge dat we hier de laatste jaren hebben meegemaakt zijn de oorlogen in de rest van de wereld, buiten Europa, hoewel het er wel op lijkt dat ze steeds meer dichtbij komen. Vooral te danken aan het geloof dat de hele wereld tot de Islam bekeerd moet worden. Nou lijkt me het jihadstrijden eigenlijk geen kunst, een frische fröhliche Krieg voor pubers, en geen lolletje voor al die maagden zelf die in het paradijs al die fanatieke knapen moeten bevredigen. Zouden er voor vrouwelijke jihadstrijders ook lekkere knullen klaarstaan? Of moeten die lesbisch worden? Maar daar staat weer de doodstraf op, en wat kan je daar wat mee bij iemand die al dood is? Ik snap niks van geloof, omdat dat meestal gewoon lafheid is om dingen zelf uit te zoeken. Geloof in je eigen geloof, geloof in je eigen utopie, geloof in groei, geloof in materie en geld, geloof in je eigen land – allemaal identificaties omdat je niet jezelf durft te zijn. Ja, MH17 zou wel eens een nieuw Sarajevo kunnen zijn. En als dat niet zo is gaat onze aarde wel aan milieurampen ten onder.
Is dat erg? Ik weet het niet. Het heelal is zo groot…
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
5 reacties »
17 juli 2014
Tjif tjaf tjif tjaf tjif tjaf… Loom zit ik in de tuin me voor te bereiden op een komende hittegolf. Het is zeven uur in de avond en de lucht begint gelukkig wat koeler te worden. Er kwinkeleren wat vogeltjes, die hun best doen om de elektrische heggensnoeier van de buren te overtreffen. Die zijn daar altijd mee bezig op de momenten waarop ik even van de zoele stilte wil genieten. Gelukkig moeten ze niets van groei hebben – waarvoor anders een heggensnoeier? – en dat pleit weer voor ze, want bedrijven en economieën die altijd maar moeten groeien wantrouw ik. Ook pleit voor die buren dat ze dit onder etenstijd doen en ze kennelijk net als ik een vreemd afwijkend dagritme hebben. Bovendien ben ik ook jaloers op hun heg, ik wou dat ik er zo eentje had. Het gebrom van een overvliegend vliegtuig sterft in het oosten weg terwijl in het westen een nieuwe machine nadert die net als zijn voorganger Oekraïne wel zal mijden. Want buiten mijn tuin lijkt de wereld in vuur en vlam te staan, hoofdzakelijk omdat hele mensenmassa’s het oneens zijn over God en zo. Nou, buiten Ford Europa bedoel ik eigenlijk. Derde vliegtuig in de verte, maar vogeltjes blijven kwinkeleren, vooral de tjiftjaf.
Heerlijk, zo’n lome zomeravond. Het enige wat me een beetje stoort is dat ik me verveel. Hoewel ik daarvan zou kunnen genieten omdat dat me maar een paar keer per jaar overkomt, vind ik het toch een beetje raar. Kennelijk wil ik iets doen, en gelukkig zijn er dan nog weblogjes te schrijven. Desnoods zoals nu op een iPad, het apparaat met Het Meest Onhandige Toetsenbord. Heb net het eerste deel van Het Transgalactisch Liftershandboek gelezen, en zou graag verder willen lezen, maar dat stuit op het technische bezwaar dat morgen pas deel twee in mijn brievenbus valt. Neem ik aan. Voor degenen die dit pas veel later zullen lezen: het duurt nu minstens een dag voordat een bestelling arriveert, en dat is heel lang! Als het nu vroeger was zou ik naar een boekwinkel zijn gegaan, dan kon ik vanavond verder lezen, maar het is niet vroeger omdat de tijd continu naar later gaat en niet naar vroeger. Ik zou dat boek trouwens zelf geschreven kunnen hebben – de auteur hield ook van Pink Floyd – maar dat is me nooit gelukt omdat ik (a) niet zo goed kan schrijven Douglas Adams, en (b) als dit wel het geval zou zijn het schrijven ervan overbodig zou zijn omdat het boek al geschreven is.
