30 juni 2006
Gisteren een raadsvergadering onder politiebewaking. Iemand was het oneens met een te nemen besluit en had dreigende taal gesproken. En je weet maar nooit. Dus een politieautootje voor het gemeentehuis en agenten in burger in de publieke tribune, die afgeladen was met hoofdzakelijk voorstanders van ons besluit. Waar ging het over?
Er wordt een nieuwe wijk gebouwd met zo’n 750 woningen, de Oldegeppelermeent. Daar komen geen winkels. In de aangrenzende wijk Graasland is wel een winkelcentrum en de ondernemers daar zien natuurlijk het liefst rechtstreekse autoverbindingen met de Oldegeppelermeent, dwars door de wijk heen. Die wegen waren zelfs al in een masterplan opgenomen. Daar was niet iedereen het mee eens. Ook onze partij niet. Wij hadden hier rond de verkiezingen zelfs een item van gemaakt. Zodat dit niet de eerste keer was dat de tribune vol zat met protesterende Graaslanders die het groen, de rust en de veiligheid in hun wijk wilden behouden. Wat onze coalitie betreft helemaal terecht, temeer omdat het maar een minuutje om is als je met de auto over bestaande wegen het winkelcentrum De Balken wilt bereiken.
Gisteren moest dus het raadsbesluit worden genomen dat zich duidelijk uitsprak tegen aanleg van deze wegen. En de bewoners wilden zich er kennelijk ter plekke van vergewissen dat dit ook werkelijk zou gebeuren, want je weet het maar nooit met die politici. Uiteraard waren er enkele raadsleden die het een en ander nog eens wilden onderzoeken. Eén van de weinige dingen die ik tot nu toe in de raad heb gezegd is dat er nu eenmaal dingen zijn die zo duidelijk zijn dat je ze niet eens moet willen onderzoeken. Je gaat toch ook niet een McDonald’s op het veldje achter de kerk bouwen? Zoiets moet je niet willen, heet het dan. Dat was gisteren door anderen nog eens herhaald. Dat er nooit iets gebeurt als je eindeloos blijft onderzoeken en onderzoeken… Ondanks vage dreigingen met claims, waarvan je je kan afvragen wat de juridische waarde ervan is, hebben we onze poten stijf gehouden. Hoewel vanzelfsprekendheden geen applaus behoeven kwam dat toch. Een verkiezingsbelofte is waargemaakt en de coalitie sterker geworden. Vertrouwen is gegroeid, en dat is toch een mooie afsluiting voordat het zomerreces begint.
Het plaatselijke sufferdje Nieuwegeppeler Courant de GONG (dat zijn naam dankt aan de drie GONG-gemeenten waar hij verspreid wordt: Geemland, Olde- en NieuweGeppel) kopte gisteren dat met dit raadsbesluit het voortbestaan van winkelcentrum De Balken aan een zijden draad hangt. We wachten af. ‘Balken-ende?’ vroeg ik ooit hierover op een plaatselijke website. Tijdens de borrel na afloop van de vergadering kreeg ik een sms’je van Vriend: het kabinet Balkenende was gevallen. Zo boven, zo beneden. Er hangen kennelijk balken in de lucht En hoewel de winkeliers hun kunstonzinnige boegbeeld van fysieke balken vorig jaar hebben verwijderd, hoop ik toch dat velen er een mooie omzet zullen blijven halen.
Want vandaag werd bekend dat de consumenten weer geloven in de economie, dat er voor het eerst sinds vijf jaar méér optimisten dan pessimisten onder hen zijn. Hopelijk is bij ons heel in het klein het vertrouwen in de politiek ook een beetje toegenomen.
Gepost in Maatschappij en politiek, Mijn dorp
Geen reacties »
16 juni 2006
Al sinds het begin van de jaren negentig ben ik verslaafd aan elektronische agenda’s. De eerste was een Casio, die later dank zij een gift van mijn Wetenschappelijke Tante werd opgevolgd door een heuse Psion. Die was veel meer dan een agenda, want naast mijn hele cd-collectie en adressenbestand bevatte hij ook een planetarium en een astrologieprogramma. Want ik wil meteen kunnen zien welke planeten er aan de hemel staan te schitteren, zelfs wanneer het regent. En ik wil ook even in een willekeurige horoscoop kunnen kijken. Of nagaan welk teken van de dierenriem momenteel opkomt, ofwel wat de ascendant is. Dat programma is indertijd door Marcel gemaakt en uit puur hobbyisme ontstaan. En nu mijn Psion een paar maanden geleden is opgevolgd door een zogenaamde palmtop, een Acer n50, heeft hij ook daarvoor een astrologieprogramma – nu in kleur – gemaakt. Zomaar. Omdat hij het leuk vindt.
