2 april 2010
‘Op de woorden de, en, ja en eh na, is ik het meest gebruikte woord in de Nederlandse taal,’ schrijven de filosofen Stine Jensen en Rob Wijnberg in hun pas verschenen boek Dus ik ben. Maar waag het niet te vragen wat daarmee wordt bedoeld! Als je dat doet wijst iemand zijn eigen lichaam aan – naar zijn hart of naar zijn hoofd. En dat laatste al gauw met een wijsvinger, want wie stelt nou zo’n idiote vraag! Dat wéét je toch? Nee dus. Jij weet het misschien wel, maar ik weet niet wie ik ben. Ik weet dus niet eens wie niet weet wie hij is. En ook die weet het niet, en waarschijnlijk weet niemand het. Wat eigenlijk heel vreemd is in een tijdperk waarin individualisme en eigen verantwoordelijkheid zo centraal staan. Hoe kun je bijvoorbeeld iets zeggen over bezit of reïncarnatie als je niet eens weet wie er eigenlijk de bezitter is of wat er eigenlijk reïncarneert?
In dit licht is het heel opvallend en hoopgevend dat mensen zo op zoek zijn naar hun identiteit. Zelfs in de gemeente zijn we bezig met het opstellen van een zogenaamde strategische visie waarin de identiteit van Oldegeppel voor de komende dertig jaar in grote lijnen wordt vastgelegd. Want als je zo nodig wilt overleven in je zelfstandigheid is het niet onredelijk dat grote overheidsbazen vragen waarom je zelfstandig wilt blijven, ofwel wat jou als gemeente zo uniek maakt dat je meent niet met andere gemeenten samengevoegd te kunnen worden. Maar ook landelijk zitten we met onze identiteit in onze maag: geconfronteerd met een multicultuur vragen we ons af wat Nederland nu eigenlijk is en wat moeizaam in een canon wordt samengevat, of wat het Europa dat we zowel wel als niet willen nu eigenlijk voorstelt.
Rob Wijnberg, auteur van de bestseller Nietzsche en Kant lezen de krant, is dus samen met Stine Jensen op zoek gegaan naar identiteit. En die ontstaat doordat mensen zich met van alles en nog wat identificeren, zodat de hoofdstukken titels hebben die allemaal eindigen met ‘dus ik ben.’ Opvallend is dat hierbij een reeks archetypen van stal wordt gehaald, zonder dat de auteurs zich daarvan bewust lijken te zijn. Want de titels van de hoofdstukken, ofwel datgene waarmee mensen zich kunnen identificeren, blijken in grote lijnen overeen te komen met de betekenis van de planeten en de ascendant in de astrologie. Ik denk dus ik ben: Mercurius. Ik voel dus ik ben: Venus. Ik werk dus ik ben: Mars, Ik heet dus ik ben: Zon. Ik hoor erbij, dus ik ben: Uranus. Ik lijd, dus ik ben: Neptunus. Ik heb een verleden, dus ik ben: Maan. Ik heb lief, dus ik ben: Jupiter. Ik word erkend, dus ik ben: Saturnus. Ik consumeer, dus ik ben: Pluto. Ik heb een lichaam, dus ik ben: ascendant. Ik moet toegeven dat dit niet voor honderd procent klopt, maar de grote lijn is opvallend.
Ik ben mezelf, dus ik ben. Zo heet de epiloog van het boek, en ik hoopte op een ontknoping die boven al die identificaties uit zou stijgen. Hoewel het een mooie schets geeft van de huidige grondhouding van onmiddellijke behoeftenbevrediging, waarbij we alles van anderen en de overheid verwachten maar daar zelf steeds minder voor over hebben, gaat het boek totaal niet in op wie of wat zich nou eigenlijk met dit alles identificeert. En dat is jammer. Zeker voor filosofen is het een misser als ze deze meest wezenlijke vraag niet stellen. Wat niet wegneemt dat het genieten is geblazen van dit soort boeken, want het komt vandaag de dag niet vaak meer voor dat mensen überhaupt nog een beetje helder en logisch denken – daar is gewoon geen tijd meer voor in onze snelle samenleving die in een identiteitscrisis lijkt te verkeren. Een crisis die een schaap in wolfskleren zal blijken te zijn, want ‘wie ben ik?’ is eigenlijk een spirituele vraag. Een vraag waarop elk antwoord fout is maar dat wordt alleen na veel missers ontdekt.
Gepost in Astrologie, Psychologie, Spiritualiteit
1 reactie »
22 maart 2010
Gistermiddag was het feest in de Grote Kerk in Naarden. Want Bach werd 325 jaar, en welke plek is beter om dat te vieren dan die beroemde kerk van waaruit jaarlijks de Matthäus het land wordt ingestuurd? Het was lekker lenteweer, dus Vriend en ik zijn wezen fietsen, zo’n tien kilometer vanaf Oldegeppel, dus dat is te doen, zelfs met een koude tegenwind. Bij aankomst kregen we naast de consumptiemuntjes ook witte mokken cadeau, speciaal bedrukt ter ere van de verjaardag van de grootste componist aller tijden. En dat was nog maar het begin van een leuke dag, georganiseerd door de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven. We hadden mooie zitplaatsen bemachtigd en konden alles dus goed zien en horen. Zo kwam direct bij de aanvang ex-minister Plasterk het eerste exemplaar in ontvangst nemen van De geheimen van de Matthäuspassion – Ambacht en mystiek van een meesterwerk, een reader die door de Bachvereniging onder redactie van Pieter Dirksen is samengesteld. Plasterk is een echte goede verteller, een man van het hart die extra aandacht vroeg voor de humor in de Matthäuspassie.