Er ligt op de tuintafel nog een tijdschrift, in tegenstelling tot de tafel binnen waar er nog een stuk of vijftig ongelezen op een stapel liggen. Ik kijk ernaar en puzzel of ik het zal gaan lezen of niet. HiQuarterly, een uitgave van de club Mensa waarvan je alleen lid mag worden als je slim bent. Waarom ze zich niet gewoon Tafel hebben genoemd weet ik niet, maar ik geef toe dat Latijn handiger is als je wereldwijd opereert, hoewel Esperanto mij dan meer voor de hand lijkt te liggen. Tablo dus. (Als student at ik vaak in een heel andere mensa, zo’n eetgelegenheid waar je gewoon aardappelen, boerenkool en gesmaakstofte puddinkjes kon krijgen, zaken waarvoor je in de meeste restaurants niet terechtkunt, alsof het net zoiets is als bij Van Dobben te vragen om een broodje pindakaas, om niet te spreken van een broodje pindakaas met appelstroop waarop ik mijzelf in mijn fijnproeverige jonge jaren vaak trakteerde.) Maar goed, het blad van de Tafel ligt op de tuintafel, en ik had er al drie artikels in gelezen. Over de macht van lokaal bestuur, over BDSM en over de film The Matrix – dit alles zijn toch leuke hobby’s voor hoogbegaafden. Toch? Maar kennelijk vind ik het nu leuker om maar een beetje te schrijven wat in me opkomt. Dat hoort ook bij het warme weer. De buurman is uitgeheggensnoeid, nu blaten wat duiven in de verte en hoor ik kinderen in een tuin. Straks zal de geur van barbecue wel binnendrijven als ik boven weer achter mijn computer zit.
Dan is er mijn elektronische sigaret, maar die is leeg. Gelukkig dat mijn vader niet hoeft mee te maken dat je een stopcontact (en energielevering) nodig hebt voor een sigaret. Opnieuw een vliegtuig, maar gelukkig hoor ik wegens de nogal windstille westenwind geen verkeer van de A27. Een hondje blaft ergens tussen de huizen. Ik neem mijn toevlucht tot een sigaartje. Wellicht hebben mensen zoals ik een extra affiniteit met alcohol en drugs (wat het verschil is weet ik niet) om hun hersentjes bij tijd en wijle wat te benevelen. Ik zou zo’n sigaartje best willen inhaleren (wat ik indertijd dus heel goed heb geleerd), maar ben daar toch een beetje bang voor. Over het algemeen ben ik best gezond voor mijn leeftijd. Het resultaat van mijn darmkankeronderzoek was gunstig. Bloeddruk schijnt perfect te zijn. En de teek die me vorige maand te pakken had blijkt best aardig te zijn, gezien de gunstige uitslag van de tekentest. (Niet te verwarren met de tekentoets uit de wereld van de statistiek.) Maar toch: tinnitusje hier, prostaatje daar en dat soort dingen, maar ik mag (van wie? van God?) niet klagen, wat ik trouwens ook niet van plan was. Dat het lichaam hier en daar wat mankementjes gaat vertonen en soms begint te haperen is een goede leerschool om er alvast aan te wennen zonder een lichaam te leven. We leven tenslotte om te sterven, nietwaar, als een feniks op zijn kop zal ik maar zeggen. Maar door nu – tjif tjaf tjif tjaf tjif tjaf – te zitten schrijven heb ik helemaal vergeten mijn sigaret weer in de lader te stoppen. Die lader moet zelf trouwens ook om de twee dagen opgeladen worden. Ingewikkeld.
Maar waar was ik gebleven? Ik geloof nergens. Net als Waf en Beertje, de twee knuffelbeesten die op de tafel zitten te wachten tot een van de katten van de buren weer eens langs komt sluipen. Beertje heb ik indertijd opgepikt in een winkeltje op het vliegveld van Minneapolis en is op een eigen vliegtuigstoel de oceaan overgevlogen omdat die naast mij leeg was. Aan het raampje nog wel. Waf kwam vele jaren later Beertje in gezelschap houden toen hij oppopte uit een ronde koker die een beloning was voor het feit dat ik Whiskas kocht voor mijn real life-katten toen ik in Amsterdam woonde. Snuf overleed aan suikerziekte, ondanks de vele spuitjes die ik hem heb gegeven, en is begraven in het dijklichaam van de metro. Snik kneep ertussenuit toen ik ergens in Zuid-Duitsland was en heb ik daarna alleen nog maar in bevroren toestand gezien: staande op zijn achterpootjes kon hij heel leuk naar je wuiven. Lucky is gewoon vredig ingeslapen in zijn mand voor de kachel in gezelschap van Waf en Beertje, en die hebben Vriend en ik stiekem begraven ergens in het Gijsbrecht van Amstelpark. Waarom ik dit schrijf? Opdat het niet onopgemerkt is gebleven, zoals Reve zou zeggen, en het bij deze opgenomen is in de akasharecords, tegenwoordig internet geheten.