Toen ik nog rookte was mijn eerste gebaar na het wakker worden het grijpen van het pakje sigaretten naast mijn bed. Dat gebaar is weer teruggekomen. Want zo’n palmtop computertje is ongeveer even groot. Ik trek er alleen nu geen sigaret uit, maar een pennetje waarmee ik steeds vaardiger op het scherm tik. Plik plok, en ik ben meteen op de hoogte van nieuwe e-mails, het laatste nieuws en de stemming op de Amsterdamse beurs. Pas daarna kom ik mijn bed uit. Want het ding is natuurlijk draadloos verbonden met een roeter in een andere kamer. Ja, ik schrijf ‘roeter’ omdat sommigen denken dat het mooi is om dat woord als ‘rauter’ uit te spreken. Zo iemand flikkert bij mij door vele sporten van de esthetisch ladder naar beneden. Meer esthetische waarde heeft Windows Mobile 2003 waaronder de palm draait, want dat zit verdomd eenvoudig en slim in elkaar. Je zou het bijna op je ‘grote’ computer willen hebben in plaats van Windows XP of zo.
En spelen is het ook met zo’n palm! Binnen een paar dagen had ik een sudokuprogramma te pakken, zodat elke dag wel een of twee puzzels worden opgelost. Maar het is ook enig om tijdens een bustocht te zien hoe je door allemaal draadloze netwerken rijdt. Of om bij een kennis opeens te merken dat hij of zij of de buren hun netwerk niet hebben beschermd, zodat je ook daar je e-mail kan lezen en beantwoorden, of kan surfen op het world wide web. En het grappige is dat ik dat allemaal heel gewoon ga vinden. Dat ik eigenlijk vind dat de hele wereld in een gratis toegankelijke wifi-zone moet veranderen. Dat ik, vooral dankzij Google, overal alle informatie kan vinden die ik nodig heb. Net zoals ik het nu heel normaal vind dat ik bijna overal kan bellen. Hoe heb ik ooit zonder gekund? Hoe zag de wereld eruit toen een palm nog een boom in een woestijn of aan de Rivièra was?
Toen waren we nog volstrekt onbereikbaar als we op vakantie waren. Met moeite belde je naar het buitenland en voor de rest waren kaartjes en brieven het enige communicatiemiddel. Toen was het nog rustig en was je vrij tijdens de vakantie. Waren je hersens door de informatiestop tot rust gedwongen. Misschien is het wel helemaal niet zo gezond om steeds maar alles te willen en te kunnen weten en communiceren.
Gepost in Computer en internet
Geen reacties »
10 juni 2006
Met een lekke achterband gestrand in Blikkum. Vriend en ik besloten om naar het station terug te wandelen en bij de fietsenstalling aldaar verder te zien. Op de Nieuwegeppelerweg bleek een fietsenwinkel open te zijn omdat het koopavond was. Het wonder geschiedde: binnen anderhalf uur zou mijn fiets voorzien zijn van een nieuwe binnen- en buitenband. Dus wij samen naar een terrasje in de Revestraat gewandeld. Het was de eerste echte zomerdag van het jaar en ik kon mijn geluk niet op. Want waar vind je tegenwoordig nog iemand die stante pede je fiets repareert? Tegen negen uur teruggewandeld en mijn rijvaardige tweewieler weer in ontvangst genomen. De man een dikke fooi gegeven, want waar vind je nog mensen die met enthousiasme een eerlijk beroep uitoefenen zoals deze fietsenmaker?
Jaap Peters en Judith Pouw hebben een indrukwekkend boek geschreven met als titel Intensieve Menshouderij, en als subtitel Hoe Kwaliteit oplost in rationaliteit. ‘Mensen worden niet ziek van werken, wel van de wijze waarop werk is georganiseerd,’ staat in het voorwoord te lezen. Het boek staat vol met verhalen over hoe werknemers tot het uiterste worden uitgemolken, vooral door managers die alleen nog maar een abstracte Engelse MBA-taal kunnen uitkramen en leven in een meetbare wereld van targets, ISO 9000-normen, stappenplannen en outputs. En als beginnend raadslid heb ik geleerd dat plannen SMART moeten zijn: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden – volgens mij perfecte condities om alles wat maar een beetje origineel of creatief is in de kiem te smoren. En dat alles omdat het goed zou zijn voor de economie. Maar of de economie ook goed voor óns is lijkt niemand zich af te vragen.
Het boek laat zien hoe de economie zich als een totalitair systeem ontwikkelt. En geeft hiervan, wandelend door het Nederlandse bedrijfsleven, de overheid en zelfs in de sportwereld, veel voorbeelden. Niet echt om te lezen voor het slapen gaan, want je wordt er niet vrolijk van en na lezing kun je het woord ‘manager’ nog nauwelijks uit je strot krijgen. Enerzijds gaat het om de materie (geld, economie), anderzijds om rationaliteit (logica, denken). Opvallend is dat deze twee parallel lopen met twee ‘voertuigen’ van de mens, zoals we die kennen uit Indiase filosofieën en de daarop geïnspireerde theo- en antroposofie. Daarin heeft de mens een stoffelijk lichaam (materie) en een mentaal lichaam (denken).