Leo van Doeselaar opende het concert op het orgel. Zijn kunst was op projectieschermen te volgen, waarbij je precies zag wanneer zijn assistent de partituur omsloeg en registers bediende. Dat zouden ze vaker bij orgelconcerten zo moeten doen. Hij speelde Robert Schumanns Fuge über den Namen B-A-C-H, een melodie van vier noten (de H was vroeger een aanduiding van de B, en de B stond voor onze Bes) die ik zelf ook eens onbewust heb gebruikt toen ik mijn liedje Beautiful Boy schreef. Daarna werd Bachs motet Lobet den Herrn alle Heiden gespeeld en gezongen, gevolgd door zijn beroemde Suite Nr. 2 in b-klein waarvan iedereen – bewust of onbewust– de Badinerie kent. In zijn toelichting nam Jos van Veldhoven ons mee naar een café waarin dit werk vrolijk als achtergrondmuziek werd gespeeld, en zoiets stelde ik me dan ook voor. Want indertijd was de muziek van Bach nog niet iets dat je uitsluitend muisstil in concertzalen en kerken mocht beluisteren! Hier in de Grote Kerk ging het gemoedelijker toe, ook omdat de eerste vier rijen bestonden uit banken voor kinderen die het ook eens allemaal meemaakten.
Na de pauze kwam het orkest al spelend de kerk binnenwandelen, waarna onverwacht Gustav Leonhardt op het podium verscheen om een toespraak te houden. Daarin vertelde hij grote vraagtekens te zetten bij al die numerologische analyses van Bachs composities. Merkwaardig dat deze bijna 82-jarige man, waarschijnlijk de beste Bachvertolker ter wereld, nog net niet de sprong heeft gemaakt naar de mogelijkheid dat spontaan geschapen werk juist daarom aan bepaalde getalsmatige wetten en verhoudingen voldoet. Verder vroeg hij meer respect voor inconsequenties in het werk van Bach, die wellicht heel bewust door de componist zijn toegepast maar vaak door betweterige uitgevers zogenaamd zijn gecorrigeerd waardoor het werk verminkt raakte. Omdat Bach vaak niet moeilijk deed over het transponeren van werk, gelooft Leonhardt er niet zo in dat elke toonsoort zijn eigen karakter heeft. Kortom: geen mystiek gedoe voor hem, maar gewoon authentiek uitvoeren zoals het was. Wat vervolgens gebeurde met de wereldse cantate Auf, schmetternde Töne der muntern Trompeten die indertijd gewijd was aan koning Augustus III van Saksen.
Daarna werd het echt feest! De kinderen hadden inmiddels een Bachlied ingestudeerd en kwamen dat uitbundig zingen, onder toeziend oog van Bach en koning Augustus III zelf. Gevolgd door applaus en een regen van ballonnen die vanuit de nok van de kerk werden losgelaten. Vriend constateerde dat de meisjes de ballonnen verzamelden en de jongetjes ze daarop kapottrapten. Het was dan ook een hels kabaal als van vuurwerk tussen de muren van de Grote Kerk, wellicht iets teveel voor mijn arme oren. We kregen heerlijke gebakjes uitgereikt en wandelden nog door het koor, waar demonstraties waren van oude ambachten als kalligrafie, papierscheppen, klavecimbels beschilderen, pruiken maken, ganzeveer en rietpen snijden, en het maken van traverso’s. En toen we buiten kwamen stond het draaiorgel De Arabier van Perlee vrolijk Bach te spelen, het Werde munter mein Gemüte dat Bach in veel werken heeft gebruikt, zoals in de cantate Herz und Mund und Tat und Leben, in het koraal Bin ich gleich von dir gewichen uit de Matthäuspassion, en dat ik uit mijn jeugd ken onder de titel Jesu, Joy of Man’s Desiring. En zelfs als het draaiorgel Erbarme dich gaat spelen geniet ik ervan. Niet alleen van de vorigeëeuwse digitale techniek die als geperforeerde kartonnen boekbladen door het leesmechanisme van het orgel schuift, maar ook van de humor van dit soort vrolijke en optimistische noten die te vaak in Bachs werk over het hoofd worden gehoord.
Gepost in Muziek
Geen reacties »
14 maart 2010
Bewustzijn is voor mij het grootste mysterie dat er is. Het centrum ervan heb ik altijd in de buurt van de pinealis gelokaliseerd, maar verder kwam ik niet. Met al mijn betrokkenheid met psychedelica kwam ik er niet achter van wat voor soort spul bewustzijn was gemaakt, hoe het eruitzag, welke vorm het had, hoe groot het was, en hoe je het kon in- en uitschakelen alsof het een elektromagnetisch veld was dat je op diverse manieren kon beïnvloeden. Nergens weten we zo weinig over als bewustzijn, terwijl we het vrijwel continu bij ons dragen. Ik identificeer me het liefst met mijn bewustzijn, want dat is immers het onveranderlijke in mij en daarom mijn kern. Maar ik geef toe dat ik het daar laatst tijdens een kanaalbehandeling niet makkelijk mee had! De wereld is vol van zaken die je afleiden van je zelfbewustzijn, wat Bhagwan de getuige noemt. Daarover gaan dan ook veel spirituele tradities – zeker de Advaita Vedanta – en het doet me dan ook goed dat onlangs bij Uitgeverij InZicht een vierde druk is verschenen van Bewustzijn van Alexander Smit (1948-1998). Ik ken weinig andere boeken die zo levendig en echt ingaan op dit onderwerp. Ik lees dit boek, dat vooralsnog alleen verkrijgbaar is via de website van het tijdschrift InZicht, dan ook met rode oortjes en laat me erdoor tot allerlei ideeën verleiden.