Het is nu wel heel stil om me heen. Misschien kijken toch nog veel mensen naar het 8-uurjournaal. Zelf ben ik geen televisiekijker. Het ding is trouwens eergisteren opgehaald door de Kringloopwinkel, samen met onder andere een computer, twee faxapparaten, drie beeldschermen, een printer, een stofzuiger en twee knuffelbeesten die jaren lang niks anders te doen hadden dan vanuit een boekenplank de kamer in te zitten gapen. Dat geeft ook weer ruimte in de boekenkast, want straks moet ik weer plaats maken voor vijf delen van Het Transgalactisch Liftershandboek. Waarom ik ze trouwens niet als e-boek koop als ik zo ongeduldig ben? Ik vind dat gewoon niet lekker lezen, kan e-boeken niet ruiken, terwijl ze een laag knuffel- en bladergehalte hebben. Misschien ga ik ze ooit in Second Life lezen, maar nu nog niet. Dat was trouwens leuk, gisteren. Mocht ik Second Life niet binnen voordat ik voor akkoord had geklikt na de Terms of Services gelezen en akkoord bevonden te hebben. Bleken 16012 woorden te zijn (23 pagina’s ofwel 10,967 keer zo lang als deze weblog), dus ik heb het toch maar niet gelezen. Als je al dit soort overeenkomsten bij alles wat je op de computer, notebook, tablet of smartphone wil doen zou moeten lezen, zou je echt helemaal nergens meer aan toekomen, maar om de een of andere paradoxale reden schijnen ze toch rechtsgeldig te zijn.
Of ik niks beters te doen heb dan dit allemaal te vertellen? Nee dus. Gelukkig maar. Bovendien ligt en zit er verder niets op de tuintafel. Nou ja, mijn telefoontje, een hoesje voor mijn elektronische sigaret, een asbak, een visitekaartje en een groene aansteker. Maar daarover wellicht een volgende keer. Tjif tjaf tjif tjaf tjif tjaf…
Gepost in Uit mijn leven
1 reactie »
8 juli 2014
Als genre in de popmuziek is trance niet te vinden in OOR’s Pop-encyclopedie 2014. Er is geen lemma voor, in de handleiding wordt verwezen naar ‘commerciële techno-variant’ en ook in de index achterin komt het niet voor. Vreemd. Hoewel Armin van Buuren wel onder Dance wordt genoemd, en vermeld wordt dat hij in 2012 voor de vijfde keer de beste DJ ter wereld ter wereld is geworden, krijgt hij toch niet de eer die hem volgens mij toekomt. Festivals als Het Ultra Music Festival 2014, waar hij een van zijn fantastische optredens geeft, lijken mij dan ook ondanks zijn adembenemende lichtshows onderbelicht. Hoewel ik niet weet of je daar nou blij mee moet zijn, heeft zelfs koning Willem-Alexander hem een handje gegeven. Misschien komt die weinige aandacht voor trance door het feit dat het meer om dansen lijkt te gaan dan om iets wat sommigen ‘serieuze’ popmuziek noemen. Ja, de Popencyclopedie vertelt wel dat dans vaak aan de roots ligt van populaire muziek, waarbij wel even vergeten wordt te vermelden dat dit ook voor klassieke muziek geldt, van Bachs Allemande BWV 815 tot Ravels Bolero. Dansen en muziek zijn nu eenmaal onafscheidelijk, als je lijf niet van buiten automatisch in beweging komt word je wel van binnen geroerd.