Maar heeft hij of zij ook nog een astraal lichaam, dat over gevoel gaat. En dat is maar onhandig, niet meetbaar, onvoorspelbaar, eng. Veel gevoel betreft natuurlijk de onderbuik en primitieve emoties, wat de mens niet echt de kroon van de schepping maakt. Maar in het bestrijden hiervan wordt het kind met het badwater weggegooid, want er zijn ook hogere gevoelens zoals intuïtie en liefde waarvoor geen bestaansrecht meer overblijft. En dat is wat precies gebeurt: intuïtie is taboe, liefde is iets voor watjes, het hart is taboe. De wielrenner bepaalt zelf niet meer wanneer hij mag demarreren, want dat wordt bepaald door iemand in een auto achter hem, die met de computer het juiste moment daarvoor berekent.
Ga eens naar www.intensievemenshouderij.nl en zie hoe ik hier slechts een topje van de ijsberg aanroer. En dat er straks geen ijsbergen meer zijn betekent niet dat dan alle problemen uit de wereld zijn, heren managers! In iets warmer klimaten brachten de Azteken mensenoffers, waarbij het nog kloppende hart uit het slachtoffer werd gerukt. Reden genoeg voor Cortez om de Azteken en hun bloedige offers totaal uit te roeien. Maar daarin is hij kennelijk niet echt geslaagd, want ook nu worden nog regelmatig harten geofferd door de priesters van de alleenzaligmakende Economie. Gelukkig ontsnappen hier en daar mensen aan de intensieve menshouderij. Zoals deze fietsenmaker aan de Nieuwegeppelerweg in Blikkum. Op nummer 25.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
29 mei 2006
Ook deze lente bloeiden de seringen weer in mijn voortuin. Heerlijk is het om even je neus te steken in die dottige bloemenwolken die hun doordringende zweem naar je tegemoet wuiven. Bloemen geuren vaak naar iets onbestemds, iets dat niet onder woorden is te brengen. Een herinnering aan een vorig leven of zo. Hoewel de geur van seringen bij mij onlosmakelijk verbonden is aan… een huis op de Houten Matthijsweg, hier in Oldegeppel.
Zomer 1965. We woonden in Amsterdam, maar pasten graag op de huizen van vrienden in Oldegeppel, waar ik 18 jaar eerder was geboren. Toen ik bijna zes was hebben we Oldegeppel verlaten, want voor mijn vader werd het teveel om steeds heen en weer te forenzen, zeker omdat er toen ook nog op zaterdag werd gewerkt. Die verhuizing, eind 1952, net na het verschijnen van de eerste Donald Duck die in heel Nederland gratis op de deurmat plofte, heeft mijn moeder mijn vader nooit vergeven. Een edelsmid uit de Weteringschans ruilde graag met ons, zodat ik als kind niet meer langs de korenvelden wandelde, maar over het asfalt slenterde, waar de tramlijnen 7 en 10 regelmatig voor ons huis denderden. Nu geen uitzicht meer op de boerderij van Knauweling, maar op het statige Rijksmuseum. Maar het heimwee bleef. En de vrienden uit Oldegeppel ook, zodat mijn ouders graag op hun huizen pasten als ze met vakantie gingen. En ik enkele zomers in mijn geboorteplaats doorbracht. Onder andere zomer 1965.
Ik was verliefd zonder te weten dat ik verliefd was. Schreef mijn dagboek vol over Johan. Want die had ik natuurlijk opnieuw uitgenodigd, net als de zomer ervoor toen we in een ander huis in Oldegeppel logeerden. Hij was mooi, een Weegschaal, en precies 2 2/3 jaar jonger dan ik. Hoewel ik nog niks van seks begreep, genoot ik van zijn fysieke aanwezigheid. Een onschuldiger en tegelijkertijd romantischer relatie is bijna onmogelijk. Vandaar dat mijn ouders – eigenlijk moet ik zeggen: mijn moeder – er niet moeilijk over deden als we bij elkaar sliepen, want er zou toch niks tussen ons kunnen gebeuren. En dat gebeurde ook niet. Wist ik veel.
Er gebeurden veel belangrijker dingen. We hebben heerlijk op de hei gelopen, gefietst en gelegen. 10 cent om op de Oldegeppelse camping te mogen. Struinen over heuvels, langs of dwars door korenvelden naar de Wodansberg. Een hijskraan aan de horizon, bezig met inpolderen. Veel te duur ijsje gegeten, want dat kostte wel ƒ 1,40! ’s Avonds op een bankje in het beeldenpark achter de kerk geboomd over de liefde, alsof we daar iets van snapten. Bij de open haard zitten luisteren naar de Negende van Beethoven, waarbij hij tijdens het adagio molto e cantabile bijna in slaap viel. Een concert van Bach en Marchello. Maar ook op de radio smachtten we van de nog net niet verschenen single Help! van de Beatles. En dat allemaal met Johan, in zwarte coltrui en met krulletjeshaar.