Voor ervaren is bewustzijn nodig, maar voor bewustzijn is geen ervaring nodig – bewustzijn gaat aan ervaring vooraf en schept er de voorwaarden voor. Zoals een filmscherm ook zonder film blijft bestaan, maar een film wel het scherm nodig heeft. Net als het scherm is het bewustzijn neutraal en accepteert het alles dat erop wordt geprojecteerd. Het wordt ook niet besmet, want na welke film dan ook blijkt het nog steeds wit te zijn. En dit alles is mogelijk omdat het bewustzijn zelf geen inhoud heeft en open staat voor alles dat erop wordt geprojecteerd. Het is jammer dat in het dagelijks spraakgebruik het begrip bewustzijn vaak verward wordt met de inhoud ervan. Want bewustzijn is eigenlijk de alles omvattende container van de inhouden in de vorm van waarnemingen, gevoelens en gedachten. Vreemd genoeg is bewustzijn wellicht het beste te vergelijken met de leegte, het niets dat al het bestaande omsluit en in zich heeft. Want alleen het niet-iets kan het iets waarnemen, zoals alleen het subject het object kan zien.
En nu wordt het heel grappig. Want het gegeven dat er zowel subjecten als objecten zijn is helemaal in tegenspraak met dezelfde Advaita, die immers het non-dualisme, de niet-tweeheid propageert. Als alles één is kan er geen verschil zijn tussen subject en object. Dan is eigenlijk alles subject of object! Het leuke is daarbij dat het subject nooit te vinden is, want zodra we alleen nog maar aan het subject denken hebben we het al tot object gemaakt. Ofwel je kunt nooit jezelf vinden, want wat gevonden wordt kan nooit hetzelfde zijn als de vinder. ‘Gedachten of emoties of het lichaam kunnen gelokaliseerd worden, maar bewustzijn zelf niet,’ vertelt Alexander Smit op pagina 154 van het bewuste boek. En iets verderop: ‘Je wezenlijke natuur kan niet gelokaliseerd en daarom ook niet ervaren worden. Wat je ook ervaart, het kan nooit je wezenlijke natuur zijn, hoe prachtig het ook is.’ En verderop vertelt hij op pagina 160: ‘En zolang je jezelf wil verbeteren leef je in waan omdat je niet weet wat dat ‘zelf’ is. Je weet niet wat dat ‘ik’ is. Je sleutelt dus aan iets waarvan je niet weet wat het is. Als je zoiets met een auto zou doen, krijg je op je duvel.’
Zelfkennis is dus onmogelijk, en zo rekent Alexander Smit af met alle zelfonderzoekers die menen daarmee op een spiritueel pad te zijn. En het lijkt erop dat op de bekende vraag ‘Wie ben ik?’ maar één antwoord mogelijk is: ik ben het Niets, de leegte die al het gemanifesteerde omhelst. En omdat ik dat Niets ben, besta ik eigenlijk niet – en daar is Tony Parsons het helemaal mee eens. Maar omdat ik als Niets alles omhels ben ik tegelijk dat Alles, en besta ik ook daarom niet, omdat ik met alles versmolten ben. Een van de meest radicale conclusies uit de Advaita is dan ook dat alles hetzelfde als niets is. Alsof objecten die bestaan uit gevormde volheid niets anders zijn dan samengeperste subjecten, samengetrokken vormloze leegte. Deze mooie woorden zijn nog niet allemaal echt doorleefd, maar ze doemen niet voor niets als een soort intuïtieve wegwijzer in me op. Ze laten zien waarom het staren naar de sterren zo verlokkelijk is en zo’n gevoel van thuis-zijn geeft. Het verlangen om me te laten vallen en oplossen in die donkere stille diepte, alsof dit het mysterie is dat ik zelf ben. ‘Life is not a problem to be solved, but a mystery to be lived,’ zei Bhagwan altijd. De beste manier om zelfkennis op te doen is dan ook om in heimwee op je rug naar de sterren liggen kijken.
Gepost in Spiritualiteit
2 reacties »
11 maart 2010
Vandaag zijn er maar heel weinig gemeenteraden. De raden van de afgelopen periode zijn namelijk om 0:00 uur opgeheven en het is aan de gemeenten zelf hoe laat zij vandaag de nieuwe raden installeren. Sommige gemeenten deden dit al meteen na middernacht, andere zoals wij in Oldegeppel doen dit pas in de avond. Even een radeloze en besluiteloze periode dus, die net zo mysterieus is als het uur tussen 2:00 en 3:00 uur dat straks zomaar verdwijnt als de zomertijd op 28 maart begint.
Even niets. Eigenlijk zou het altijd zo moeten zijn, dat mensen gewoon een beetje aardig met elkaar omgaan en helemaal geen bestuurders, regels en wetten nodig hebben. Dat lijkt een beetje op het liberalisme dat ook zo’n hekel aan regels heeft. Maar dit werkt alleen vanuit een grondhouding van acceptatie en samenwerking, niet bij die van steeds meer willen en concurrentie zoals we dat bij de liberalen zien. Door zijn eigen grondhouding zit het liberalisme zichzelf in de weg en leidt het niet tot vrijheid, maar juist tot onvrijheid.
Vandaag ben ik er dus even niet, omdat Oldegeppel tot vanavond radeloos is. Kunnen we daar tegen? Misschien moeten we geleidelijk aan het aantal radeloze dagen opvoeren om te zien wat er gebeurt. Hoelang zal dat goed blijven gaan zonder dat we elkaar de hersens inslaan? Want als we een dag zonder gemeenteraden kunnen, waarom dan niet twee dagen, een week, een maand?
Vandaag verraden we in stilte, zodat er straks een andere raad in de raadzaal zit. En we krijgen het spannender dan ooit, want ons land staat niet alleen bezuinigingen te wachten, maar lijkt ook een steeds grotere bestuurlijke chaos te worden. Vanavond zal ik met veel anderen weer de belofte afleggen. Niet de eed, want om God te vragen mij te helpen vind ik nogal arrogant. Alsof ik beter dan Hij weet wat goed voor mij en Oldegeppel is.