De roots van de hedendaagse elektronische trance zul je echter niet vinden in techno of house, maar in het eind van de jaren vijftig toen al geëxperimenteerd werd met het samplen van al dan niet kunstmatig verwerkte klanken. Daarvoor kunnen we teruggaan naar Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven. Zelf maakte ik tijdens muziekles op de middelbare school voor het eerst kennis met elektronische muziek. Onze progressieve leraar liet ons het in 1962 verschenen Electronic Movements van Tom Dissevelt en Kid Baltan horen, en al snel had ik het vinyl in mijn bezit. Het plaatje heb ik nog steeds. Eind jaren zestig kwam er meer elektronisch gefabriceerde muziek, zoals Switched on Bach in 1968 met onder andere het Derde Brandenburgse Concert. Emerson Lake en Palmer introduceerden de Moog Synthesizer in 1970 aan het eind van hun Lucky Man. Het zou nog wel een aantal jaren duren voordat elektronisch opgewekte klanken een muzikale hoofdrol gingen spelen. Zoals bij de melodieuze Jean-Michel Jarre met zijn Equinoxe uit 1979. Maar vooral Duitse groepen waren hem voor, zoals Kraftwerk met Autobahn uit 1974, Tangerine Dream met hun dromerige en golvende Invisible limits uit 1976 en Klaus Schulze met filmmuziek van Body Love uit 1977, waarvan ik vooral het deel na de dertigste minuut mooi vind. Dat begint in de buurt van trance te komen, pure luistergeluiden waarop je je lekker kunt laten meedeinen.
Hoewel het vandaag de dag met zijn 140 beats per minuut wel wat anders klinkt, zoals in de Trance Collection uit 2007 van Maltadakiturk, is trance dus niet een echt nieuw verschijnsel. Met zijn hypnotiserende herhalingen kan het bijna niet anders dan tot dansen leiden. Vroeger zou ik dit zeker psychedelisch hebben genoemd, net als de lichtshows die tijdens uitvoeringen niet ontbreken. Even lekker zwemmen en zweven op golven van geluid en licht. Dat kan ook gewoon innerlijk beleefd worden. Overigens kan ook een klassiek orkest muziek maken die je in A State of Trance brengt, zoals György Ligeti (1923-2006) met zijn Atmosphères uit 1961 dat ik ken uit de film 2001: A Space Odyssey waar het met fantastische lichtbeelden gepaard gaat. Trance – in welke betekenis dan ook – betekent even ontsnappen aan de jachtige, hectische wereld van neoliberale verslaving aan materie en logica. Even naar een andere wereld, die even echt is als de alledaagse hypnose van werken en presteren. Iedereen heeft daar recht op. Ja, dat er méér is mag gevierd worden! En dat is iets van alle tijden.
Gepost in Muziek, Uit mijn leven
1 reactie »
5 juli 2014
Voetbal is de meest oneerlijke sport, schrijft Robbert Dijkgraaf onder de titel Koning Toeval in NRC Handelsblad van 14 juni. ‘In een voetbalwedstrijd is het betere team absoluut niet zeker van de overwinning. Een enkele gelukstreffer kan de wedstrijd beslissen. Dat grillige verloop maakt het natuurlijk zo spannend. (…) Voor een groot gedeelte zijn de uitkomsten van een jaar competitie gewoon het resultaat van dom toeval – geen welkom nieuws voor alle spelers, trainers en analisten, in de studio en thuis op de bank. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld tennis dat de ‘eerlijkste’ en daarom de meest voorspelbare sport is. Hier wint de beste speler bijna iedere keer, zelfs als de tegenstander nauwelijks slechter is.’ En het is bij voetbal vooral de strafschoppenreeks waar Koning Toeval regeert! En dat toeval maakt voetbal zo opwindend, daarbij kan je moeilijker in slaap vallen dan in Wimbledon waar de kans dat de beste het wint het grootst is.
Hoewel ik ooit in de jaren zeventig een voetbalwedstrijd heb bijgewoond en zelfs het boek getiteld De Ajaxieden een poos in mijn boekenkast heeft gestaan, behoor ik toch tot die minderheid die zich eigenlijk het liefst terugtrekt op een hutje op de hei tijdens deze spectaculaire weken waarin je geen normale tompouces meer kunt kopen en zelfs vergaderingen verzet worden omdat Nederland speelt. In de jaren tachtig is het me te vaak overkomen dat ik me, verheugend op een lievelingsprogramma, met koffie achter mijn tv nestelde, waarna bleek dat dat allemaal niet doorging want… voetbal! Ik heb toen best wat afgevloekt! Het moest verboden worden om af te wijken van wat in de tv-gids staat! Plan dat dan een beetje beter, jongens! Oké, ik heb ook wel eens op een veldje achter Uilenstede gevoetbald, maar eigenlijk vond ik tafelvoetbal in de sociëteit ervan leuker.