Als je verliefd bent maakt de geliefde elke plek heilig. Tot vandaag de dag geloof ik dat dat zo is. Waar de geliefde is, is vrede. Waar de geliefde is, is geloof, vertrouwen, vreugde. Waar de geliefde is, wordt alles met het hart geheeld. Met de geliefde stopt de tijd en wordt de wereld volmaakt. En alleen met de geliefde kan en wil je sterven. Door de geliefde worden alle plekken waar hij is gezegend. Zo ook dit huis op de Houten Matthijsweg. De kamer waar we sliepen, met de koekoeksklok en het blauwe luxaflexje. De tuin waar we in onze blote bast stripverhalen zaten te lezen en limonade dronken. Ik weet zeker dat daar de geur van seringen hing. Toch kunnen die niet in juli hebben gebloeid. Maar ik herinner ik me ook dat de toiletzeep daar heerlijk rook. Naar seringen dus. Die zeep is wellicht mijn eerste kennismaking met seringen, want toen ik vele jaren later er een bos van onder mijn neus kreeg, riep ik spontaan: “Wat ruiken die naar een heerlijke zeep!” Maar ik heb wel vaker kippen met eieren verward.
Johan is al lang van mijn levenstoneel verdwenen. Maar de seringen zijn er nog steeds en verbinden me met het ongelooflijke.
Gepost in Uit mijn leven
Geen reacties »
21 mei 2006
Gisteren rook het vreemd in mijn werkkamer. Een geur van geschroeide rubber. Vriend rook nauwelijks iets en hoe en waar ik ook snuffelde, ik kon niets onregelmatigs ontdekken. Vanmorgen zelfs de computer opengemaakt, maar dat ziet er allemaal heel normaal uit van binnen. De ventilatoren doen keurig hun bijna geruisloze werk en niets lijkt oververhit. Ik denk dat het aan de storm ligt. Want de hele dag voelde ik me al elektrisch in mijn hoofd. Snel geïrriteerd en geeuwerig. Geladen. We waren naar een orgelconcert in Zutphen geweest en ik heb de muziek nauwelijks gehoord, maar wel genoten van de ontspannende stilte en leegte die deze oproept. Sweelinck, Buxtehude en Bach deden me afvragen waar nu de waarnemer van de ruimte om me heen in mijn hoofd zat (zo die daar ergens zat) en confronteerden me opnieuw met het donkerbruine vermoeden dat de wereld in werkelijkheid binnenstebuiten in elkaar zit. Dat wat je buiten je ervaart dus eigenlijk binnenin je zit en omgekeerd. En dat klinkt heel leuk, maar nu dreig ik het nog echt te beleven ook! Wat dat met die rubbergeur in mijn kantoortje te maken heeft?
Als puber had ik vaak last van bonkende koppijnen waarbij mijn schedel uit elkaar dreigde te spatten. Vooral als ik even in het trappenhuis van onze woning in Slotervaart naar zolder rende. Ja, ik was een echt hoofdpijnkind. Tegenwoordig noem je dat migraine. Maar pas in 2000 zou ik daar de mooie aura’s bij zien: mooie witglinsterende waterige rafelcirkels die steeds groter werden totdat ze uit het beeld verdwenen. Het begon als een stip en de stomme constatering dat je niet kunt lezen, en het eindigde met de uitputting van het nietsdoen. Ook heb ik me ’s nachts vaak vermaakt met het kijken naar mooie glimmende kleurige figuurtjes die door mijn beeld zweefden, me niet realiserend dat dit niet normaal was. Sterker nog: Vriend zegt dat hij echt niets ziet als het donker is, terwijl bij mij zelfs in het pikste donker altijd wel sneeuw blijft dwarrelen. Een soort tinnitus, waar ik ook al jaren last van heb, maar dan ook voor de ogen. Nooit echt donker. Maar wie is degene die dat licht ziet? Nooit stil, maar wie is degene die dat gefluit hoort? Zoals ik wel eens zeg: mijn oren zijn misschien niet zo best, maar ik hoor nog uitstekend. En zo voelt het ook.