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp
1 reactie »
8 maart 2010
In welk verkiezingsprogramma stond veiligheid niet hoog genoteerd? Streng optreden! Meer camera’s! Snelrecht! Zwaardere straffen! Meer blauw op straat! Dat laatste roep ik ook al jaren. Wie eigenlijk niet? Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid! Dat vindt dat de verhouding tussen preventie en repressie zoek is, als ik het bericht hierover op Nu.nl mag geloven. Want met repressie – een mooi woord voor aanpakken die handel! – worden de problemen niet opgelost. En daar kan ik directeur Ida Haisma van dit centrum eigenlijk geen ongelijk in geven.
Preventie is inderdaad niet ‘sexy en daadkrachtig’, lees ik. En dat is ook zo. Wellicht heeft onze rechtse marktgerichte machocultuur van slim en snel doorpakken, van no-nonsense, van arbeidsethos ten faveure van de groei-economie, en vol afschuw van alles dat zacht, lief en geduldig is wel bijgedragen aan de criminaliteit. Als we het vrouwelijke in ons onderdrukken – en bij ons is het dank zij ‘emancipatie’ zelfs zover gekomen dat er nauwelijks nog vrouwen over zijn – vragen we om moeilijkheden! In deze betekenis is er al decennia sprake van repressie, namelijk van de vrouw in ons. En als dan de man teveel doorslaat willen we opnieuw repressie! Maar nu van teveel manlijkheid, zoals van de knaapjes vol hormonen die het leven op straat verpesten. Dat schiet niet op.
Sinds de jaren zestig is de vrouw in ons taboe. Ook in vrouwen zelf. Maar wat je onderdrukt blijft om aandacht vragen. Want alles wil uiteindelijk weer heel worden, één worden – de meest diepe en intrinsieke neiging in al het geschapene. Net zoals alles naar evenwicht streeft waarin alles eerlijk verdeeld is, entropie. Vriend hoorde laatst het woord vermarkting waarmee heel mooi de vinger op de zere wond wordt gelegd. De vrije markt doet immers een beroep op concurrentie en andere macho eigenschappen, en is in bijna alle levensterreinen doorgedrongen, tot en met de media en de politiek.
Preventie begint bij erkennen van het vrouwelijke in ons. Dan wordt het probleem bij de wortels aangepakt. Ik pleit dan ook voor de Partij van de Watjes. Met een geitenwollen sok als symbool. Alleen hippies, mietjes, idealisten, mafkezen, zigeuners, artiesten, punkers, dromers en dat soort volk kunnen de wereld nog redden. Die moeten zich emanciperen, want de echte mannen hebben de wereld nu wel genoeg naar de klote geholpen. Dat is de ware preventie die repressie overbodig zal maken. Op naar de androgyne mens!
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
5 maart 2010
Vandaag heb ik er weer voor getekend. Letterlijk. Voor het aanvaarden van het raadslidmaatschap. Waarmee voor mij een nieuwe periode begint. Met veel andere mensen in de raad, want van de dertien raadsleden zijn er nu zes nieuw. Helaas heeft onze partij Oldegeppels Hart een zetel verloren zodat ze niet meer de grootste is en net als de VVD en onze lokale concurrent De Oldegeppelse Partij drie zetels heeft. Het is wel mooi dat bijna de helft van de raadszetels door lokale partijen worden ingevuld, net als in de vorige raad.
Het worden moeilijke tijden. Wouter Bos heeft de banken overeind gehouden, maar dat betekent wel dat straks de gemeenten flink gekort gaan worden op de uitkeringen die ze van het rijk krijgen. En eigenlijk ben ik het er helemaal niet mee eens omdat ik vind dat Bos de banken helemaal niet had moeten steunen in de vrije markt waar iedereen zo in gelooft. Maar dat is volgens sommigen toch net iets te radicaal omdat je daarmee de hele economie overhoop haalt. Maar de gemeenteraden hebben het niet alleen moeilijk met de financiën, maar ook met andere dingen.
Neem bijvoorbeeld die grote pakken papier die je geacht wordt door te werken. Wat nauwelijks kan, zoals het ook vrijwel niet haalbaar is om bij alles wat je in de winkel of op het internet koopt alle algemene voorwaarden door te lezen – de economie zou lam liggen als iedereen dat ging doen. Terwijl er in die raadsstukken en bijlagen toch onopvallende dingen kunnen zitten waar je achteraf op wordt aangesproken. Bovendien komt er van hogerhand steeds meer op de gemeenten af, zoals de Wmo, zodat het leeswerk er in de loop van de tijd niet minder op wordt.
In de tweede plaats moet je ook leren vertalen. Normale taal omzetten in bestuurlijke taal. Dat laatste is vaak nog een heel lelijke taal ook. Zo is alles tegenwoordig een visie, en kom je om in de beleidsinstrumenten, randvoorwaarden en woonsituaties. En die vertaalslag is helemaal lastig als het om financiën gaat, want zoals ik denk in termen van een huishoudboekje – links bezittingen, rechts schulden en het verschil ertussen is het eigen vermogen – denken ambtenaren meestal niet. Maar ze zijn bij ons wel hartstikke bereid om het uit te leggen en ze lijken dat zelfs leuk te vinden. Zo zijn we er de afgelopen raadsperiode wel in geslaagd om wat meer begrijpelijke rapportages te ontvangen, ook vaker.
Het zijn deze twee punten – kort samengevat: veel en vaak moeilijk te doorgronden documenten moeten doorworstelen – die het raadslidmaatschap er niet makkelijker op maken. Bovendien moet je wel een beetje weten hoe de bestuurlijke wereld in elkaar zit, waarbij juridische en financiële kennis enorm kan helpen. De VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, doet er echt veel aan om raadsleden cursussen aan te bieden, en ondersteunt hen graag op vele manieren. Alleen beland je vaak in een vicieuze cirkel van veel lezen en vergaderen, zodat je er juist geen tijd en puf meer voor hebt om te leren hoe je dat beter en efficiënter kan doen.