Aan de andere kant vind ik het wel iets hebben dat overburen op een grasveld achter het huis een partytent hebben opgezet om met zijn allen straks naar de kwartfinale te gaan kijken. In Second Life heb ik zelfs morgenavond een Football Party georganiseerd en mezelf al een outfit aangeschaft zodat ik als Arjen Robben zal binnenwandelen. Want dat schijnt een belangrijke voetballer te zijn en tja, ik vind het soms gewoon leuk om mee te doen met wat anderen leuk vinden en kan daar dan ook weer van genieten. Vind ik leuk. Maar wat het benauwende is, is dat opeens hele volksstammen opgaan in en zich vereenzelvigen met Oranje, waarbij ik me wel eens afvraag of hier niet de eerste kiemen van oorlog worden gelegd: wij tegen zij. Misschien is de rotschop van Remkes hier wel ontstaan? Trappen en schoppen lijken mij niet de meest elegante manieren om je tegenstanders mee te verslaan.
Iedereen wil zichzelf wel eens verliezen, zichzelf vergeten, er even niet meer zijn, opgaan in iets groots en overweldigends. Naast alcohol en drugs leent het voetbal zich daar uitstekend voor. Op zich is daar weinig mis mee, ware het niet dat de vraag blijft waarin je je verliest. In trance raken van klassieke muziek is toch iets anders dan van voetbal. En dat laatste vind ik toch een beetje eng. Niet dat voetbal niet mooi kan zijn – het is meer de wereld eromheen die me tegenstaat. Commercie, handel in spelers met exorbitante salarissen – dat soort dingen heeft voor mij het voetbal verpest. Ik heb ook nooit gesnapt waarom fans moeten betalen voor shirts waarmee ze reclame voor hun favoriete club maken. Toegegeven: toen de ArenA werd gebouwd heb ik daar een rondleiding genoten. Maar dat was meer omdat gebouwen me nu eenmaal intrigeren. Sindsdien ben ik er nooit meer geweest. En over toeval en eerlijkheid gesproken: 3-1 vanavond? Ik doe maar een gok, want bij voetbal kan dat moeilijk anders.
Gepost in Diversen, Uit mijn leven
5 reacties »
29 juni 2014
Waarheid is mijn naam. ‘This is your new name: swami Satyamo,’ vertelde Osho me toen ik voor zijn voeten zat op 14 januari 1980. ‘Satyamo means the ultimate truth. Truth is not available through the intellect. Truth is available only through intuition. Truth cannot be found by logic, by thinking, by the head; it can only be found by the heart, by feeling, by love.’ Afgezien van het feit dat ik ‘ultieme waarheid’ altijd wat pretentieus heb gevonden, vond ik ‘Satyamo’ een hele mooie naam. Inmiddels is Osho al bijna een kwart eeuw geleden overleden, is de beweging rondom hem verworden tot een hiërarchische kerk rond een ‘inner circle’, terwijl vandaag de dag een hevige strijd gevoerd wordt rond zijn naam als handelsmerk. Nog tijdens zijn leven liep een en ander uit de hand, en de hele geschiedenis van na 1981, toen hij naar Amerika vertrok, laat weer zien hoe van spiritualiteit weinig overblijft als er een instituut van wordt gemaakt.
Maar ik zit er mooi mee. Want wat is waarheid? Ik zal niet de eerste zijn die daar zijn hoofd over breekt, maar meen wel twee soorten waarheden op het spoor te zijn. Laat ik ze voor het gemak maar logische en ontologische waarheid noemen. Flarden ervan kom ik tegen in Wikipedia. Bij een logische waarheid is er sprake van het hebben van een relatie, bijvoorbeeld in een vergelijking of een stelling, iets waarbij er altijd twee nodig zijn, zoals ‘gras’ en ‘groen’ als je zegt dat het gras groen is. Bij een ontologische waarheid gaat het dan om het zijn, om wat Heidegger ‘onverborgenheid’ noemt, de ware ontmantelde aard van iets, het wezen, iets wat slechts over één ding gaat: het ware gras of het ware groen, waarin ‘waar’ dicht in de buurt komt van ‘echt’, zoals in Plato’s ideeënleer. Wellicht had Osho het ook over deze twee soorten waarheid toen hij me toesprak.