Migraine zonder hoofdpijn, of een beetje flauwe hoofdpijn op de achtergrond. Dat heeft voor mij te maken met de overgevoeligheid waar ik vaak last van heb. Het begon met geuren, een jaar of tien geleden, waardoor ik steeds vaker in bus of trein van zitplaats verwissel omdat er weer een dame voor me komt zitten die zo nodig lekker moet ruiken. (Ook jongens kunnen er trouwens wat van!) Daar kwamen later gemene geluiden bij, zoals het gesis van treindeuren en snerpende mechanische fluitgeluiden op stations, of meng- en klotsgeluiden uit de keukenmachine. En dan ten slotte het licht, dat me te vaak verblindt. Naar een ondergaande zon kijken is er niet meer bij en soms zie ik in het donker nauwelijks meer waar ik fiets door de agressieve lichtvloed uit de koplampen van tegemoetkomende auto’s. Zeker als ze nog gemeen blauw zijn ook, precies de kleur die iets in mijn hersens triggert waar ik hoorndol van word en die ik zonder die koplampen al vaak genoeg zie. Zoals in de vlammen die uit een vloermat van station Amersfoort opstegen, of uit andere te regelmatige beelden zoals rijen bomen of lamellen waarachter de zon schijnt, of zelfs maar een rijtje van dezelfde letters achter elkaar in het tekstballonnetje van een stripverhaal: ‘Aaaaaaah…’
Ik hou er niet van om gevoelig te zijn, als een HSP of zo door het leven te gaan. Heb wel eens getracht daar een boek over te lezen, maar op het kaft stond dan zo’n gevoelige vrouw die me alle lust tot lezen ontnam. Die gevoeligheid houdt ook niet op, maar breidt zich steeds verder uit, ook in het astrale vlak. Zodat ik veel meer reageer op een sfeer of een intentie van wat iemand zegt dan op zijn woorden. Het geeft me het gevoel heel transparant en week te zijn, zwak. En dat wil ik niet. Het heeft me al genoeg moeite gekost om me gedurende dit leven in dit lichaam te hijsen, en nu wil ik daar nog wel even in blijven ook. En niet bij elke klimaatverandering last hebben van al dit soort gestoordheden. Als kind liep ik al weg van mijn school in Nieuwegeppel naar mijn huis in Oldegeppel als het onweer dreigde. Had nooit gedacht dat ik van gevoeligheid ooit hoorndol en doodmoe zou worden. En futloos, zoals vandaag. Straks lekker naar bed met een dvd’tje. Een paar afleveringen van Medisch Centrum West uit de jaren tachtig. Heerlijk.
Gepost in Gezondheid en welzijn
Geen reacties »
3 mei 2006
Vannacht liepen ze steeds heen en weer over de smeltende grond onder hun voeten. Omdat de Postbank en Nokia in mijn computer vochten om het gebruik van een communicatiepoort, waardoor ik òf niet meer kon telebankieren òf geen back-up meer van mijn mobieltje kon maken, was ik tot voorbij het middernachtelijk uur gespannen en vloekend bezig om het een en ander weer op orde te krijgen. Geen ideale conditie om meteen in slaap te vallen en al snel zag ik die ijsberen op de weg van mijn gedachten opdoemen. Want ze zouden niet lang meer bestaan, had ik gelezen.
Ik zag ook een globe waarvan de polen niet meer wit maar blauw waren. Want gebrek aan ijs is natuurlijk de oorzaak van het uitsterven van de ijsberen. Onze kleinkinderen zullen deze dieren alleen nog kennen van plaatjesboeken en leesplankjes. Van dvd’s en stripverhalen, bedoel ik. Het broeikaseffect doet de leefwereld van de ijsberen smelten. En dat broeikaseffect ontstaat vooral omdat we het autorijden niet kunnen laten. En dat autorijden kunnen we niet missen omdat we ons willen verplaatsen. Bijvoorbeeld omdat we op een andere plek werken dan wonen. Of omdat we gewoon eens ergens anders willen zijn, in een andere natuur en/of cultuur. Of omdat we het gewoon heerlijk vinden om op de weg te zijn, ons vrij te voelen.
Ik heb bewondering onze dampkring omdat die het zo lang met onze uitlaatgassen heeft uitgehouden. Want ga eens op een brug boven de snelweg staan. Verwonder je over al het rijdende en stilstaande verkeer dat uur na uur, dag in dag uit, jaar in jaar uit haar gassen de lucht in spuit. Dan is het wonderbaarlijk dat we niet al in de jaren tachtig of negentig door het broeikasaffect zijn omgekomen. Maar straks gaat het dus ècht gebeuren. Het water dat hoger komt. Een regering die niet veel meer zal doen dan plastic schepjes uitdelen, waarmee we zomaar vergunningsvrij een beschermend dijkje rond ons huis mogen aanleggen.
En dan zal de warme golfstroom Europa niet meer bereiken, zodat we allemaal in de kou komen te staan. De energierekeningen worden onbetaalbaar, en als je je huis lekker warm gaat inpakken komt er vast een welstandscommissie die dat niet goedkeurt. Dan komt er èchte armoede, honger en kou. Eetbaar vlees zal er niet meer zijn omdat het verziekt is en stijf staat van de hormonen. De laatste schamele gewassen hebben door intensieve landbouw hun smaak en voedingswaarde verloren. Zodat de enige mogelijkheid om te overleven is dat we elkaar gaan opeten. En zo sterft de mens dan uit door zijn misbruik van moeder aarde. En terecht.
Het werd een slapeloze en inderdaad wat depressieve nacht met al die gedachten in mijn hoofd. Een oplossing voor deze problemen zie ik nog niet. Hoewel ik er vaak over loop te ijsberen. Zolang dat nog kan.