Omdat de raadsvergoeding samenhangt met de grootte van de gemeente is het zeker in kleinere gemeenten niet mogelijk om daarvan rond te komen. En omdat er ook brood op de plank moet komen heb je er gewoon minder tijd voor, hoe leuk je het werk ook vindt. Wat er dan zo interessant aan is om in een gemeenteraad te zitten? Voor mij is het niet alleen goed om tegen veel klippen op met idealen bezig te zijn en om contacten met totaal andersdenkenden te hebben, maar ook om me een beetje met de voeten op de grond van deze aarde te houden. En bovendien is het boeiend om te trachten het mysterie te ontsluieren waarom er zoveel dingen gebeuren zoals ze gebeuren, zelfs als niemand ze wil.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
24 februari 2010
Soms vergeet ik wel eens te vertellen dat ik ook nog discomanager ben. Dat is een soort aardse tegenhanger van al dat spirituele gedoe waarmee ik me doorgaans bezig hou, en iets kleurrijker dan de politiek. Maar ik moet er wel eerlijk bij vertellen dat het zich in Second Life afspeelt, en om de een of andere reden wordt het dan al snel minder serieus genomen. Jammer, want het is er echt hartstikke leuk! Ons team heeft de taken mooi verdeeld. Robbie heeft de algemene leiding, richt de disco in naar het thema van de avond, contracteert dj’s, ontvangt de gasten en regelt de vloerverlichting. Carl bedient de guest counter en de sploder. Dat laatste is een grote diamant waarin je Linden Dollars kan stoppen, die hij om de zoveel tijd random herverdeelt onder de deelnemers. Ik regel de plafondlichten, maak foto’s van iedereen en bedien het contest board, waarop bezoekers kunnen aanklikken wie het leukste gekleed is volgens het thema van de avond. Wie de meeste stemmen krijgt wint de wedstrijd!
Afgelopen zondag zette ik Sexiest Vampire op dat contest board. En ik moet toegeven dat het er af en toe een beetje bloederig toeging. Robbie schreef in zijn wekelijkse terugblik dat hij nog een tijd bezig is geweest met de vloer schoon te maken, waarop ik me excuseerde omdat ik nog een beginnende vampier was die het nog moest leren. ‘Face your fears’ had ik op de uitnodiging gezet. Enge dingen moet je speels benaderen, zoals kinderen ervan kunnen houden om te griezelen. En het is een goeie therapie om eens te voelen hoe het is om een vampier te zijn: bijten en gebeten worden. Weg met de schijnheiligheid: we hebben niet alleen goden in ons, maar ook duivels. Alles is in ons, en dat zijn we in de loop der jaren dan ook geweest in SweetWeed: Middeleeuwers, voetballers, paashazen, verplegers, skaters, carnavallers, tovenaars, Romeinen, autocoureurs, engelen, streetdancers, cowboys en wat niet al. Het leven is een rollenspel.
Rozenkruisers en andere esoterici zullen het wel ontzettend slecht vinden zoals ik omga met astrale werkelijkheden. Wellicht is het ook daarom dat ik me steeds minder met Rozenkruisers en esoterici verbonden voel. Het is juist die humor en lichte speelsheid die ik teveel mis in real life. Dat gecombineerd met mijn vervelende neiging om ook maar iets echt serieus te willen nemen, maakt me niet echt geschikt voor de wereld van Rudolf Steiner en aanverwanten. Daar wordt niet echt gedanst en gepleziert. Het is één van de krachten van Bhagwan dat hij Zorba en Boeddha samenbracht. En als er iets was waar sannyasins goed in waren dan was het wel het opzetten van goed lopende disco’s. Dat deden ze in veel grote steden, steeds onder de naam Zorba the Buddha. Ja, echt, die dancings waren geliefd eind jaren tachtig! En terecht. Helaas is de leiding in Poona zelf de oorzaak van het korte bestaan van deze disco’s. Maar ook een volgzaamheid van veel sannyasins die er trots op zijn hun ego’s in handen van andere ego’s te leggen.
Vriend kwam met Ah… This! van Bhagwan aandraven, met lezingen uit de tijd toen ik in Poona was en die ik dus in real life heb gehoord. Het boek gaat over zen: ‘Here it is ordinary,’ zegt Bhagwan in het begin. ‘It does not want you to create a certain kind of spirituality, a certain kind of holiness. All that it asks is that you live your life with immediacy, spontaneity. And then the mundane becomes the sacred.’ Na zijn verlichting wordt het leven van de monnik weer gewoon hout hakken en water dragen, net als voordat zijn spirituele zoektocht begon, maar nu met een nieuwe kwaliteit: bewustzijn. De titel waaronder in januari 1980 Bhagwans woorden voor mij zijn opgenomen is Dance till the stars come down from the rafters. En daar hou ik me aan. In real life komt daar niet zoveel van terecht, wat ook te maken heeft met leeftijd, openbaar vervoer en oren. Maar daar heb ik het niet zo moeilijk mee. Want de echte dans is de innerlijke dans, die als een kleurig etherische lichaam om me heen fladdert en deint op klanken van ritme en muziek. Zo dans ik elke zondagavond de sterren van de hemel in Second Life. Met Robbie en Carl en veel andere lieve en minder lieve vrienden.
Gepost in Second Life, Spiritualiteit
Geen reacties »
18 februari 2010
‘Kan je niet naar België gaan en een revolver voor me kopen?’