Omdat hun intuïtie zegt dat er méér moet zijn dan het alledaagse leven en overleven, belanden veel mensen op het spirituele pad, op zoek naar waarheid. Onder de vlag ‘Ken uzelve’ op zoek naar hun ware zelf, de eigen kern, het wezen. Het afleggen van het valse, hun ego, hun persoonlijkheid, welk laatste woord is afgeleid van het Griekse woord voor het masker dat vroeger bij toneelspel werd gebruikt. En ze zijn ook op zoek naar waarheid omtrent hun leven en dood, hun bron en bestemming, hun eindigheid en oneindigheid. Een queeste die je ook kan herkennen in films als The Truman Story en The Matrix waarin mensen trachten te ontsnappen aan de oppervlakkige schijnwereld, zeg maar virtual reality of maya waarin ze gevangen zijn. In onze tijd, waarin technologie ons maar al te graag in andere werelden zuigt, is het zoeken naar waarheid urgenter dan ooit.
De Kaarsvlam, juli/augustus 2014
Gepost in Spiritualiteit
5 reacties »
20 juni 2014
Precies drie maanden na de gemeenteraadsverkiezingen hebben we hier in Blaricum eindelijk ook een nieuw college. Nu alleen Zutphen nog, en alle gemeenten draaien weer hun normale gangetjes. Het leeft lang geduurd. Mijn partij Hart voor Blaricum heeft vier zetels, de VVD en De Blaricumse Partij drie, D66 twee en het CDA een zetel in de raad. De grootste partij wordt geacht het voortouw te nemen in de coalitievorming. Daar gingen we dus. Hoewel we gewend waren met de VVD en D66 in de coalitie te zitten, hebben we besloten om met die laatste partij niet verder te gaan, onder andere wegens meningsverschillen over samenvoeging van gemeentes en het beleid inzake protest tegen het aanleggen van vrije busbanen die de provincie ons hoe dan ook door de strot wil duwen. Hoewel ik indertijd wel op D’66 gestemd zal hebben, vind ik het vandaag de dag een partij die uitblinkt in vaagheid en waarvan de enige visie is dat ze geen visie heeft. Sommigen noemen dat realisme.
We konden ons beter vinden in het CDA. Maar toen de coalitiebesprekingen met VVD en CDA in een vergevorderd stadium waren, ging de VVD opeens buiten ons weten om aan de weg timmeren met het benaderen van een tweede formateur en D66, en begonnen ze een qua uren onevenredig grote wethouderspost op te eisen. Terwijl hun fractievoorzitter ook nog eens twee weken lang onbereikbaar was. Wij zetten grote vraagtekens bij hun betrouwbaarheid en besloten voor van voren af aan te beginnen, maar nu met het CDA en De Blaricumse Partij. Met die laatste hebben we jaren lang overhoop gelegen, maar daar kan je niet eeuwig mee doorgaan, zeker niet nu het van superbelang is dat plaatselijke partijen zich samen verzetten tegen opgedrongen fusies – een van de vele middelen waarmee de landelijke politiek kleine gemeentes van hun identiteit willen beroven. Leuk dat in Blaricum de plaatselijke partijen nu een meerderheid in de raad hebben!
Ja, het heeft lang geduurd, maar daar is vooral de VVD debet aan. Jammer, want hoewel het niet mijn lievelingspartij is zolang ze alle discussies over neoliberalisme uit de weg blijven gaan, kan ik het met sommige VVD’ers best goed vinden. Er zitten soms best intelligente mensen tussen. En ook binnen die partij zal niet iedereen overal hetzelfde over denken. Maar nu werd het echt tijd dat ze best eens een toontje, zeg maar een octaafje lager mochten zingen. Hoewel ik het tegelijk jammer vind, want in de vorige coalitie hadden we weinig problemen met de VVD. Want eigenlijk maakt het me niet zoveel uit bij welke partij iemand hoort, als er maar een goed gesprek mogelijk is, mensen eerlijk en betrouwbaar zijn en er een visie is die verder reikt dan televisie. Dan voel ik me bij iedereen thuis, ook letterlijk. Zoals bij vinylliefhebber Frank, bij wie we twee jaar geleden de raadsperiode met een barbecue besloten en die tot in de stille uurtjes oude hits draaide waarbij ik de burgemeester demonstreerde hoe je moet dansen op Y.M.C.A. van de Village People.