Gepost in Maatschappij en politiek
Geen reacties »
25 april 2006
Gisteren op bezoek geweest bij mijn Wijze Tante. Ze ligt opeens met een gebroken heup en pols in het ziekenhuis. Een kamertje voor haar alleen, maar dat mag ook wel als je bijna 98 bent. Ik nam een paar persverse nummers van De Vuurfakkel mee, haar tijdschrift dat ik al een paar jaar voor haar verzorg en waarmee ik me erg verwant voel omdat het precies even lang bestaat als ik. Als dit lichaam bedoel ik. Maar ze had er niet veel aandacht voor. Het moet vele decennia geleden geweest zijn dat zij in een ziekenhuis lag. En vandaag wordt ze geopereerd, misschien wel terwijl ik dit schrijf. Waarbij we niet zozeer bang zijn voor haar heup en pols, maar meer voor hoe de narcose bij haar zal uitwerken.
‘Leuk dat je er bent,’ lachte ze zwakjes. Om vervolgens zichtbaar te liggen genieten, stralend van geluk voor zich uit kijkend en af en toe een wijsje neuriënd. Er kwam ook een vrouw van Better Life en we vroegen ons af waaròm ze steeds maar lag te glunderen. We vroegen het haar zelfs, maar ze wilde het niet verklappen, alsof ze haar geheime binnenpret het liefst geheim hield.
Ze schreef en vertelde altijd dat ze niet bang is om te sterven. Dat lijkt nu heel dichtbij. We zeggen zovaak dat we niet bang zijn voor de dood, maar zullen we dat ook volhouden als ons einde echt nadert? Mijn Wijze Tante wel! Als ze eens zó zou kunnen sterven, lachend en intens gelukkig, wie zijn wij dan om verdrietig te zijn? Toch zal ik dat zijn als het zover is. Wanneer dat zal zijn weet niemand, en ik vind dat je daar ook niet over mag speculeren. Omdat het iets heiligs is of kan zijn. Bovendien is ze tot alles in staat! Maar er zal zeker niet alleen verdriet zijn. Want aan de andere kant is haar wonderbaarlijke acceptatie en omarming van het leven zó bijzonder dat ik die altijd met me mee zal dragen – of op zijn minst kan oproepen – als zij aan de overzijde verder reist.
Gepost in Spiritualiteit
Geen reacties »
11 april 2006
Jeugdhelden sterven, zelfs al worden ze oud en heten ze Gerard Reve. In mijn middelbare school- en studententijd was hij mijn lievelingsschrijver. Niet omdat ik alles snapte wat hij schreef – dat deed misschien wel niemand – maar omdat ik zo hield van de manier waarop hij een sfeer, een gevoel, een weemoedig verlangen kon neerzetten. Alsof hij eigenlijk niets anders wilde dan getuigen, de evangelist zijn van een hopeloos onzegbare boodschap die nog belangrijker was dan God zelf. Ik denk dat deze bizarre romanticus veel invloed op me heeft gehad. Niet alleen met zijn archaïsche manier van schrijven, doorspekt met alternatieve spelling en hoofdletters, maar ook in zijn bezetenheid van het Onnoembare, waarop hij graag het glas hief. Het was niet voor niets dat ik hem in 1967 interviewde voor Hitweek. Dat gebeurde in de rokerige en alternatieve studentensociëteit Olofspoort, waar hij een lezing gaf en ik het niet kon nalaten hem na afloop aan te schieten. Een paar dagen later stuurde ik mijn verhaal naar Friesland, waarop een geheel herschreven interview terugkwam dat ik altijd trouw heb bewaard. In 1968 schreef ik een verhaal Huize Nagtlust, waarin ik hem Dromer noemde en ik de Onmeedogenloze Jongen moest spelen, waar ik het toch wel wat moeilijk mee had…
Dat was dus uit de tijd van Op weg naar het einde en Nader tot U, mijn lievelingsboeken indertijd. Maar misschien wel het mooiste van hem vind ik Veertien etsen van Frans Lodewijk Pannekoek voor arbeiders verklaard wat rond november 1967 verschenen moet zijn. Een mooi blauw gebonden boek op oblong-formaat met ontroerend mooie etsen, die als plaatjes zijn ingeplakt, waarin vaak het meest onbeduidende tot iets moois verheven wordt. Het vijfde plaatje heet Dode Mug, het tiende Portret van Veer van mijn Eend aan de Vergetelheid Ontrukt en het twaalfde Dode Mol. En de eerste zin van dit boek is voor mij een van de mooiste die ik ooit heb gelezen: In de namiddag van de 6de Februari van dit jaar van Gods Zoon 1967, toen Bullie van der K. uit het naburige P. bij mij langs kwam om mij zes veren te brengen van zijn geslachte gans, trof hij mij in de keuken aan, waar ik, na het uit het plaatselijk advertentsieblad wikkelen van zojuist gekocht zeebanket, gebogen over de keukentafel, in doffe haat de met het vet van de “zalm der armen” doordrenkte variarubriek stond te lezen, die ons voorhield dat het getal drie dikwijls als heilig werd beschouwd, de oude Egyptenaren reeds drop kenden voordat ze met mes en vork gingen eten of hun haar kamden, alle schoenen die per jaar voor het mensdom werden vervaardigd, achter elkaar gezet, bij goed weer 6½ maal de afstand naar de Maan zouden kunnen overbruggen, en dat de gemiddelde Nederlander jaarlijks iets meer dan twee liter wijn consumeerde. Na zo’n zin kan een verhaal voor mij niet meer kapot. Zeker niet meer na: “Wat zeg je daarvan, Bul: ruim twee liter per jaar.” “Je vraagt je af waar ze het laten.” Waarna Bul en Reve in de salon gaan zitten, om uit te kijken over het kerkhof en het lege land, terwijl hij al dagen lang opmerkelijke gedachten had gehad “over God en de Dood.”