Dat vroeg buurman me gisteren. Hij wordt volgende week 95 jaar, mist een been, maar wist zich tot voor kort heel aardig zelfstandig te behelpen, dank zij wat thuis-, mantel- en andere zorg. Ik prijs het beleid waarin men ouderen zo lang mogelijk in hun eigen huis en woonomgeving laat wonen. Dat blijkt uiteindelijk niet alleen de meest bevredigende maar ook de meest voordelige manier te zijn om ouderen onderdak en zorg te geven. Vorige week had buurman echter zijn kunstbeen niet goed aangetrokken, zodat hij op de grond viel toen hij in de voordeur vanuit zijn scootmobiel in zijn rolstoel wilde overstappen. In zijn val brak hij de ruit van de voordeur, en we mogen blij zijn dat het bij wat glasscherven en bloedvlekken is gebleven, want voor hetzelfde geld had hij zijn heup gebroken. Daar lag hij dan half buiten, half binnen in de kou. Ik hoorde hem roepen, en toen ik naar hem op weg was belde de alarmcentrale me nog. Goed geregeld. Maar ook weer niet, want ik kon hem in de smalle gang niet in mijn eentje in zijn rolstoel hijsen. De alarmcentrale gebeld, maar die kon verder niets meer doen. Volgens buurman moest ik de dokter bellen, maar die verwees weer door naar de politie en toen ik die aan de telefoon had was er een zoon van een buurvrouw verderop gearriveerd om hem in de rolstoel te helpen. Tja, dat is even een eenzaam gevoel. Je zit daar met iemand van 95 op de vloer te wachten, door de open deur kijkend naar het stille fietspad in de ijzige kou, en waar moet je hulp halen? Iedereen werkt, er komt niemand langs wandelen in de sneeuw. Gistermorgen mislukte zijn overstap opnieuw, maar hij is niet gevallen zoals vorige week en ik kon hem gelukkig op mijn eentje in zijn rolstoel krijgen. Dat voel ik nog aan mijn rug.
‘Kan je niet naar België gaan en een revolver voor me kopen?’
‘Weet u dat mijn vader dat precies zo vroeg?’ zei ik hem, leunend tegen het aanrecht, toen hij uiteindelijk bij de keukentafel zat uit te blazen.
Ja, mijn vader leed aan longemfyseem, dat volgens mijn moeder alleen maar aanstellerij was. Maar je zal het maar hebben. Ik heb ook wel eens even zo’n moment van ademtekort, en dat is geen prettig gevoel. Bij mijn vader sloeg dat emfyseem in verhevigde mate toe toen mijn moeder in 1991 overleed. Voor hem hoefde het leven niet meer en draaide alles om de angst te zullen stikken. Zodat hij mij vroeg om naar België te gaan hoewel hij, net als mijn buurman, natuurlijk best begreep dat ik daar moeite mee had en daar niets van terecht zou komen. Toen mijn vader uiteindelijk zijn laatste reis zou maken, naar het ziekenhuis, kreeg hij ook geen kans om rustig afscheid te nemen van zijn huisje. Ik was al vroeg in de ochtend daar in Osdorp gearriveerd om hem te wekken en nog samen een kopje koffie te drinken. Maar de ambulance kwam rücksichtslos te vroeg, gaf geen tijd voor afscheid, en voor we er erg in hadden zaten we al in de ziekenwagen. Wij zorgconsumenten pikken veel te veel! Even een rustig moment van afscheid was ons niet gegund! Waarom houden die jongens zich niet gewoon aan de afgesproken tijden? Hoeveel uren en uren heb ik niet met mijn Wetenschappelijke Tante in het AMC zitten wachten omdat werktijden van de specialisten belangrijker zijn dan de patiënten? De zorg is er niet meer voor ons, maar wij zijn er voor de zorg…
‘Kan je niet naar België gaan en een revolver voor me kopen?’
Voor mijn buurman hoeft het niet meer zo. Misschien straks weer wel, want zijn zoon is druk bezig met het regelen van een tehuis voor hem. En terwijl dit alles gebeurde kwam zelfdoding weer in het nieuws in de vorm van een burgerinitiatief van Uit vrije wil voor het recht op zelfbeschikking voor mensen van 70 jaar en ouder. In dit geval ben ik liberaal, ofwel het ermee eens. Hoewel ik niet vind dat je van een ander mag eisen dat jij jou gaat doodmaken. Opvallend is dat die roep steeds harder klinkt, en dat zou toch iets moeten zeggen over de zorg. Enerzijds euthanasie als zorg, en anderzijds euthanasie om juist aan die zorg te ontsnappen! Zorg die steeds meer in protocollen is geregeld, waarin tot op de seconde is voorgeschreven wat hulpverleners allemaal voor hulpbehoevenden mogen doen. Met als gevolg dat een hulpverlener een rinkelende telefoon alleen mag aanreiken als het snoer niet langer is dan 1,5 m, je geen zakdoek mag aanreiken als er sprake is van minder dan 25 milliliter kwijl of 2,5 gram snot en de rolstoel alleen verplaatst mag worden na controle van de luchtdruk in de banden naar Europese normen. Waarin ouderen en gehandicapten gedegradeerd zijn tot zorgconsumenten, die niet veel meer zijn dan een productnummer op een begroting. Neoliberalen hebben de zorgzame samenleving afgeschaft en dat is te merken ook! Hoe rijk we materieel ook mogen zijn, het bestaan zelf wordt steeds minder menswaardig. En is het dan gek als mensen bij de eerste de beste gelegenheid uit het leven willen stappen? Geef ze eens ongelijk! Hoe ver zijn we als samenleving gezakt, en hoe diep zijn de zorg en de medische wereld gezonken dat mensen liever sterven dan in hun deplorabele toestand voort te blijven leven? De beste manier om dit probleem op te lossen is euthanasie op het neoliberale berekenende materialisme dat tot dit soort wantoestanden heeft geleid. Niet uit vrije wil!