Gewoon leuk, en ook dat hoort erbij. Volgende week sluiten we het jaar af met een barbecue in de Zorgboerderij. Met een wat naar links geschoven toekomst waarin we ervoor blijven knokken dat Blaricum Blaricum mag blijven, en we ons blijven verzetten tegen megalomanie. Een mooi resultaat uiteindelijk, mede omdat we door de perikelen van de afgelopen drie maanden elkaar beter hebben leren kennen. Maar meer dan ooit ben ik nu wel toe aan het zomerreces! Dus vanavond eerst naar het Zomerconcert in Rust Wat waarvoor ik twee gratis kaarten heb gewonnen.
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp
1 reactie »
13 juni 2014
Met zijn nieuwste en vijfde boek Jed McKenna’s theorie van alles neemt deze provo de spirituele wereld weer eens keihard op de hak. Als een hedendaagse U.G. Krishnamurti laat hij weinig heel van lieve zoetsappige newage-idealen met extatische visioenen en dromerijen over verlichting en goddelijke zelfrealisatie. Maar hij is wel verlicht, heeft de spirituele zoektocht voltooid, heeft de waarheid ontdekt en is beland op het punt dat hij ‘Klaar’ noemt, of ‘Menselijke volwassenheid’. Met schrijven blijkt hij echter opnieuw niet klaar te zijn: na zijn trilogie Spirituele verlichting? Vergeet het maar!, Spiritueel incorrecte verlichting en Spirituele oorlogvoering kwam hij nog met Notities aandraven, na enkele jaren nu opgevolgd door zijn Theorie van alles. Dat komt ervan als je in flow leeft zodat je hulpeloos en hopeloos bezig blijft met het verwoorden van een voor jou glasheldere en niet te ontkennen waarheid.
Wat is waarheid? Hij begint en eindigt het boek met een syllogisme: als alles waarheid is en bewustzijn bestaat dan is alles bewustzijn. En alles is waarheid, want als er ook maar iets niet waar zou zijn, dan zou dat weer waar zijn. En bewustzijn bestaat, sterker nog: het is het enige waarvan we met honderd procent zekerheid kunnen zeggen dat het bestaat! Maar hoe McKenna uit deze twee premissen komt tot de propositie dat alles bewustzijn is, is me onduidelijk. Je kan immers ook zeggen dat schildpadden bestaan maar daarmee is alles nog geen schildpadsoep. Overigens heb ik – mijn troost – dit syllogisme helemaal niet nodig om te weten dat alles bewustzijn is. Vraag me niet waarom, sommige dingen weet je gewoon. Net zoals je gewoon weet dat je verliefd bent.
Maar wat is waarheid eigenlijk? Daar denkt niet iedereen hetzelfde over, en McKenna vergeet te vertellen wat hij daarmee eigenlijk bedoelt. Voor mij zijn er twee soorten waarheid, die ik maar even relatief en absoluut zal noemen. Relatief als er een relatie is waarbij twee elementen logisch zijn verbonden: 144 > 12, roodborstjes zijn kleine vogels, tijd is geld, het licht is groen. Absoluut als het iets zegt over het wezen van iets: de ware kennis, het ware geloof, het ware zelf, de waar-heid van iets. Dan wordt het synoniem met iets als echt of werkelijk, wat dicht in de buurt komt van Heideggers ‘onverborgenheid’. Filosofen hebben hier veel over geschreven, maar ik heb geen zin om al die moeilijke boeken te lezen en vind het liever zelf uit. Al met al blijft onduidelijk wat McKenna bedoelt als hij ‘het realiseren van de waarheid’ – of beter: de ‘onwaarheid-onrealisatie’ – ziet als het doel van het leven, als kenmerkend voor verlichte mensen, in de betekenis dat ze daar Klaar mee zijn. Niets meer te doen, het einde van de queeste naar eh… waarheid.