Ik heb hem nooit durven ontmoeten, bang om slachtoffer te worden van revistische praktijken, onlangs door een nieuwslezer gedefinieerd als een combinatie van religie, homoseksualiteit en sadomasochisme. Het was heel simpel geweest om naar Greonterp af te reizen, maar de werelden waarover hij schreef waren me echt een paar bruggen te ver. Ik was gewoon bang. Om verkracht te worden, en met scheuren in mijn corduroy broek en een gehavend T-shirt eenzaam liftend thuis te komen in het ouderlijk huis waar ik toen nog woonde. Maar ondanks dat is hij toch altijd mijn lievelingsschrijver gebleven, hoewel het altijd moeilijk voor me is geweest om droom en werkelijkheid bij hem uit elkaar te houden. Misschien was het dat voor hem zelf ook. Je kunt alleen maar uit de droom geholpen worden door jezelf te vergeten, zeggen de wijzen uit het Oosten. Wat dat betreft is er dus toch nog hoop. Je was jezelf vergeten, maar wij zijn je nog lang niet vergeten, Gerard! Ik dank je.
Gepost in Uit mijn leven
Geen reacties »
8 april 2006
Wanneer ik precies begonnen ben met roken is niet meer na te gaan, maar het moet eind 1968 geweest zijn. Ik had nauwelijks het ouderlijk huis verlaten of ik zat nachten te bomen met Menno, die me op zijn kamer – zes verdiepingen lager in het studentencentrum Uilenstede – leerde te genieten van sigaretten. En omdat ik niet lang daarna ook wel van een jointje hield, heb ik meteen geleerd om diep te inhaleren. Dat roken heb ik lang volgehouden. Om precies te zijn: tot vrijdag 13 juni 1997 om 22.25 uur. Om toegelaten te worden tot de Rozenkruisers werd van mij verwacht dat ik stopte met roken en met de consumptie van alcohol en vlees. Geen onredelijke eis, vond ik. Na grondige bestudering van Alan Carr’s Stoppen met roken ben ik er in één keer mee opgehouden. Eigenlijk is dat een hele goede spirituele oefening, want je moet de eerste dagen constant je lichaam laten weten wie er nu eigenlijk de baas is, zodat je je heel bewust wordt van het feit dat je dat lichaam – met inmiddels een hele lage hartfrequentie en bloeddruk – niet bent. Op de dag dat ik mijn laatste sigaret doofde stond Saturnus op 18 graden Ram. En waar stond deze planeet eind 1968? Precies, op 18 graden Ram. Ik had precies één hele zogenaamde Saturnuscyclus, zo’n 28 jaar waarin deze planeet om de zon draait, gerookt!
Waarom ik dat nu vertel? Omdat ik ook vanmorgen weer in de krant zag hoe de discussie over roken en meeroken nog steeds niet is uitgewoed. Vaak hoor je dat ex-rokers een hekel krijgen aan mensen die het roken niet kunnen laten, maar dat heb ik dus helemaal niet. Integendeel: als ik thuiskom na een bezoek met de fractie en partijgenoten aan ons stamcafé in ons dorp ruiken al mijn kleren naar rook en vind ik het nog lekker ook. Alsof het dierbare herinneringen zijn, die ik koester. Mensen die zo anti-rokers zijn wantrouw ik. Zo heb je een club die zich Clean Air Nederland noemt, en ik vraag me altijd af hoe hypocriet de leden van dergelijke instellingen zijn. Ik bedoel: maar al te vaak klagen ze over meeroken en zo, en rijden vervolgens weg in hun auto om je in een wolk uitlaatgassen achter te laten. Nou, de rokers zijn echt niet in staat om met zijn allen smeltende poolkappen bij elkaar te paffen, geef toe!
Die hypocrisie van anti-rokers kom ik teveel tegen. Zo ging de regering eens om het roken te verminderen de accijnzen verhogen. Maar tegelijk hoorde ik hoe de extra opbrengsten dan verdeeld zouden gaan worden. Waaruit bleek dat het dus alleen om de inkomsten ging, want als hun maatregel echt effectief zou zijn, zou deze geen extra geld opbrengen. Het was dus hoofdzakelijk misbruik maken van de verslaving van burgers. In de jaren zestig hadden we tenminste nog ethiek. The dealer is a man with the love grass in his hands. But the pusher don’t care if you live or if you die. Dat zong Steppenwolf in de film Easy Rider. Niet dat de overheid in deze een pusher was – want zij gaf de burger niet eerst een gratis sigaretje om aan verslaafd te raken – maar de mentaliteit van het profiteren van een verslaafde was er ook niet echt tegengesteld aan. Het zou toch een ramp zijn als rokers opmerkingen als Roken is dodelijk serieus zouden nemen? Dat zou echt teveel aan accijnzen schelen! Bovendien is Roken is dodelijk een leugen. Want ik lééf nog na een Saturnuscyclus roken! Zou niet gekund moeten hebben!