Gepost in Gezondheid en welzijn, Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
11 februari 2010
Gekker moet het toch niet worden. Dat roep ik wel eens vaker, maar juist dan blijkt het toch nóg gekker te kunnen. Tijdens mijn jeugd kwam de schillenboer nog wel eens langs, en brachten oude kranten nog wel eens iets op. Later kreeg je de groene bak voor de gft, wat niet op een of ander gif slaat, maar op groente-, fruit- en tuinafval. De grijze en de groene container kregen niet zo lang geleden gezelschap van een blauwe bak voor het papier. Daar is allemaal wat voor te zeggen. Maar dan zijn we er nog niet, want er is zat afval dat niet wordt opgehaald, zodat we het ergens moeten inleveren. Zoals wit, groen en bruin glas dat in de glasbak hoort. Chemisch afval, waarvoor je in je agenda moet schrijven wanneer er een chemokar in de buurt langskomt. Farmaceutisch afval, zoals niet gebruikte geneesmiddelen, waarvoor de apotheker je verwijst naar een afvalscheidingsstation. Nou is dat station met het openbaar vervoer vrijwel niet te bereiken, zodat steeds meer dubieus materiaal, variërend van tl-buizen tot verlopen pijnstillers, zich in mijn schuurtje ophoopt.
Maar sinds gisteren speelt steeds een liedje van de Mothers of Invention in mijn hoofd met de titel Plastic people. Want de Plastic Hero komt in de wijk! Wow! Dat is een oranje macho knaapje, weggelopen uit een computergame, dat met de handen in de zij trots laat zien hoe goed hij wel is! Een grote 1 op zijn borst laat zien dat hij niet de eerste de beste is! Het Grote Nieuws dat hij komt brengen is dat we nu Nog Beter Voor Het Milieu gaan zorgen door ook ons plastic afval te scheiden van de rest. Oranje gloort aan de horizon! Leve de Plastic Heroes! Ik had al eerder over deze actie gehoord en verwachtte dat ik naast de grijze, groene en blauwe kliko nu ook een oranje bak zou krijgen, maar dat viel tegen. Bij het foldermateriaal dat ik gisteren in de bus kreeg waren 12 plastic zakken bijgesloten waarin ik plastic afvalmateriaal moet gaan verzamelen. Mijn eerste neiging was dan ook om één van die zakken te vullen met de andere elf zakken en het zo aan de stoeprand te zetten. Op maandag 22 maart, zoals de bijgaande kalender aangeeft.
Wat zou ik eigenlijk allemaal in die zak moeten stoppen? Even uit mijn hoofd leren wat daar allemaal onder valt: plastic tassen en broodzakken, pasta- en rijstzakken, snoepzakken, verpakking van vleeswaren en kaas, folies van tijdschriften en reclamefolders, blisters van o.a. tandenborstels, snoeren en schroeven, boterkuipjes, sausbakjes, smeerkaas-, paté- of koffiemelkkuipjes, groente-, fruit- en saladebakjes of -zakjes, patatbakjes, bekers van yoghurt, vla, slagroom en ijs, deksels van potten pindakaas, chocopasta etc., knijpflessen van sauzen zoals ketchup en mayonaise, flacons van wasmiddelen en schoonmaakmiddelen, flacons van bijvoorbeeld shampoo, douchegel, badschuim en zeep, tubes van bijvoorbeeld gel, crème, bodylotion en tandpasta, flessen van olie en azijn, flessen van frisdrank, water en zuivel, potjes van gel, medicijnen en vitamines, plantenpotten. Duidelijk. Hoe één zo’n zak genoeg is om er een hele maand al die spullen in te stoppen is me niet duidelijk. Waarschijnlijk produceren we meer plastic afval dan de Ooise Afvalstoffen Dienst inschat. En dan komen we bij de kern van de zaak.
Wij consumenten produceren helemaal geen plastic afval! Dat is de industrie, de vrije markt die alles ongevraagd in plastic gaat verpakken! Hoe hard is er niet geroepen om het statiegeld weer in te voeren? Waarom zit tegenwoordig zoveel in blisterverpakkingen die zonder groot materieel en gevaar bijna niet te openen zijn? Waarom smeren we boter uit kuipjes en niet uit een botervloot? Waarom gaat patat in een plastic bakje en niet in een zakje? Waarom zit steeds meer post en reclame in folie in plaats van in papier? Waarom zijn zelfs bij Albert Heijn de Bossche bollen keurig op een plastic bodempje op maat in een halfplastic doosje verpakt? Is het gegeven dat één en ander toch te recyclen is een excuus om er dan maar meteen veel méér van te gaan gebruiken? Dreigt Frank Zappa’s lied uit 1968 slechts een voorproefje te zijn van een plastic wereld? Hebben wij consumenten daarom gevraagd? En moeten wij dat nu allemaal gaan opruimen? Hoezo: de vervuiler betaalt?
Zo bekommert ook hier de industrie zich niet om haar eigen afval, neemt ze alleen de lusten maar niet de lasten. Wij kunnen voor haar de rommel opruimen, en krijgen er weer extra werk bij alsof er al niet genoeg te doen is. Ja kan en moet vriendelijk zijn voor het milieu. Maar als je ook de manier van met elkaar omgaan tot het milieu rekent, zou je een halt moeten toeroepen aan dit afschuiven van verantwoordelijkheden en er niet aan moeten meedoen. Soms kun je problemen alleen maar oplossen door het een en ander maar te laten vastlopen. Zoals je de banken niet had mogen belonen voor hun dubieuze praktijken, zo zou je ook hieraan niet mee mogen doen. Omdat achter de schermen de industrie in zijn vuistje lacht en profiteert van het milieubewustzijn van anderen, terwijl ze zelf te beroerd is een eigen steentje bij te dragen. Industrie en overheid zeggen steeds vaker tegen ons: ‘Zoek het zelf maar uit!’ en verheffen dat zelfs tot moraal. Het wordt de hoogste tijd dat wij overheid en industrie een koekje van eigen deeg teruggeven. Bijvoorbeeld door die Plastic Hero in zijn eigen zak aan de stoep te zetten. Daar hoort plastic thuis, dus hij ook!