Toch is McKenna niet bezig met spitsvondigheden. Omdat het eigenlijk een worsteling met taal en paradoxen is, en de laatste mogen wat hem betreft gewoon blijven bestaan. Omdat alles wat in het bewustzijn is er gewoon is. Fata morgana of virtual reality – het maakt hem niet zoveel uit omdat het allemaal hoort bij het spel, de droom die oosterse wijze maya noemen. ‘De werkelijkheid heeft voor mij geen werkelijkheidswaarde meer,’ schrijft hij. En ‘niet echt, maar toch was het echt.’ Want het enige dat we zeker weten is dat we bewust zijn, maar bij alles wat zich daarin afspeelt kun je vraagtekens zetten. De consensus is dat er een universum is waarbinnen zich allemaal bewustzijntjes bevinden: U-Rex, het universum is de koning. Maar McKenna draait dat om: het universum bevindt zich in het bewustzijn en deze B-Rex is het enige waarvan we met ons volle verstand en absolute zekerheid weten dat het waar is.
Ja, strikt genomen weet ik alleen dat zich verschijnselen in mijn bewustzijn voordoen, waarmee al het andere speculatie is, geloof, van horen zeggen. McKenna noemt dit ‘idealistisch anti-materialistisch monisme’, IAM (ik ben). Zowel over tijd als ruimte weet ik niets: wie zegt me dat mijn geheugen me niet belazert, en dat alles dat zich buiten mijn gezichtsveld bevindt er ook werkelijk is? Dat lijkt op Second Life waar de wereld pas gemaakt wordt als die binnen mijn gezichtsveld komt, terwijl zich daarbuiten een oneindige zee uitstrekt. Ze zeggen dat ik geboren ben, maar weet ik dat echt zelf? Is elke herinnering niet vals omdat ik die altijd vanuit mijn huidige toestand beleef? Ik weet het niet, en ben gevangen in het feit dat ik dat ook nooit zal en kan weten. McKenna haalt Nick Bostrom erbij, die het waarschijnlijk acht dat wij zelf niet meer dan computersimulaties zijn, hersenen die door een toekomstige generatie geprogrammeerd zijn om het leven te leiden dat we nu als echt ervaren, inclusief al onze herinneringen en ons gevoel dat we vrij zijn en dat dit niet zo is. Technologie staat voor niets en virtual reality is in onze tijd in een explosieve fase van ontwikkeling. Absurd? Maar dat is niet echt een argument om het af te wijzen. Wellicht ben ik niet meer dan een avatar in Second Life van onze achterkleinkinderen.
Niets zeker te weten grijpt je naar de keel, en ook mijn hart gaat wat angstig bonzen als ik daar teveel aan denk. En toch is het niets nieuws, want de wijsheid uit het oosten die ik veel volwassener en intelligenter vind dan wat wij hier in het westen aan religies hebben gelanceerd – heeft nooit iets anders verteld. Niets is dodender voor het ego dan niets te weten, niets meer te zijn dan een wolkje bewustzijn, niets meer te kunnen doen dan terugkeren naar Maya’s pretpark. Maar alleen dan blijft flow over, is de zoektocht beëindigd, is er eindelijk rust in de wolk van niet-weten. Dat is overgave, maar daarvoor moet eerst alle onechtheid in de fik worden gestoken, moet je de slager van jezelf zijn om tot het bot uitgebeend te worden zodat alleen overblijft wat je werkelijk bent: bewustzijn. Nadat in zijn boek de wereld van Platland, de pijp van Magritte, de zichzelf tekenende handen van Escher, The Matrix en de Truman Show aan je voorbij zijn getrokken en je al het geloof achter je hebt gelaten trekt de mist op. En wat het woord ‘waarheid’ ook mag betekenen, hoe vaak McKenna ook spreekt in duistere taal over onechte echtheid en onwerkelijke werkelijkheid, wat hij daarmee bedoelt is glashelder.
‘Jij bent de reis en jij bent de bestemming,’ besluit hij zijn boek, ‘en als je dat echt begrijpt, dan zul je ook begrijpen dat je niet alleen dit boek hebt uitgelezen, maar dat je klaar bent met het te schrijven.’
Gepost in Spiritualiteit
5 reacties »