Natuurlijk hebben mensen recht op een rookvrije omgeving. Net zoals ik ook het recht heb op frisse lucht als ik op straat fiets. Natuurlijk moeten mensen gewaarschuwd worden voor de gevaren van roken. Maar dat wil nog niet zeggen dat je rokers moet betuttelen. Natuurlijk zou je de productie van rookwaren kunnen verbieden, maar of dat veel oplost betwijfel ik, want mensen ruilen gauw de ene verslaving in voor de andere. Of je nu voorstander of tegenstander van het roken bent maakt niet zoveel uit, want in beide bevallen stop je veel energie in het verschijnsel roken. En zolang je dat blijft doen, zolang het roken je zo blijft bezighouden, zolang je er emotioneel zoveel in investeert, zolang je er zoveel overdreven aandacht aan geeft, ben je verslaafd. Zij het dan niet lichamelijk, maar wel geestelijk. En je kunt je afvragen wat erger is.
Ik ben blij dat ik met rokers bevriend ben gebleven. Steek er rustig eentje op als ik in de buurt ben. Of ben ik stiekem toch nog een beetje verslaafd?
Gepost in Maatschappij en politiek, Uit mijn leven
Geen reacties »
7 april 2006
Al vele jaren gebruik ik Girotel van de Postbank om vanuit mijn computer diverse rekeningen te beheren, zowel zakelijk als privé. De versie voor DOS dan, want die programma’s lopen meestal sneller en meer geolied dan de versies voor Windows die op de meest onverwachte momenten haperen en je harde schijf laten ratelen. Niet dat ik tegen Windows ben – want daarmee zijn de mogelijkheden vrijwel onbeperkt geworden – maar ik verdenk dit operating system er wel van een grote rotzooi te zijn onder de motorkap, die Microsoft zo lang mogelijk gesloten tracht te houden. Zo ook zag ik met angst en vrees de Windows-versie van Girotel tegemoet. Die zou vele voordelen hebben, waarvan ik er wat het gebruik betreft nog geen enkele heb gevonden. Integendeel.
Wat er dan verslechterd is? Dat ik nu opeens verplicht ben een wachtwoord in te voeren om het programma op te starten, waarbij ik ook nog betuttelend gedwongen word om daar minimaal één cijfer in te verwerken. Dat het soms vastloopt als het programma bezig is met de verbinding met de postbank te beëindigen. Dat er na het programma te hebben verlaten irritante schermpjes Bijwerken database en Comprimeren database op je bureaublad verschijnen. Dat het niet eens in staat is een onderscheid te maken tussen reeds eerder binnengekomen en nieuwe ontvangsten, zodat je niet alleen moet kijken wat er vandaag allemaal is binnengekomen, maar ook wat er gisteren is bijgeschreven want daar worden rustig nog ontvangsten tussen gemoffeld. Dat laatste was een serviceverbetering van Interpay, heb ik me door de Postbank laten vertellen, die uiteraard niet zelf verantwoordelijk is. Kortom: ook Girotel is niet meer wat het geweest is.
Nu geldt dat wat mij betreft voor het hele bankwezen. Niet eens tot mijn ongenoegen heb ik tussen 1973 en 1977 bij de Amrobank gewerkt. Op het Rembrandtplein in Amsterdam. In die tijd kon je nog schaamteloos bij een bank werken. Op de ‘tussenverdieping’ was naast de grote zaal met de boekhouding de kamer waarin typistes alle overschrijvingen op een grote, dikke magneetschijf zetten. Door elektronisch bankieren is al dat werk nu uitbesteed aan de eigen klanten, die er nog voor betalen ook om voor de bank te mogen werken! Slim aangepakt! Zo snap ik ook niets van die shirts waar de naam van die bank in koeienletters op staat, daar moet je ook betalen om reclame te mogen maken. Slim aangepakt! Zo is de rente allang afgeschaft, moet je betalen voor pinpasjes om bij je eigen geld te kunnen en zijn ze te beroerd om je behoorlijk dagafschriften te blijven toesturen. Slim aangepakt! Om het de boekhouding makkelijk te maken zetten ze rustig op één dagafschrift de mutaties van zowel 31 december als 1 januari. Slim aangepakt! Nee, ik heb het bankwezen niet meer hoog zitten, ook daar heeft de brave new world al teveel toegeslagen. Om de service te verbeteren…
Gepost in Computer en internet, Uit mijn leven
Geen reacties »