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
3 februari 2010
Sannyasins verenigt u! Haal je oranje kleren weer uit de kast en trek ze aan! Poets je mala weer op en draag hem trots om je nek! Maak de rebel in je wakker en werk samen aan een nieuwe wereldcommune! Blaas het werk van Osho nieuw leven in door je te organiseren. Stap over je schaamte over de ramp van Rajneeshpuram heen en verenig je weer! Blijf niet elkaar de schuld geven, maar realiseer je dat jullie lichamen nog vol energie van het boeddhaveld zitten. ‘When I leave my body, I will be in my sannyasins,’ zei Osho. Maar wat is daarvan nu, twintig jaar later, terechtgekomen? Neem jullie verantwoordelijkheden. In Poona wordt het werk van Osho doelbewust vernietigd, dus organiseer je opnieuw in een sangha die Osho waardig is!
Dat is in grote lijnen de oproep The Final Call van Mahadevi, die in 2004 op 26-jarige leeftijd verlicht raakte. Na het debacle van Rajneeshpuram en Osho’s heengaan zijn sannyasins over de hele wereld verstrooid. Zo blijft er niets over van Osho’s werk, waarvoor wij als sannyasins verantwoordelijk zijn. Volgens Mahadevi dan. Want zijn roep klinkt nog steeds en het is ondankbaar om daar geen gehoor aan te geven. Indertijd hebben wij hem in Rajneeshpuram al in de steek gelaten door alles wat daar gebeurde maar voor zoete koek te nemen, maar we moeten ons daar niet eeuwig schuldig over blijven voelen. Osho heeft geleden voor ons! Heeft in de gevangenis gezeten voor ons! Ja, hij zou het ons niet vergeven als we het werk dat hij met ons begonnen is verwaarloosden! Nu laten we zijn erfenis in handen van de vernietigers, de resort Poona.
Tot zover Mahadevi. Grote God! Hoewel ik me wel kan voorstellen dat ze niet echt blij is met wat er in Poona gebeurt. Want daar tracht men een nieuwe kerk op te richten, en één van de eerste dingen die dan gedaan worden is gaan rommelen met de woorden van de meester. Hoe dat gebeurt heb ik aan den lijve ondervonden. Onder het mom van de tijdloosheid van zijn woorden begon men in boeken en teksten de bronnen van Osho’s uitspraken te verzwijgen. Gelukkig is nog wel in oude boeken van hem te vinden waar en wanneer hij gesproken heeft. Vervolgens worden er allemaal compilaties van Osho´s teksten gemaakt, waarbij je helemaal niet weet waar dat allemaal vandaan komt. En dan worden weer boeken onder andere titels uitgegeven. Kortom: zaai verwarring over zijn woorden en je kunt er later alles van bakken wat je wilt. Mijn ervaring. En die van Mahadevi: ‘They started doing so much editing of his discourses that one can no longer recognise that they are his words.’ Wat is het toch mooi om aan de roots van de zoveelste kerk te staan! Dat waar Jacob Slavenburg over schrijft onder fantastische titels als Valsheid in geschrifte maak je hier ter plekke mee!
Maar hoe goed ze ook beschrijft wat er een Poona aan de hand is, over het wezen van Osho’s werk, over de kern van sannyas is geen woord te vinden in Mahadevi’s oproep. Ik mag wel zeggen een dwingende oproep, want we moeten van haar drastisch veranderen! Als sannyasins zijn we spirituele ego’s geworden die, door hem niet meer in zijn werk te steunen, medeverantwoordelijk zijn voor Osho’s dood. We hebben de vruchten van het boeddhaveld geplukt en gaan nu ondankbaar onze eigen weg. We hebben hem in de steek gelaten terwijl hij ons nog steeds zo nodig heeft, ook vandaag de dag. Arme Osho!
Ik vraag me af of Mahadevi zelf Osho’s boodschap heeft begrepen. Ja, ze zegt wel dat ze in zijn boeken zijn woorden niet meer herkent, maar vertelt er niet bij wat zijn woorden dan wél zijn. In plaats van in haar lange artikel iets over de kern van sannyas te vertellen, jeremieert ze over de afbraak van het podium en de harteloosheid van Poona. Ja, ze zegt wel dat er spiritueel gecodeerde geheimen in Osho’s werk te vinden zijn, maar waarom heeft ze het dan niet gewoon over bewustzijn, de getuige, identificatie, die paar eenvoudige dingen die Osho zó sterk kon vertellen en uitstralen dat je meteen rechtstreeks naar de kern ging? Zijn die niet het open geheim, en daarmee het meeste grote wonder, dat we van hem hebben mogen meemaken? Wil Mahadevi weer opnieuw een organisatie beginnen, juist daar waar we uiterst pijnlijk hebben afgeleerd dat een dergelijke wereldse weg nooit tot iets spiritueels kan leiden?
Ik weet niet of Mahadevi verlicht is. Misschien is het ook wel helemaal niet interessant of mensen al dan niet verlicht zijn. Het enige dat ertoe doet is dat je in jezelf de waarheid vindt, en dat is een weg die je uiteindelijk alleen alleen kan gaan. De aanwezigheid van een verlicht iemand helpt je daarbij op weg, maar het opzetten van organisaties en kerken leidt alleen maar af van de kern van de zaak. Hou de woorden zuiver en beschikbaar voor iedereen – meer is er niet te doen op het aardse vlak. Lééf de woorden die je hebt gedronken en herken je goddelijke zelf – meer is er niet te doen op het spirituele vlak. Alleen dat kan leiden tot het enige belangrijke dat er is: verlicht zijn. Laat dat ‘verlicht’ trouwens maar weg, want zijn is al meer dan genoeg!
Gepost in Spiritualiteit
9 reacties »